Vergunning windturbine Capelle a/d IJssel verleend

Op 21 mei heeft de provincie Zuid-Holland de omgevingsvergunning voor de bouw van een windturbine op het terrein van de afvalwateringsinstallatie in Capelle aan den IJssel verleend. Dit project is een initiatief van HVC Groep en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, dat met deze windturbine haar energieverbruik wil verduurzamen. De windturbine heeft een ashoogte van 119 meter en een rotordiameter van 112 meter en produceert jaarlijks circa 10 miljoen kWh; genoeg elektriciteit om ruim 2.800 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Pondera Consult verzorgde de vergunningaanvragen en geluid- en schaduwonderzoeken voor dit project. Hieronder is een visualisatie van de locatie opgenomen:

Foto 5 Van Brienenoordbrug_klein

Nearshore windenergie verdient kans

Op 14 en 15 mei jl. organiseerde Euroform het Nationaal Windenergie congres. Hét nationale platform voor alle stakeholders in de windenergie sector. Het programma van het Nationaal Windenergie Congres bestond uit 2 congresdagen: 1 voor Wind op land en 1 voor Wind op zee. Eric Arends van Pondera Consult sprak als spreker over de uitkomsten haalbaarheidsstudie nearshore windenergie.  In de publieke opinie houdt Nearshore windenergie de gemoederen flink bezig omdat turbines vanaf de kust zichtbaar zijn en er zorg bestaat over negatieve gevolgen voor toerisme. Eric gaf in zijn presentatie een overzicht van de voor- en nadelen van het realiseren van nearshore windenergie bij de kust.

image-9A

Nearshore windenergie één van de mogelijkheden

Windenergie heeft een hoge prioriteit vanuit het rijk en is één van de belangrijke pijlers in het realiseren van de duurzaamheiddoelstelling van 16% in 2020. De provinciebesturen en ministeries zijn overeengekomen om in 2020 6000MW windenergie te realiseren, waarmee 4 miljoen huishoudens kunnen worden voorzien van elektriciteit. Nearshore windenergie is 1 van die mogelijkheden en verdient het om serieus onderzocht te worden.

Bekijk hier de presentatie “De voor- & nadelen van nearshore windenergie”, die Eric Arends hield tijdens het Nationaal Windenergie congres 2014

 

Onderzoekers Stenden Hogeschool: Negatieve effecten windmolenparken op toerisme niet aantoonbaar

Windpark Fryslan publiceert onderzoek Stenden Hogeschool:

  • Negatieve effecten windmolenparken op toerisme niet aantoonbaar
  • Windpark hoeft geen bedreiging te zijn
  • Windpark Fryslân als kans aangrijpen

Een kleine bibliotheek kan gevuld worden met alle onderzoeken die er al gedaan zijn naar het mogelijke effect van windparken op toeristische gebieden. Uit onderzoek dat is gedaan bij  bestaande windparken dringen zich een aantal conclusies op. Er is geen bewijs voor het ontstaan van schade aan de toeristische sector door windparken. De ‘vooraf gemeten’ nadelige effecten op toerisme doen zich in de praktijk niet voor. Er is geen keihard bewijs voor de stelling dat er nooit schade kan optreden. Met een actief beleid is het wel mogelijk toeristisch voordeel uit een windpark te trekken. 

Het volledige onderzoek van het instituut is hier te vinden.


Bestaande onderzoeken geïnventariseerd

Onderzoekers van het European Tourism Futures Institute van de Stenden Hogeschool in Leeuwarden hebben alle beschikbare onderzoek in binnen- en buitenland nauwkeurig geïnventariseerd. Ze keken daarbij met name naar bestaande windparken op zichtafstand van de kust die vergelijkbaar zijn met Windpark Fryslân. Op dit moment zijn er in Europa 44 van zulke windparken, die al operationeel zijn binnen de 12-mijlszone van de kust en zijn er nog eens 41 in aanbouw of in voorbereiding. De onderzoekers gaven daarnaast ook speciale aandacht aan windparken op land, die in een toeristisch aantrekkelijke omgeving liggen.

Bij vijftien al langer bestaande windparken blijkt er geen aantoonbare invloed

Uit het uitvoerige onderzoek blijkt, dat toerisme vaak een issue is in het vroegste stadium van een windpark. Onderzoeken die vooraf de verwachting van het effect van een windpark meten, blijken echter maar een beperkte waarde te hebben. Vooraf vreest men voor veranderend strandbezoek en voor het wegblijven van fietsers, wandelaars en andere toeristen. Als het windpark er eenmaal staat blijkt de werkelijkheid heel anders. Bij vijftien al langer bestaande windparken blijkt er geen aantoonbare invloed van het windpark op de gemiddelde toeristische besteding, bezoekersaantallen en de werkgelegenheid in de toeristische sector en de horeca. In een aantal onderzoeken is tegelijk gekeken naar nabijgelegen gebieden zonder windmolens. Ook daaruit bleek geen aantoonbaar verschil tussen gebieden met of zonder windturbines.

Off shore windpark voor de kust van Egmond aan Zee

Een opmerkelijk voorbeeld is het off shore windpark voor de kust van Egmond aan Zee. Vanaf de planningsfase van het windpark werd regelmatig onderzoek gedaan naar de verwachtingen van ondernemers, van Nederlandse bezoekers en van Duitse toeristen. Het laatste onderzoek werd gedaan twee jaar na realisatie van het windpark. De reeks onderzoeken geeft aan dat de weerstand met de jaren sterk is verminderd, met name ook onder Duitse toeristen die het gebied bezoeken.

Onderzoek in andere landen

In Brits onderzoek wordt het effect van windmolens overwegend neutraal genoemd en vaker positief dan negatief. Uit Duits onderzoek komt naar voren dat de mening eerder positief is als een windpark wordt gezien als een attractie of als een bewijs voor vergroening.In Denemarken werd geen effect op toerisme gevonden. De onderzoekers: ‘Waar er tijdens de planvorming vooral scepsis was, werd dit tijdens de besluitvorming tegenstand en na de bouw van het windpark veranderde dat in acceptatie. Er bleek uiteindelijk een gunstige uitwerking te zijn op de bedrijvigheid in de watergebonden recreatie’.Een windmolenpark dichter voor de kust kan volgens Canadees onderzoek het toerisme juist versterken. Uit Canadees onderzoek kwam ook een voorkeur naar voren voor concentraties van windmolens tegenover meerdere kleinere windparken.

Duikers, vissers, surfers en zeilers

Volgens een Nederlands onderzoek zijn onder meer duikers en vissers vooraf overwegend positief. Zij verwachten meer soorten flora en fauna als gevolg van het plaatsen van een off shore windmolenpark. Fietsers en wandelaars verwachten geen gevolgen van zo’n windpark, maar geven wel aan een voorkeur te hebben voor clusters van windmolens. Surfers en zeilers vinden het belangrijk dat er tussen de windmolens gevaren mag worden.

Discussies met experts

De onderzoekers van het European Toerism Futures Institute hebben hun onderzoek afgerond met discussies met experts uit de wereld van recreatie en toerisme. Er is met name gekeken of en hoe Windpark Fryslân zou kunnen bijdragen aan het toerisme. Hierbij kwam naar voren dat het betrokken gebied zich zou kunnen profileren als ‘duurzaam’ en als een ‘energieke regio’. Dat laatste begrip verwijst dan zowel naar de duurzame energieopwekking als naar de energie die toeristen opdoen door er te recreëren, verblijven en te (water)sporten.

Advies onderzoekers

De onderzoekers adviseren de toeristische sector om – als het windpark er echt komt – Windpark Fryslân aan te grijpen als een kans om een nieuwe visie te ontwikkelen. Investeringen in de sector kunnen zich vervolgens richten op kwalitatieve versterking van de infrastructuur, bij voorbeeld in relatie tot duurzaamheid. Een initiatief vanuit de branches en ondernemingen in de recreatieve en toeristische sector is juist nu welkom, zeggen de onderzoekers.

Het European Toerism Futures Institute is geen commercieel consultantbureau, maar een onafhankelijk onderzoeksbureau verbonden aan de Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Het onderzoek is verricht in samenwerking met kenniscentrum Kusttoerisme en Bureau Bertus van der Tuuk.

 

Op een “windmissie” naar Taiwan

Pondera Consult bezocht onlangs Taiwan met elf collega-bedrijven en instanties. Het Holland Home of Wind Energy (HHWE), dat de exportbelangen van Nederlandse bedrijven behartigt, organiseerde deze handelsmissie. Pondera is hier onlangs lid van geworden.

Waarom Taiwan?

Er liggen hier veel kansen zeker op het terrein van offshore wind energie, een veld waar het Nederlandse bedrijfsleven mondiaal gezien een bijzondere positie heeft. Het land lanceerde eind 2012 een ambitie om de eerste offshore windparken te realiseren. Het Taiwanese Energie Bureau is opgezet om in 2020 600 MW aan windvermogen in zee te plaatsen, met als uiteindelijk doel 3.000 MW in 2030. Om het proces op te starten hebben drie Taiwanese ontwikkelende partijen de opdracht gekregen om een pilot-project te realiseren; ieder bedrijf moet voor 2015 twee turbines geïnstalleerd hebben. Vervolgens moeten deze bedrijven voor 2020 ieder  100 – 300 MW aan windvermogen op zee geplaatst hebben.

Seminar over offshore wind energie

Een van de hoogtepunten van de missie was het seminar over offshore wind energie en grootschalige integratie met meer dan 140 Taiwanese deelnemers. De Nederlandse partijen konden hun expertise op het terrein van milieu effect studies, marine en offshore technologie voor het voetlicht brengen. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft, gezien de stevig ontwikkelde offshore industrie vanuit olie- en gaswinning, uitstekende papieren om Taiwan te helpen om deze ambitieuze doelen te halen.

1.

Foto: De Nederlandse delegatie – Taipeh

Pondera Consult heeft in dat kader constructieve gesprekken gevoerd met de drie offshore wind ontwikkelaars: Formosa Power Cooperation, Taiwan Generations Corp (Fu-Hai) and Taiwan Power. Kortom: een geslaagde reis.

2.

Foto: Taipei 101-‘s werelds op 2 na wolkenkrabber

International Energy Agency beoordeling Nederlands energiebeleid

Eind april heeft het International Energy Agency (IEA) een uitgebreide beoordeling gepresenteerd ten aanzien van het Nederlandse energiebeleid. De IEA is een onafhankelijke organisatie met 28 landen als leden. De IEA is gericht op het ondersteunen van haar leden bij een betrouwbare, betaalbare en schone energievoorziening. Periodiek analyseert de IEA het energiebeleid van individuele leden en geeft advies om de energievoorziening te verbeteren.

Nederland  leunt teveel op fossiele energiebronnen

Uit de evaluatie van de IEA van het Nederlandse energiebeleid komt naar voren dat de energiemarkt van Nederland een grote mate van openheid kent die wordt geprezen. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het Nederland in sterke mate leunt op fossiele energiebronnen. Nederland is één van de meest fossiele energie intensieve economien die lid zijn van de IEA. Ondanks ambitieuze doelstellingen op het gebied van duurzame energie is het aandeel duurzame energie beperkt groeit van 2,3% in 2005 tot 4,5% in 2013 en ligt Nederland achter op het behalen van de gestelde doelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 en 16% voor 2023. De IEA ziet echter kansen voor Nederland om beschikbare duurzame bronnen van energie te ontwikkelen. De afnemende productie van aardgas die ertoe leidt dat Nederland rond 2025 netto-importeur van gas wordt is een aanvullende reden om werk te maken van een stabiele energievoorziening. De IEA ziet een goede basis in het recent gesloten Energieakkoord en de beschikbare SDE+ stimuleringsregeling.

Aanbevelingen IEA

De IEA beveelt aan dat Nederland pro-actief acteert om de gestelde doelstellingen, ‘challenges’, te realiseren. De kern van de aanbevelingen van de IEA hiertoe zijn:

  • Tijdige implementatie van de acties die prioriteit verdienen voor het realiseren van de doelstellingen voor 2020 door monitoring, reguliere reviews en voorbereiding van een beleidskader voor de lange termijn;
  • Consolidatie van de huidige energievoorzieningszekerheid  door onder meer in te zetten op duurzame energieopwekking en energie-efficiency om te reageren op de transitie van netto gasexporteur naar netto gasimporteur binnen de komende 10 jaar;
  • Ondersteuning van een efficiënter, concurrerende en innovatie energiemarkt.

Lees hier de samenvatting van het rapport

EenVandaag opiniepanel onderzoek 2014: 70% van de Nederlandse bevolking is voor windenergie

Mensen zijn over het algemeen voor de bouw van nieuwe windmolens, mits deze niet in hun eigen wijk worden geplaatst. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 20.000 leden van het Opiniepanel.

Klik hier voor het onderzoek

Zeven op de tien ondervraagden zijn voor de bouw van nieuwe windmolens. Ze vinden het geen probleem als er windmolens in hun provincie komen te staan (70%). Maar als die windmolens in hun eigen wijk worden geplaatst, heeft wel degelijk een meerderheid (55%) bezwaar. Mensen zijn bang voor slagschaduw en geluidsoverlast en zien windmolens ook vaak als landschapsvervuiling. Driekwart (74%) vindt dat windmolens alleen mogen worden gebouwd als mensen daar geen last van hebben.

Over dit onderzoek

Aan het onderzoek deden 19.604 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 16 t/m 18 april 2014.

Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012.

Windmolen bouwen? Kijk even naar het opleidingsniveau van omwonenden

Vrouwen en ouderen vertonen het vaakst Nimby-gedrag. Dat concludeert het populairwetenschappelijke tijdschrift Kijk op basis van een onderzoek onder Nederlanders over vijf ‘Nimby-gevoelige’ onderwerpen, waaronder windenergie. Nimby staat voor not in my backyard en houdt kort gezegd in dat iemand wel vindt dat een bepaalde ontwikkeling moet plaatsvinden, maar de bijbehorende lasten zelf niet wil voelen. In het geval van windenergie blijkt het opleidingsniveau van belang of iemand Nimby is of niet.

Het onderzoek in opdracht van Kijk werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Team Vier onder achthonderd volwassenen, wat volgens het bureau een representatieve groep is. Volgens de onderzoekers is een methode gebruikt met een controlegroep, die het effect van eventuele sociaal-wenselijke antwoorden neutraliseert.

De vijf onderwerpen waarover Nederlanders werden ondervraagd, waren windenergie, zendmasten voor mobiel bereik, huisvesting van pedoseksuelen, autowegen en asielzoekers. Volgens de definitie van Kijk is er sprake van Nimby-gedrag op het moment dat iemand zegt wel voorstander van iets in het algemeen te zijn, maar het niet in de buurt wil hebben. Dus wél overal mobiel bereik, maar géén zendmast in de eigen wijk.

Niet bij elk onderwerp vertonen Nederlanders op dezelfde wijze Nimby-gedrag, zo blijkt uit het onderzoek. Zo is het verschil tussen mannen en vrouwen vooral zichtbaar bij de kwestie van zendmasten en bij de ideeën over pedoseksuelen. Van de vrouwen die het belangrijk vinden dat ze overal kunnen bellen en internetten, zegt 52% dat ze desondanks geen zendmast vlakbij hun huis wil hebben. Bij mannen was dit percentage 21%. En van de vrouwen die vinden dat pedoseksuelen ook het recht hebben om ergens te wonen, vindt 98% het niet goed als een pedoseksueel naast ze komt wonen. Bij mannen is dit 17%.

Ouderen vertonen dan weer vaak Nimby-gedrag bij de aanleg van wegen: een goed wegennet vinden ze belangrijk, maar ze willen geen doorgaande wegen in hun directe woonomgeving, terwijl jongeren op dit punt nauwelijks Nimby-gedrag vertonen. Bij asielzoekers was er überhaupt nauwelijks sprake van Nimby: bijna iedereen die vond dat Nederland asielzoekers moet toelaten, vond het ook prima om een asielzoekerscentrum in de buurt te hebben.

En hoe zit dat bij windmolens? Nimby-gedrag komt hier zeker voor: 72% van de ondervraagden is voorstander van windenergie, maar van die groep voorstanders heeft 28% bezwaar tegen windmolens in zijn woonomgeving. Een verschil dat de onderzoekers hier ontdekten, heeft te maken met opleidingsniveau: onder laagopgeleiden was 49% van de windmolenvoorstanders een Nimby, onder hoogopgeleiden is dit 36%, en onder middelbaar opgeleiden maar 15%. Een verklaring voor deze verschillen -en dan vooral voor het feit dat het percentage juist het laagste ligt bij de middengroep- hebben de onderzoekers niet. Aan de spreiding van opleidingsniveau en windmolens over het land ligt het in ieder geval niet, zeggen ze.

Copyright©, Energeia, 2014