GE Haliade-X 12 MW levert eerste stroom

De GE Haliade-X 12 MW heeft zijn allereerste kilowatturen geleverd. Het prototype van ’s werelds krachtigste offshore windturbine is hiermee zijn testfase ingegaan op de Maasvlakte in Rotterdam. De tijdens deze fase verzamelde data worden gebruikt om in 2020 het benodigde certificaat te verkrijgen. Vervolgens kan worden gestart met de serieproductie van deze grootste en meest efficiënte windturbine.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte:  260 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: circa 67 GWh
Bestreken oppervlak: 38,000 m2

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 67 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 16.000 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 42 megaton CO2. De Haliade-X zal najaar 2019 duurzame energie wekken op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Windstudie Hollandse Kust (noord) beschikbaar

Een update van de WRA Holland Kust (noord) is nu publiek beschikbaar voor geïnteresseerden. Het rapport is een update van de versie die in maart dit jaar beschikbaar kwam. De studie heeft tot doel om de onzekerheden voor het project te verminderen. Daardoor kunnen ook de kosten voor het project lager uitvallen.

Hollandse Kust (noord) is een windenergiegebied op zee waar windturbines komen te staan met een gezamenlijk vermogen van 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust voor Petten en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Hollandse Kust (noord) is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Tijdens de WRA zijn de laatste moderne meettechnieken en modellen ingezet om een zo nauwkeurig mogelijk resultaat te bereiken. Door data te gebruiken van meetmasten en drijvende boeien met windmeetinstrumenten en die te combineren met de al bestaande modeldata van o.a. het KNMI, is het windklimaat voor het gehele gebied vastgesteld en geverifieerd. De studie is geüpdate op basis van een 2e jaar windmetingen on-site. De verandering in gevonden lange termijn windsnelheid is minimaal, de onzekerheid valt iets lager uit.

De WRA voor Hollandse Kust (noord) is opgesteld door een consortium dat bestaat uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares. Het rapport is gemaakt in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Het geüpdate rapport is gecertificeerd door DNV GL. Op 16 mei 2019 is een webinar georganiseerd door RVO.nl waarin de belangrijkste resultaten van de studie worden besproken. De resultaten hiervan kunnen hier worden bekeken.

Over het consortium

Het consortium bestaande uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares heeft in opdracht van RVO.nl berekeningen uitgevoerd voor het windaanbod voor windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (HKN). Het kwartet kreeg deze opdracht mede dankzij de eerdere ervaring met Nederlandse en Europese offshore-windprojecten.

Over Hollandse Kust (noord)

Afbeelding: Hollandse Kust (noord) zone met het berekende windklimaat

Hollandse Kust (noord) is een aangewezen windenergiegebied op zee van ongeveer 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Dit windenergiegebied is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in Nederland.

De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt en in 2030 is dat minimaal 27%. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Windenergie op zee is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Erik Holtslag (Pondera Consult) e.holtslag@ponderaconsult.com

 

Plan vastgesteld voor Windpark Oeverwind

De gemeenteraad van Vlaardingen heeft op 18 oktober jl. het bestemmingsplan vastgesteld voor Windpark Oeverwind, vervolgens is op 19 oktober de omgevingsvergunning voor de bouw verleend. Het bestemmingsplan was geagendeerd als hamerstuk na inhoudelijke behandeling in de raadskamer twee weken eerder. Windpark Oeverwind bestaat uit twee windturbines en wordt gesitueerd in het recreatiegebied Oeverbos langs ’t Scheur/Nieuwe Waterweg tussen de Blankenburgverbinding in aanleg en bestaande windturbines op de RWZI van Vlaardingen. Het project wordt gerealiseerd door het Vlaardings Energie Collectief met ondersteuning van de landelijke Coöperatie De Windvogel.

Pondera Consult heeft voor De Windvogel/VEC onder meer het bestemmingsplan opgesteld, de benodigde vergunningaanvragen voorbereid en opgesteld, divers inhoudelijk onderzoek uitgevoerd op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid en andere externe onderzoeken begeleid, als ook de initiatiefnemers en de gemeente inhoudelijk geadviseerd tijdens het tot dusver doorlopen traject.

 

Omgang met stikstof bij duurzame energie (Blog)

De uitspraak van de Raad van State over het PAS (Programma Aanpak Stikstof) op 29 mei van dit jaar heeft een onvoorstelbaar grote doorwerking gehad. In vergunningverlening en daarmee in de voortgang van ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook in de manier waarop de maatschappij aankijkt tegen natuurbeleid en -regelgeving. De titel van het eerste rapport van de Commissie Remkes “Niet alles kan” spreekt voor zich.

Ook al is het niet voor de hand liggend bij duurzame energieprojecten, ook wij hebben in ons werk als adviseurs te maken met stikstof. We maken Aerius-berekeningen voor milieueffectrapportages en vergunningaanvragen, zorgen dat deposities ecologisch worden beoordeeld en adviseren onze klanten over het issue waar zij zich mee geconfronteerd zien (Natura 2000/PAS). Tegenwoordig gaat het dan natuurlijk over de consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor het project van de klant.

Voor de uitspraak was een stikstofbeoordeling vaak een formaliteit. Bij duurzame energieprojecten is er alleen sprake van emissies tijdens de aanleg. Die zijn tijdelijk en voor zon- en windprojecten op land heel klein. Als het duurzame energieproject operationeel is, levert het een bijdrage aan het reduceren van de stikstofbelasting, omdat de duurzame energie in de plaats komt van fossiel opgewekte energie. Bij fossiele energiebronnen komen wel (grote) hoeveelheden stikstof vrij. De verplichte Aerius-berekening waarmee de stikstofdepositie wordt bepaald, liet dan ook zien dat stikstofdepositie geen probleem vormde. Het resultaat was vaak minder dan 0,05 mol/ha/jaar, hetgeen leidde tot een vrijstelling van vergunning. Deze drempel is echter weg.

De laatste maanden zijn wij bij Pondera Consult, net als de rest van Nederland, de diepte ingegaan. Het lijkt niet logisch dat duurzame energieprojecten, die onderaan de streep juist stikstofuitstoot voorkomen, belemmerd worden door onze stikstofregels. In dit blog sta ik dan ook stil bij de stand van zaken en de vraag hoe wij hier mee om gaan en tegen het issue aan kijken.

Belemmering of niet?

Het is geen nieuws dat een groot aantal Natura 2000-gebieden overbelast is door stikstofdepositie (namelijk 118 gebieden zijn overbelast van een totaal van ruim 160 Natura 2000-gebieden). Overbelast betekent dat de actuele depositiewaarde in een gebied de kritische depositiewaarde voor een goede natuurkwaliteit overschrijdt. Vanzelfsprekend hangen daar onzekerheden omheen (denk aan het bepalen van de hoogte van de kritische depositiewaarde, de meting van de actuele stikstofdepositie, de verspreidingsmodellen en de actuele staat van een stikstofgevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied). Bij al deze onderdelen van het vraagstuk zijn interessante vragen te stellen, bijvoorbeeld: wanneer heeft een depositie nu daadwerkelijk een ecologisch effect? Bijvoorbeeld aangezien dat de ‘kritische depositiewaarde’ is afgerond op hele kilo’s stikstof en de toetsing zich richt op een nauwkeurigheid van 0,01 mol/ha/jr wat overeenkomt met 0,14 gram/ha/jr. Rondom stikstof zijn de getalsmatige uitkomsten van Aerius nu leidend, uit vrees voor de toets van de Raad van State. Op zicht geldt voor de Raad van State echter de Wet natuurbescherming welke verlangt dat wordt aangetoond dat significant negatieve effecten uitblijven; dat maakt bijvoorbeeld dat een ecologische afweging van een tijdelijke en geringe depositie acceptabel kan zijn. Dat is in uitspraken voor het PAS ook bevestigd.

Vooralsnog is echter het vertrekpunt dat veel van de betreffende plantengemeenschappen die op grond van criteria uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen er niet goed voor staan en dat de stikstofdepositie hoger ligt dan de vastgestelde kritische waardes. Uitgaande van de huidige kaders en inzichten is het dan ook onvermijdelijk dat er gevolgen worden geconstateerd en actie moet worden genomen om de benodigde goedkeuring te krijgen voor projecten met, al dan niet tijdelijke, emissies. Dat is ook in lijn met het eerste advies van de Commissie Remkes en de recente brief van Minister Schouten (4 oktober 2019). Kortom, een open deur; ja, stikstof is een potentiële belemmering. Echter, deze is hanteerbaar zoals hierna blijkt.

Wat gaat de overheid doen?

Er is veel geschreven (en geroepen) nu de consequenties van de uitspraak van de Raad van State meer en meer duidelijk worden. De beslissing van het Rijk en provincies om in eerste instantie geen medewerking te verlenen aan projecten met (zelfs minimale) stikstofdeposities, het buiten werking stellen van de Aerius-calculator tot 16 september jongstleden en de opeenvolging van vernietigingen van vergunningen door de Raad van State (van projecten die met het PAS waren vergund, waarvoor de Raad wachtte op haar uitspraak van 29 mei) hebben daar aan bijgedragen. Uiteindelijk stond het Malieveld vol. Hierdoor werd het uiteindelijk heel duidelijk: projecten uit alle sectoren liggen stil.

De eerste echte aanzet om vergunningverlening weer op gang te komen volgt uit de brief van de minister van LNV van 4 oktober 2019 volgend op het eerste (korte termijn) advies van de Commissie Remkes. Volgende adviezen van deze deskundigencommissie zijn aangekondigd voor eind 2019 (beweiden en bemesten) en mei 2020 (mobiliteit en nieuwe aanpak stikstof).

In de brief wordt ingegaan op de aanpak van de Minister, de wijze waarop weer vergunningen kunnen worden verkregen, bronmaatregelen die worden getroffen en monitoring van stikstofdeposities. Aan het einde van dit blog is in een separaat kader de inhoud van de brief puntsgewijs opgesomd.

Voor mij allemaal interessant, maar bijzonder belangwekkend zijn de mogelijkheden om weer vergunningen te verkrijgen voor projecten. Kort en goed komt het erop neer dat de mogelijkheden die al bestonden voordat het PAS er was worden opgesomd, maar dat deze beperkt worden als het gaat om saldering. Goedkeuring op grond van een ecologische beoordeling of de ADC-toets zijn niet nieuw. Ze zijn wel fijn omdat we er ervaring mee hebben. Het is belangrijk op te merken dat op het punt van de ecologische beoordeling er een grijs gebied is. Ecologische beoordelingen worden opgesteld door ecologen, echter verschillen kunnen ontstaan als bevoegde gezagen over de aanvaardbaarheid van de oordelen een verschillend standpunt innemen. Het is daarbij niet moeilijk voor te stellen dat overheden terughoudend zijn met het accepteren van een ecologische beoordeling die concludeert dat een zeer kleine depositie, op gebieden die reeds overbelast zijn, niet aanvaardbaar is uit vrees voor de houdbaarheid van een besluit. Mijns inziens is terughoudendheid daarbij niet nodig als er een degelijk ecologische beoordeling ligt die uitwijst dat het behalen en/of behouden van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding zijn; deze toetsing beoordeeld de Raad van State immers. Het spreekt voor zich dat een gang naar de Raad van State voor de eerste paar cases bijzonder spannend is.

Ten aanzien van intern en extern salderen is er wel sprake van een nieuwe aanpak. Voor het PAS was intern en extern salderen een gangbare praktijk, tijdens het PAS bij wet niet meer toegestaan. Met het vervallen van het PAS is dit weer mogelijk, alleen is beleidsmatig aangegeven dat alleen medewerking wordt gegeven aan saldering met feitelijk vergunde en gerealiseerde stikstofemissies. Uitzonderingen op de regels zijn mogelijk, waaronder voor duurzame energieprojecten. Hiermee komt een einde aan geschuif met emissies op papier, die feitelijk niet plaatsvinden. Bij externe saldering, waar nu nog geen medewerking aan wordt verleend, geldt daarbij dat er 30% van de emissies wordt afgeroomd. Er mag maar met 70% van de saldogevende activiteit worden gesaldeerd. De beleidsregel waarin de regels voor saldering zijn uitgewerkt is op 8 oktober verschenen op de website van BIJ12 (de uitvoeringsorganisatie van provincies voor met name natuur) (zie onderaan bij de linkjes). Deze treden in werking na publicatie in het Provinciaal Blad per provincie.

Een mogelijke bron van saldering die nieuw is betreft saldering met activiteiten waaraan geen besluit ten grondslag heeft gelegen. Met andere woorden: activiteiten waarvoor geen vergunning nodig was die reeds aanwezig waren op het moment dat de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Dit betreft bijvoorbeeld akkerbouw (bemesten veroorzaakt veel stikstof) en verkeer. Dat biedt interessante mogelijkheden voor projecten die bijvoorbeeld op agrarische grond worden gerealiseerd.

Wat te doen als initiatiefnemer?

Voor initiatiefnemers is het duidelijk dat de goedkeuring van projecten sinds de uitspraak van de Raad van State in mei dit jaar deels onveranderd is. Het inventariseren van de aanlegwijze, bouwwerk- en voertuigen en bouwplanning zijn niet nieuw. Bij Pondera stellen we daarvoor een zogenaamd ‘Construction Emissions Plan’ op. Met een berekening door de Aerius-calculator (http://calculator.aerius.nl) kan worden bepaald of er depositie optreedt op gevoelige habitattypen en zo ja, hoeveel. Alternatieve rekenmethodes zijn juridisch (onderbouwd) mogelijk, maar worden naar verwachting door het bevoegd gezag niet geaccepteerd. Wijst de calculator uit dat er geen belasting is (resultaat 0,00 mol/ha/jr), of wordt de kritische depositiewaarde niet overschreden kan een negatief effect worden uitgesloten. Maar wordt in de huidige situatie de kritische depositiewaarde al overschreden (via de legenda is dit zichtbaar te maken in de Aerius Calculator)? En treedt er een belasting, hoe klein ook, op? Dan ontstaat er een nieuwe situatie.

Om een vergunning te verkrijgen zullen de opties die hiervoor benoemd zijn moeten worden gekozen of gevolgd om vergunning/goedkeuring te verkrijgen: salderen, ecologisch beoordelen of het doorlopen van een ADC toets. Voor het salderen en de ADC toets geldt dat het effect moet worden weggenomen. Of door een andere stikstofbron weg te nemen (tijdens de bouw in ieder geval) of door een compensatie te treffen gericht op het habitattype dat wordt geraakt, bijvoorbeeld inrichten van nieuw natuurgebied. Ten aanzien van de ADC-toets geldt kort gezegd dat deze goed toepasbaar is voor duurzame energieprojecten vanwege de beleidsdoelstellingen die gediend zijn met deze projecten. De vraag of er alternatieven beschikbaar zijn is voor kleine decentrale opwekinstallaties een aandachtspunt. Ik verwacht dat bij het beoordelen van alternatieven toch ook snel de vraag weer boven komt of dat eigenlijk wel een zinvolle analyse is aangezien het vaak om eenmalige en hele kleine deposities zal gaan. Maar het kan noodzakelijk blijken vanwege het wettelijk kader als vooraf geen zekerheid is te bieden. Interessant is de gedachte om te compenseren met andere stikstofbronnen. Het ene jaar een tijdelijke extra belasting maar compensatie door het permanent wegnemen van een stikstofbron tijdens de exploitatie, bijvoorbeeld door het areaal akker dat niet meer bemest wordt door de civiele werken, of de vermeden emissies van verwijderde CV-ketels ten gevolge van de aanleg van een warmtenet.

De ecologische beoordeling is een oplossingsrichting die in het verleden soms wel, soms niet goed afliep voor het betreffende project. Veelal werd de relativiteit van een belasting als argument gehanteerd (ecologisch niet relevante belastingen bijvoorbeeld). Vanuit het gegeven dat de aanlegfase de fase is waar stikstof wordt uitgestoten bij duurzame energieprojecten en de uitstoot en depositie tijdelijk is en vaak een zeer beperkte belasting veroorzaakt, lijkt dit voor deze projecten een logische en te verantwoorden aanpak. Deze aanpak doet denken aan de 1% mortaliteitsnorm die wordt gehanteerd bij vogelaanvaringen, die optreedt bij windturbines. Kort gezegd: een effect zo klein dat het wegvalt binnen de nauwkeurigheidsgrenzen van in dit geval de jaarlijkse natuurlijke sterfte bij een vogelsoort.

Innovatieve oplossingen

Door het land heen wordt gekeken naar oplossingen om de daadwerkelijke belasting bij stikstofgevoelige natuurgebieden te beperken. Meer en minder innovatieve oplossingen zouden kunnen zijn:

  • Een Sectoraal Stikstof Programma Energietransitie, waarbij de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van duurzame energie-installaties wordt gesaldeerd met de stikstofbesparing bij fossiele opwek;
  • Aanbestedingseisen ten aanzien van elektrische of jonge werk- en transportvoertuigen voor de aanlegfase, welke geen of in elk geval aanzienlijk minder stikstof uitstoten;
  • Stikstof betrekken in het bedrijfsbeleid gericht op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (elektrisch rijden, schoon inkopen, etc);
  • Retrofitten van nabehandelingstechnieken (Ad Blue) in oude werk- en transportvoertuigen;
  • Tijdelijke lokale maatregelen als snelheidsverlaging van het bestaande verkeer;;
  • Herontwerp bouwmethodes (‘zo doen we het altijd’) om bouwtijd in te korten of het aantal transporten te reduceren: bijv. geen permanente bouwwegen en kraanopstelplaatsen om (zware) transporten te beperken, meer pre-assemblage in de fabriek, monopiles op land, etc.

De inzet van het Rijk op emissie-eisen op Europees niveau is daarbij bijzonder behulpzaam aangezien een belangrijk deel van de jaarlijkse stikstofdepositie uit het buitenland komt.

Alle oplossingen hebben hun mitsen en maren. Tegenover deze bezwaren staat echter het gegeven dat het soms niet anders kan. De afweging van kosten, (juridisch) risico en maatschappelijk verantwoord ondernemen zal er anders uitzien door het wegvallen van het PAS.

Informatie:

Installatie van krachtigste windturbine ter wereld compleet!

Alledrie de bladen van de GE Haliade-X 12 MW zijn geïnstalleerd. De grootste en krachtigste windturbine ter wereld zal de komende weken in bedrijf gesteld worden.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte:  260 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: circa 67 GWh
Bestreken oppervlak: 38,000 m2

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 67 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 16,000 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 42 megaton CO2. De Haliade-X zal najaar 2019 duurzame energie wekken op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Groen licht voor windturbines van Waterschap Rijn en IJssel

Waterschap Rijn en IJssel wil twee windturbines bouwen op het terrein van de rioolwaterzuivering op bedrijventerrein InnoFase in Duiven en één windturbine op bedrijventerrein de Mars in Zutphen. De windturbine in Zutphen maakt onderdeel uit van Windpark IJsselwind. De turbines zijn onderdeel van een mix aan energiebronnen (biogas, zon, wind) waarmee het waterschap de eigen energiebehoefte op een duurzame manier wil gaan opwekken. Voor beide locaties zijn recent de omgevingsvergunningen afgegeven.

De gemeenteraad Duiven heeft ingestemd met de plannen in Duiven en de verklaring van geen bedenkingen voor de plaatsing van twee windturbines op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie afgegeven. Het college van Burgemeesters heeft op 24 september de omgevingsvergunning verleend. De maximale tiphoogte is 211 meter.

Ook in Zutphen heeft de raad ingestemd met de plannen voor een windpark. Op 23 september 2019 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Fort de Pol, Eefde west en Windpark IJsselwind vastgesteld. Inmiddels zijn ook de omgevingsvergunningen vergunningen in het kader van de Waterwet en ontheffing Wet Natuurbescherming verleend. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van drie windturbines met een maximale tiphoogte van 185 meter mogelijk. Eén daarvan is van het Waterschap, de andere twee turbines zijn van IJsselwind, IJsselwind is een samenwerkingsverband van vier lokale energiecorporaties: ZutphenEnergie, LochemEnergie, EnergieRijk Voorst en BrummenEnergie.

Pondera Consult ondersteunt het Waterschap Rijn en IJssel bij de ontwikkeling van de windturbines op beide locaties.

Pondera aanwezig op de Windeurope Offshore Kopenhagen 26-28 november 2019

Komt u ook?

Op 26-28 november is Pondera aanwezig op WindEurope beurs en conferentie in Kopenhagen. Op deze beurs willen wij een graag bijpraten over de volgende onderwerpen:

    • Onze nieuwste projecten in Zuid Oost Azië
        • Indonesië – diverse offshore projecten op Java
        • Vietnam – nearshore projecten
        • Korea – nearshore project bij Jeju
    • Uitbreiding van ons offshore dienstenpakket
    • Ons ontwikkelverhaal over de GE Haliade-x 12 MW

Wij willen u graag de aandacht geven die u verdient, daarom maken we graag een afspraak met u. Indien u belangstelling heeft om ons te bezoeken, kunt u middels onderstaand formulier aangeven welk dagdeel u ons wenst te bezoeken. Carola Klopman zal contact met u opnemen om een afspraak te maken. Natuurlijk kunt u haar ook direct contacten: +31 (0)6 29 16 06 06 of op c.klopman@ponderaconsult.com.

We zien u graag op onze stand (nummer C4-B10) op 26-28 november in Kopenhagen.

Bladen GE Haliade-X 12 MW worden geïnstalleerd!

We zijn blij te kunnen mededelen dat de installatie van de eerste twee bladen op de GE Haliade-X 12 MW prototype is gestart. Het derde blad moet nog arriveren op de Maasvlakte in Rotterdam.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte:  260 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: circa 67 GWh
Bestreken oppervlak: 38,000 m2

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 67 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 16,000 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 42 megaton CO2. De Haliade-X zal najaar 2019 duurzame energie wekken op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

 

 

 

Geothermie, de toekomst voor duurzame warmte (Blog)

Geothermie wordt door velen als dé ‘nieuwe’ bron voor duurzame energie beschouwd. Sinds de eerste putten in 2007 is de techniek als bron voor duurzame energie meer volwassen geworden. Ook wordt deze bron vanwege de beperkte (visuele) effecten als zeer goed inpasbaar gezien. Pondera ziet dan ook een grote rol voor deze bron weggelegd in de energietransitie, waardoor binnen korte tijd meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd zullen lopen. Pondera beschikt over de expertise om dergelijke projecten verder te brengen en tot realisatie te krijgen.

In deze blog wordt dieper ingegaan op de technische mogelijkheden van geothermie, oftewel het aanbod. De vraag en bediening daarvan zal onderwerp zijn van een tweede blog, om vervolgens in een afrondend blog het huidige toekomstbeeld van de sector te beschouwen.

Potentie van geothermie

In 2050 zijn 3,1 miljoen huishoudens aangesloten op een door aardwarmte gevoed warmtenet. Aldus de geothermie-sector zelf. In het klimaatakkoord wordt hierop ingespeeld door aardwarmte een grote rol te geven in het voeden van de nog aan te leggen warmtenetten. Deze netten voorzien in 2030 voor 40 PJ aan duurzame warmte. Voor het realiseren van deze opgave voorziet Energiebeheer Nederland B.V. (EBN) vanaf 2025 jaarlijks tien nieuwe geothermieprojecten.

Het potentieel van aardwarmte wordt dus erkend, maar wat is er nodig om dit potentieel zo optimaal mogelijk te benutten?

Vraag en aanbod

Het eerste aandachtspunt is voor de hand liggend: vraag en aanbod moeten op elkaar worden afgestemd. Voor de warmtevraag betekent dit dat de warmtebron dichtbij een gecentreerde warmtevraag moet liggen. Het voor velen bekende kaartbeeld van TNO geeft hier een goed overzicht van. Dit kaartbeeld koppelt de nu bekende ondergrondse ‘hotspots’ voornamelijk aan steden en bedrijven met een passende warmtevraag. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wordt op dit moment onderzoek uitgevoerd om onbekende delen van de ondergrond beter in kaart te brengen, wat eventueel kan leiden tot een aanvulling op het kaartbeeld in de eerste onderzoekslijn tussen Haarlem en Nijmegen[1].

Als er een ‘match’ tussen boven- en ondergrond is, wordt een exploratievergunning aangevraagd zodat een proefboring verricht mag worden. Maar wanneer is er sprake van een ‘match’? De meest bekende voorbeelden aan de vraagzijde zijn de tuinders in het Westland, of (grootschalige) nieuwbouwwijken. Tuinders kennen een grote en redelijk constante warmtevraag, waardoor een geothermiebron hier uitstekend voor geschikt is. De warmtevraag in een nieuwbouwwijk is nogal variabel in zowel dagdeel als seizoen, hierdoor is de toepassing van alléén een geothermiebron al minder geschikt en zijn aanvullende technieken gewenst zoals de restwarmte en warmte-koude-opslag (WKO). Dit compliceert de afstemming van vraag en aanbod, en daarmee de ontwikkeling van de geothermiebron.

Veiligheid

In het verkennende stadium van ontwikkeling is het moment waarover veel onduidelijkheid bestaat. In de kamerbrief[2] over aardwarmte van Minister Wiebes wordt aangegeven dat de sector relatief jong en onervaren is, waardoor nieuwe wet- en regelgeving en scherp toezicht nodig is om een veilige gang van zaken te garanderen. Met de gevolgen van de gaswinning in Groningen in het achterhoofd, wil de Minister vergelijkbare situaties voorkomen. De ontwikkelingen omtrent de geothermiebron in Horst aan de Maas[3] (nabij Venlo) geven invulling aan deze ‘better-safe-than-sorry’-aanpak. Vooralsnog is de nieuwe wetgeving voorzien in januari 2020. De insteek van de Minister is om operators van een geothermiebron eerst een zoekgebied aan te laten vragen, waarbinnen nader (geologisch) onderzoek plaatsvindt. Vervolgens wordt een startvergunning aangevraagd op basis waarvan de eerste warmtewinning kan plaatsvinden, om daarna een vervolgvergunning aan te vragen voor de volledig operationele fase van de geothermiebron.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gaf aan dat de milieu- en veiligheidsrisico’s onvoldoende worden onderkend, wet- en regelgeving niet goed genoeg nageleefd wordt en er sprake is van een zwak ontwikkelde veiligheidscultuur. De sector is nog onervaren, beperkt in omvang en deelt kennis onvoldoende[4]. Het is dus van uiterst belang om de beschikbare kennis uit de gas- en olieindustrie optimaal te benutten in zowel de planontwikkeling als de engineering en exploitatie van een geothermiebron.

[1] Bron: https://scanaardwarmte.nl/waar-doen-we-onderzoek/
[2] Beleidsbrief Geothermie, d.d. 8 februari 2018 kenmerk DGETM-EO / 18010306
[3] Limburgse aardwarmte loopt vast op breuklijnen en toezicht Het Financieele Dagblad, d.d. 1 oktober 2018
[4] Staat van de Sector Geothermie, Staatstoezicht op de Mijnen, 2017.

Volgende blogposts Geothermie

Blog 2 – Geothermie; Vraag en bediening
Blog 3 – De toekomst

Vragen?

Heeft u vragen over dit onderwerp en wat Pondera voor u kan betekenen, dan kunt u contact opnemen met:

Maarten Jaspers Faijer | m.jaspersfaijer@ponderaconsult.com | +31 (0)6 28 43 11 53
Joep Beijerj.beijer@ponderageoenergy.com | +31 (0)6 29 60 51 98
René Vreugdenhilr.vreugdenhil@ponderageoenergy.com | +31 (0)6 51 79 67 02
Jeroen Meistersj.meisters@ponderageoenergy.com | +31 (0)6 55 14 00 55

Verklaring geen bedenkingen Windpark Bovenwind

Op 23 september 2019 heeft de gemeenteraad van Staphorst een verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor windpark Bovenwind (voorheen windpark Staphorst). Dit betekent dat de initiatiefnemer van het park, Wij Duurzaam Staphorst (WDS) de omgevingsvergunning kan aanvragen. Het windpark bestaat uit drie windturbines met een maximale rotordiameter van 150 meter.

De coöperatie is opgericht in reactie op de opdracht van de provincie Overijssel aan de gemeente Staphorst om 12 MW windenergie te realiseren. De aanleiding voor het oprichten van de coöperatie was de stelling dat als het dan toch moet, dat de Staphorsters het liever zelf doen. Dat was succesvol.

De jonge coöperatie won in 2018 de door de gemeente uitgegeven prijsvraag voor het ontwikkelen van drie windturbines in de gemeente Staphorst. Het plan werd door de adviescommissie als beste van vijf ingediende plannen bevonden. Dit kwam met name door het zo goed mogelijk naleven van de doelstelling van de gemeente – een 100% coöperatief windpark ontwikkelen waarbij 100% van het rendement terugvloeit naar de gemeenschap.

Zowel het ruimtelijk kader, het kader met economische en financiële participatie, en het kader met procesparticipatie werden toen uitstekend beoordeeld. De gemeente was zeer tevreden met het voorstel, dat ‘nagenoeg geheel coöperatief’ is.

Om zekerheid over de haalbaarheid te bieden is de coöperatie een samenwerking aangegaan met het waterschap uit de regio dat daarmee een deel van haar energiedoelstellingen kan realiseren.

De eerste stap van het financiële participatietraject is inmiddels genomen. Van 20 augustus tot en met 7 september 2019 konden inwoners van de gemeente Staphorst deelnemen aan de peiling participatie in het Windpark Bovenwind. Er is voor bijna 3,6 miljoen euro aan voorinschrijvingen gedaan. In 2020 wordt de inschrijving geopend.

Pondera ondersteunt het initiatief van Wij Duurzaam Staphorst. Zo hebben we het initiatief ondersteund bij het opstellen van het windplan en de uitvoering ervan door middel van het opstellen van een MER en vergunningaanvragen en de diverse publieks- en klankbordgroepbijeenkomsten om te komen tot de keuzes ten aanzien van onder meer het aantal turbines en de dimensies. Daarbij is de focus gericht geweest op twee principes, maximaliseren van het rendement voor het dorp en het beperken van hinder.