Goede ruimtelijke onderbouwing

Afwijking bestemmingsplan voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.

Wanneer het voorgenomen project niet past binnen het geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag besluiten tot een afwijking van het geldende bestemmingsplan in de benodigde omgevingsvergunning (art. 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)). Dit moet worden voorzien van een zogenaamde ‘goede ruimtelijke onderbouwing’. Doorgaans komen de volgende aspecten aan de orde in een goede ruimtelijke onderbouwing:

  • En projectbeschrijving en de beoogde doelen, een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie, de afwijking van het bestemmingsplan en of het project past binnen de beleidskaders;
  • De gevolgen voor de milieukwaliteit (geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, slagschaduw), waterhuishouding (watertoets), archeologie, landschap en flora- en fauna;
  • Resultaten van overleg met relevante betrokken gemeenten, waterschappen, diensten van de Provincie, het Rijk en andere relevante organisaties;
  • Maatschappelijke uitvoerbaarheid: uitkomsten van inspraak en communicatie met burgers en maatschappelijke organisaties;
  • Financieel-economische uitvoerbaarheid: invulling met exploitatieplan of anterieure overeenkomst.

De goede ruimtelijke onderbouwing komt grotendeels overeen met de inhoud van een toelichting van een bestemmings- of inpassingsplan. Hierbij wordt de toelichting op het juridische plangedeelte (wijze van bestemmen) niet opgenomen, omdat deze niet wordt voorzien van een verbeelding en regels.