Windmolen bouwen? Kijk even naar het opleidingsniveau van omwonenden

Vrouwen en ouderen vertonen het vaakst Nimby-gedrag. Dat concludeert het populairwetenschappelijke tijdschrift Kijk op basis van een onderzoek onder Nederlanders over vijf ‘Nimby-gevoelige’ onderwerpen, waaronder windenergie. Nimby staat voor not in my backyard en houdt kort gezegd in dat iemand wel vindt dat een bepaalde ontwikkeling moet plaatsvinden, maar de bijbehorende lasten zelf niet wil voelen. In het geval van windenergie blijkt het opleidingsniveau van belang of iemand Nimby is of niet.

Het onderzoek in opdracht van Kijk werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Team Vier onder achthonderd volwassenen, wat volgens het bureau een representatieve groep is. Volgens de onderzoekers is een methode gebruikt met een controlegroep, die het effect van eventuele sociaal-wenselijke antwoorden neutraliseert.

De vijf onderwerpen waarover Nederlanders werden ondervraagd, waren windenergie, zendmasten voor mobiel bereik, huisvesting van pedoseksuelen, autowegen en asielzoekers. Volgens de definitie van Kijk is er sprake van Nimby-gedrag op het moment dat iemand zegt wel voorstander van iets in het algemeen te zijn, maar het niet in de buurt wil hebben. Dus wél overal mobiel bereik, maar géén zendmast in de eigen wijk.

Niet bij elk onderwerp vertonen Nederlanders op dezelfde wijze Nimby-gedrag, zo blijkt uit het onderzoek. Zo is het verschil tussen mannen en vrouwen vooral zichtbaar bij de kwestie van zendmasten en bij de ideeën over pedoseksuelen. Van de vrouwen die het belangrijk vinden dat ze overal kunnen bellen en internetten, zegt 52% dat ze desondanks geen zendmast vlakbij hun huis wil hebben. Bij mannen was dit percentage 21%. En van de vrouwen die vinden dat pedoseksuelen ook het recht hebben om ergens te wonen, vindt 98% het niet goed als een pedoseksueel naast ze komt wonen. Bij mannen is dit 17%.

Ouderen vertonen dan weer vaak Nimby-gedrag bij de aanleg van wegen: een goed wegennet vinden ze belangrijk, maar ze willen geen doorgaande wegen in hun directe woonomgeving, terwijl jongeren op dit punt nauwelijks Nimby-gedrag vertonen. Bij asielzoekers was er überhaupt nauwelijks sprake van Nimby: bijna iedereen die vond dat Nederland asielzoekers moet toelaten, vond het ook prima om een asielzoekerscentrum in de buurt te hebben.

En hoe zit dat bij windmolens? Nimby-gedrag komt hier zeker voor: 72% van de ondervraagden is voorstander van windenergie, maar van die groep voorstanders heeft 28% bezwaar tegen windmolens in zijn woonomgeving. Een verschil dat de onderzoekers hier ontdekten, heeft te maken met opleidingsniveau: onder laagopgeleiden was 49% van de windmolenvoorstanders een Nimby, onder hoogopgeleiden is dit 36%, en onder middelbaar opgeleiden maar 15%. Een verklaring voor deze verschillen -en dan vooral voor het feit dat het percentage juist het laagste ligt bij de middengroep- hebben de onderzoekers niet. Aan de spreiding van opleidingsniveau en windmolens over het land ligt het in ieder geval niet, zeggen ze.

Copyright©, Energeia, 2014

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink. Reacties en trackbacks zijn beide momenteel gesloten.