President Trump en zijn impact op duurzame energie [blog]

Of je de verkiezingsuitslag bejubelt of betreurt, het is duidelijk dat de koers van een aantal internationale thema’s zoals immigratie, internationale handel en defensie hoogst onzeker zijn. Maar ook is onzeker welke positie de VS, de tweede grootste CO2-uitstoter, in gaat nemen in het wereldwijde gevecht tegen klimaatverandering.

Noem het een droom of nachtmerrie, president Trump is de komende vier jaar een realiteit. In een verkiezingscampagne dat maar heel af en toe over de inhoud ging, liet hij zich slechts enkele malen uit over klimaatbeleid. De vraag is wat dit kan betekenen voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering, dat met deze verkiezingsuitslag een ander licht werpt op de huidige COP in Marrakesh, die gaat over de uitvoering van de afspraken uit het Verdrag van Parijs.

Trump over klimaatverandering

Trump heeft geen geheim gemaakt van zijn skepsis over klimaatverandering. Hij noemde klimaatverandering een Chinese hoax en beloofde eveneens te zullen stoppen met het sturen van “de miljarden dollars naar het VN-klimaatprogramma”.

trump-tweetOok beloofde hij Amerika’s ondertekening van het Verdrag van Parijs te annuleren. Zijn invloed hierop is echter kleiner dan hij denkt: het akkoord is net in werking getreden doordat de internationale gemeenschap het verdrag met spoed heeft geratificeerd. De eerste mogelijkheid voor terugtrekken dient zich pas over drie jaar aan, en het proces duurt een jaar voordat de terugtrekking voltrokken is. Maar hij kan zich er makkelijker vanaf maken, gezien de afspraken van individuele landen (op verzoek van de VS) niet-bindend zijn. Trump kan eenvoudig de beloften niet nakomen, en daarmee zorgen voor een domino-effect onder andere deelnemende landen.

Trump over energievoorziening

Het Republikeinse verkiezingsprogramma spreekt over schone, onafhankelijke en betaalbare energieproductie, maar zijn energiepolitiek richt zich volledig op de exploitatie van fossiele reserves. Dit vertaalt Trump in werkgelegenheid en onafhankelijkheid: hij belooft een jaarlijkse toename van 400.000 nieuwe banen in de olie- en gasindustrie. Hiervoor moeten Amerika’s schalie-, olie-, kool- en gasreserves worden geopend, wat $50 biljoen zou moeten opleveren. Daarnaast is hij voorstander van fracking en minder restricties voor de aanleg van Keystone XL, de omstreden olieverbinding van de oliezandvelden uit Canada naar verschillende plekken in de Verenigde Staten.

us-emissionsIn zijn statements zitten meerdere tegenstrijdigheden: hoe Trump energie-onafhankelijkheid wil rijmen met zijn claim om olie uit Irak te halen, is onbekend. Ook brandstoffen uit schaliegesteente zijn prijzig ten opzichte van de lage energieprijs. Tevens ziet hij in clean coal een hoofdrol voor een schone energieproductie, maar kolenproductie met CO2-opslag is naast beperkt efficiënt ook erg duur. Schoon, onafhankelijk en betaalbaar zijn drie variabelen die niet onderling onafhankelijk zijn, dus het is zeer onwaarschijnlijk dat hij deze beloften waar maakt.

Innovatieadviesbureau Lux Research berekende dat een achtjarig presidentschap van Trump leidt tot 3,4 miljard ton meer CO2 dan wanneer Clinton president zou zijn geweest. Dat verschil is gelijk aan ruim 5600 vluchten Amsterdam – New York per dag over een periode van acht jaar.

Trump over duurzame energie

Gegeven het bovenstaande is het dus niet verwonderlijk dat Trump geen fan is van duurzame energie. De woorden ‘renewable’ of ‘sustainable’ komen niet voor in zijn verkiezingsprogramma. Windturbines noemt hij lelijk en een ‘uiting van openbaar vandalisme’. In Aberdeen spande hij zelfs een zaak aan tegen de komst van een offshore windpark dat in de buurt lag van zijn golfresort; Trump verloor. Een maand geleden startte de bouw van dit windpark.

Duurzame energie is ook geen fan van hem: direct na de uitslag zakte de aandelenprijs van Vestas naar een verlies van 14 procent, om daarna te stabiliseren op 6,6 procent.

Het is echter de vraag of 9 november een breekpunt zal zijn voor de opmars van groene energie op mondiale schaal. Op steeds meer plekken in de wereld is hernieuwbare energie even duur als fossiele energie, en is steeds minder afhankelijk van subsidies. De vrije markt bepaalt grotendeels de koers. China investeert aanzienlijke bedragen in zon- en windtechnologie, en dat is terug te zien in de ongekende stijging van het wereldwijd jaarlijks geïnstalleerd vermogen aan zon en wind. Het is dus niet gek dat de top 10 grootste zonnepaneel- en windturbinefabrikanten door Chinese bedrijven ruim vertegenwoordigd zijn.

Ondanks deze ontwikkelingen is het in ieder geval duidelijk dat Trump en een Republikeinse Senaat een grote stap terug betekent voor het beteugelen van de milieuschade die we deze planeet aan het toebrengen zijn. Amerika heeft de technologie, creativiteit, impact en ondernemerschap te bieden om het verschil te maken, maar klimaatverandering zal een beduidend lagere plek op de agenda krijgen. Met Trump is de kans groot dat het Amerika het Business As Usual-scenario volgt en geen extra inspanningen doet om de afspraken van Parijs na te komen.

Wat betekent dit dan voor Nederland? Afnemende investeringen in Amerikaanse hernieuwbare projecten en een mogelijke stimulans voor de PVV met dezelfde (waan)ideeën over klimaatverandering. De impact op het Nederlandse beleid lijkt verder beperkt te blijven, maar het vervelende blijft dat Amerika’s binnenlandse klimaatbeleid invloed heeft op de hele wereld. CO2-uitstoot houdt niet op bij de landsgrenzen, dus een gezamenlijke aanpak is vereist. We hebben geen muren nodig maar bruggen. En een overdosis compassie.

COP 21: De eindstand [blog]

Auteurs: Wouter Pustjens & Mariëlle de Sain

‘Historisch’, ‘optimistisch’, ‘vergaand’. Grote stappen voorwaarts moeten worden genomen en roeren zullen drastisch omgaan.
Het klimaatakkoord laat het mediastof in superlatieven opwaaien. Na twee weken onderhandelingen gingen 195 landen onder luid applaus akkoord met een succesvolle afsluiting van de VN-klimaattop COP21. Veranderingen voor Nederland en de windsector lijken evident en aanstaande, maar we lichten een tip van de sluier over de betekenis van dit akkoord voor Nederland en de windsector.

Het klimaatakkoord vervangt in 2020 het Kyoto Protocol, waaraan 37 landen deelnamen. De hoofdpunten uit het nieuwe akkoord zijn:

  • 195 landen gaan actie ondernemen tegen klimaatverandering. Deze landen streven ernaar zo snel mogelijk een einde te maken aan de stijging van broeikasgassen. Voor armere, ontwikkelende landen zal dit langer duren dan voor de rijkere.
  • De aarde mag hoogstens 2 graden Celsius opwarmen, waarbij de landen serieuze inspanningen plegen om de gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graden.
  • Vanaf 2020 stellen rijke landen $100 miljard (€91 miljard) ter beschikking om landen bij te staan die de uitvoering van het klimaatakkoord niet kunnen financieren.
  • Voorafgaand aan de top dienden 186 landen hun klimaatplannen in. Deze worden nu geëvalueerd. Een mondiaal revisiesysteem vraagt de landen elke vijf jaar hun klimaatplannen bij te werken, waarbij de ambities niet naar beneden mogen worden bijgesteld.
  • Het verdrag is officieel zodra 55 landen het hebben geratificeerd, die verantwoordelijk zijn voor 55 procent van de wereldwijde emissies.

Veranderingen voor Nederland

Tot het ingaan van het Parijse klimaatakkoord proberen alle EU-lidstaten hun eigen 20/20/20-doelstellingen te bereiken. Met deze afspraken streven EU-landen ernaar het energieverbruik 20 procent te verminderen, 20 procent te verduurzamen en 20 procent efficiënter te maken.
Jonathan Verschuuren, hoogleraar internationaal en Europees milieurecht, zegt in Nieuwsuur weinig verandering te verwachten voor de Nederlandse energieambities. Nederland laat zich nu leiden door de Europese doelstellingen die dwingender zijn dan het Parijse klimaatakkoord. De EU kan immers sancties opleggen als deze afspraken niet worden nagekomen. Nederland zit in de gevarenzone wat betreft de duurzame energiedoelstelling die volgens de huidige gang van zaken niet haalbaar lijkt.

South Bend Voice via Flickr“Voor energiebeleid wordt 2016 een heel spannend jaar,” zegt Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord. Nijpels is in gesprek met meerdere partijen om het draagvlak voor wind op land te vergroten. Verder overlegt hij met minister Kamp, minister Dijsselbloem, minister Blok en staatssecretaris Dijksma hoe pakketten met extra maatregelen ingevoerd kunnen worden. Hiermee wil Nijpels de gaten vullen om de doelen voor duurzame energie en energiebesparing te realiseren. Hierna gaat een brief naar de Tweede Kamer.
Het Nederlandse bedrijfsleven loopt enigszins vooruit op de Rijksoverheid. Topmannen van grote Nederlandse bedrijven als Unilever, DSM en Desso hebben in Parijs de politiek opgeroepen barrières weg te nemen voor de implementatie van duurzaamheidsmaatregelen.

Voor de wind

Duurzame energie in het algemeen, en windenergie in het specifiek, kunnen in steeds meer gevallen concurreren met fossiele brandstoffen. Bloomberg New Energy Finance meldde dat de kosten voor wind op land in het laatste half jaar van $85 naar $83 per MWh daalde, terwijl de kosten voor energie uit steenkool in Europa van $82 naar $105 per MWh steeg. Deze trend kan door het klimaatakkoord worden versterkt. De International Energy Agency (IEA) berekende dat de in Parijs gestelde doelen $16,5 biljoen aan investeringen in duurzame energie en energie efficiency vragen. De kans is groot dat de uitfasering van fossiele energie, met name steenkool, voor een aanzienlijk deel wordt opgevangen door de windsector.

De EWEA ziet nieuwe investeringsmogelijkheden voor wind binnen en buiten Europa. De organisatie wil de EU-ambitie verstevigen als marktleider op het gebied van hernieuwbare energie. De EWEA voorziet marktgroei buiten de EU, maar ook sterkere internationale competitie.

De EWEA wil aansluiten bij de klimaatplannen die landen inleverden voor de COP21. De klimaatplannen van 70 landen zien windenergie als middel om klimaatverandering concreet aan te pakken. Enkele plannen bevatten specifieke, kwantificeerbare ambities voor windenergie, veelal uitgedrukt in MW/GW of percentages. Dit zijn de plannen van:

  • Bangladesh (400 MW)
  • China (200 GW in 2020)
  • India (60 GW in 2022)
  • Mongolië (354 MW)
  • Marokko (14% energie uit wind in 2020)
  • Tunesië (1,7 GW in 2030)
  • Turkije (16 GW in 2030)

Opvallend genoeg is in de EU-klimaatplannen geen specifieke aandacht besteed aan hernieuwbare energietechnologieën.

Wat volgens EWEA nog in het klimaatakkoord ontbreekt, is het aanpassen van wetgeving over intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot technologieën die een rol spelen bij de strijd tegen klimaatverandering. Intellectuele eigendomsrechten kunnen een obstakel vormen voor technologietransfer en daarmee de energietransitie. Het klimaatakkoord suggereert wel dat er wordt nagedacht over een nieuw raamwerk dat technologiebarrières zou moeten wegnemen.

Gevolgen voor windprojecten

Dit akkoord geeft natuurlijk een sterk signaal af voor radicale verandering van ons economisch systeem en energie-infrastructuur. Bovendien is het een mogelijke katalysator voor alle initiatieven die nu in ontwikkeling zijn. Het is een breed gedragen akkoord is, dat een extra laag vormt bovenop de EU-doelstellingen, het Energieakkoord, provinciale en gemeentelijke doelstellingen.

Echter, bij specifieke projecten zullen de doelstellingen leidend zijn die de meest gedefinieerde reikwijdte hebben. In onze dagelijkse praktijk zien we dat dit de doelstellingen van de provincies en gemeenten zijn, en niet een Europese richtlijn, laat staan een mondiaal klimaatakkoord. Bovendien is er regelmatig sprake van botsende belangen uit die gelaagdheid van doelen, waardoor overheden onderling projecten kunnen vertragen. Initiatiefnemers die nu starten met de ontwikkeling van een windpark, kunnen rekenen op lange procedures die meerdere jaren kunnen duren. Om al deze doelen een echte impuls te geven, doet de overheid er goed aan deze barrières weg te halen om de planfase in te korten. De neuzen staan grofweg dezelfde kant uit, maar bevinden niet op één lijn. Hoe nu verder?

De meest effectieve oplossing is om de resultaten van Parijs door te vertalen naar nieuwe concrete doelstellingen voor 2030 en mogelijk 2050 voor wind en mogelijk andere hernieuwbare energiebronnen. Zonder deze vertaling en zolang het systeem van emissiehandel nog niet adequaat functioneert, lopen we te veel risico dat het bij mooie woorden blijft.

Illustratie:
South Bend Voice via Flickr

COP 21: De tussenstand [blog]

Auteurs: Wouter Pustjens en Mariëlle de Sain

De klimaattop Parijs, de COP 21, is ruim een week bezig en er is een conceptakkoord opgeleverd. We zijn er echter nog lang niet. De onderhandelingen die nu plaatsvinden, gaan over de kern: de verdeling van de mondiale lusten en lasten over de aanpak van het klimaatprobleem. De uitkomst is van grote invloed op de ambitie van het klimaatverdrag; wordt het een papieren tijger of een die echt kan doorbijten?

Conceptakkoord

Illustratie 2 bij artikel COP 21Alle aanwezige landen erkennen het belang van het terugdringen van klimaatverandering. Eveneens zijn ze bereid om tot overeenstemming te komen en om elke vijf jaar de doelen bij te stellen. In het 48 pagina’s tellende conceptakkoord zijn algemene doelen gesteld, waarbij alle betrokkenen urgente actie ondernemen en samenwerking intensiveren over:

  • Het beperken van mondiale temperatuurstijging tot minder dan 1,5 °C of ruim beneden 2 °C;
  • Het vergroten van het vermogen om ons aan te passen aan nadelige gevolgen van klimaatverandering;
  • Het inzetten van een transitie naar een klimaatbestendige en koolstofarme economie en maatschappij, die geen bedreiging vormt voor de voedselproductie en –distributie.

Met het conceptakkoord is de kous nog lang niet af; in de hele tekst stonden 900 sets blokhaken die de discussiepunten van het verdrag aangeven. Deze punten staan een succesvolle uitkomst in de weg. Eén van de hoofdzaken – krijgt dit akkoord wel of geen juridisch bindende grondslag? – wordt nog betwist tussen China, de VS en de EU, de top drie CO2 uitstoters ter wereld. China en de EU willen bindende afspraken, maar de VS verwacht niet dat de hoofdzakelijk Republikeinse Senaat hiermee instemt.
Op het moment werken ministers van de 195 aanwezige landen aan een laatste concepttekst. Het formaliseren van de tekst gebeurt 11 december, de laatste dag van klimaattop.

EWEA

De klimaattop gaat over wereldwijde abstracte issues en oplossingen; men gaat niet in op specifieke oplossingen als windenergie. Wel sprak Giles Dickson, CEO van EWEA, vorige week op de klimaattop. Hij benadrukte daar dat windenergie het goedkoopste alternatief biedt voor fossiele brandstoffen, en in sommige gevallen op gelijke voet ermee kan concurreren. Dickson benoemde de rol die de Europese windsector kan spelen in opkomende markten zoals India, China, Brazilië en Turkije. “Deze landen zijn van groot belang voor windmolenbouwers.” Voorafgaand aan de klimaattop maakten deze landen hun beloften, ’Climate Pledges’”) bekend met betrekking tot hernieuwbare energie en windenergie. “Deze beloften van markten uit Azië, Afrika en Latijns Amerika moeten we beschouwen als een investeerdersbrochure voor de Europese windsector. […] Dit is een belangrijke kans voor Europa om een koppositie te verwerven als fabrikant en leverancier van wereldwijde windtechnologie.”
Met de campagne SolutionWind oefent EWEA samen met de Global Wind Energy Council (GWEC), druk uit op de COP 21.

Klimaatcoalitie

In de aanloop naar de klimaattop besloten 110 Nederlandse ngo’s, bedrijven en overheden – verenigd in de Nederlandse Klimaatcoalitie – hun gezamenlijke CO2-uitstoot in 2020 gehalveerd te hebben.
Enkele van deze ondertekenaars zijn grote bedrijven zoals FrieslandCampina, Philips, NS en Vodafone; meerdere middelgrote en kleine ondernemingen; gemeenten als Haarlem en onderwijsinstellingen als de Hogeschool Utrecht.

De klimaattop komt op 11 december tot een einde. Wij zijn benieuwd naar de bijtkracht van de tijger en daarom bespreken we volgende week de uitkomsten van het klimaatakkoord.

Illustratie:
Paris 2015 – COP 21 via Flickr

De scenario’s van groen en grijs [blog]

Visie van Wouter Pustjens op scenario van Greenpeace (Volkskrant, 21-09-2015)

Tijdens mijn studie Sustainable Energy Futures heb ik de collegezaal regelmatig somber verlaten. Waarom? Ik kreeg regelmatig grafieken met lineair stijgende energieverbruiken voor de kiezen, die werden afgewisseld door hockeystick-curves van exponentieel stijgende CO2-emissies. Die scenario’s lieten wel verbetering zien, maar deze bleef marginaal ten opzichte van de verwachte mondiale bevolkingsgroei. Het onlangs gepubliceerde scenario van Greenpeace (Volkskrant, 21-09-2015) is dan ook de opklaring tussen deze bewolking door. Maar een scenario blijft wel een voorspelling. Het zonnige beeld kan in het volgende scenario net zo goed weer in twijfel worden getrokken.

Scenario E[R]Hoewel ik ontzettend hoop dat het Greenpeace-scenario Energy [R]evolution wordt verwezenlijkt, is het zeer de vraag of de claim ‘Gas, kolen en olie in 2050 verleden tijd’ een realistische is. Het scenario stelt dat in 2050 alleen nog hernieuwbare energie worden opgewekt, en voert daarbij de argumenten aan dat de kosten van zon en wind blijven dalen en dat de huidige penetratie van groene energietechnologie veel positiever is. De fossiele industrie en aanverwanten hebben belang bij de instandhouding van de huidige situatie en bestaanszekerheid op de lange termijn. Het gasverbruik is al jaren constant in Nederland. Het is nog steeds financieel aantrekkelijker om nieuwbouwwijken aan te sluiten op een gasnet dan een stadswarmtenet. De infrastructuur wordt gelegd voor meerdere decennia en zorgt daardoor voor een lock-in. Dezelfde nieuwbouwwijk zal niet gauw worden voorzien van mini-WKK’s. Daarnaast brengt gas nog steeds veel geld in het laatje, in totaal ongeveer zes procent van alle overheidsinkomsten.

Global-Annual-Installed-Wind-Capacity-1997-2014

Anderzijds is het lineaire denken een veelgemaakte inschattingsfout. Op 2013 na is er elk jaar een toename in de hoeveelheid windenergie die jaarlijks op wereldwijde schaal wordt geïnstalleerd. Dat betekent dus versnelde groei. In Nederland wordt nu nog ongeveer vijf procent van de energieproductie duurzaam opgewekt, maar met de aansluiting van de windparken Luchterduinen en Noordoostpolder kent 2015 een behoorlijke toename in Nederlandse windenergie.

Echter, de huidige realiteit is dat we in Nederland onze 2020-doelen niet dreigen te halen door de genuanceerde afweging van belangen en daardoor inherente traagheid in de besluitvorming. Technologie kan gauw veranderen, maar politieke en wettelijke systemen doen dat over het algemeen niet. Het verschil met China daarin is tekenend: het smogprobleem in de Chinese steden zorgt voor voldoende motivatie om de energietransitie top-down door te drukken. De gevolgen op lange termijn zijn nu nog niet voelbaar voor ons, waardoor we de investeringen op korte termijn niet op waarde kunnen inschatten. Met de woorden van wetenschapper en politicus Jan Terlouw: “Als er rampen komen waarbij rijke witte mensen verdrinken, gaan we met onze enorme inventiviteit snel veranderen. Ik hoop dat het aantal rampen en de aard daarvan dat daarvoor nodig is, beperkt zal blijven.”

Toen het scenario Energy [R]evolution in 2005 als eerst werd gepubliceerd, verwachtte Greenpeace nog dat in 2050 de helft van de energieproductie duurzaam kon worden opgewekt. Deze bijgestelde verwachting komt door de sterke daling van de kostprijs. Hoewel het percentage duurzame energie blijft toenemen in de Nederlandse energiemix, vraag ik me af of dit tempo voldoende is om het scenario te verwezenlijken. Maar realistisch is of niet, bij Pondera hebben we komende tijd genoeg te doen met de realisatie van de winddoelstellingen uit het Energie-akkoord. Het Greenpeace-scenario komt immers niet zomaar aangewaaid.