Imago van windenergie [blog]

Wat gebeurt er met projecten met een slecht aanzien? Vraag maar aan Youp van ’t Hek hoe het afloopt met dat alcoholvrije biertje, Buckler heette dat toch? En als je kijkt naar de alcoholvrije biermarkt van nu kan niemand ontkennen dat die markt de afgelopen jaren enorm is gegroeid. Het lag niet zozeer aan het product, wel aan het imago…

blogsergej
Het wil nog wel eens bij goede bedoelingen blijven. ‘Laten we vanaf het begin de buurt goed betrekken bij de plannen voor windenergie’. En vervolgens wordt maanden later in een buurthuis met alle goede bedoelingen gepresenteerd wat de globale ideeën zijn voor windenergie in de buurt. Een dag later kopt de lokale krant ‘veel zorgen buurtbewoners om windplannen’ en voordat het windplan goed en wel is ontstaan heeft het project een slecht imago bij de meeste mensen uit de buurt.

Goed, ik kan nu van alles schrijven over communicatiestrategieën, do’s en dont’s in marketing en roepen hoe windenergie ‘sexy’ gemaakt moet worden. Maar ik moet bekennen dat ik het ook niet weet. Ik ben geen marketinggoeroe. Het enige waar ik het mee moet doen is een beperkt stel hersens en ervaring als adviseur voor windprojecten. En dat brengt mij op de vraag die ik in deze blog wil beantwoorden: hoe zorg je er nu voor dat een windproject een goed imago krijgt? Dat iedereen met dat project geassocieerd wil worden en op de feestjes niet de nieuwe auto van de buurman het gespreksonderwerp is, maar dat gave project waar jij bij bent betrokken! In willekeurige volgorde beschrijf ik enkele belangrijke ingrediënten die volgens mij nodig zijn voor een ‘sexy’ project.

Benoem de voordelen

blogsergej2Volgens mij begint het met het stoppen met te voorkómen dat het project een slecht imago krijgt. Elke initiatiefnemer van een windproject weet welke argumenten gebruikt worden om een windplan te frustreren. Steeds anticiperen op tegenargumenten is veel lastiger dan zelf met de voordelen te komen, deze goed over het voetlicht te brengen en dan het gesprek aan te gaan. Een vergelijking met de sport: het is makkelijker voetballen met 1-0 voor, dan met 0-1 achter…

Zorg dat je een bekende bent

En veel koffie drinken, heel erg veel koffie drinken met omwonenden. Of een biertje natuurlijk. Als initiatiefnemer van een windpark moet je geen vreemde op afstand zijn, maar een benaderbare kennis die vertrouwen geeft.

Maak het project lokaal

Voor sommige initiatiefnemers de normaalste zaak, voor andere nog niet: betrek lokale mensen, bedrijven en hun kennis bij de ontwikkeling van het project. Een lokale energiecoöperatie komt letterlijk en figuurlijk van minder ver en hun verhaal kan in het algemeen op meer sympathie rekenen bij omwonenden dan een grote energiemaatschappij. Maar wie de initiatiefnemer ook is, het project kan lokaal gemaakt worden. Werk met ambassadeurs uit de gemeenschap die het goede geluid voortbrengen. Probeer de regionale of lokale pers te voeden met (goed) nieuws.

Kom met oplossingen

Je zult creatief moeten zijn met oplossingen voor de problemen die de omgeving ervaart. Bestaat er bezwaar, vraag hoe dat voorkomen kan worden. Kom er op terug, geef opties, leg uit wat jouw mogelijkheden zijn. Steeds herhalen dat het niet mogelijk is wat de omgeving misschien wil wekt irritatie op. Wees dus creatief in de dingen die je wel kunt doen! Misschien kunnen de woningen in de omgeving wel zonnepanelen krijgen, zodat zij een minder hoge elektriciteitsrekening krijgen en daarmee de waarde van de woning aantoonbaar stijgt.

blogsergej3Tot slot is het niet vreemd dat er weerstand resteert, ondanks alle inspanningen om het project een sexy imago te laten krijgen. De kunst is alleen om niet alle energie te richten op de laatste weerstand van een project. Probeer in te schatten waar de meeste winst is te behalen. Is dat bij de notoire bezwaarmaker die op alle plannen van de gemeente negatief reageert of bij de grotere groep mensen die nog relatief onverschillig is ten opzichte van het project? Misschien is het onderste uit de kan niet haalbaar en moet je een duidelijke geste naar de omgeving brengen. Maar uiteindelijk, is het een groot goed om te streven naar 0 weerstand, maar weerstand is er altijd.
Nu ik een aantal onderdelen van een potentieel succesvolle ontwikkeling van een windproject heb genoemd, ben ik ook erg benieuwd naar de succesverhalen. Iedereen heeft ze (hoop ik), dus laat ze horen! Welke project dingt mee naar de titel van meest sexy windpark? En wat is daarvoor het belangrijkste ingrediënt? Ik ben dus niet op zoek naar de verhalen a la Buckler, maar naar de succesverhalen als Tesla en Iphone waar iedereen mee geassocieerd wil worden.

 

Afbeeldingsresultaat voor iphone 7 launch

Haalt Nederland zijn winddoelstelling? [blog]

Mijn geschiedenisleraar wist mij te overtuigen van het nut van zijn vak: uit het verleden zijn lessen te trekken voor de toekomst. Als ik deze les toepas op de ontwikkeling van windenergie op land in Nederland en mijn eigen ervaringen als adviseur bij deze ontwikkeling, dan volgt een conclusie die aansluit bij de Nationale Energieverkenning 2015: Nederland haalt de energiedoelen en de windenergiedoelstelling voor 2020 niet. Nu is dat niet een heel schokkende conclusie, maar het is wel aardig dit eens vanuit historisch perspectief te bekijken. En daarbij, als het ook onderwerp van een latenightshow is (Zondag met Lubach, https://www.youtube.com/watch?v=EualIUXlhC8), dan is het hoogtijd om er een blog aan te wijden.

In Zondag met Lubach (24 januari 2016) werd op ludieke wijze ingegaan op stereotype bezwaren van windturbines en de stand van zaken met betrekking tot de ambities voor duurzame energie.

Lubach

Kort een paar feiten over windenergie

Toen ik ruim tien jaar geleden begon als adviseur stond er circa 1.500 MW geïnstalleerd vermogen aan windenergie in Nederland. Eind 2015 stond er 3.379 MW, met 3.022 MW gerealiseerd op land. Een ruime verdubbeling dus. Met het doel van 6.000 MW op land dienen we in die paar jaar die ons nog rest tot 2020 dus wederom bijna een verdubbeling te realiseren van windenergie op land. Alleen niet in ruim tien jaar, maar in krap vierjaar. In onderstaande grafiek is de steiler lopende lijn van 2015 naar 2020 te zien. Daarnaast valt uit de grafiek op te maken dat ook offshore nog een geweldige uitdaging vormt.

Opgesteld vermogen NL 2015

Mijn eigen ervaringen

Tien jaar geleden waren er windprojecten die zonder noemenswaardige weerstand door de procedures kwamen en waarbij, als er al tegenstanders van het windproject waren, zij nog niet erg professioneel en georganiseerd waren. Mensen waren minder mondig en kritisch. Verder was de urgentie voor het klimaatprobleem en voor windenergie minder groot. Het internet stond nog niet vol met (on)zinnige verhalen over windenergie. Er waren nauwelijks onderzoeken te vinden die gingen over effecten van windenergie, hoe goed je ook zocht. Ook geen blogs over windenergie overigens. De milieueffectrapporten waaraan ik schreef waren een stuk minder dik dan nu. Ik had minder kennis over de effecten van windturbines tot mijn beschikking, maar dit gold ook voor de hele sector. Een voorbeeld is het effect op vleermuizen. Als dit überhaupt al aan de orde kwam dan was er nog een grote kennisleemte en was het onduidelijk wat het effect van de windturbines was en wat er eventueel aan gedaan kon worden. Nu is het vrij gewoon dat windturbines worden stilgezet bij een lage windsnelheid gedurende de schemerperiode in de zomermaanden, wanneer vleermuizen de meeste vliegbewegingen maken en dus de grootste kans hebben om met de turbinebladen in aanraking te komen. De verschillen klinken erg zwart-wit, maar in tien jaar tijd is er best wel wat veranderd.

Vooruitzichten

Mogen we de trend van de afgelopen jaren doortrekken dan ontstaat het volgende beeld. Kennis over effecten van windenergie neemt verder toe, de milieueffectrapporten en de onderzoeken die worden uitgevoerd worden omvangrijker. Er is steeds meer informatie op internet beschikbaar. De tegenstand professionaliseert verder en organiseert zich meer en meer. Dat houdt in dat windprojecten soms lastiger te realiseren zijn, maar vooral ook anders gerealiseerd gaan worden. Denk aan meer burgerprojecten. Daar komt nog bij dat de ‘beste’ plekken voor windenergie al zijn ontwikkeld en dat er nu windenergie op lastigere locaties dient te worden gerealiseerd. De urgentie van het klimaatprobleem en de behoefte aan energie uit ‘niet-dubieuze landen’ neemt alsmaar toe en dit kan bijdragen aan het realiseren van deze lastige windprojectlocaties.

Windturbines in Nederland

Kaart

Bron: http://www.energieoverheid.nl/2013/03/29/kabinet-wijst-11-windparkgebieden-aan/

Belangrijke les

Uit deze snelle exercitie trek ik één belangrijke les. Om in vier jaar tijd net zoveel vermogen aan windenergie te realiseren als waar we dat eerder in tien jaar tijd hebben gedaan, is op zich al een enorme uitdaging. Maar omdat het steeds lastiger is om op sommige locaties een windproject te ontwikkelen, lijkt de doelstelling van 6.000 MW nog erg ver weg.

turbine in aanbouwOf zit ik er naast en zet vooral de trend door van de toenemende urgentie voor windenergie, waardoor ondanks dat locaties lastig lijken om te ontwikkelen toch de doelstelling gehaald wordt? En zijn mensen niet mondiger geworden, is de tegenstand niet méér georganiseerd en méér professioneel en zijn nieuwe locaties niet lastiger te ontwikkelen? Of zijn er misschien nu wel zoveel projecten in voorbereiding die de komende jaren worden ontwikkeld, dat de doelstelling ineens rap dichterbij komt?

In de Nationale Energieverkenning 2015 wordt de verwachting uitgesproken dat de hoeveelheid hernieuwbare energie versnelt toeneemt. Voor wind op land wordt daarin 5.100 MW genoemd voor 2020, waarbij wordt vermeld dat de groei naar 6.000 MW in 2020 niet onmogelijk wordt geacht en valt binnen de bandbreedte van de prognose voor 2020. Laat ik hopen dat ik en ook de Nationale Energieverkenning 2015 er naast zit en onze verwachtingen niet uitkomen en de doelstelling wel wordt gehaald. Daarbij is het ook aardig om te beseffen dat de wereld in 2020 niet ophoudt met draaien; ook na 2020 zal er windenergie nodig zijn. In dat licht is het mooi om te zien dat er al allerlei (regionale) partijen bezig zijn met concrete doelen voor 2030 en daarna. En of we in 2020 de doelstelling hebben gehaald of niet, er zal daarna wederom méér windenergie nodig zijn.

Lastig die windturbines!

Geen enkel windproject in Nederland is bezwarenvrij. Er is altijd wel iemand die tegen de komst van een windpark is. Toch wordt het ene windpark gebouwd en de andere niet. Hoe komt dat?

4 hoofdredenen

Uit de dagelijkse praktijk, waarbij vele tientallen windprojecten mij van werk voorzien, destilleer ik vier hoofdredenen waarom windparken de test der kritiek doorstaan en sommige niet. Dit zijn de volgende:

  1. Het windproject moet volwassen zijn;
  2. Het windproject moet technisch, planologisch en financieel realiseerbaar zijn;
  3. Het windproject moet voldoende draagvlak hebben en
  4. Het windproject moet het ‘momentum’ hebben.

Volwassen

Ik krijg projectideeën onder ogen die slechts bestaan uit de beschikbaarheid van enkele percelen. Dit kan in potentie een prima windproject worden, echter alleen grond ter beschikking hebben maakt een project nog verre van volwassen.

VolwassenWil het project een kans van slagen hebben, dan is het vereist om volwassen te worden. Je weet dan wat de technische en planologische mogelijkheden zijn van de locatie, hoe er door omwonenden tegenaan gekeken wordt en hoe het project politiek/bestuurlijk ligt. Weet je dit niet, dan is je project nog niet volwassen en is de kans op succes laag. Er zijn vele windprojecten die (nog) niet gerealiseerd zijn, omdat het stadium waarin het project zich bevindt, nog te juveniel is.

Realiseerbaar

Een tweede hoofdreden is dat het project moet voldoen aan de geldende regels. Dus niet te dichtbij woningen, op gepaste afstand van leidingen, etc. Ook technisch gezien moet het project realiseerbaar zijn. Zo dient de locatie voldoende bereikbaar te zijn voor groot transport en is er ruimte nodig voor een bouwkraan. Naast deze (milieu)technische en planologische eisen, zal het project ook financieel uitvoerbaar dienen te zijn. Een windpark kan alleen gebouwd worden, indien er voldoende financiële middelen zijn. Deze worden vaak extern gevonden. Alleen sommige (grote) bedrijven financieren een windpark zelf (op de balans). De meeste windparken die in de publiciteit komen, zijn realiseerbaar en volwassen, omdat de initiatiefnemer van het windpark er over het algemeen voor kiest pas ook dan naar buiten te treden.

Draagvlak

In Nederland dienen veel meer windturbines geplaatst te worden dan dat er nu staan om klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Een vereiste daarvoor is dat de projecten voldoende volwassen en realiseerbaar zijn, maar ook draagvlak is van bijzonder belang. Het ontbreken van draagvlak is namelijk de belangrijkste reden waarom (volwassen en realiseerbare) windprojecten stranden. Onder draagvlak versta ik de bereidheid van omwonenden om het windpark te accepteren in hun omgeving en dat er een meerderheid in de (gemeentelijke of provinciale) politiek is voor het park. Overigens zijn deze twee aspecten van draagvlak erg met elkaar verweven. Niet zelden is de politiek pas tegen, indien omwonenden zich kritisch uiten over het windproject.

DraagvlakEen paar voorbeelden uit de praktijk. Het plan voor een windpark in het noorden van Nijmegen is bijna unaniem aangenomen door de gemeenteraad, met vaak het argument dat het een project betreft dat de burger zelf wil. Het windpark wordt ontwikkeld en later geëxploiteerd door burgers. Een ander voorbeeld is windpark Den Tol in de Achterhoek. Ook hier is het bestemmingsplan dat de turbines bestemt met meerderheid van de gemeenteraad aangenomen. Doordat de groep omwonenden zelf het windpark ontwikkelt, gesteund door jarenlang consistent beleid van de gemeente om windturbines in het gebied te plaatsen, is er voldoende draagvlak ontstaan voor het windproject. In beide windprojecten is het overigens niet zo dat iedereen er enthousiast over is. Bij beide projecten zijn er bewoners uit de nabijheid van het windpark die de turbines liever niet zien komen. Ik ken echter geen enkel windproject in Nederland waar iederéén staat te springen om de komst van windturbines. Maar het draagvlak van beide genoemde projecten was voldoende om het project door de politiek omarmd te krijgen.

Momentum

Momentum, wat is dat? Ik kan dat het best uitleggen aan de hand van het oude, maar nog steeds bruikbare stromenmodel (of vuilnisvatmodel) van Cohen, March en Olsen (A garbage can model of organizational choice, 1972). Dit model is gebaseerd op de waarneming dat de aandacht van betrokkenen steeds verspreid wordt over allerlei verschillende zaken. Er is niet één punt waar een probleem aan de orde wordt gesteld. Ook is er niet één punt waar men zich wijdt aan de selectie en waardering van alternatieven of één groep mensen die zich daarmee bezighoudt. De besluitvorming is het resultaat van de samenloop van drie relatief onafhankelijke stromen:

  • de stroom van problemen,
  • de stroom van oplossingen en
  • de stroom van keuzemomenten en beslissers.

Wanneer deze stromen bij elkaar komen, pas dan kan er een besluit genomen worden en dat moment noem ik het momentum (Kingdon noemt dit een: ‘policy window’ in Agenda’s, alternatives and public policies, 1984). Als voorbeeld, en zonder compleet te willen zijn, neem ik het windproject in Nijmegen. De stroom van problemen bestaat uit een in 2012 bij de Raad van State gestrand windproject, een klimaatprobleem en uitdagend gemeentelijk klimaatdoel en een afhankelijke positie van landen met fossiele energiebronnen zoals Rusland. De stroom van oplossingen bestaat uit een burgerinitiatief om het gestrande windproject opnieuw te ontwikkelen, een windpark dat de klimaatdoelstelling van de gemeente Nijmegen dichterbij brengt en Nijmegen of Nederland minder afhankelijk maakt van landen als Rusland. De stroom van keuzemomenten en beslissers bestaat uit het bestaan van klimaatambities van de gemeente Nijmegen, van een nieuwe raad en college die een jarenlang dossier kan sluiten en beloften uit hun verkiezingsprogramma’s kunnen inlossen. In de volgende figuur zijn de drie stromen gevisualiseerd.

Vonk

Bron: Vonk Noordegraaf e.a., Road Pricing Policy Adoption: a Case Study of Rush Hour Avoidance, 2011

In Nijmegen zijn de drie stromen bij elkaar gekomen, is er dus een momentum waarop is gekozen om de windturbines langs de A15 in Nijmegen mogelijk te maken.

Tot slot

Is het succes van gerealiseerde projecten nu te duiden door middel van de vier genoemde factoren? Ik denk het wel, maar daarmee kan een fatalistisch beeld ontstaan: je hebt als ontwikkelende partij niet alles zelf in de hand. Het momentum wordt namelijk bepaald door de samenkomst van stromen die zich min of meer onafhankelijk bewegen. Dat is volgens mij de reden waarom een windproject gemiddeld 7 jaar duurt vanaf idee tot realisatie. Wat heb je wel zelf in de hand? Juist, maak je project volwassen(er), realiseerbaar(der) en werk expliciet aan meer draagvlak. Daarna steekt die wind in de rug ongetwijfeld vanzelf wel een keer op.

Geplande windturbines in Nijmegen_Pondera Consult
De geplande windturbines in Nijmegen – Pondera Consult