DONG werpt een steen in de subsidievijver [blog]

DONG heeft de windenergiewereld opgeschrikt, met een verbluffend lage prijs van 7,27 cent per kilowattuur (kWh) voor het bouwen van windpark Borssele van 700 MW voor de Zeeuwse kust. Volgens de afspraak tussen het Ministerie van Economische Zaken en de sector zouden we in 2020 toewerken naar een prijs onder de 10 cent. Bij de allereerste tender is dit doel niet alleen gehaald maar ook nog eens ver overtroffen. Goed, er komt om het enigszins te vergelijken met andere parken nog 1,4 cent bij voor de netaansluiting die TenneT verzorgt, maar ook met 8,67 cent per kWh ligt de prijs lager dan wie dan ook had verwacht.

Allereerst is het natuurlijk een formidabele prestatie van het ministerie van Economische Zaken (EZ) om het tendersysteem geheel binnen de planning op te tuigen en in werking te doen treden. Met een compact team vanuit EZ en Rijkswaterstaat zijn twee nieuwe wetten – Wet windenergie op zee en STROOM – door de kamer geloodst, is een ‘best case’ planning gehaald èn het doel verwezenlijkt van een grote besparing op de kosten van windenergie op zee.

Daarna komt natuurlijk DONG alle eer toe als het gaat om het durven inschrijven met een bedrag per kWh lager dan ooit eerder vertoond. Dat DONG vanuit een ervaren offshore windteam beschikt over veel expertise en goede contacten in de keten van toeleveranciers en aannemers, zal hieraan bijgedragen hebben.

Na de eerste verwondering rijst bij velen de vraag: hoe is dit mogelijk en wat zijn de gevolgen?

Hoe is dit mogelijk?

Als DONG niet mondiaal de leidende offshore windontwikkelaar was, maar een onbekende durfinvesteerder, dan zou getwijfeld kunnen worden aan de geloofwaardigheid ervan. Menigeen zou gedacht hebben dat het project wel ergens zou gaan sneuvelen. Met een partij als DONG kan het bod niet anders dan serieus genomen worden. Maar hoe is dit lage bod mogelijk? Het eerstvolgende offshore park voor wat betreft lage kostprijs is Horns Rev met 10,3 cent per kWh, 18% duurder. Natuurlijk is niet elk park vergelijkbaar; waterdiepte, omvang, afstand tot kust en havens, windaanbod, dit alles verschilt van park tot park. Wat is er dan zo gunstig aan Borssele? Het gebied heeft weliswaar een lage gemiddelde waterdiepte van circa 23 meter, maar kent wel geulen tot 35 meter diep. Kennelijk geen obstakel. Het park heeft een omvang die duidelijk schaalvoordelen biedt, het wordt namelijk het grootste offshore park ter wereld. Ook goede havens liggen nabij en het windaanbod behoort tot het beste van de wereld. Toch moet er meer zijn. Waarschijnlijk dragen de lage rente, de lage staalprijzen voor de funderingen en de offshore aannemers die graag de malaise in de offshore olie- en gasindustrie willen compenseren met het werken aan offshore wind, ook hieraan bij. Ook zal het feit dat de tender zekerheid biedt voor de ontwikkelaar een rol spelen. Minder onzekerheid betekent een gunstigere financiering. Omvang van het park, vergunning, subsidie, netaansluiting en moment van bouwen zijn op voorhand glashelder, dat is fijn als je een businesscase op het scherpst van de snede wilt doorrekenen. En Dong heeft waarschijnlijk wat slimmigheden toegepast die we nu nog niet kennen.

Wat zijn de gevolgen?

Kan de transitie naar hernieuwbare energie nu een stuk goedkoper en sneller? Dat zal zeker het geval zijn als de besparing wordt ingezet om meer windenergie op zee te realiseren en de winst niet verdwijnt in de algemene middelen. Op dit moment is er geen plan voor uitgifte van kavels na 2019, met deze besparing op zak kan dit nu voorbereid worden zonder extra kosten. Voor meer windenergiegebieden zullen daarvoor kavelbesluiten genomen dienen te worden. Fysieke ruimte is er op zee voldoende, nader onderzoek naar de ecologische ruimte is wel nodig.

Wat betekent het voor wind op land?

Windenergie op land is veel goedkoper dan op zee, tenminste dat werd altijd gedacht. Is dat nu minder of niet meer het geval? Gezien de lagere kosten voor funderingen, turbines en installatie en onderhoud moet windenergie op land goedkoper kunnen zijn. Kleinere schaal, minder wind, grotere onzekerheid over het kunnen verkrijgen van vergunningen, lokale weerstand en af te dragen omgevingsgelden maken het weer duurder. Vragen ontstaan zoals: zijn de turbineprijzen kunstmatig hoog? Wordt er teveel vergoeding gevraagd door ontwikkelaars of grondeigenaren voor de ontwikkeling van windturbines? Hoe het ook zij, tenderen voor subsidie om zo een lagere prijs te verkrijgen, is op land lastig omdat het grondeigendom niet in overheidshanden is. Toch lijkt een verlaging van de SDE-subsidie voor wind op land onontkoombaar na de uitkomst van deze tender, indien de lage prijs geen ‘incident’ blijkt te zijn. Al was het alleen al om een antwoord te hebben op de vraag van veel omwonenden: waarom zet je die windturbines toch niet op zee?

Voor het halen van de doelstellingen voor duurzame energie hebben we naast wind op zee ook wind op land nodig. Op de korte termijn verandert dat niet. Als de prijsverlaging voor wind op zee zich doorzet en wind op land niet evenredig volgt, zal na 2020 wind op zee gaan domineren.

Conclusie

DONG heeft een steen in de subsidievijver gegooid, met golven die tot op land reiken tot gevolg. De komende offshore tenders gaan uitwijzen of de prijsverlaging doorzet. Zal de tender dit najaar voor de volgende 700 MW in Borssele weer een lager bedrag laten zien? Zo ja, dan leidt dit waarschijnlijk ook tot een verlaging van de SDE voor wind op land. Dit kan leiden tot lagere turbineprijzen, minder verdiensten op land voor aannemers en ontwikkelaars en lagere grondvergoedingen. De windsector zal zich hierop moeten voorbereiden. Het pluspunt is dat lagere prijzen het maatschappelijk draagvlak zal vergroten en het halen van onze duurzame energiedoelstellingen zal versnellen.

Schermafbeelding-2016-07-05-om-21.20.22
Illustratie: Rijksoverheid Foto: DONG