10 jaar Pondera [blog]

Precies 10 jaar geleden startte ik met Pondera. Hoewel we dit jaar hier op verschillende manieren aandacht aan schenken (zie bijvoorbeeld ons magazine), is het ook een moment om langs deze weg bij stil te staan. Voor mij persoonlijk blijft het speciaal: van een start op de zolder naar een bedrijf met bijna 30 mensen.

Bestel nu ons 10 jarig magazine op: https://ponderaconsult.com/wind_magazine/

Als je als bedrijf 10 jaar bent, ben je feitelijk nog steeds een kleuter. Toch kunnen we al een beetje terug kijken. Zo kunnen we achteraf constateren dat we net voor een grote crisis gestart zijn. Uit het feit dat we desondanks gestaag zijn gegroeid kunnen we afleiden dat het onderwerp duurzame energie altijd op de politieke en economische agenda is blijven staan. Een beetje met horten en stoten, dat wel. Nu de kabinetsformatie gaande is, is het nauwelijks voorstelbaar dat de groei van duurzame energie zich niet doorzet. Sterker nog: het lijkt er op dat we voor een enorme versnelling staan en dat we sneller dan we binnen de sector denken, te maken krijgen met arbeidstekorten op tal van terreinen. Voor een jong bedrijf als de onze is dat goed nieuws. Natuurlijk dragen wij daar graag ons kleine steentje aan bij.

Is het dan alleen maar zonneschijn te melden? Helaas niet helemaal. Want hoewel duurzame energie goedkoper is geworden en de kosten eigenlijk al onder die van fossiele bronnen liggen, lopen de procedures van wind op land nog te lang en levert het daar vaak veel commotie op. De oplossingsrichting voor deze vertraging lijkt inmiddels ook wel duidelijk: pak de ontwikkelingen van zon en wind op land vooral van onderop, samen met de omgeving op. Laat iedereen in de omgeving meeprofiteren en doe dat op een eerlijke manier. Waarschijnlijk betekent dit ook iets voor de maat van de projecten: die zullen lokaal en kleinschaliger zijn dan nu ingestoken. Ik denk dat het aandeel met 100% lokaal eigenaarschap in deze projecten snel gaat groeien. Grootschalige projecten hebben we ook nodig, maar daar hebben we de EEZ voor.

Helaas is – eerlijk is eerlijk –  door een verkeerde omgevingsaanpak vanuit initiatiefnemers, hun adviseurs en overheden, in het verleden de sfeer met de omgeving verstard en zie je zelfs dat kleinschalige projecten vanuit de omgeving snel weerstand opgeroepen wordt. Het is van belang dat we snel een paar goede voorbeelden weten te realiseren zoals vaak gezegd wordt van het burgerinitiatief in Nijmegen. Met die voorbeelden kunnen we vervolgens weer vooruit. Het zou mooi zijn als we het juk van polarisatie van ons af kunnen werpen en echt gezamen
lijk duurzame energie verder brengen.

En mochten we deze horde genomen hebben, dan doemt opnieuw een technisch vraagstuk op. Hoe gaan we om met het verschil tussen vraag naar stroom en het aanbod van duurzame stroom. Zeker wanneer het aandeel duurzame energie groter wordt, we met zijn allen steeds meer elektrische auto’s kopen en we gas gaan vervangen, moeten we echt serieus aan de slag met het vraagstuk van energieopslag. Gelukkig verschijnen de oplossingen aan de horizon. En waarschijnlijk zal het net als bij wind en zon zo zijn dat de toegenomen vraag tot enorme kostendalingen gaan leiden in opslagmogelijkheden.

Genoeg te doen de komende 10 jaar! Ik heb er wel alle vertrouwen in. De sector is op zichzelf ook nog jong en kan daardoor nog makkelijk en snel leren van de eigen fouten. Ik heb de mensen in deze sector leren kennen als gedreven om klimaatverandering aan te pakken maar ook dat ze begrijpen dat ze dit niet zonder de omgeving kunnen doen. Want een fossielloos tijdperk heeft behoorlijke consequenties voor de leefomgeving.

Veel meer dan veel burgers en politici nu nog beseffen. Aan de andere kant lijkt een grote meerderheid van de kiezers in Nederland voor een actief klimaatbeleid te zijn. Dus lijkt het besef er wel te zijn.

Het is enorm inspirerend om in deze tijd mee te bouwen aan een tijdperk waarin we overschakelen op duurzame energiebronnen. We gaan steeds sneller vooruit. Toch ben ik ook wel weer benieuwd waar we over 10 jaar precies staan. We zullen het zien… 10 jaar: het is ook weer zo voorbij.

Hans Rijntalder

Hoezo draagvlak voor windenergie?

In een politiek debat over windenergie valt het begrip altijd wel een paar keer, zowel lokaal, provinciaal als landelijk. Zo ook de twee weken geleden weer in de Tweede Kamer toen het Energieakkoord centraal stond. “Er is geen draagvlak voor het project in Drenthe”, “er is wel draagvlak voor een project langs de Afsluitdijk” of zelfs “er is geen draagvlak voor windenergie.” Draagvlak lijkt in de politiek een containerbegrip te worden dat te pas en soms te onpas gebruikt wordt. Hoe zit het nu? Een poging om het begrip in een neutraler perspectief te plaatsen.

Er is draagvlak voor windenergie

campina
Bron: pak vanillevla Campina/Melkunie

De eerste boodschap is duidelijk: er is draagvlak voor windenergie. De studies hierover laten al jaren een consequente steun zien voor windenergie. De percentages verschillen wel, maar als je van conservatieve getallen uitgaat, kun je stellen dat zeker 80% van de bevolking achter windenergie staat (bijvoorbeeld I&O Research, 2014). Windenergie heeft bij het merendeel van de bevolking ook een positieve uitstraling. Reclamemakers weten dit al jaren, getuige het veelvuldige gebruik van windturbines in reclames. Of het nu gaat om hagelslagpakken of zuivelreclame. We weten ook dat jongeren windenergie meer en sneller ondersteunen dan ouderen. Politici lijken dit veel te weinig als uitgangspunt voor het debat te nemen.

Maar not in my backyard

Waarom dan toch zoveel discussie? Er is natuurlijk wel iets aan de hand. Als steeds duidelijker wordt dat een windproject op een bepaalde locatie komt, ontstaat vaak beroering in de regio: het bekende not in my backyard fenomeen. Moderne windturbines hebben alleen al gezien hun omvang een behoorlijke uitstraling naar hun omgeving. Vaak is er ook sprake van angst voor geluidoverlast, slagschaduwhinder en woningwaardedaling. Het begrip not in my backyard klinkt wellicht wat klagerig, maar zo is het niet bedoeld: het is de kern van het probleem. Als een windproject dichterbij komt in de tijd of daadwerkelijk bij iemand in de buurt , beginnen de mensen na te denken en kan een positieve grondhouding omslaan in een meer negatieve houding. En dan komt het op bestuurders, initiatiefnemers en politici aan om met de omgeving in gesprek te gaan.

Ieder zijn rol

Politici en bestuurders zouden het volgende kunnen doen om het omslaan van de positieve grondhouding in een meer negatieve houding te voorkomen:

  1. Uitleggen waarom we (minimaal tijdelijk) windenergie nodig hebben (nut en noodzaak);
  2. Uitleggen waarom op een bepaalde plek windturbines dienen te verschijnen ende belangenafweging daarbij;
  3. Garanderen dat er zo zorgvuldig mogelijk wordt omgegaan met lokale belangen en dat netjes aan de regels voldaan wordt.

Initiatiefnemers zouden op hun beurt:

  1. Vroegtijdig actief in contact moeten treden met omwonenden en belangengroepen;
  2. Redelijke regelingen uitwerken met de omgeving, zodat de lusten met hen worden gedeeld (zoals bijvoorbeeld een gebiedsfonds).

Het is op zich niet zo moeilijk, zo lijkt het. Toch lopen in de praktijk alle voornoemde aspecten door elkaar in de tijd tijdens politieke debatten en informatieavonden. Dat maakt het voor burgers vaak onbegrijpelijk.

En gun het wat tijd

Politici spelen een belangrijkere rol dan ze zelf soms beseffen: in positieve, maar ook negatieve zin. Het zou daarbij mooi zijn als politici zich zouden richten op – of zich beperken tot – hun eigen rol. En vervolgens zouden de initiatiefnemers met de omgeving en de inmiddels professionele belangengroepen fatsoenlijke gebieds- en omgevingsregelingen moeten uitwerken. Dit conform gedragscodes zoals uitgewerkt door onder meer NWEA en de Nederlandse Vereniging voor Omwonenden (NLVOW). Resultaat zou moeten zijn dat er serieus gewerkt wordt aan lokale en redelijke inpassing van het windproject. Natuurlijk moeten politici ook de voortgang van deze laatste processen bewaken en bijsturen als het mis gaat. Toch gaat het ook tijd kosten om best practises te ontwikkelen en met elkaar te delen. Enig geduld is geboden.

Wil u een mail ontvangen wanneer er weer een nieuwe Blogpost is gepubliceerd op onze website? Op onze Blogpagina kunt u zich abonneren voor de Pondera blog.

 

Blog: bestaan onafhankelijke adviseurs?

Met enige regelmaat krijgen we de vraag voorgelegd of we wel onafhankelijk zijn. Redenatie hierbij: “de initiatiefnemer betaalt jullie rekening. Dus jullie moeten wel opschrijven wat de initiatiefnemer wil. En daarmee is het advies niet onafhankelijk.” Vaak komt een dergelijke redenatie naar voren bij informatie-avonden waar initiatiefnemers en overheden plannen van nieuwe windenergieprojecten ontvouwen en presenteren. Initiatiefnemers staan hier vaak tegenover omwonenden. Er is dan vaak weinig oog voor nuance. Meningsverschillen nemen we niet makkelijk weg. Wat kunnen we wel doen? We kunnen wel uitleggen dat het voorgaande niet betekent dat wij als adviseur klakkeloos opschrijven wat een opdrachtgever wil.

Het is hierbij goed om te realiseren dat een opdrachtgever graag een project wil realiseren, maar niet tegen iedere prijs. Ontwikkelen van windprojecten kost veel geld en moeite en is een risicovol traject. Er gaan nog steeds uiteindelijk veel projecten niet door in de praktijk. Los van het feit dat in mijn ogen iedere initiatiefnemer de omgeving een belangrijke plek moet geven in de ontwikkeling van een windproject, zijn er in een windproject wel de nodige checks and balances ingebouwd die voorkomen dat ontwikkelaars zo maar doen waar ze zin in hebben of hun adviseurs zo maar iets kunnen opschrijven.

  1. In welke fase een opdrachtgever ons ook benadert: hij zal erop uit zijn om zijn investering uiteindelijk terug te verdienen. Daarbij hoort een spoedige analyse van eventuele showstoppers die een project kunnen breken. Hinderaspecten zoals geluid en slagschaduw zijn hierbij van groot belang. Zo vroeg als mogelijk toetsen we of het mogelijk is te voldoen aan wetten en regels. Daar waar we denken dat het in de knel kan komen, zullen wij het altijd met de opdrachtgever te bespreken. Dat is ook zeker in zijn belang.
  2. Hoe groot een windenergieproject ook is, er zullen altijd vergunningen voor benodigd zijn en ruimtelijke procedures doorlopen moeten worden. Dat betekent dat aanvragen getoetst moeten worden door overheidsambtenaren. Goed om te weten dat initiatiefnemers ook hiervoor via leges de rekening betalen.
  3. Voor grotere windprojecten moet vaak een Milieu Effect Rapport of een MER worden opgesteld. Een MER wordt getoetst door een onafhankelijke commissie: de Commisie voor de milieueffectrapportage. Ook voor de inschakeling van deze commissie moet een initiatiefnemer in zijn buidel tasten. De steeds duurder wordende tarieven moeten door het afschaffen van rijkssubsidies door de initiatiefnemers worden betaald.
  4. Als laatste stap kan een project te maken hebben met een rechtsgang met als ultieme stap: de gang naar de Raad van State. Uiteindelijk is een project voor een initiatiefnemer pas een haalbaar project als het project Raad van State-proof is. Om dit vooraf in te schatten is een hachelijke zaak, dus proberen adviseurs voorzichtig te zijn: beter safe than sorry, beter wat extra onderzoek en wat meer ruimte aanhouden ten opzichte van de normen dan het onderste uit de kan halen voor de initiatiefnemer.

Wat kunnen we van het voorgaande leren?

In de eerste plaats liggen er duidelijke financiële relaties tussen veel actoren in het ontwikkelproces, in de vorm van het betalen van leges, het honorarium van de Commissie m.e.r. De initiatiefnemer betaalt dus zeker niet alleen zijn adviseur. Betekent dat dan dat iedereen maar alles kan schrijven? In het geheel niet: uiteindelijk moet ieder project rekening houden met een succesvolle rechtsgang en hiermee zullen alle actoren in het proces altijd rekening houden en ook voorzichtigheid inbouwen.

Het laatste woord ligt bij de rechter

Ik ben het wel met de criticasters eens dat het begrip onafhankelijkheid in dit kader je misschien op het verkeerde been zet. Het is uiteindelijk namelijk helemaal niet van belang of degene die het advies opstelt onafhankelijk is of niet. Het is immers ook niet wettelijk voorgeschreven dat een adviesbureau wordt ingeschakeld. Een initiatiefnemer mag ook zelf het advies, bijvoorbeeld een milieueffectrapport, opstellen. Het gaat er wat ons betreft om dat een advies transparant, reproduceerbaar en toetsbaar is. Het laatste woord ligt bij de rechter. En die is onafhankelijk: dat dan weer wel.

raadvanstate

Blog – Handelsmissie Japan en Korea

Eind oktober / begin november mocht ik, samen met collega Arno Verbeek, deelnemen aan de handelsmissie naar Japan en Korea. Een deel van deze missie richtte zich specifiek op offshore windenergie als een onderdeel van een van de topsectoren in Nederland. Een bijzondere ervaring, zeker gezien de aanwezigheid van het koninklijke paar en twee ministers. Wat leverde dat op?

Opent een handelsmissie deuren die anders gesloten zouden blijven?

In de eerste plaats bleek een dergelijke delegatie ook daadwerkelijk deuren te openen. Windenergie is een onderwerp dat in belangrijke mate via overheidsbeleid vormgegeven wordt en vervolgens door bedrijven wordt uitgevoerd. De mensen van RVO en de ambassades hadden daartoe interessante besprekingen georganiseerd met relevante overheidsfunctionarissen en vertegenwoordigers van bedrijven. De matchmaking sessies met geïnteresseerde Japanse en Koreaanse bedrijven waren voor ons hierbij zeer relevant. Het heeft zeker veel nieuwe contacten en informatie opgeleverd en hier en daar ook aanknopingspunten voor nieuwe projecten.

arno web

Huidige situatie wind energie Japan en Korea

In de tweede plaats konden we met eigen ogen zien wat de situatie rond windenergie in Japan en Korea is. Beide landen zijn starters als het gaat om windenergie, zeker als het om offshore windenergie gaat. De landen zijn dan ook zeer belangstellend om te leren van de ervaringen die wij als windsector in Europa hebben opgedaan. Ook de culturele en zakelijke verschillen zijn opvallend; Japanners zijn gereserveerder, Koreanen tonen meer emoties.

Allemaal zaken die ook via een paar google handelingen te vinden zijn, maar daadwerkelijke ervaringen geven toch een veel beter gevoel. In Japan was het opvallend dat men redelijk snel lijkt te kiezen voor grootschalige toepassing van drijvende windturbines. Het is dan ook niet verbazend dat de meeste drijvende testturbines in Japan staan. Ook bijzonder: een bezoek aan windturbines aan de kust die de Japanse tsunami in 2011 glansrijk doorstaan hebben. Opvallend ook de relatieve hoeveelheid zogenaamde “downwind” turbines, een concept dat in Europa tot nu toe nauwelijks te zien is.

In de derde plaats bleken zowel Japanse als Koreaanse bedrijven belangstelling voor Europa, en zeker ook Nederland te hebben om te investeren of om turbines of onderdelen te leveren. Zeker de nieuwe ronde tenders die Minister Kamp vanaf 2015 organiseert voor offshore windenergie, oogsten interesse.

Lancering nieuw bedrijf Wind Minds

En in de vierde plaats konden wij de missie gebruiken om ons nieuwe bedrijf voor offshore windenergie “Wind Minds” dat we met Mecal, het Duitse BBB Umwelttechnik en Ep4offshore hebben opgericht te lanceren. RTL nieuws besteedde hier aandacht aan en ook het koninklijk paar vereerde ons met een bezoek. Een betere lancering van een offshore windbedrijf is nauwelijks voor te stellen.

RTL nieuws2

Naast de meer materiële kant is er natuurlijk ook meer. Het contact met collega’s in de energiewereld, inzicht in nieuwe culturen en – hoewel beperkt – enkele bezoeken aan bijzondere plekken zoals de grens met Noord Korea. Dat leidt soms tot broodnodige relativeringen of een herbevestiging van iets wat je al wist: Nederland heeft een bijzondere positie als het gaat om windenergie in de wereld. Niet alleen vanwege de grote ervaring met het werken op zee. We realiseren ons niet genoeg dat we hier gezegend zijn met een voordelig windklimaat en een relatief ondiepe zee. Dat is gunstig voor prijseffectiviteit. En een gedegen thuismarkt is misschien wel beste voor export.

En nu …. werk aan de winkel!

Al met al een succesvolle ervaring. Het is natuurlijk wel zo dat het echte succes van een dergelijke missie af hangt van een gedegen voorbereiding, maar vooral ook van de follow up. Eenmaal terug in Nederland wachten de dagelijkse werkzaamheden die ook na bijna twee weken weer de nodige aandacht verdienen. Het is de kunst om hierin een optimale balans te vinden. Met andere woorden: zweten.

 

Grondtarieven windturbines omlaag

Minister Kamp heeft de daad bij het woord gevoegd. Op 24 april gaf hij in het Algemeen Overleg al aan dat ECN bij de berekeningen voor de SDE+ 10% afslag op grondkosten zou doorvoeren. In die brief die Minister Kamp op 3 juli naar de Tweede Kamer stuurde op vragen van Liesbeth van Tongeren (SP), bevestigt hij dat op zijn aanwijzingen ECN voor de SDE+-tariefstelling van 2014 de tarieven verlaagd heeft met 10% van € 5,3 per MWh naar € 4,8 per MWh.

Rijksgronden van 2015 daadwerkelijk omlaag

Maar veel belangrijker nog: Kamp voegde hieraan toe dat het RVB (tot voor kort RVOB, per 1 juli Rijksvastgoedbedrijf, BZK portefeuille Wonen en Rijksdienst) per 1 januari 2015 ook de prijs tot € 4,8 per MWh zal aanpassen. Dit betekent dat niet alleen de berekeningsgrondslag voor subsidies omlaag is gegaan, maar dat grondvergoedingen voor rijksgronden vanaf 2015 daadwerkelijk omlaag gaan. Vreemd dat dit niet meer door de pers is opgepakt.

Naar verwachting particuliere grond en ook omlaag

Met dit duidelijke signaal is te verwachten dat ook de grondtarieven voor particuliere gronden neerwaarts bijgesteld zullen worden. Want zoals uit ons onderzoek naar de grondvergoedingen (Pondera Consult, 2013) gaven windprojectontwikkelaars aan de RVOB (nu dus RVB)-tarieven als leidraad te gebruiken voor onderhandelingen.

En het einde is nog niet in zicht: Minister Kamp geeft aan dat hij de tarieven in de SDE+ voor grond de komende jaren nog verder wil verlagen. Hij wil voorkomen dat er vanuit de SDE+ een prijsopdrijvend effect optreedt. Een verstandige zet, want ons onderzoek leek een verband tussen de hoogte van de subsidie en de hoogte van grondvergoedingen niet uit te sluiten.

Minister
Bron: ANP

Gevolgen voor windprojecten

Voor de meeste betrokkenen en belanghebbenden bij windprojecten – wellicht grondbezitters uitgezonderd – is dit een goede zaak. Grondbezitters moeten natuurlijk vergoed worden voor het beschikbaar stellen van de grond en het in die zin dragen van lasten, maar gezien het beperkte grondbeslag zijn geringere grondvergoedingen te rechtvaardigen.

Lusten en lasten eerlijk verdelen

Daar komt bij dat windturbines de afgelopen jaren inmiddels letterlijk het boerenerf ontstegen zijn. Moderne windturbines zijn in een wijde omtrek zichtbaar en soms hoorbaar. Het is daarom niet ondenkbeeldig dat een deel van de “winst” terecht gaat komen in omgevingsvergoedingen. De afgelopen jaren is het immers niet ongebruikelijk om de omgeving op een of andere manier toegemoet te komen voor de aanwezigheid van de turbines. Hoewel dit laatste maatwerk is per project, is het van belang de discussies open te voeren. De gedragscode van de windsector, waaraan nu de laatste hand wordt gelegd in samenwerking met overheden en belanghebbenden, gaat hier hopelijk een nuttige rol bij spelen. Uiteindelijk draait het er toch om de lusten en lasten eerlijker te verdelen. Dat is niet makkelijk, maar wel noodzakelijk voor de acceptatie van windenergie.