Pondera viert ingebruikname GE Haliade-X

Op 17 en 19 december 2019 heeft Pondera de ingebruikname gevierd van ‘s werelds grootste windturbine: de GE Haliade-X 12 MW. “Als ontwikkelaar en mede-eigenaar samen met Sif – in het Futurewind-project – zijn wij er trots op bij te dragen aan deze belangrijke nieuwe stap in windturbinetechnologie”, aldus Hans Rijntalder, directeur van Pondera. Hij vervolgt: “En we willen GE feliciteren met deze uitstekende prestatie. Het spreekt voor zich dat deze stap belangrijk is voor de marktontwikkeling in Offshore Wind.”

Tijdens de officiële openingsceremonie op 17 december werd aangekondigd dat het Nederlandse energiebedrijf Eneco alle elektriciteit zal afnemen die wordt gegenereerd door dit prototype van de Haliade-X 12 MW offshore windturbine van GE. Op 19 december hebben wij klanten en relaties uitgenodigd om meer te weten te komen over deze baanbrekende technologie.

Volgens GE heeft het Haliade-X 12 MW-prototype een nieuw wereldrecord gevestigd doordat het de eerste windturbine ooit is die binnen 24 uur 262 MWh schone energie kan genereren, genoeg om 30.000 huishoudens in de regio van stroom te voorzien.

In de komende vijf jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om zijn vermogenscurve, belastingen, netprestaties en betrouwbaarheid te valideren. Met de tests kan GE ook operationele procedures voor installatie- en serviceteams valideren en in 2020 een typecertificaat verkrijgen voor de Haliade-X. Het in de markt zetten is tegen 2021 gepland, vervolgens zal de seriële productie in de tweede helft van 2021 van start gaat.

17 december, official world wide press moment

19 december, Pondera Haliade-X klantenevent

SDE+ najaarsronde 2019 zwaar overtekend

Afgelopen najaar heeft er weer een opstellingsronde van de SDE+-subsidie plaatsgevonden van 29 oktober tot en met 14 november. Ondanks dat er met ingang van deze editie een transportindicatie verplicht is gesteld – en er daardoor diverse projecten geen volledige aanvraag hebben kunnen indienen – is de afgelopen najaarsronde zwaar overtekend.

Zoals beschreven in ons vorige nieuwsbericht inzake de SDE+ was het te verwachten dat het budget van €5 miljard uitgeput zou worden, echter dat er voor ruim €9 miljard aan projecten is aangevraagd is opmerkelijk te noemen. Dit is een duidelijk signaal dat er nog vele duurzame energieprojecten in de pijnlijn zitten om uitgevoerd te worden.

Extra openstelling SDE+ in 2020

De minister van EZK heeft begin november bekend gemaakt een extra SDE+ openstellingsronde te houden in 2020. Deze voorjaarsronde wordt in drie fases opengesteld van 17 maart 2020 tot en met 2 april 2020. Deze extra rond is qua opzet, technieken en categorieën identiek aan de najaarsronde 2019. De basisbedragen zijn daarentegen wel aangepast. Deze zijn samen met de voorlopige correctiebedragen voor de categorieën Wind op Land en Zon PV weergegeven in de onderstaande tabellen:

Bedragen in €/kWhBasisbedrag SDE+ 2020Voorlopig correctiebedrag
Wind op land, ≥ 8,0 m/s0,0420,043
Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s0,0450,043
Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s0,0480,043
Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s0,0520,043
Wind op land, < 6,75 m/s0,0560,043
Bedragen in €/kWhBasisbedrag SDE+ 2020Voorlopig correctiebedrag netleveringVoorlopig correctiebedrag niet-netlevering
Zon PV, ≥ 15 kWp en < 1 MWp0,0850,0470,078
Zon PV, ≥ 1 MWp, gebouwgebonden0,0790,0470,069
Zon PV, ≥ 1 MWp, veld- of watersysteem0,0740,0470,069

Op 19 december heeft minister Minister Wiebes de Tweede Kamer geïnformeerd over de extra openstelling SDE+ voorjaarsronde 2020. Het budget dat in deze extra ronde beschikbaar zal zijn is €2 miljard. Gezien het bedrag waarmee de afgelopen najaarsronde is overtekend, zal het budget van de extra SDE+ voorjaarsronde hoogstwaarschijnlijk niet toereikend zijn om alle aanvragen te kunnen beschikken. Het is daarom van belang om in elk geval een correcte en volledige aanvraag in te dienen. Een strategische afweging in de hoogte van het in te schrijven basisbedrag kan daarin ook het verschil betekenen. Wij denken daarom graag met u mee hoe we de kans op beschikking van uw aanvraag zo groot mogelijk kunnen maken.

Neem voor al uw vragen omtrent de SDE+ aanvraag contact op met een van de onderstaande contactpersonen:

Steven Geujen
T: 06-11493392
E: s.geujen@ponderaconsult.com

Wouter Pustjens
T: 06-25637969
E: w.pustjens@ponderaconsult.com

Eneco koopt elektriciteit Haliade-X prototype

Eneco, Future Wind (een joint venture tussen Pondera Development en SIF Holding Nederland) en GE Renewable Energy hebben vandaag aangekondigd dat Eneco alle elektriciteit zal kopen die wordt gegenereerd door het Haliade-X 12 MW-prototype van GE. De aankondiging werd gedaan tijdens de openingsceremonie van het prototype dat onlangs werd geïnstalleerd in de haven van Maasvlakte in Rotterdam.

Het prototype op de Rotterdamse Maasvlakte heeft dit weekend een nieuw wereldrecord gevestigd door als eerste windturbine ooit binnen 28 uur 288 MWh schone energie te genereren, genoeg om 30.000 huishoudens in de regio van stroom te voorzien. In de komende vijf jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om de stroomcurve, belasting, netprestaties en betrouwbaarheid van de turbine te valideren. Met de tests kan het bedrijf ook operationele procedures voor installatie- en serviceteams valideren. Dankzij de tests kan GE Renewable Energy in 2020 een typecertificaat voor de Haliade-X behalen, waarmee het bedrijf op koers blijft om de turbine in 2021 op de markt te brengen.

Pondera Nieuwjaarsbijeenkomst met Bernice Notenboom

Op 9 januari 2020 houden wij onze nieuwjaarsbijeenkomst in Stadsvilla Sonsbeek te Arnhem. We willen iedereen, die op welke manier dan ook samen met ons een bijdrage levert aan de energietransitie, bij deze van harte uitnodigen.
Dit jaar niet in Slot Zeist, zoals u van ons gewend was, maar voor het eerst in Arnhem. Zoals wellicht bekend sluiten we de komende maanden onze kantoren in Zeist, Arnhem en Hengelo en zijn we vanaf 1 december zijn wij gevestigd in een nieuw kantoor in Arnhem.

We hebben voor deze bijeenkomst een bijzondere gast uitgenodigd. Inspirator, motivator, filmmaker en klimaatjournaliste Bernice Notenboom neemt u mee in haar bijzondere verhaal, waarin ze vertelt over haar ervaringen en hoe de opwarming van de aarde zich in rap tempo afspeelt. Maar belangrijker nog: hoe we daar met zijn allen iets aan kunnen doen.

Laat u inspireren! We nodigen u graag uit om er 9 januari 2020 bij te zijn.

Ik meld me aan!

Programma
16:00 – 16:30 uur: Inloop
16:30 – 17:00 uur: Bernice Notenboom
17:00 – 18:30 uur: Netwerkborrel
Adres
Stadsvilla Sonsbeek
Tellegenlaan 3
6814 BT Arnhem

Winddays tijdens handelsdelegatie naar Indonesië

Pondera organiseert op 10 en 11 maart een conferentie genaamd WindDays Summit tijdens de handelsdelegatie naar Indonesië. Indien u interesse heeft om de handelsdelegatie samen met de Koning en de Koningin bij te wonen kunt u contact opnemen met:
NWEA
Tel. 06-54 73 29 61
Email: danielle.veldman@nwea.nl

Voor vragen en/of sponsoring met betrekking tot de conferentie kunt u contact opnemen met:
Pondera B.V.
Tel. 06-33 65 98 71
Email: e.bierens@ponderaconsult.com

Pionieren in Indonesië?

De windenergiemarkt in Azië ontwikkelt zich in een snel tempo. Taiwan, Japan, Zuid-Korea en Vietnam richten zich inmiddels serieus op offshore windenergie. Veel Westerse bedrijven zijn er inmiddels actief. Sinds kort heeft ook de Indonesische regering aangegeven stappen te willen zetten om van kolen als energiebron af te komen. Duurzame energiebronnen, waaronder windenergie, zijn in opkomst. Dit jaar is het eerste commerciële windpark in Sulawesi, het 75 MW Sidrap-project van UPC Renewables geopend door president Joko Widodo. Diverse onshore windparken zijn in ontwikkeling en aanbouw.

Als we kijken naar de enorme economische groei van het land, de structuur met haar 17.500 eilanden en het windaanbod, dan springt de potentie van offshore wind in het oog. Het is niet zozeer de vraag of maar wanneer deze potentie geoogst gaat worden. Inmiddels zijn de eerste ontwikkelingen in deze richting gestart.

Nieuwsgierig geworden naar wat de mogelijkheden zijn voor het Nederlands bedrijfsleven en meer specifiek uw bedrijf? Als side event van de handelsmissie met de Koning en de Koningin organiseren we een programma waarin u in een kleine twee dagen alles komt te weten over de potentie van offshore en onshore wind in Indonesië voor het Nederlands bedrijfsleven. Het geconcentreerde programma biedt ook mogelijkheden om in contact te komen met lokale bedrijven. De inleidingen worden verzorgd door zowel vertegenwoordigers van de Indonesische en Nederlandse Overheid als vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven. Rond de conferentie zal ook een ruimte gecreëerd worden voor een exhibitie.

De WindDays Summit voor windenergie start op dinsdagmiddag 10 maart rond lunchtijd en eindigt op 11 maart aan het einde van de dag. Het zal plaatsvinden in Jakarta in het Kempinsky Hotel.

Wind Days Summit Jakarta, 10 – 11 March 2020*
Side event of the Dutch Trade Mission accompanied by King Alexander and Queen Maxima

Lees “Winddays tijdens handelsdelegatie naar Indonesië” verder

Pondera versterkt team met offshore wind ervaring

Het zal niemand ontgaan dat offshore wind een sterk groeiend werkveld is. Pondera kondigt daarom met trots aan dat het een duurzame samenwerking aan gaat met drie offshore wind professionals die hun sporen in het werkveld verdiend hebben.

Matthias Haag, momenteel projectdirecteur van EDF’s Neart Na Gaoithe project bij Schotland en voormalig directeur van het Nederlandse Gemini project gaat zijn diensten via Pondera aanbieden. Ook Jasper Vet, financieel directeur van Windpark Fryslân en Albert Ploeg, verantwoordelijk voor de engineering van Windpark Fryslân en vele andere offshore windprojecten, sluiten zich bij Pondera aan. “Wij verheugen ons om onze diensten via een leuke club als Pondera aan te bieden en verwachten hiermee een positieve bijdrage te kunnen leveren om jonge mensen in het vak op te leiden,” zo licht Matthias Haag de stap toe. Jasper Vet vult aan “En verder hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de internationale ambitie om offshore windprojecten te ontwikkelen als adviseur maar ook als mede-ontwikkelaar.” “Het voelt ook voor ons als een logische stap omdat we de mensen van Pondera al vele jaren kennen en er plezierig mee samenwerken” aldus Albert Ploeg tot slot. Bij de offshore wind conferentie in Kopenhagen zal het drietal zich voor het eerst presenteren in hun nieuwe rol.

GE Haliade-X 12 MW levert eerste stroom

De GE Haliade-X 12 MW heeft zijn allereerste kilowatturen geleverd. Het prototype van ’s werelds krachtigste offshore windturbine is hiermee zijn testfase ingegaan op de Maasvlakte in Rotterdam. De tijdens deze fase verzamelde data worden gebruikt om in 2020 het benodigde certificaat te verkrijgen. Vervolgens kan worden gestart met de serieproductie van deze grootste en meest efficiënte windturbine.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2. De Haliade-X zal najaar 2019 duurzame energie wekken op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Windstudie Hollandse Kust (noord) beschikbaar

Een update van de WRA Holland Kust (noord) is nu publiek beschikbaar voor geïnteresseerden. Het rapport is een update van de versie die in maart dit jaar beschikbaar kwam. De studie heeft tot doel om de onzekerheden voor het project te verminderen. Daardoor kunnen ook de kosten voor het project lager uitvallen.

Hollandse Kust (noord) is een windenergiegebied op zee waar windturbines komen te staan met een gezamenlijk vermogen van 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust voor Petten en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Hollandse Kust (noord) is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Tijdens de WRA zijn de laatste moderne meettechnieken en modellen ingezet om een zo nauwkeurig mogelijk resultaat te bereiken. Door data te gebruiken van meetmasten en drijvende boeien met windmeetinstrumenten en die te combineren met de al bestaande modeldata van o.a. het KNMI, is het windklimaat voor het gehele gebied vastgesteld en geverifieerd. De studie is geüpdate op basis van een 2e jaar windmetingen on-site. De verandering in gevonden lange termijn windsnelheid is minimaal, de onzekerheid valt iets lager uit.

De WRA voor Hollandse Kust (noord) is opgesteld door een consortium dat bestaat uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares. Het rapport is gemaakt in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Het geüpdate rapport is gecertificeerd door DNV GL. Op 16 mei 2019 is een webinar georganiseerd door RVO.nl waarin de belangrijkste resultaten van de studie worden besproken. De resultaten hiervan kunnen hier worden bekeken.

Over het consortium

Het consortium bestaande uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares heeft in opdracht van RVO.nl berekeningen uitgevoerd voor het windaanbod voor windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (HKN). Het kwartet kreeg deze opdracht mede dankzij de eerdere ervaring met Nederlandse en Europese offshore-windprojecten.

Over Hollandse Kust (noord)

Afbeelding: Hollandse Kust (noord) zone met het berekende windklimaat

Hollandse Kust (noord) is een aangewezen windenergiegebied op zee van ongeveer 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Dit windenergiegebied is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in Nederland.

De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt en in 2030 is dat minimaal 27%. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Windenergie op zee is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Erik Holtslag (Pondera Consult) e.holtslag@ponderaconsult.com

 

Plan vastgesteld voor Windpark Oeverwind

De gemeenteraad van Vlaardingen heeft op 18 oktober jl. het bestemmingsplan vastgesteld voor Windpark Oeverwind, vervolgens is op 19 oktober de omgevingsvergunning voor de bouw verleend. Het bestemmingsplan was geagendeerd als hamerstuk na inhoudelijke behandeling in de raadskamer twee weken eerder. Windpark Oeverwind bestaat uit twee windturbines en wordt gesitueerd in het recreatiegebied Oeverbos langs ’t Scheur/Nieuwe Waterweg tussen de Blankenburgverbinding in aanleg en bestaande windturbines op de RWZI van Vlaardingen. Het project wordt gerealiseerd door het Vlaardings Energie Collectief met ondersteuning van de landelijke Coöperatie De Windvogel.

Pondera Consult heeft voor De Windvogel/VEC onder meer het bestemmingsplan opgesteld, de benodigde vergunningaanvragen voorbereid en opgesteld, divers inhoudelijk onderzoek uitgevoerd op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid en andere externe onderzoeken begeleid, als ook de initiatiefnemers en de gemeente inhoudelijk geadviseerd tijdens het tot dusver doorlopen traject.

 

Omgang met stikstof bij duurzame energie (Blog)

De uitspraak van de Raad van State over het PAS (Programma Aanpak Stikstof) op 29 mei van dit jaar heeft een onvoorstelbaar grote doorwerking gehad. In vergunningverlening en daarmee in de voortgang van ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook in de manier waarop de maatschappij aankijkt tegen natuurbeleid en -regelgeving. De titel van het eerste rapport van de Commissie Remkes “Niet alles kan” spreekt voor zich.

Ook al is het niet voor de hand liggend bij duurzame energieprojecten, ook wij hebben in ons werk als adviseurs te maken met stikstof. We maken Aerius-berekeningen voor milieueffectrapportages en vergunningaanvragen, zorgen dat deposities ecologisch worden beoordeeld en adviseren onze klanten over het issue waar zij zich mee geconfronteerd zien (Natura 2000/PAS). Tegenwoordig gaat het dan natuurlijk over de consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor het project van de klant.

Voor de uitspraak was een stikstofbeoordeling vaak een formaliteit. Bij duurzame energieprojecten is er alleen sprake van emissies tijdens de aanleg. Die zijn tijdelijk en voor zon- en windprojecten op land heel klein. Als het duurzame energieproject operationeel is, levert het een bijdrage aan het reduceren van de stikstofbelasting, omdat de duurzame energie in de plaats komt van fossiel opgewekte energie. Bij fossiele energiebronnen komen wel (grote) hoeveelheden stikstof vrij. De verplichte Aerius-berekening waarmee de stikstofdepositie wordt bepaald, liet dan ook zien dat stikstofdepositie geen probleem vormde. Het resultaat was vaak minder dan 0,05 mol/ha/jaar, hetgeen leidde tot een vrijstelling van vergunning. Deze drempel is echter weg.

De laatste maanden zijn wij bij Pondera Consult, net als de rest van Nederland, de diepte ingegaan. Het lijkt niet logisch dat duurzame energieprojecten, die onderaan de streep juist stikstofuitstoot voorkomen, belemmerd worden door onze stikstofregels. In dit blog sta ik dan ook stil bij de stand van zaken en de vraag hoe wij hier mee om gaan en tegen het issue aan kijken.

Belemmering of niet?

Het is geen nieuws dat een groot aantal Natura 2000-gebieden overbelast is door stikstofdepositie (namelijk 118 gebieden zijn overbelast van een totaal van ruim 160 Natura 2000-gebieden). Overbelast betekent dat de actuele depositiewaarde in een gebied de kritische depositiewaarde voor een goede natuurkwaliteit overschrijdt. Vanzelfsprekend hangen daar onzekerheden omheen (denk aan het bepalen van de hoogte van de kritische depositiewaarde, de meting van de actuele stikstofdepositie, de verspreidingsmodellen en de actuele staat van een stikstofgevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied). Bij al deze onderdelen van het vraagstuk zijn interessante vragen te stellen, bijvoorbeeld: wanneer heeft een depositie nu daadwerkelijk een ecologisch effect? Bijvoorbeeld aangezien dat de ‘kritische depositiewaarde’ is afgerond op hele kilo’s stikstof en de toetsing zich richt op een nauwkeurigheid van 0,01 mol/ha/jr wat overeenkomt met 0,14 gram/ha/jr. Rondom stikstof zijn de getalsmatige uitkomsten van Aerius nu leidend, uit vrees voor de toets van de Raad van State. Op zicht geldt voor de Raad van State echter de Wet natuurbescherming welke verlangt dat wordt aangetoond dat significant negatieve effecten uitblijven; dat maakt bijvoorbeeld dat een ecologische afweging van een tijdelijke en geringe depositie acceptabel kan zijn. Dat is in uitspraken voor het PAS ook bevestigd.

Vooralsnog is echter het vertrekpunt dat veel van de betreffende plantengemeenschappen die op grond van criteria uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen er niet goed voor staan en dat de stikstofdepositie hoger ligt dan de vastgestelde kritische waardes. Uitgaande van de huidige kaders en inzichten is het dan ook onvermijdelijk dat er gevolgen worden geconstateerd en actie moet worden genomen om de benodigde goedkeuring te krijgen voor projecten met, al dan niet tijdelijke, emissies. Dat is ook in lijn met het eerste advies van de Commissie Remkes en de recente brief van Minister Schouten (4 oktober 2019). Kortom, een open deur; ja, stikstof is een potentiële belemmering. Echter, deze is hanteerbaar zoals hierna blijkt.

Wat gaat de overheid doen?

Er is veel geschreven (en geroepen) nu de consequenties van de uitspraak van de Raad van State meer en meer duidelijk worden. De beslissing van het Rijk en provincies om in eerste instantie geen medewerking te verlenen aan projecten met (zelfs minimale) stikstofdeposities, het buiten werking stellen van de Aerius-calculator tot 16 september jongstleden en de opeenvolging van vernietigingen van vergunningen door de Raad van State (van projecten die met het PAS waren vergund, waarvoor de Raad wachtte op haar uitspraak van 29 mei) hebben daar aan bijgedragen. Uiteindelijk stond het Malieveld vol. Hierdoor werd het uiteindelijk heel duidelijk: projecten uit alle sectoren liggen stil.

De eerste echte aanzet om vergunningverlening weer op gang te komen volgt uit de brief van de minister van LNV van 4 oktober 2019 volgend op het eerste (korte termijn) advies van de Commissie Remkes. Volgende adviezen van deze deskundigencommissie zijn aangekondigd voor eind 2019 (beweiden en bemesten) en mei 2020 (mobiliteit en nieuwe aanpak stikstof).

In de brief wordt ingegaan op de aanpak van de Minister, de wijze waarop weer vergunningen kunnen worden verkregen, bronmaatregelen die worden getroffen en monitoring van stikstofdeposities. Aan het einde van dit blog is in een separaat kader de inhoud van de brief puntsgewijs opgesomd.

Voor mij allemaal interessant, maar bijzonder belangwekkend zijn de mogelijkheden om weer vergunningen te verkrijgen voor projecten. Kort en goed komt het erop neer dat de mogelijkheden die al bestonden voordat het PAS er was worden opgesomd, maar dat deze beperkt worden als het gaat om saldering. Goedkeuring op grond van een ecologische beoordeling of de ADC-toets zijn niet nieuw. Ze zijn wel fijn omdat we er ervaring mee hebben. Het is belangrijk op te merken dat op het punt van de ecologische beoordeling er een grijs gebied is. Ecologische beoordelingen worden opgesteld door ecologen, echter verschillen kunnen ontstaan als bevoegde gezagen over de aanvaardbaarheid van de oordelen een verschillend standpunt innemen. Het is daarbij niet moeilijk voor te stellen dat overheden terughoudend zijn met het accepteren van een ecologische beoordeling die concludeert dat een zeer kleine depositie, op gebieden die reeds overbelast zijn, niet aanvaardbaar is uit vrees voor de houdbaarheid van een besluit. Mijns inziens is terughoudendheid daarbij niet nodig als er een degelijk ecologische beoordeling ligt die uitwijst dat het behalen en/of behouden van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding zijn; deze toetsing beoordeeld de Raad van State immers. Het spreekt voor zich dat een gang naar de Raad van State voor de eerste paar cases bijzonder spannend is.

Ten aanzien van intern en extern salderen is er wel sprake van een nieuwe aanpak. Voor het PAS was intern en extern salderen een gangbare praktijk, tijdens het PAS bij wet niet meer toegestaan. Met het vervallen van het PAS is dit weer mogelijk, alleen is beleidsmatig aangegeven dat alleen medewerking wordt gegeven aan saldering met feitelijk vergunde en gerealiseerde stikstofemissies. Uitzonderingen op de regels zijn mogelijk, waaronder voor duurzame energieprojecten. Hiermee komt een einde aan geschuif met emissies op papier, die feitelijk niet plaatsvinden. Bij externe saldering, waar nu nog geen medewerking aan wordt verleend, geldt daarbij dat er 30% van de emissies wordt afgeroomd. Er mag maar met 70% van de saldogevende activiteit worden gesaldeerd. De beleidsregel waarin de regels voor saldering zijn uitgewerkt is op 8 oktober verschenen op de website van BIJ12 (de uitvoeringsorganisatie van provincies voor met name natuur) (zie onderaan bij de linkjes). Deze treden in werking na publicatie in het Provinciaal Blad per provincie.

Een mogelijke bron van saldering die nieuw is betreft saldering met activiteiten waaraan geen besluit ten grondslag heeft gelegen. Met andere woorden: activiteiten waarvoor geen vergunning nodig was die reeds aanwezig waren op het moment dat de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Dit betreft bijvoorbeeld akkerbouw (bemesten veroorzaakt veel stikstof) en verkeer. Dat biedt interessante mogelijkheden voor projecten die bijvoorbeeld op agrarische grond worden gerealiseerd.

Wat te doen als initiatiefnemer?

Voor initiatiefnemers is het duidelijk dat de goedkeuring van projecten sinds de uitspraak van de Raad van State in mei dit jaar deels onveranderd is. Het inventariseren van de aanlegwijze, bouwwerk- en voertuigen en bouwplanning zijn niet nieuw. Bij Pondera stellen we daarvoor een zogenaamd ‘Construction Emissions Plan’ op. Met een berekening door de Aerius-calculator (http://calculator.aerius.nl) kan worden bepaald of er depositie optreedt op gevoelige habitattypen en zo ja, hoeveel. Alternatieve rekenmethodes zijn juridisch (onderbouwd) mogelijk, maar worden naar verwachting door het bevoegd gezag niet geaccepteerd. Wijst de calculator uit dat er geen belasting is (resultaat 0,00 mol/ha/jr), of wordt de kritische depositiewaarde niet overschreden kan een negatief effect worden uitgesloten. Maar wordt in de huidige situatie de kritische depositiewaarde al overschreden (via de legenda is dit zichtbaar te maken in de Aerius Calculator)? En treedt er een belasting, hoe klein ook, op? Dan ontstaat er een nieuwe situatie.

Om een vergunning te verkrijgen zullen de opties die hiervoor benoemd zijn moeten worden gekozen of gevolgd om vergunning/goedkeuring te verkrijgen: salderen, ecologisch beoordelen of het doorlopen van een ADC toets. Voor het salderen en de ADC toets geldt dat het effect moet worden weggenomen. Of door een andere stikstofbron weg te nemen (tijdens de bouw in ieder geval) of door een compensatie te treffen gericht op het habitattype dat wordt geraakt, bijvoorbeeld inrichten van nieuw natuurgebied. Ten aanzien van de ADC-toets geldt kort gezegd dat deze goed toepasbaar is voor duurzame energieprojecten vanwege de beleidsdoelstellingen die gediend zijn met deze projecten. De vraag of er alternatieven beschikbaar zijn is voor kleine decentrale opwekinstallaties een aandachtspunt. Ik verwacht dat bij het beoordelen van alternatieven toch ook snel de vraag weer boven komt of dat eigenlijk wel een zinvolle analyse is aangezien het vaak om eenmalige en hele kleine deposities zal gaan. Maar het kan noodzakelijk blijken vanwege het wettelijk kader als vooraf geen zekerheid is te bieden. Interessant is de gedachte om te compenseren met andere stikstofbronnen. Het ene jaar een tijdelijke extra belasting maar compensatie door het permanent wegnemen van een stikstofbron tijdens de exploitatie, bijvoorbeeld door het areaal akker dat niet meer bemest wordt door de civiele werken, of de vermeden emissies van verwijderde CV-ketels ten gevolge van de aanleg van een warmtenet.

De ecologische beoordeling is een oplossingsrichting die in het verleden soms wel, soms niet goed afliep voor het betreffende project. Veelal werd de relativiteit van een belasting als argument gehanteerd (ecologisch niet relevante belastingen bijvoorbeeld). Vanuit het gegeven dat de aanlegfase de fase is waar stikstof wordt uitgestoten bij duurzame energieprojecten en de uitstoot en depositie tijdelijk is en vaak een zeer beperkte belasting veroorzaakt, lijkt dit voor deze projecten een logische en te verantwoorden aanpak. Deze aanpak doet denken aan de 1% mortaliteitsnorm die wordt gehanteerd bij vogelaanvaringen, die optreedt bij windturbines. Kort gezegd: een effect zo klein dat het wegvalt binnen de nauwkeurigheidsgrenzen van in dit geval de jaarlijkse natuurlijke sterfte bij een vogelsoort.

Innovatieve oplossingen

Door het land heen wordt gekeken naar oplossingen om de daadwerkelijke belasting bij stikstofgevoelige natuurgebieden te beperken. Meer en minder innovatieve oplossingen zouden kunnen zijn:

  • Een Sectoraal Stikstof Programma Energietransitie, waarbij de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van duurzame energie-installaties wordt gesaldeerd met de stikstofbesparing bij fossiele opwek;
  • Aanbestedingseisen ten aanzien van elektrische of jonge werk- en transportvoertuigen voor de aanlegfase, welke geen of in elk geval aanzienlijk minder stikstof uitstoten;
  • Stikstof betrekken in het bedrijfsbeleid gericht op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (elektrisch rijden, schoon inkopen, etc);
  • Retrofitten van nabehandelingstechnieken (Ad Blue) in oude werk- en transportvoertuigen;
  • Tijdelijke lokale maatregelen als snelheidsverlaging van het bestaande verkeer;;
  • Herontwerp bouwmethodes (‘zo doen we het altijd’) om bouwtijd in te korten of het aantal transporten te reduceren: bijv. geen permanente bouwwegen en kraanopstelplaatsen om (zware) transporten te beperken, meer pre-assemblage in de fabriek, monopiles op land, etc.

De inzet van het Rijk op emissie-eisen op Europees niveau is daarbij bijzonder behulpzaam aangezien een belangrijk deel van de jaarlijkse stikstofdepositie uit het buitenland komt.

Alle oplossingen hebben hun mitsen en maren. Tegenover deze bezwaren staat echter het gegeven dat het soms niet anders kan. De afweging van kosten, (juridisch) risico en maatschappelijk verantwoord ondernemen zal er anders uitzien door het wegvallen van het PAS.

Informatie: