Winddagen 2016 goed van start

De organisatie van de Winddagen is al enkele maanden druk met de 2016 editie. Goed om te melden is dat er al 21 bedrijven een stand hebben gereserveerd op De Winddagen van 2016.

World Trade Center Rotterdam - exteriorNieuw op de Winddagen 2016

  • Locatie: World Trade Center Rotterdam; zeer goed bereikbaar, ook voor bezoekers uit het buitenland;
  • 2 Dagen congres en beurs met in totaal 12oo nationale en internationale bezoekers;
  • Nationale en internationale matchmaking;
  • Mogelijkheden voor de organisatie van side events zoals klantendagen en speciale workshops;
  • Openingsreceptie op het stadhuis in Rotterdam met als gastheer burgemeester Aboutaleb;
  • Conference diner op 15 juni in de monumentale Staal-zaal van het World Trade Center.

Voor een compleet overzicht met exposanten kijk op: http://winddagen.nl/deelnemers/. Er zijn gevarieerde sponsormogelijkheden voor diverse bedrijven en organisaties. VolkerWessels, Lagerwey, Nuon, Raedthuys, IHC en Enercon hebben zich reeds gemeld als sponsor. Maar er is ruimte voor meer (hoofd)sponsoren. Meer weten over de verschillende sponsorpakketten? Zie de website of neem contact met Ester Bierens, beursmanager op info@winddagen.nl of 06-33 65 98 71 op voor maatwerk.

COP 21: De eindstand [blog]

Auteurs: Wouter Pustjens & Mariëlle de Sain

‘Historisch’, ‘optimistisch’, ‘vergaand’. Grote stappen voorwaarts moeten worden genomen en roeren zullen drastisch omgaan.
Het klimaatakkoord laat het mediastof in superlatieven opwaaien. Na twee weken onderhandelingen gingen 195 landen onder luid applaus akkoord met een succesvolle afsluiting van de VN-klimaattop COP21. Veranderingen voor Nederland en de windsector lijken evident en aanstaande, maar we lichten een tip van de sluier over de betekenis van dit akkoord voor Nederland en de windsector.

Het klimaatakkoord vervangt in 2020 het Kyoto Protocol, waaraan 37 landen deelnamen. De hoofdpunten uit het nieuwe akkoord zijn:

  • 195 landen gaan actie ondernemen tegen klimaatverandering. Deze landen streven ernaar zo snel mogelijk een einde te maken aan de stijging van broeikasgassen. Voor armere, ontwikkelende landen zal dit langer duren dan voor de rijkere.
  • De aarde mag hoogstens 2 graden Celsius opwarmen, waarbij de landen serieuze inspanningen plegen om de gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graden.
  • Vanaf 2020 stellen rijke landen $100 miljard (€91 miljard) ter beschikking om landen bij te staan die de uitvoering van het klimaatakkoord niet kunnen financieren.
  • Voorafgaand aan de top dienden 186 landen hun klimaatplannen in. Deze worden nu geëvalueerd. Een mondiaal revisiesysteem vraagt de landen elke vijf jaar hun klimaatplannen bij te werken, waarbij de ambities niet naar beneden mogen worden bijgesteld.
  • Het verdrag is officieel zodra 55 landen het hebben geratificeerd, die verantwoordelijk zijn voor 55 procent van de wereldwijde emissies.

Veranderingen voor Nederland

Tot het ingaan van het Parijse klimaatakkoord proberen alle EU-lidstaten hun eigen 20/20/20-doelstellingen te bereiken. Met deze afspraken streven EU-landen ernaar het energieverbruik 20 procent te verminderen, 20 procent te verduurzamen en 20 procent efficiënter te maken.
Jonathan Verschuuren, hoogleraar internationaal en Europees milieurecht, zegt in Nieuwsuur weinig verandering te verwachten voor de Nederlandse energieambities. Nederland laat zich nu leiden door de Europese doelstellingen die dwingender zijn dan het Parijse klimaatakkoord. De EU kan immers sancties opleggen als deze afspraken niet worden nagekomen. Nederland zit in de gevarenzone wat betreft de duurzame energiedoelstelling die volgens de huidige gang van zaken niet haalbaar lijkt.

South Bend Voice via Flickr“Voor energiebeleid wordt 2016 een heel spannend jaar,” zegt Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord. Nijpels is in gesprek met meerdere partijen om het draagvlak voor wind op land te vergroten. Verder overlegt hij met minister Kamp, minister Dijsselbloem, minister Blok en staatssecretaris Dijksma hoe pakketten met extra maatregelen ingevoerd kunnen worden. Hiermee wil Nijpels de gaten vullen om de doelen voor duurzame energie en energiebesparing te realiseren. Hierna gaat een brief naar de Tweede Kamer.
Het Nederlandse bedrijfsleven loopt enigszins vooruit op de Rijksoverheid. Topmannen van grote Nederlandse bedrijven als Unilever, DSM en Desso hebben in Parijs de politiek opgeroepen barrières weg te nemen voor de implementatie van duurzaamheidsmaatregelen.

Voor de wind

Duurzame energie in het algemeen, en windenergie in het specifiek, kunnen in steeds meer gevallen concurreren met fossiele brandstoffen. Bloomberg New Energy Finance meldde dat de kosten voor wind op land in het laatste half jaar van $85 naar $83 per MWh daalde, terwijl de kosten voor energie uit steenkool in Europa van $82 naar $105 per MWh steeg. Deze trend kan door het klimaatakkoord worden versterkt. De International Energy Agency (IEA) berekende dat de in Parijs gestelde doelen $16,5 biljoen aan investeringen in duurzame energie en energie efficiency vragen. De kans is groot dat de uitfasering van fossiele energie, met name steenkool, voor een aanzienlijk deel wordt opgevangen door de windsector.

De EWEA ziet nieuwe investeringsmogelijkheden voor wind binnen en buiten Europa. De organisatie wil de EU-ambitie verstevigen als marktleider op het gebied van hernieuwbare energie. De EWEA voorziet marktgroei buiten de EU, maar ook sterkere internationale competitie.

De EWEA wil aansluiten bij de klimaatplannen die landen inleverden voor de COP21. De klimaatplannen van 70 landen zien windenergie als middel om klimaatverandering concreet aan te pakken. Enkele plannen bevatten specifieke, kwantificeerbare ambities voor windenergie, veelal uitgedrukt in MW/GW of percentages. Dit zijn de plannen van:

  • Bangladesh (400 MW)
  • China (200 GW in 2020)
  • India (60 GW in 2022)
  • Mongolië (354 MW)
  • Marokko (14% energie uit wind in 2020)
  • Tunesië (1,7 GW in 2030)
  • Turkije (16 GW in 2030)

Opvallend genoeg is in de EU-klimaatplannen geen specifieke aandacht besteed aan hernieuwbare energietechnologieën.

Wat volgens EWEA nog in het klimaatakkoord ontbreekt, is het aanpassen van wetgeving over intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot technologieën die een rol spelen bij de strijd tegen klimaatverandering. Intellectuele eigendomsrechten kunnen een obstakel vormen voor technologietransfer en daarmee de energietransitie. Het klimaatakkoord suggereert wel dat er wordt nagedacht over een nieuw raamwerk dat technologiebarrières zou moeten wegnemen.

Gevolgen voor windprojecten

Dit akkoord geeft natuurlijk een sterk signaal af voor radicale verandering van ons economisch systeem en energie-infrastructuur. Bovendien is het een mogelijke katalysator voor alle initiatieven die nu in ontwikkeling zijn. Het is een breed gedragen akkoord is, dat een extra laag vormt bovenop de EU-doelstellingen, het Energieakkoord, provinciale en gemeentelijke doelstellingen.

Echter, bij specifieke projecten zullen de doelstellingen leidend zijn die de meest gedefinieerde reikwijdte hebben. In onze dagelijkse praktijk zien we dat dit de doelstellingen van de provincies en gemeenten zijn, en niet een Europese richtlijn, laat staan een mondiaal klimaatakkoord. Bovendien is er regelmatig sprake van botsende belangen uit die gelaagdheid van doelen, waardoor overheden onderling projecten kunnen vertragen. Initiatiefnemers die nu starten met de ontwikkeling van een windpark, kunnen rekenen op lange procedures die meerdere jaren kunnen duren. Om al deze doelen een echte impuls te geven, doet de overheid er goed aan deze barrières weg te halen om de planfase in te korten. De neuzen staan grofweg dezelfde kant uit, maar bevinden niet op één lijn. Hoe nu verder?

De meest effectieve oplossing is om de resultaten van Parijs door te vertalen naar nieuwe concrete doelstellingen voor 2030 en mogelijk 2050 voor wind en mogelijk andere hernieuwbare energiebronnen. Zonder deze vertaling en zolang het systeem van emissiehandel nog niet adequaat functioneert, lopen we te veel risico dat het bij mooie woorden blijft.

Illustratie:
South Bend Voice via Flickr

Heineken brouwt 2016 op groene stroom

Heineken-nu-compleet-vergroend_img9002In 2016 gaat de brouwerij van Heineken 40% van de stroom opwekken met windenergie en zonnepanelen. Energiebedrijf Delta gaat 4 windturbines bouwen die in 2016 worden opgeleverd en in totaal 12 MW opleveren. De volledige productie van stroom neemt Heineken af. Hiermee wordt 40% van de energiebehoefte van Heineken in Zoeterwijde benut. In 2020 wil het bierconcern in de fabriek geheel
klimaatneutraal opereren.

Pondera Consult verzorgde voor dit project het Mileueffectrapport.

 

Bron: Windenergie-nieuws.nl

COP 21: De tussenstand [blog]

Auteurs: Wouter Pustjens en Mariëlle de Sain

De klimaattop Parijs, de COP 21, is ruim een week bezig en er is een conceptakkoord opgeleverd. We zijn er echter nog lang niet. De onderhandelingen die nu plaatsvinden, gaan over de kern: de verdeling van de mondiale lusten en lasten over de aanpak van het klimaatprobleem. De uitkomst is van grote invloed op de ambitie van het klimaatverdrag; wordt het een papieren tijger of een die echt kan doorbijten?

Conceptakkoord

Illustratie 2 bij artikel COP 21Alle aanwezige landen erkennen het belang van het terugdringen van klimaatverandering. Eveneens zijn ze bereid om tot overeenstemming te komen en om elke vijf jaar de doelen bij te stellen. In het 48 pagina’s tellende conceptakkoord zijn algemene doelen gesteld, waarbij alle betrokkenen urgente actie ondernemen en samenwerking intensiveren over:

  • Het beperken van mondiale temperatuurstijging tot minder dan 1,5 °C of ruim beneden 2 °C;
  • Het vergroten van het vermogen om ons aan te passen aan nadelige gevolgen van klimaatverandering;
  • Het inzetten van een transitie naar een klimaatbestendige en koolstofarme economie en maatschappij, die geen bedreiging vormt voor de voedselproductie en –distributie.

Met het conceptakkoord is de kous nog lang niet af; in de hele tekst stonden 900 sets blokhaken die de discussiepunten van het verdrag aangeven. Deze punten staan een succesvolle uitkomst in de weg. Eén van de hoofdzaken – krijgt dit akkoord wel of geen juridisch bindende grondslag? – wordt nog betwist tussen China, de VS en de EU, de top drie CO2 uitstoters ter wereld. China en de EU willen bindende afspraken, maar de VS verwacht niet dat de hoofdzakelijk Republikeinse Senaat hiermee instemt.
Op het moment werken ministers van de 195 aanwezige landen aan een laatste concepttekst. Het formaliseren van de tekst gebeurt 11 december, de laatste dag van klimaattop.

EWEA

De klimaattop gaat over wereldwijde abstracte issues en oplossingen; men gaat niet in op specifieke oplossingen als windenergie. Wel sprak Giles Dickson, CEO van EWEA, vorige week op de klimaattop. Hij benadrukte daar dat windenergie het goedkoopste alternatief biedt voor fossiele brandstoffen, en in sommige gevallen op gelijke voet ermee kan concurreren. Dickson benoemde de rol die de Europese windsector kan spelen in opkomende markten zoals India, China, Brazilië en Turkije. “Deze landen zijn van groot belang voor windmolenbouwers.” Voorafgaand aan de klimaattop maakten deze landen hun beloften, ’Climate Pledges’”) bekend met betrekking tot hernieuwbare energie en windenergie. “Deze beloften van markten uit Azië, Afrika en Latijns Amerika moeten we beschouwen als een investeerdersbrochure voor de Europese windsector. […] Dit is een belangrijke kans voor Europa om een koppositie te verwerven als fabrikant en leverancier van wereldwijde windtechnologie.”
Met de campagne SolutionWind oefent EWEA samen met de Global Wind Energy Council (GWEC), druk uit op de COP 21.

Klimaatcoalitie

In de aanloop naar de klimaattop besloten 110 Nederlandse ngo’s, bedrijven en overheden – verenigd in de Nederlandse Klimaatcoalitie – hun gezamenlijke CO2-uitstoot in 2020 gehalveerd te hebben.
Enkele van deze ondertekenaars zijn grote bedrijven zoals FrieslandCampina, Philips, NS en Vodafone; meerdere middelgrote en kleine ondernemingen; gemeenten als Haarlem en onderwijsinstellingen als de Hogeschool Utrecht.

De klimaattop komt op 11 december tot een einde. Wij zijn benieuwd naar de bijtkracht van de tijger en daarom bespreken we volgende week de uitkomsten van het klimaatakkoord.

Illustratie:
Paris 2015 – COP 21 via Flickr

Commissie m.e.r.: Milieueffecten windpark De Drentse Monden en Oostermoer goed beschreven 

Pondera Consult is al een aantal jaren betrokken bij dit project en bezig met het opstellen van het milieueffectrapport en de vergunningen voor dit windpark.

In een persbericht geeft de Commissie aan “dat het rapport helder uitlegt waarom er is gekozen voor deze locatie in het veenkoloniale gebied. Uit het rapport blijkt dat bestuurlijke afwegingen de gekozen omvang van het park hebben bepaald. In de loop van de tijd is de omvang van het park namelijk teruggebracht van ongeveer 600 MW naar 150 MW. Het rapport laat verschillende mogelijkheden zien om het windpark in het gebied neer te zetten, bijvoorbeeld in lijnen, rasters en zwermen van turbines. Van alle onderzochte alternatieven zijn de milieueffecten goed beschreven en vergeleken. De Commissie vindt dan ook dat het rapport alle milieu-informatie bevat die nodig is voor het opstellen van de ontwerpbesluiten.”

3

Omgevingswet: ver van mijn bed?

Een ontwikkeling die al een aantal jaren rondzingt in ruimtelijke ordenings- en bouwland is de komst van de nieuwe Omgevingswet. Ook voor de ontwikkeling van windenergieprojecten is deze relevant. Maar omdat het allemaal zo lang duurt tot dat de wet in werking zal treden, blijft het een beetje een ‘ver van mijn bed’ show. Op 1 juli 2015 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Omgevingswet, de inhoud van de wet ligt dus vast. Het is de bedoeling dat de Eerste Kamer begin 2016 over het wetsvoorstel stemt. Na besluitvorming in de Eerste Kader treedt de wet nog niet meteen in werking; eerst moet er nog een invoeringswet en een invoeringsbesluit komen. De wet treedt volgens planning in 2018 in werking. Dat duurt nog even, maar met langlopende projecten krijgen we er mee te maken. Tijd om de Omgevingswet eens globaal onder de loep te nemen in relatie tot onderwerpen die interessant of relevant zijn voor de ontwikkeling van windenergieprojecten.

Doel van de Omgevingswet

Het doel van de Omgevingswet is om het omgevingsrecht eenvoudiger te maken. De rijksoverheid geeft aan dat zij met de Omgevingswet regels voor ruimtelijke projecten bundelt: “Zo wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten, bijvoorbeeld voor de bouw van windmolenparken”.

De wet bundelt dus een groot aantal (meer dan 20) bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Zo worden onder meer de nu nog afzonderlijke wetten Crisis- en herstelwet (Chw), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), en Wet ruimtelijke ordening (Wro) volledig geïntegreerd in de Omgevingswet. De Omgevingswet vervangt daarnaast substantiële delen van de Monumentenwet 1988, Waterwet, Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Wet milieubeheer en Woningwet. Van onder meer de Elektriciteitswet 1998 en Wet natuurbescherming (nu nog: Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet) gaan één of enkele bepalingen over naar de Omgevingswet.

Ik ben vooral benieuwd hoe de ontwikkeling van een windturbinepark straks onder de Omgevingswet gaat. Gaat er veel veranderen? Of valt dat mee? We duiken er samen in door te kijken naar een aantal relevante onderwerpen uit de Omgevingswet.

De omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning in de Omgevingswet integreert en ‘harmoniseert’ de vergunningverlening voor bestaande vergunningplichtige activiteiten uit bouw, milieu, cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening, met onder meer de watervergunning uit de Waterwet. Ook wordt een deel van de vergunningplichtige activiteiten over beschermde gebieden en soorten geïntegreerd (nu nog Natuurbeschermingswet en Flora- en faunawet, de integrerende Wet natuurbescherming is bij de Eerste Kamer aanhangig). Als onderdeel van het omgevingsplan (opvolger van het bestemmingsplan) zal ook een aantal vergunningenstelsels uit lokale verordeningen opgaan in de omgevingsvergunning. Het wetsvoorstel introduceert geen andere of nieuwe vergunningplichtige activiteiten ten opzichte van de huidige wetgeving. Wel wordt soms gewerkt met nieuwe begrippen en aanduidingen. Zo wordt bijvoorbeeld het voor windturbineparken relevante begrip ‘inrichting’ vervangen door ‘activiteit’.

Artikel 5.1 van de Omgevingswet legt de basis voor de omgevingsvergunningplichtige activiteiten. Dat artikel bepaalt onder meer dat het verboden is zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten en milieubelastende activiteiten, maar ook afwijkingsactiviteiten, te verrichten. Deze ‘afwijkingsactiviteit’ is ook weer een nieuwe term die doelt op een afwijking van het geldende bestemmingsplan (omgevingsplan), maar óók op de uit een bestemmingsplan (omgevingsplan) voortvloeiende vergunningplicht voor het verrichten van bijvoorbeeld aanlegactiviteiten. Vergunningplichtige milieubelastende activiteiten zullen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB’s) worden aangewezen. Ik ben benieuwd of individuele windturbines of windturbineparken hier ook onder zullen gaan vallen en welke specifieke regels dat met zich mee brengt. De inhoud van deze AMvB’s zijn nog niet gereed, later daarover meer.

Nog een belangrijke punt voor onze praktijk: In de Omgevingswet wordt de eis losgelaten dat voor onlosmakelijk samenhangende activiteiten gelijktijdig één omgevingsvergunning moet worden gevraagd. De aanvrager krijgt dus meer flexibiliteit om de vergunningverlening af te stemmen op de voortgang van zijn projectvoorbereiding en realisatie.

Projectbesluit

De Omgevingswet bevat ook het instrument ‘projectbesluit’, wat voor mij als ruimtelijke ordenaar meteen tot verwarring leidde. In mijn beleving is een projectbesluit nog altijd een besluit uit de oude Wet op de ruimtelijke ordening (de welbekende ‘artikel 19 procedure’), tegenwoordig overigens de afwijking van het bestemmingsplan onder de Wabo. Maar dit blijkt niet zo te zijn. Het projectbesluit is een instrument voor Rijk, Provincie en Waterschappen voor het toestaan van complexe projecten met een publiek belang in de fysieke leefomgeving. Met het projectbesluit kan het gemeentelijk omgevingsplan direct worden gewijzigd, zodat een project direct in dat plan wordt ingepast. Het projectbesluit is als instrument gericht op het realiseren van complexe projecten met een publiek belang, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een windturbinepark. Het projectbesluit kan ook de toestemming omvatten om activiteiten uit te voeren waarvoor een vergunning nodig is. Voor het projectbesluit gelden dan dezelfde beoordelingsregels als voor de vergunningaanvraag. De strekking van het projectbesluit zal ook nog nader uitgewerkt moeten worden in een AMvB, maar ga er maar vanuit op basis van de huidige praktijk dat we dit instrument gaan tegen komen bij projecten die nu onder de rijkscoördinatieregeling vallen of waarvoor een provinciaal inpassingsplan wordt vastgesteld.

Bestemmingsplan wordt omgevingsplan

Bij het in werking treden van de Omgevingswet gebeurt het omzetten van een bestemmingsplan naar een omgevingsplan van rechtswege. Het bestemmingsplan krijgt een nieuwe naam, maar wat is er verder nieuw met de komst van het omgevingsplan? De wetgever geeft aan dat de bedoeling van het nieuwe omgevingsplan is dat onderwerpen binnen de fysieke leefomgeving, die met elkaar samenhangen, ook samenhangend kunnen worden gereguleerd: alles in één plan en niet in verschillende plannen en regelingen. De inhoud en de mogelijkheden van het bestemmingsplan worden verruimd. Alle regels van gemeenten op het terrein van de fysieke leefomgeving worden gebundeld. Ik ben heel benieuwd of met de komst van het omgevingsplan bepaalde specifiek vraagstukken uit de windenergiepraktijk, bijvoorbeeld ten aanzien van het regelen van mitigerende maatregelen voor geluid, slagschaduw of natuur, beter geregeld kunnen worden. Heel specifiek ben ik benieuwd of dat in praktijk mogelijkheden gaat bieden om tot een passende en vooral sluitende regeling te komen voor ‘hoe planologisch om te gaan’ met (bedrijfs)woningen van initiatiefnemers van een windturbinepark. In het omgevingsplan kunnen meer regels worden opgenomen dan enkel over de bestemming van grond; ook afspraken over natuur en milieu en bijvoorbeeld erfgoed kunnen erin.

De Omgevingswet voorziet overigens niet in een actualiseringsplicht voor het omgevingsplan met een vaste termijn, zoals nu nog het geval is voor een bestemmingsplan. Dit is wat mij betreft interessant, omdat daarmee ook de huidige plantermijn van een bestemmingsplan komt te vervallen die eigenlijk nu nog in de weg staat aan tijdelijk bestemmen voor een termijn langer dan 10 jaar. Dit geeft dus ruimte voor het tijdelijk bestemmen van een windturbinepark voor de termijn van bijvoorbeeld de levensduur van het park. Een onderwerp dat in windenergieprojecten wel eens aan bod komt.

Wanneer blijvend wordt afgeweken van een omgevingsplan in een omgevingsvergunning, blijft er overigens wel een actualiseringsplicht bestaan. Het wordt primair aan de gemeente overgelaten om op een geschikt moment de verleende omgevingsvergunningen voor afwijkactiviteiten in te passen in het omgevingsplan. Om te voorkomen dat hierbij vrijblijvendheid ontstaat, is een termijn bepaald van maximaal vijf jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.

Waterwet: geen volledige integratie maar coördinatie

Bij de ontwikkeling van een windturbinepark hebben we nu ook vaak met de Waterwet te maken. Wordt deze relatief nieuwe wet ook weer geïntegreerd in de Omgevingswet? Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar van uit was gegaan. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat sectorale vergunningstelsels in een integrale omgevingsvergunning worden opgenomen. Voor de watervergunning wordt hierop echter een uitzondering gemaakt, waardoor de waterbeheerder zijn zelfstandige bevoegdheid behoudt voor de vergunningverlening en handhaving voor de handelingen in het watersysteem, zoals deze nu is geregeld onder de Waterwet en de waterschapsverordeningen. Om de integrale besluitvorming toch te waarborgen, zal gebruik worden gemaakt van een in de Algemene wet bestuursrecht op te nemen coördinatieregeling, die gelijktijdige behandeling en besluitvorming van de omgevingsvergunning van de waterbeheerder en de omgevingsvergunning voor de overige activiteiten waarborgt, wanneer deze door de initiatiefnemer gezamenlijk worden aangevraagd. In feite dus zoals dat nu voor de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet geregeld is.

Advies van de Commissie m.e.r.

Het advies van de Commissie m.e r. blijft verplicht voor de planMER, maar vervalt voor de projectMER. De belangrijkste reden voor het behouden van een adviesplicht bij de planMER is dat de keuzes die gemaakt worden op planniveau veelal grotere gevolgen hebben dan keuzes op projectniveau. Met het wetsvoorstel wordt het verplichte advies van de Commissie m.e.r. generiek omgezet in een facultatief advies. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de bevoegde instantie om af te wegen in welke gevallen het een toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. voor een projectMER nodig acht.

Rechtsbescherming

Uitgangspunt voor de rechtsbescherming onder de Omgevingswet is de mogelijkheid van beroep in twee instanties (dus beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State). Dit sluit aan bij het stelsel van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtsbescherming tegen een omgevingsvergunning verloopt nu ook op deze manier in de uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Bij een aantal instrumenten is gekozen om af te wijken van deze hoofdlijn en uit te gaan van beroep in één instantie (alleen de Raad van State). Het gaat dan concreet om het projectbesluit, het omgevingsplan en gedoogplichten. Bij deze instrumenten is het belang groot om snel duidelijkheid te krijgen over de uitkomst van een beroep, zodat hierop vervolgens ook omgevingsvergunningen kunnen worden verleend. In feite is dit in de huidige situatie ook al zo geregeld voor het bestemmingsplan en de ontwikkeling van bijvoorbeeld windturbineparken onder de Crisis- en herstelwet.

Inspraak en burgerparticipatie

Volgens de rijksoverheid zet de Omgevingswet in op het vroegtijdig betrekken van burgers en bedrijven bij de voorbereiding van plannen en besluiten, in feite zoals nu ook al geldt onder de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Met name voor complexe en ingrijpende projecten acht de rijksoverheid een brede verkenning en een vroegtijdige participatie van publiek en belanghebbenden van groot belang. De Omgevingswet stelt die participatie bij projectbesluiten voor grotere projecten verplicht. Om deze reden is de zogenaamde ‘Sneller en Beter’-aanpak opgenomen voor het projectbesluit. Al in de verkenningsfase van het projectbesluit wordt met participatie de strategische besluitvorming voorbereid over de noodzaak van een project. Gemeenten kunnen er voor kiezen de ‘Sneller en Beter’-aanpak toe te passen voor omgevingsplannen die projecten van publiek belang mogelijk maken. Ook bij vergunningen kan de ‘Sneller en Beter’-aanpak soms waardevol zijn. Wat de ‘Sneller en Beter aanpak ‘ inhoud en wat er nou veranderd ten opzichte van de huidige praktijk blijft voor mij onduidelijk. Feit is wel dat een goed voortraject problemen en bezwaren bij de vergunningverlening kan voorkomen, althans in bepaalde mate. De wetgever ook aan: “Uiteindelijk is een goed proces met de omgeving een kwestie van actief gedrag en een open houding en niet het resultaat van een wettelijke verplichting.”

Participatie

Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) bij de Omgevingswet

De uitwerking van de Omgevingswet komt in een aantal AMvB’s. Ik ben vooral heel benieuwd naar de (relevante) inhoud van die AMvB’s. Uiteindelijk worden daar een heleboel inhoudelijke zaken in vastgelegd die voor onze praktijk interessant zijn. Met wat zoekwerk ben ik in zoverre wijzer geworden dat er sinds 1 oktober jl. een preconsultatiefase voor de AMvB’s is gestart. In het kader van de preconsultatie worden onder andere IPO en VNG, maar ook bijvoorbeeld het RIVM en de gezamenlijke Milieu-, Natuur en cultuurorganisaties benaderd. Het gaat om vier AMvB’s: Omgevingsbesluit, Besluit Kwaliteit Leefomgeving, Besluit Activiteiten Leefomgeving en Besluit bouwwerken in de Leefomgeving. 1 april 2016 komt de consultatie- en toetsversie van de AMvB’s online beschikbaar in het kader van de openbare internetconsultatie. Misschien goed om dat als windenergiesector in de gaten te houden.

Tot slot

Als iemand mij vraagt: verandert er heel veel onder de Omgevingswet voor onze praktijk? Mijn indruk is eigenlijk van niet. Met de in werking treding van de Wet ruimtelijke ordening in juli 2008, vervolgens de inwerking treding van de Wabo op 1 oktober 2010 en het in werking treden van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 en het permanent worden van die wet in maart 2013 zijn volgens mij al grote stappen gemaakt richting Omgevingswet.

De belangrijkste verandering is voor mij als ruimtelijke ordenaar dat de reikwijdte van het omgevingsplan groter wordt dan dat van een bestemmingsplan en er dus /meer regels gesteld kunnen worden ten aanzien van de fysieke leefomgeving, die op basis van de huidige wetgeving niet gesteld mogen worden. Daarnaast zal het projectbesluit wennen zijn als nieuw instrument voor Rijk en Provincie, al verwacht ik dat dat in praktijk heel veel overeen zal komen met toepassen van de rijkscoördinatieregeling, waarbij het Rijk ook de vergunningverlening direct op zich neemt, of de provinciale coördinatie regeling waarbij de Provincie ook meteen de bevoegdheid neemt voor vaststelling van het inpassingsplan. Ik denk vooral dat er discussie wordt voorkomen over bevoegd gezag doordat er één bevoegd gezag geldt voor een projectbesluit.

Op dit moment is het nog lastig alle consequenties voor de ontwikkeling van windprojecten te voorzien. Want met wetgeving geldt heel sterk “the proof of the pudding is in the eating.”

Pondera Consult bezoekt Lagerwey

Op woensdag 28 oktober jl. hebben de medewerkers van Pondera Consult turbinefabrikant Lagerwey uit Barneveld bezocht voor een werkbezoek.

groepsfotoDe ochtend werd gevuld met presentaties van Lagerwey en Pondera Consult. Steven Le Poole en Teun Lamers van Lagerwey presenteerden de recente ontwikkelingen van deze sterk groeiende Nederlandse fabrikant van windturbines. Hans Rijntalder stelde Pondera Consult voor aan windpionier en naamgever Henk Lagerweij en directeur Huib Morelisse van Lagerwey. Kennis delen was het sleutelwoord van deze ochtendsessie. In de middag bezochten de Pondera-medewerkers de productiehallen in Wekerom en sloten zij in stijl de dag af met een spannend en “hoog” bezoek aan een van de Lagerwey turbines in Lelystad.

Kortom, een informatieve dag en voor Pondera leuk om te zien hoe een Nederlands fabrikant in deze groeiende sector aan de weg timmert.

 

Pondera ondersteunt Efteling bij uitbreiding vakantiepark

Attractiepark De Efteling B.V. breidt uit met een groot vakantiepark dat de naam ‘het Loonsche Land’ krijgt. Het nieuwe park zal bestaan uit verschillende vakantiewoningen en een voorzieningengebouw met in totaal 1000 bedden. Gezamenlijk met het bestaande ‘Bosrijk’ en het ‘Efteling Hotel’ komt het totaal aantal bedden op 3000. De Efteling wil doorgroeien naar jaarlijks 5 miljoen bezoekers in 2020.

Pondera consult heeft De Efteling B.V. ondersteunt bij het opstellen en indienen van vergunningaanvragen voor het nieuwe vakantiepark. De verwachting is dat in het voorjaar van 2017 de eerste gasten in de vakantiewoningen kunnen verblijven.

kaart

Pondera Consult denkt mee over ontwikkelingen windenergie

Op 8 oktober heeft Pondera Consult, tijdens een startbijeenkomst ‘Kraanopstelplaatsen bij de bouw van windturbines’ van het CUR meegedacht over ontwerpen voor de aanlegfase van windenergie. Martijn Edink van Pondera Consult heeft een presentatie gehouden over de ontwikkelingen van windenergie richting het jaar 2025.

20150130_102044-sTijdens de bijeenkomst is met mensen uit verschillende hoeken van de windenergiesector nagedacht over hoe het ontwerpen van onderdelen van de aanlegfase (o.a. kraanopstelplaatsen) gemakkelijker zou kunnen worden. Vanuit verschillende invalshoeken is gekeken naar welke elementen een rol spelen en van belang zijn bij het ontwerpen en hoe een richtlijn bij zou kunnen dragen aan het versimpelen ervan. Pondera Consult is gevraagd een bijdrage te leveren door een presentatie te geven over de ontwikkelingen van windenergie op land de komende 10 jaar. Hieruit werd onder andere ingegaan op de verwachting dat turbines nog wat groter zullen worden en locaties steeds uitdagender en wat dit betekend voor de bouw.

De komende maanden wordt in een kleiner comité verder nagedacht over het onderwerp.

 

Save the date: Winddagen 14 en 15 juni 2016

Volgend jaar vinden de jaarlijkse winddagen plaats op 15 en 16 juni 2016, met als thema:

Wind: hoofdrol in energietransitie

 

Toonaangevende sprekers zorgen voor een gevarieerd programma rond dit thema. Er zijn workshops en lezingen over innovaties en (wetenschappelijke) onderzoeksresultaten, uitdagingen bij (ruimtelijke) ontwikkeling, bouw en exploitatie, ervaringen bij financiering en exploitatie en kansen voor en groei van werkgelegenheid en onderwijs. Zowel wind op land als offshore windenergie komen ruimschoots aan bod.

Bundeling Winddag en Windkracht 16

De Winddagen 2016 zijn een combinatie van de Winddag en Windkracht 16.
Door de bundeling van deze 2 initiatieven ontstaat er voor u een zeer divers en interessant congres, gecombineerd met een aantrekkelijke beurs.

Locatie

De Winddagen 2016 vinden plaats in in het World Trade Center te Rotterdam.

Stand op de Winddagen 2016

Vanaf heden is het mogelijk om een stand te boeken via http://nweawinddagen.nl/exposant/
Wees er snel bij, er is nu nog veel keuze!