Windturbinegeluid en gezondheid: feit en fictie

Op 10 oktober 2018 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ uitgebracht. De WHO geeft in het rapport een ‘voorwaardelijk’ advies om de blootstelling aan geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden. Op dit moment bedraagt de Nederlandse norm voor windturbinegeluid 47 dB Lden, wat is vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Het advies, dat bedoeld is om effecten op de gezondheid te reduceren, veroorzaakte veel belangstelling en het rapport werd dan ook volop verspreid via Twitter en andere media.

Zo kopte het AD bijvoorbeeld het volgende:

"WHO: geluid windmolens is potentieel gezondheidsrisico."

Naar aanleiding van deze kop, en de vele andere nieuwsartikelen over het onderwerp, hebben we het rapport van de WHO zelf bestudeerd. Wat ons opvalt is dat de manier waarop de inhoud van het rapport in de media werd gebracht significant afwijkt van wat wij in het rapport aantreffen. Het grootste verschil is dat het rapport veel genuanceerder is. Omdat we het belangrijk vinden dat de discussie wat betreft windenergie over feiten gaat, willen we in deze blog ingaan op de huidige (wetenschappelijke) stand van zaken met betrekking tot turbinegeluid en gezondheid.

Rapport WHO is veel genuanceerder

Laten we beginnen met het meest recente rapport van de WHO. Daaruit blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. Uit een viertal studies blijkt dat ongeveer 10% van de populatie sterk gehinderd wordt door blootstelling aan een geluidsniveauDe voorpagina van het rapport van de WHO over lawaai. van 45 dB. Maar het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid, hinder en gezondheid wordt vervolgens – door de WHO zelf! – gekarakteriseerd als ‘van lage kwaliteit.’

Misschien nog treffender is de manier waarop de WHO op pagina 84 het rapport voor wat betreft geluid van windturbines samenvat: “very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise.” Vrij vertaald: er is heel weinig bewijs beschikbaar voor de nadelige effecten van windturbinegeluid op de gezondheid.

Omstreden literatuur windturbinegeluid

Wellicht rijst nu de vraag waarom wij, als adviesbureau, de berichtgeving over dit rapport van de WHO zouden willen nuanceren. Dat heeft de volgende reden. Pondera heeft in de dagelijkse gang van zaken vaak te maken met critici van windenergie. Discussies over windenergie gaan we vanzelfsprekend niet uit de weg: als adviseur is het onze taak om te informeren én te adviseren. Wat wij merken is dat de wijze van berichtgeving en de kwaliteit van het gebruikte referentiemateriaal nog weleens afbreuk doet aan de kwaliteit van de inhoudelijke discussie. Een kritische blik op windenergie mag en móet, maar we vinden het van belang dat de dialoog over windenergie op feiten gebaseerd is. We bespreken daarom hieronder een aantal onderzoeken die in de dialoog vaak worden aangehaald, zowel wetenschappelijke als niet-wetenschappelijke.

Windturbinesyndroom
Een regelmatig gebruikte term in de discussie rondom windenergie en gezondheid is het ‘windturbinesyndroom’, afkomstig uit een onderzoek van de Amerikaanse arts Nina Pierpont (Pierpont, 2009). Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden echter niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden (zie bijvoorbeeld: The Oregonian editorial, 2010). De studie van Pierpont wordt breed bekritiseerd wegens een zwakke wetenschappelijke basis. Zo is de grootte van de steekproef die werd gebruikt vrij klein: slechts 38 personen. Andere punten die worden genoemd door critici (zoals in het artikel The junk science of wind turbine syndrome van Ketan Joshi (2012):

  • De symptomen werden door de proefpersonen zelf gerapporteerd, zonder tussenkomst van een medisch specialist en zonder onderzoek te doen naar de gezondheidshistorie. Het is goed mogelijk dat een aantal proefpersonen al gezondheidsproblemen had vóór de bouw van de windturbines in de omgeving en vóór het onderzoek werd uitgevoerd.
  • Het onderzoek bevatte geen controlegroep en het artikel is enkel peer reviewed (vrij vertaald: door een vakgenoot nagekeken) door persoonlijke kennissen van Pierpont. Geen enkele van deze peer reviewers had een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde, terwijl dat precies is waar het artikel van Pierpont over ging.

Windturbine

Een soortelijke conclusie kan worden getrokken over het artikel van de Portugese onderzoeker M. Alves-Pereira (Branco en Alves-Pereira, 2004). Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines (met name het laagfrequente geluid) en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Ook deze studie wordt breed bekritiseerd (o.a. door Chapman and St George, 2013), aangezien het onderzoek niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek mogen worden gesteld.

Niet één van de peer reviewers had een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde, terwijl dat precies is waar het artikel van Pierpont over ging.

Omgekeerde bewijslast
In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het Medisch Contact met de titel: ‘Windmolens maken wel degelijk ziek’ (van Manen, 2018). Van Manen stelt dat het niet kan worden bewezen dat windturbines níet ziek maken. En omdat dat niet bewezen kan worden, zou je voorzichtig moeten zijn met het doorgaan met plaatsen van windturbines vanwege het voorzorgsbeginsel.

Maar Van Manen gaat hier – ons inziens – aan twee zaken voorbij. Ten eerste pleit ze voor een omgekeerde bewijslast: zo zou je voor elke ruimtelijke ingreep eerst moeten bewijzen dat er geen gezondheidseffecten optreden. Dat streven is an sich verdedigbaar, maar het is praktisch onuitvoerbaar. En ten tweede: je kunt de ruimtelijke ingreep niet los zien van het doel. Als je alleen kijkt naar gezondheid, dan werden er geen snelwegen meer gebouwd (vanwege geluid, fijnstof, etc.), zouden we geen auto meer rijden (vanwege de ongelukken) en zouden we niet meer mogen vliegen (vanwege o.a. uitstoot CO2 en geluidhinder). Toch doen we al die dingen, omdat we het resultaat zwaarden vinden wegen dan de risico’s. Om bij windenergie te blijven: het resultaat is de bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem.

Tot slot concludeert van Manen dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is. Dit toont een nuance die de titel van haar artikel niet doet vermoeden (‘Windmolens maken wel degelijk ziek’). Hoewel dit wellicht onbedoeld is, zorgen dergelijke titels boven artikelen voor onterechte angst en afkeer voor windturbines.

Windturbines in wolken

Wetenschappelijk onderzoek windturbines en gezondheid

In de vorige paragraaf hebben we geprobeerd te laten zien dat onderzoeken naar de relatie tussen blootstelling aan windturbines en gezondheidsklachten soms verkeerd worden geïnterpreteerd of ongenuanceerd als bron worden gebruikt. Daarnaast voldoen een aantal onderzoeken niet aan de benodigde vereisten voor wetenschappelijk onderzoek. In deze paragraaf beschrijven we een aantal wetenschappelijke onderzoeken van erkende (inter)nationale gezondheidsinstituten en universiteiten.

Uit een studie van Health Canada (Michaud et al. 2016), de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines, voor langere tijd onderzocht. Voor het onderzoek werden zij meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er werden in het onderzoek geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid.

Onderzoeken komen tot dezelfde conclusie: dat er geen rechtstreeks verband is tussen de aanwezigheid van windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden.

In een tweetal onderzoeken zijn tussen 1982 en 2013 alle Deense huishoudens die werden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd (Poulsen et al. 2018a, 2018b). Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Antihypertensiva zijn medicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen het kader van het onderzoek werden geïdentificeerd. In deze studie werd geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby’s van moeders in deze populatie onderzocht. Er werd in deze studie geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschapsuitkomsten.

Studieboeken

Overige onderzoeken (zoals Ellenbogen et al. 2012, NHRMC 2015) komen tot dezelfde conclusie: dat er geen rechtstreeks verband is aangetoond tussen de aanwezigheid van windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden. Bovendien is er geen verband gevonden tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidsklachten. Ook de Nederlandse gezondheidsinstellingen het RIVM en de GGD (Kamp 2014, Kamp & Berg 2017) bekrachtigen dit standpunt in literatuurstudies over dit onderwerp.

Indirecte effecten van windturbines op de gezondheid

Maar hebben windturbines dan helemaal geen effect op hun omgeving? Wat in studies (Kamp 2014, Michaud 2016, Kamp 2017) wel naar boven komt is dat er indirecte effecten kunnen optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer e.d.), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen.

Bovendien kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines. In een Zweeds onderzoek (Pedersen et al. 2007) werd geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks het feit dat zij hetzelfde geluidniveau ondervonden als de andere respondenten, en bovendien dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de hinder die wordt ervaren.

Conclusie

In deze blog hebben we gekeken naar een aantal (wetenschappelijke) onderzoeken naar de effecten van windturbine(geluid) op de gezondheid. In de meeste studies wordt geconcludeerd dat er geen rechtstreeks verband kan worden aangetoond tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten zoals hoge bloedruk, ongunstige zwangerschapsuitkomsten, slaapoverlast en ziektes. Er is ook geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten. De enkele studies die wél bewijs voor zulke effecten vonden, blijken wetenschappelijk gezien veel kritiek te krijgen.

Wat wel blijkt uit het onderzoek is dat blootstelling aan windturbinegeluid hinder kan veroorzaken. Die hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. De mate van hinder die wordt ervaren is bovendien een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van de windturbine(s), persoonlijke omstandigheden en of er sprake is van direct economisch baten bij de windturbine.

Tot slot willen we de conclusie aanhalen van De Correspondent die in 2016 al eens een zinvolle blog over windturbines en gezondheid heeft gepubliceerd (Mommers, 2016) en die wij ondersteunen:

“…het [is] opvallend dat het ontstaan van de klachten door windmolengeluid vooral afhankelijk lijkt van iemands houding ten opzichte van de molens. Omdat veel omwonenden negatief tegenover windmolens staan, is het daarom wel zo eerlijk om deze klachten niet weg te redeneren: er bestaat wel degelijk een relatie tussen de bouw van de molens en klachten over slaap, stress en daarmee gezondheid.

Maar omdat de klachten niet direct veroorzaakt zijn door de windmolens zelf, kan deze relatie worden weggenomen door constructies te bedenken waarin bewoners zich meer met de windmolen verbonden voelen. Bijvoorbeeld door gedeeld eigenaarschap of het delen van financiële baten.”

Referenties

  1. Branco, NAA Castelo, and Mariana Alves-Pereira. “Vibroacoustic disease.” Noise and Health 6.23 (2004): 3.
  2. Chapman, S and Alexis B. St George, University of Wollongong and Sydney, How the factoid of wind turbines causing “vibroacoustic disease” came to be “irrefutably demonstrated’, 2013.
  3. Ellenbogen, Jeffrey M., et al. “Wind turbine health impact study: report of independent expert panel.” Prepared for Massachusetts Department of Environmental Protection and Massachusetts Department of Public Health (2012).
  4. Kamp, Irene van, et al. “Windturbines: Invloed Op De Beleving En Gezondheid Van Omwonenden.” Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu, 21 januari 2014.
  5. Kamp, Irene van, and Frits van den Berg. “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound.” Acoustics Australia (2017): 1-27.
  6. Ketan Joshi, The junk science of wind turbine syndrome, 2012.
  7. “NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health.” National Health and Medical Research Council, Feb. 2015, nhmrc.gov.au/sites/default/files/documents/reports/statement-wind-farms-human-health-eh57.pdf.
  8. Manen, Sylvia van. “Windmolens Maken Wel Degelijk Ziek.” Medisch Contact, 22 maart 2018, www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm.
  9. Michaud, David S., et al. “Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects.” The Journal of the Acoustical Society of America 139.3 (2016): 1443-1454.
  10. Mommers, Jelmer. “Factcheck: ‘Windmolens Veroorzaken Gezondheidsschade Bij Omwonenden.’” De Correspondent, 6 mei 2016, https://decorrespondent.nl/4456/factcheck-windmolens-veroorzaken-gezondheidsschade-bij-omwonenden/492564577912-af74f3ad.
  11. Pierpont, Nina. “Wind turbine syndrome.” K-Selected Books (2009).
  12. Poulsen, Aslak Harbo, et al. “Long-term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: A nationwide cohort study.” Environment international 121 (2018): 207-215.
  13. Poulsen, Aslak Harbo, et al. “Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study.” Environmental research 167 (2018): 770-775.
  14. Pedersen, Eja, and Kerstin Persson, Waye. “Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and wellbeing in different living environments.” Occupational and environmental medicine (2007).
  15. The Oregonian editorial. There’s no evidence of health impacts from wind energy. November 26, 2010.
  16. World Health Organization. (2018). Environmental Noise Guidelines for the European Region. http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0008/383921/noise-guidelines-eng.pdf

Deze blogpost werd geschreven door Joost Sissingh en Sergej van de Bilt.

Meer duurzame energie met minder kabels, kan dat?

Bij de ontwikkeling van een nieuw wind- of zonnepark is de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk een belangrijk onderdeel van het project. De realisatie van een aansluiting is onder de “Netcode Elektriciteit” een verplichting voor de Nederlandse netbeheerder. Het klinkt simpel, maar doordat er veel nieuwe aansluitingen aangevraagd worden is het voor de netbeheerders geen makkelijke opgave. In de praktijk is momenteel te merken dat in sommige gebieden van Nederland een nieuwe aansluiting niet mogelijk is of erg lang op zich laat wachten.

Voor de projecten die hiermee te maken hebben is deze vertraging natuurlijk erg vervelend, maar dit daagt initiatiefnemers ook uit om slim na te denken over de aansluiting voor nieuwe duurzame energieprojecten.  In deze blog verkennen we wat er mogelijk is om je project aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk.

Aansluiting van meerdere installaties

Niet alleen de mogelijk lange wachttijd, maar ook de kosten van deze aansluiting van windturbines of een zonnepark op het elektriciteitsnetwerk zijn vaak een substantieel onderdeel van het project. Vooral in het geval van zonneparken is het aanleggen van lange kabels moeilijk te dragen door de businesscase. De kosten voor een aansluiting kunnen namelijk behoorlijk oplopen wanneer de afstand tot een regelstation groter wordt. Door gebruik te maken van een bestaande aansluiting of een nieuwe aansluiting te combineren (ook wel bekend als cable pooling) kunnen veel kosten bespaard worden. Ook kan het gecombineerd gebruiken van een aansluiting projecten mogelijk maken die anders flink worden vertraagd, of zelfs helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Een goed voorbeeld is het combineren van wind- en zonne-energie, maar het combineren van andere technieken van productie en verbruik is natuurlijk ook mogelijk. Het gecombineerd gebruiken van de aansluiting kan een erg interessante optie zijn, doordat de technieken globaal gezien elkaar heel goed aanvullen. Hoe zit dat eigenlijk? De opbrengst van de zonnepanelen komt voornamelijk uit de zomermaanden,  maar de opbrengst van de windturbines vindt juist grotendeels in de wintermaanden plaats (zie afbeelding).

Energieopbrengst zon en wind per maandUiteindelijk komt het erop neer dat in circa 2 tot 3% van de tijd er tegelijk wind- en zonne-energie geproduceerd zal worden op het volledige vermogen. Hierdoor is het technisch gezien goed mogelijk om een zonnepark dichtbij een bestaande windturbine te plaatsen zonder dat de aansluiting moet worden vergroot. Bij een nieuwe aansluiting kunnen er kosten worden bespaard door de aansluiting te combineren.. In sommige gevallen zal een van de installaties beperkt moeten worden om te voorkomen dat de aansluiting overbelast wordt, maar dit kan ruimschoots gecompenseerd worden door de kostenbesparing op de netaansluiting. Daarnaast levert dit maatschappelijk gezien een meerwaarde op door een stabielere energievoorziening, een betere benutting van de beschikbare capaciteit en door minder hoge kosten als het gaat om het aanleggen van meerdere kabels en netverzwaring.

Het combineren van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie op dezelfde aansluiting achter de elektriciteitsmeter kan nadat de elektriciteitsoutput van beide installaties op hetzelfde spanningsniveau gebracht zijn. Beide installaties krijgen een eigen brutoproductiemeter en met bijhorende EAN-code. Hierdoor worden in elk geval de Garanties van Oorsprong (GvO) en SDE+ subsidie per productie-installatie uitgekeerd en verrekend. Na de meter delen beide installaties dezelfde kabel richting het distributie- of transmissienet. Hoeveel vermogen er precies bij elkaar aangesloten kan worden is afhankelijk van de situatie.

Meerdere leveranciers op een aansluiting (MLOEA)

Technisch gezien kunnen meerdere functies (bijvoorbeeld zon en wind) dus prima gebruik maken van dezelfde aansluiting. Er moeten echter ook de nodige administratieve acties worden ondernomen, met name om goede PPA’s (stroomcontracten) af te kunnen sluiten.

Bij gecombineerd gebruik van een netaansluiting is namelijk de fysieke elektriciteit die door het net wordt opgenomen (of geleverd) een optelsom van productie-installaties. Dit maakt het correct verrekenen (en met name het voorspellen) van deze elektriciteit voor de leverancier erg lastig. Het is namelijk voor een leverancier op basis van de reguliere meetdata niet zichtbaar welke kWh afkomstig zijn van de windturbine en welke kWh van het zonnepark.

Op 24 maart 2018 is een Codebesluit in werking getreden die ‘Meerdere leveranciers op een aansluiting’ (MLOEA) mogelijk maakt door middel van zogeheten secundaire allocatiepunten. Dit houdt in feite in dat het administratief mogelijk is om voor verschillende installaties de bijbehorende elektriciteitsproductie apart aan een leverancier toe kunnen te wijzen én te contracteren. Deze allocatiepunten zijn in feite extra meetpunten die bij een netbeheerder aangevraagd kunnen worden.

“Technisch gezien kunnen zon en wind prima gebruik maken van dezelfde aansluiting.”

Hiermee kan niet alleen de windenergie apart van de zonne-energie worden afgerekend, al dan niet door dezelfde leverancier, maar kunnen bijvoorbeeld ook een verbruiker en een producent die gebruik maken van dezelfde aansluiting van elkaar gescheiden worden. Dit maakt het mogelijk om bestaande aansluitingen van bijvoorbeeld grote verbruikers te benutten om met een eigen PPA duurzame energie terug te leveren. Voor de gebruikers van de aansluiting kan dit resulteren in een gunstigere PPA.

Heeft u vragen over het gecombineerd gebruiken van een nieuwe of bestaande aansluiting? Of bent u benieuwd of een gecombineerde aansluiting voor uw project interessant is en welke (contractuele) zaken hier bij komen kijken? Neem dan contact op Jorden Hoogeveen of Steven Geujen, wij helpen u graag verder.

Een goede PPA, hoe regel ik dat?

De SDE+ regeling wordt door de Nederlandse overheid ingezet om de onrendabele top van duurzame energiebronnen t.o.v. fossiele energie te compenseren en hiermee een toename in de opwekking van duurzame energie te stimuleren. Het mechanisme van de SDE+ heeft als doel om zoveel mogelijk duurzame energieproductie binnen het beschikbare budget te kunnen realiseren. Met het dalen van de kostprijzen voor duurzame energietechnologieën, daalt het bijbehorende basisbedrag in de SDE+ regeling dus ook jaarlijks mee.
Voor exploitanten en initiatiefnemers betekent dit automatisch een lagere bijdrage van de RVO en hiermee worden de inkomsten uit de zogeheten PPA steeds belangrijker in de businesscase van nieuwe projecten. In deze blog wordt beschreven met welke zaken rekening gehouden dient te worden om tot een zo goed mogelijke PPA te komen.

Een PPA (kort voor ‘Power Purchase Agreement’) is een veelgebruikte term voor een stroomcontract voor de teruglevering. Alle voorwaarden omtrent de verkoop van de geproduceerde groene elektriciteit aan de energieleverancier worden middels dit contract geregeld.

Begin op tijd met de uitvraag of tender

Het duurzame energieproject is inmiddels al aardig gevorderd: het vergunningentraject is succesvol doorlopen, de SDE beschikking is binnen en het project gaat richting financial close (of heeft deze al bereikt). Vanaf dan is het ook belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan de PPA voor de verkoop van de te produceren elektriciteit en GvO’s. Het uitzetten van een uitvraagprocedure of tender kan de kansen op een zo goed mogelijke PPA vergroten, er is immers concurrentie in de markt en het biedt een goede onderhandelingspositie. Het kan echter de nodige tijd in beslag nemen, dus een heldere planning vooraf is om een aantal redenen van belang.
In de eerste plaats, voordat de netbeheerder een productie-installatie kan aansluiten op het net, dient de aansluiting aangemeld te zijn door een leverancier (inhuizing). Dit kan pas als er een getekende PPA ligt. Ten tweede kan het bij grote projecten met grote financiële belangen soms enige tijd duren voordat alle voorwaarden volledig zijn uitonderhandeld en een definitieve PPA is opgesteld. Het kan voorkomen dat de bank of financier ook graag de mogelijkheid wil hebben om deze door te lichten of hier bepaalde eisen aan te stellen. Loopt het project om wat voor reden tóch vertraging op, waardoor het afsluiten van een PPA nog niet noodzakelijk lijkt? Spreek in dat geval met de uitgevraagde leverancier(s) een houdbaarheid van de ontvangen biedingen af. Dan kunnen de onderhandelingen op een later moment gewoon weer hervat worden.

Stem de PPA uitvraag of tender af op doel(groep) en eigen wensen

Is het plan om een PPA uitvraag te doen waarin zoveel mogelijk marktpartijen meegenomen worden? Zorg dan voor een termsheet waarop alleen de belangrijkste elementen uit de overeenkomst worden uitgevraagd, op basis waarvan een shortlist bepaald kan worden. Vaak kan aan de reactie van de leveranciers op de kernaspecten al afgeleid worden of de partij een serieuze gooi wil doen naar het project of simpelweg de tender gebruikt om een bepaalde propositie te toetsen. Mocht er al de voorkeur zijn voor een select groepje leveranciers, kan er prima een uitgebreidere uitvraag gedaan worden om vervolgens slechts een of twee gelukkige winnaars te selecteren.
Naast detailniveau is de wijze hoe de term sheet van tevoren ingekleurd wordt bepalend voor het selectieproces. Is bijvoorbeeld een optie voor Endex-handel in de PPA een harde eis, dan zullen de leveranciers die alleen op APX (willen) handelen al afhaken. Bekijk goed wat voor het project echte randvoorwaarden zijn en welke zaken onderhandelbaar zijn. Belangrijk hierbij is om in de procedure alle aspecten al (bindend) uit te vragen die na de definitieve selectie nog mogelijk ‘dealbreakers’ kunnen worden. Zo kunnen er bijvoorbeeld later nog prima afspraken gemaakt worden over hoe stilstand gemeld moet worden, maar is het niet handig om na de definitieve gunning nog een discussie te hebben over welke partij het onbalansrisico gaat dragen.

De ‘hoogste vergoeding’ hoeft niet altijd de beste te zijn

Inmiddels zijn alle biedingen van de uitgevraagde leveranciers voor de (toekomstige) stroomproductie ontvangen. Het is duidelijk dat er net zoveel verschillende werkwijzen bestaan als dat er leveranciers zijn. In de meeste gevallen wordt er geen tarief of stroomprijs genoemd, maar beschrijft de aanbieding een werkwijze/handelswijze. Het beoordelen van deze contracten met de vraag “Wat bied je voor mijn stroom?” kan minder relevant zijn dan het beoordelen op wijze van: verhandelen, verrekenen, vergoeden en verhouding van de werkwijze tot de SDE subsidie. De hoogte van de voorgespiegelde kWh-prijs is dan ook niet het enige waarop gelet moet worden, maar beoordeel hoe alle aspecten van de werkwijze binnen de businesscase passen. Een aanvankelijk hoge prijs kan nog zo aantrekkelijk zijn, maar wanneer de leverancier pas laat wil betalen, de koppeling met het SDE correctiebedrag ontbreekt of de algemene voorwaarden ongunstig zijn, kunnen er risico’s het project binnensluipen waar de exploitant (en de bank) niet op zit te wachten.

GvO’s: van een leuk extraatje naar essentiële inkomstenbron

Aan alle duurzame energieproducenten in Nederland kunnen GvO’s (kort voor Garanties van Oorsprong) worden toegewezen, als bewijsmiddel om de herkomst van de duurzaam geproduceerde energie aan te kunnen tonen. Deze zijn vrij verhandelbaar tot een jaar na productie.
In tegenstelling tot enkele jaren geleden, toen leveranciers en handelaren ze nog voor een schijntje inkochten (Noorse waterkracht is er namelijk in overvloed), zijn GvO’s uit zon en wind van Hollandsche bodem nu goud geld waard. Het energie-inkoopbeleid van de overheid en enkele multinationals is namelijk verschoven naar louter elektriciteit uit aantoonbare Nederlandse wind of zon en tegelijkertijd zijn een aantal groene consumentenleveranciers opgestaan die zich profileren als de allergroenste door ‘sjoemelstroom’ in de ban te doen. Simpelweg de verhoogde vraag en de matige beschikbaarheid van deze GvO’s doen de prijs de laatste jaren flink oplopen. De waarde van de GvO’s vertegenwoordigt nu dus een flink stuk van de PPA opbrengsten. Een belangrijke noot hierbij is dat wettelijk gezien de waarde van de GvO wel degelijk door de RVO wordt meengenomen in het SDE-correctiebedrag , maar dat deze tot op heden nog op €0,- staat. Het is daarom raadzaam om hierover goede afspraken in de PPA te maken. Sterker nog, de meeste leveranciers nemen tegenwoordig alleen nog de stroom af in combinatie mét de GvO’s.

Voorkom grijs gebied

Uiteindelijk is er een keuze gemaakt voor een leverancier die de beste commerciële voorwaarden biedt en waarmee verwacht wordt redelijk soepel de rest van de PPA te kunnen uitwerken (zoals algemene voorwaarden/directe overeenkomst/opzegtermijn/etc.). Dit is echter nog niet het eindpunt van de onderhandelingen. Het kan namelijk zijn dat een bepaling in de concept overeenkomst nog niet ondubbelzinnig geformuleerd is of dat er toch een regeltje in de algemene voorwaarden staat waar nog geen prettig gevoel bij is. Zorg er dan in elk geval voor dat er geen zaken in de getekende overeenkomst terugkomen, waar later nog discussies over kunnen ontstaan. Grootzakelijke aansluitingen genieten namelijk veel minder wettelijke (contractuele) bescherming dan consumenten. Een kleine investering in deze fase levert dus de gehele looptijd van de PPA voordeel op.

Heeft u vragen over PPA’s of Garanties van Oorsprong, of zoekt u begeleiding bij uw zoektocht naar een geschikte PPA voor uw duurzame energieproject? Wij helpen u graag verder.

[1] Artikel 14, lid 1b uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie

De aarde snakt naar verkoeling, de boeren naar water en ik naar handelen!

We breken (warmte en droogte) record na record. De klimaatverandering is nu toch wel voor iedereen merkbaar. De aarde is nog nooit zo warm geweest. De brandweer rukt steeds vaker uit voor (natuur)branden en met name ouderen hebben het zwaar. Thuis, op onze boerderij, merken we ook de gevolgen van de extreem lange droge perioden. Ons grasland is nagenoeg dood, de waterputten staan droog, de koeien staan in de zomer op stal en krijgen nu al het voer dat voor de winter was bedoeld – en ondertussen groeit er geen grassprietje meer bij. Het beetje water dat zo nu en dan in Twente valt is de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende aarde. We snakken naar water maar vrezen vervolgens voor de gevolgen van een ander extreem weertype: hoosbuien, hevige onweersbuien en zware stormen.

Er is actie nodig

Het opwarmen van de aarde is al best een tijd geleden voorspeld. We delen als maatschappij zorgen en maken internationale, nationale, regionale en lokale afspraken. We praten veel, maar lijken zo weinig te doen.

Ik houd niet van klagen en wil verantwoordelijkheid nemen. Ik ben ervan overtuigd dat we met z’n allen echt aan de slag moeten met het stoppen van de klimaatverandering. Zelf ben ik hier samen met mijn gezin al jaren bewust mee bezig. Ons huis en ons bedrijf zijn van het gas af en we wekken alle benodigde stroom zelf op (zon). Maar we willen nog een stap verder gaan!

“We praten veel, maar lijken zo weinig te doen.”

Sinds een jaar zijn mijn man en ik (samen met een energiecoöperatie en een energiebedrijf) met onze omgeving in gesprek om te onderzoeken of windmolens in onze omgeving mogelijk zijn. Een (hoge) buurtmolen, een streekproduct, schone energie. Het is een interessant proces. Velen voelen de noodzaak en vinden het zinvol om het te onderzoeken. Maar het is ook zo dat niet iedereen het een goed plan vindt. We blijven ons best doen om samen stapje voor stapje te onderzoeken of windmolens op de door ons beoogde plekken kunnen en hoe we dit zo goed mogelijk en zoveel mogelijke geaccepteerd krijgen in onze omgeving. Stapje voor stapje omdat het niet anders kan, en dat terwijl de aarde snakt naar verkoeling.

De energietransitie

Windmolens dragen substantieel bij aan de lokale ambities die alle gemeenten zo dapper uitspreken. De ene gemeente wil nog sneller energieneutraal zijn dan de andere. Ze zeggen daarbij ook vaak hetzelfde: vergeet vooral de energiedialoog niet, laat de omgeving mee profiteren, maak er geen politiek issue van, betrek iedereen, laat het vanuit de samenleving komen en doe het stapje voor stapje.

Maar let wel: voor het slagen van de energietransitie heeft de (lokale) overheid naar mijn mening ook een belangrijke plicht: vertel over de maatschappelijke en financiële gevolgen van de klimaatverandering, draag uit waarom zonnedaken, zonnevelden, windmolens en mestvergisters ook in de eigen omgeving welkom moeten zijn. Ondersteun daarnaast initiatieven, omarm partijen met lef en drive, beweeg, ga mee op onderzoek en bovenal: durf te staan voor verandering, maak ambities waar en neem (politieke) verantwoordelijkheid.

Na jaren bij de overheid te hebben gewerkt, ben ik op zoek gegaan naar een baan waarbij ik mijn kennis en ervaring kan inzetten nog actiever kan inzetten bij de noodzakelijke versnelling van het inrichten van een zoveel mogelijk fossielvrije maatschappij. Ik kan wel zeggen dat deze zoektocht is geslaagd. Ik ben sinds 1 juli aan de slag bij Pondera Consult. Een heerlijk dynamisch bedrijf op zoek naar een zorgvuldig evenwicht tussen energiebehoeften en effecten op milieu en omgeving. Dat past helemaal bij mij. Ik krijg hier in elk geval energie van. Zoals al gezegd, ik snak naar handelen!

De energietransitie: een mondiale opgave die vraagt om een lokale energievisie [BLOG]

Klimaatverandering staat sinds enige jaren hoog op de wereldwijde politieke agenda. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn bij internationale bijeenkomsten als de klimaattop van eind 2015 in Parijs mondiale afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten er voor zorgen dat de globale temperatuurstijging onder een limiet van 2 °C blijft ten opzichte van het niveau van 1990. Aan deze afspraken zijn ambitieuze doelstellingen verbonden op het gebied van duurzame energieproductie. Naast de klimaatverandering vraagt ook het opraken van fossiele brandstoffen om een verandering in de wijze van opwek en gebruik van energie. Deze ‘energietransitie’ vraagt om een verandering in het energielandschap en in de manier waarop iedereen energie gebruikt. De in 2015 afgesproken landelijke doelstellingen hebben hun doorwerking op regionale overheden zoals provincies en gemeenten. In provinciale- en gemeentelijke beleidsstukken wordt op eigen initiatief veelvoudig het streven naar energieneutraliteit benoemd. Hier is doorgaans door betreffende lokale overheid ook een jaartal aan gekoppeld. Om dit te bereiken hebben gemeenten doelstellingen opgesteld die erop toezien dat het aandeel duurzaam geproduceerde energie toeneemt.

Het behalen van klimaat- en energiedoelstellingen is niet alleen een kwestie van het realiseren van duurzame energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Het vraagt een maatschappelijke en technische verandering van de manier waarop gebruik wordt gemaakt van energie. Hierbij kan naast duurzame opwekking gedacht worden aan energiebesparing, het gebruik van restwarmte uit fabrieken om huizen te verwarmen en het opslaan van energie op momenten dat er een overproductie is van bijvoorbeeld zonne-energie.

Ondanks het feit dat het verduurzamen van de elektriciteitsproductie maar een deel is van de invulling van energieneutraliteit, is voor duurzame energiebronnen, en met name de manier waarop deze een plek moeten krijgen in een gemeente, veel ruimte gereserveerd in beleidsstukken. Is dat vreemd? Eigenlijk niet, als je je hier een reële voorstelling bij maakt. In tegenstelling tot zaken als maatschappelijke bewustwording, energiebesparing en elektrische warmtepompen, hebben duurzame elektriciteitsbronnen als wind- en zonne-energie een grote ruimtelijke weerslag. Deze effecten laten zich vooral op lokaal niveau zien. Het is dus niet zo gek dat hier in beleidsstukken veel aandacht aan wordt besteed.

Windturbines en zonneparken hebben, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen en traditionele energiecentrales, een significante impact op de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Ook hebben deze duurzame energiebronnen relatief meer inpassingsruimte nodig dan energiebronnen op basis van fossiele brandstoffen. De zichtbaarheid en ruimtevraag van windturbines en zonneparken maken de inpassing van deze duurzame energiebronnen tot een complex planologisch vraagstuk. Een vraagstuk waarvoor een centrale rol is weggelegd voor lokale overheden.

Een deel van de doelen zijn te behalen door daken te bedekken met zonnepanelen, maar om daadwerkelijk doelstellingen te behalen dienen ook de mogelijkheden voor grootschalige duurzame energieopwekking in het buitengebied verkend te worden. Weliswaar kan ook biomassa en wellicht geothermie een rol spelen, vooral bij het opwekken van duurzame warmte, echter de ontwikkeling van deze energiebronnen is voor gemeenten veel minder beïnvloedbaar. Aanleg van geothermieputten, stadsverwarmingsnetten, de bouw van vergistingsinstallaties of het genereren van substantiële biomassastromen gaat de (financiële)  mogelijkheden van gemeenten veelal te boven. Op dit moment zijn vooral zonne-energie en windenergie de technieken die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van een gemeente of provincie. Maar op welke van deze twee wordt ingezet? Of is en een combinatie van beide technieken gewenst binnen een gemeente? Welk gebied is geschikt voor windturbines en welke gebieden lenen zich juist meer voor zonneparken? Dit zijn vragen die in een energievisie moeten worden beantwoord aan de hand van energieopbrengst, milieueffecten en de ruimtelijke impact van de energiebronnen op de omgeving. Het rendement van windturbines is hoger dan zonneparken. Een moderne windturbine staat gelijk aan bijna 10 hectare aan zonnepanelen. Zonneparken kennen dus een groter ruimtebeslag. Hier staat tegenover dat windturbines meer milieueffecten hebben. Denk hierbij aan de effecten geluid en slagschaduw.

Met technieken als GIS en andere visuele instrumenten zijn de middelen voorhanden om deze belangenafweging op lokaal niveau te doen. Uiteraard kunnen partijen ook gewoon rondom een papieren kaart gaan staan en met maquettes en vilstift verkennen welke gebieden binnen de gemeente geschikt zijn voor welke vorm van grootschalige duurzame energieopwekking. Dit zal resulteren in interactieve sessies met stakeholders die input leveren voor een gemeentelijke energievisie.

Dankzij de structurele financiële stimulering van de rijksoverheid (subsidie duurzame energieproductie, SDE(+)), en het steeds goedkoper worden van zonnepanelen en windturbines. neemt het aantal initiatieven in de wind- en zonne-energie toe. Gemeenten worden de laatste jaren overspoeld met verzoeken om planologische medewerking bij de realisatie van zonneparken. Deze grondgebonden zonneparken kunnen kleinschalig zijn (enkele voetbalvelden), maar ook parken ter grootte van circuitpark Zandvoort (honderden voetbalvelden) zijn geen uitzondering. Gemeenten merken dat, om initiatieven duidelijk en consequent te kunnen behandelen, nieuw ruimtelijk beleid nodig is. Ook is het voor de gemeenten belangrijk om te weten hoeveel zonneparken en windturbines er nodig zijn in hun gemeente om vastgestelde doelstellingen te kunnen behalen. Door beleid op te stellen in de vorm van een energievisie ontstaat voor zowel de gemeente als voor initiatiefnemers duidelijkheid over de mogelijkheden voor en invulling van grootschalige duurzame energieprojecten in een gemeente. Met deze reden zijn veel gemeenten op dit moment bezig met het vaststellen van een energievisie of energieverkenning, om uiteindelijk de energietransitie in goede banen te leiden.

De opkomst van de energievisie op lokaal bestuurlijk niveau zie ik als positieve ontwikkeling in de energietransitie. Hiermee nemen gemeenten de regie in handen en zorgen ze ervoor dat de energietransitie ze niet overvalt, maar op de juiste manier wordt vertaald naar concrete projecten die binnen een gemeente passen. Met de regie in handen nemen bedoel ik dan niet enkel het zetten van een stip aan de horizon, maar ook samen met inwoners en belangengroepen het verhaal en de weg daar naartoe bepalen. Hierbij is het van belang inwoners de urgentie van de energietransitie duidelijk te maken. Vervolgens kunnen doelstellingen op het gebied van duurzame energie worden gekoppeld aan manieren van duurzame opwekking die binnen de gemeentegrenzen mogelijk zijn. Wanneer inwoners op deze manier worden betrokken bij het opstellen van ruimtelijk beleid voor duurzame energie, wordt de publieke opinie over duurzame energieprojecten als wind en zon positiever. Het verhaal is dan niet meer dat een ontwikkelaar ‘van buiten’ een duurzaam wind- of zonne-energie project wil realiseren. Een wind- of zonnepark is dan een project dat past binnen het verhaal (visie) van een gemeente waarmee wordt gezorgd dat gezamenlijk vastgestelde doelen worden behaald.

Uiteindelijk zal in de komende jaren een duurzame ‘energiemix’ ontstaan. Een energielandschap waar verschillende vormen van grootschalige en kleinschalige duurzame energieproductie worden gecombineerd, om aan de energievraag te voldoen. Deze energiemix zal er per gemeente anders uitzien, afhankelijk van gebiedspecifieke kenmerken die zijn verstaald naar sturende energievisies.

Uiteraard zijn er verschillende manieren om invulling te geven aan een gemeentelijke energievisie. Naast gebieden aanwijzen voor duurzame energiebronnen kan in een energievisie bijvoorbeeld ook staan hoe een gemeente wil inzetten op energiebesparing. Als Pondera Consult hebben wij de ambitie lokale overheden te helpen bij het opstellen van ruimtelijk beleid op het gebied van duurzame energie. Vragen naar aanleiding van deze blog over ruimtelijk beleid voor duurzame energie zijn uiteraard van harte welkom.

Onontdekte windenergie landen met veelbelovend potentieel

Er is online veel informatie beschikbaar over landen met het meest geïnstalleerde vermogen aan windenergie en hoe dit vermogen aan windenergie elk jaar groeit. Denk aan landen zoals China, de VS, Duitsland, India of Spanje. Deze informatie is publiek toegankelijk en in grote mate voorhanden. Wat ik veel interessanter vind is om te weten welke landen een groot potentieel aan windenergie hebben én weinig geïnstalleerd vermogen. Zijn het niet deze landen waar de windenergie sector haar aandacht op moet richten voor het ontwikkelen van windenergieprojecten? In deze blog kijken we naar dergelijke landen die zeer geschikt kunnen zijn voor windenergie, vooral als het gaat om windsnelheid en vermogensdichtheid. Dit is geen top 5 lijst maar eerder een selectie van landen die mogelijk over het hoofd worden gezien door investeerders en ontwikkelaars.

Wind Atlas

Een deel van de informatie over windsnelheden en vermogensdichtheid is verzameld met behulp van Global Wind Atlas. De nieuwe versie van de Global Wind Atlas is recentelijk beschikbaar gesteld door de World Bank in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken (DTU). Dit is een indrukwekkende wind atlas, gebaseerd op een windklimaat met een detailniveau van 1 km. De gratis beschikbare GIS tool is in november gelanceerd tijdens de Wind Europe Conference in Amsterdam.

Oman

onontdekte windenergie OmanDat Oman op mijn lijstje voorkomt is waarschijnlijk het gevolg van vooringenomenheid; ik heb dit mooie land namelijk altijd al willen bezoeken. Het land heeft een geschatte vermogensdichtheid van 684 W/m² en een gemiddelde windsnelheid van 8.3 m/s op een hoogte van 100m in de 10% meest windrijke gebieden in dit land. Dit is ongeveer vergelijkbaar met de meest windrijke gebieden van enkele Noord-Europese landen. Ter vergelijking: Nederland heeft een vermogensdichtheid van 518 W/m² en een gemiddelde windsnelheid van 7.7 m/s op een hoogte van 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Het windaanbod in Oman is opmerkelijk hoog in het zuidelijke gouvernement Dhofar met haar hoofdstad Salalah. Ook in het Al Wusta gouvernement is het aanbod opmerkelijk hoog. Op dit moment is er nog geen windenergie gerealiseerd in Oman, maar er zijn wel plannen voor een 50 MW windpark dat Masdar wil realiseren samen met GE en TSK.

Somalië

onontdekte windenergie SomaliëSomalië wordt normaal niet geassocieerd met windenergie of een andere vorm van duurzame energie. Somalië is voornamelijk in het nieuws vanwege de burgeroorlogen, piraterij en economische instabiliteit. Echter weten weinig mensen dat Somalië een van de landen is met het grootste potentieel aan wind- en zonne-energie ter wereld. De stad Garowe in Puntland wordt sinds 2016 voorzien van stroom door een 3.5 MW hybride wind- en zonne-energie installatie. Het vermogen van deze installatie is recentelijk gestegen naar 5.9 MW om 50.000 inwoners te voorzien van meer dan 90% van hun elektriciteitsbehoeften. De vermogensdichtheid van Somalië is geschat op 849 W/m² met een windsnelheid van 9.0 m/s op 100m hoogte in de 10% meest windrijke gebieden. Deze cijfers liggen dichtbij de geschatte gemiddelden van het Verenigd Koninkrijk met een vermogensdichtheid van 928 W/m² en een windsnelheid van 9.4 m/s.

Rusland

Met haar 17 miljoen vierkante meter en 38.000 km lange kustlijn, heeft Rusland het grootste potentieel voor windenergie wat betreft de windopbrengst op deze lijst. Ondanks het grote potentieel, heeft het land slechts een geïnstalleerd vermogen van 11 tot 15 MW aan windenergie. Het technisch haalbare potentieel aan windenergie is geschat op 6 TWh/j. Rusland heeft verder een geschatte vermogensdichtheid van 721 W/m² met een gemiddelde windsnelheid van 8,4 m/s op 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Om dit potentieel volledig te benutten zijn grote investeringen nodig en kunnen ontwikkelingsstappen worden gemaakt van meerdere Gigawatt aan geïnstalleerd vermogen per keer. Aannemelijk is dat hier een rol voor de federale overheid weggelegd. Recentelijk hebben Lagerwey en OTEK (RosAtom) overeenkomsten getekend om de Nederlandse windturbinetechnologie aan OTEK te verlenen.

onontdekte windenergie Rusland

IJsland

Dit land is een van de uitzonderingen op de lijst. De elektriciteitsvoorziening van het land bestaat voor 100% uit duurzaam opgewekte energie. Eigenlijk heeft dit land dus helemaal geen windenergie nodig om aan haar elektriciteitsbehoefte te voldoen. Dit is ironisch te noemen, aangezien de windsnelheid van IJsland wordt geschat op 11 m/s op 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Ook kent het land een gemiddelde overeenkomstige vermogensdichtheid van 1942 W/m². Het land kent vier gebouwde windturbines, met een gezamenlijk geïnstalleerd vermogen van 3 MW. Deze windturbines dienen hoofdzakelijk voor het testen van turbines in extreme omstandigheden. Een van de redenen waarom IJsland windenergie zou kunnen overwegen, zou zijn om energie te verhandelen in het geval dat een toekomstige interconnector het land met het Verenigd Koninkrijk verbindt. Een andere reden om windenergie te overwegen is in het geval van een toekomstige verhoging van de genivelleerde kosten van energie (LCOE) voor geothermische en hydro-elektrische stroomvoorziening waar het land nu op draait.

onontdekt windenergie land IJsland

Kazachstan

Kazachstan wil haar hernieuwbare energievoorziening vergroten vanwege de groeiende economie en investeringen. Het grootste potentieel aan windenergie is te vinden nabij de Kaspische Zee, inclusief andere gebieden in het centrale en noordelijke deel van het land. Het uitgestrekte open steppe landschap geeft Kazachstan een aantal uitzonderlijke gebieden om windenergie te exploiteren. Het land heeft een geschatte windsnelheid van 8 m/s op 100m hoogte en een vermogensdichtheid van 583 W/m² in de 10% meest windrijke gebieden van het land. Op het gebied van windenergie zijn er ontwikkelingen gaande met Vestas, die onlangs een order voor windturbines heeft ontvangen van CAPEC Green Energy.

onontdekte windenergie Kazachstan

Werelds potentieel

Alle genoemde landen hebben minder dan 100 MW geïnstalleerd vermogen aan windenergie ten tijde van schrijven. Bij sommige landen kan daar binnenkort verandering in komen, lettende op de genoemde samenwerkingen van lokale partijen met windturbinefabrikanten in de verschillende landen. Verder zijn er landen die niet in de lijst staan maar zeker ook noemenswaardig zijn als potentieel windenergie land zoals Vietnam, Chad, Venezuela of Mongolië. Andere landen hebben ook delen die zeer windrijk zijn zoals het westen van Afghanistan, het oosten van Azerbaijan of in het noorden van Kenya of Colombia. Behalve windsnelheden en vermogensdichtheid zijn er natuurlijk veel andere factoren van belang om in bepaalde landen windenergie te realiseren. Maar dit is stof voor een andere blog.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling, (g)een reden tot paniek? (blog)

De term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gonst door de gangen van menig adviesbureau, gemeenten, en omgevingsdiensten. Maar wat is er eigenlijk aan de hand?

Wat is een vormvrije m.e.r. procedure?

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder drempelwaarden vallen, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. beoordeling gehanteerd.

Stappen vormvrije m.e.r.-beoordeling:

  • De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op (en dient deze in);
  • Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit hoeft niet in de Staatscourant te worden gepubliceerd;
  • De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag, indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu inderdaad zijn uitgesloten.

Wat is er aan de hand?

Op 16 mei 2017 is de Implementatiewet herziening m.e.r.-richtlijn in werking getreden. Uit het gewijzigde Besluit m.e.r. volgt dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is als:

Dit betekent dat voor alle activiteiten op de D-lijst van het Besluit m.e.r. een vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing kan zijn. Denk daarbij niet alleen om de hoofdactiviteit, zoals de realisatie van een windpark (categorie D22.2), maar ook aan gerelateerde activiteiten zoals bemaling in de aanlegfase (categorie D15.2) en de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding (D24.2). Vervolgens moet het bevoegd gezag besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit besluit (vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit) is een extra procedurestap en kost dus tijd in de planning van projecten.

Niet op de D-lijst, toch een vormvrije m.e.r.-beoordeling?

Staat de activiteit niet op de D-lijst, dan is er in principe geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Wij raden aan om dit ook altijd op voorhand met het bevoegd gezag te bespreken om tegenvallers en/of vertraging in procedures te voorkomen. Want het lijkt duidelijk omschreven wanneer er wel of geen vormvrije m.e.r. –beoordeling nodig is, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Vraagt het bevoegd gezag om een vormvrije m.e.r.-beoordeling terwijl dit misschien niet per se nodig is? Ons advies: voorkom vertraging en stel een aanmeldingsnotitie op, dan kan de discussie over de inhoud gaan in plaats over de procedure.

Zonnepark, niet op de D-lijst toch vormvrije m.e.r.-beoordeling?

Zonneparken staan niet op de D-lijst en vallen volgens Kenniscentrum Informil ook niet onder andere categorieën op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Daarop concludeerden wij dat er voor een vergunningaanvraag voor een zonnepark geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. Maar het betreffende bevoegd gezag zag dit anders en vat de activiteit zonnepark onder een ‘landinrichtingsproject’. Deze activiteit komt wél voor op de D-lijst (categorie D9) en is er dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Door het ontbreken van het vormvrije m.e.r.-besluit werd de vergunningaanvraag voor een zonnepark niet in behandeling genomen. Dit was gelukkig snel gerepareerd door alsnog een aanmeldingsnotitie in te dienen, waarop ook snel een besluit van het bevoegd gezag volgde (nl. dat er geen milieueffectrapport nodig is) en kon de aanvraag alsnog mét het besluit worden ingediend.

Geen overgangsrecht!

Let op, voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt geen overgangsrecht. voor vergunningaanvragen ingediend ná 16 mei 2017 gelden dus de nieuwe regels. Dus voor vergunningaanvragen voor activiteiten waarvoor geen vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, is mogelijk alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling en het besluit van het bevoegd gezag nodig.

Heeft u vragen over een specifiek project, of wordt u geconfronteerd met de vormvrije m.e.r.-beoordeling? Wij helpen u graag verder.

 

Slagschaduw [blog]

In de vorige blogpost over het onderwerp slagschaduw hebben wij de wettelijke norm voor slagschaduwhinder uitgelegd en hebben wij het gehad over de toetsing van windparken aan zes uur per jaar maximale slagschaduwduur. Deze berekeningen worden op een kaart weergegeven in slagschaduwcontouren. Maar wat betekent een slagschaduwcontour nu eigenlijk voor omwonenden en hoe kan deze ‘kaart’ gelezen worden zodat er zo veel mogelijk informatie uit wordt gehaald?

Als adviseurs merken wij vaak dat er veel onduidelijkheid is over de maximaal optredende effecten van de slagschaduw en ook over de momenten waarop slagschaduw kan optreden. Aan de hand van de positie van een woning ten opzichte van de windturbine is echter al heel veel te zeggen over de hoeveelheid optredende slagschaduw, het tijdstip en het seizoen waarop dit kan plaatsvinden. Het is belangrijk te proberen deze ingewikkelde informatie zo goed mogelijk uit te leggen. Voor zowel professionals als belanghebbenden is namelijk het vaak moeilijk om de mogelijke effecten van slagschaduw en slagschaduwcontourlijnen juist te interpreteren.

Uitleg contouren

De contourenkaart is de meest gebruikte manier om informatie te geven over de locaties waar slagschaduw optreedt en de verwachte hoeveelheid per jaar.

contourenkaart slagschaduw

Bovenstaand is een voorbeeld van een normale slagschaduwcontour in Nederland. In dit figuur geven de lijnen de zones aan waarbinnen een bepaalde gemiddelde jaarlijkse duur aan hinderlijke slagschaduw te verwachten is. In dit geval geeft de rode lijn de interpretatie van de wettelijke norm aan die veelal wordt bepaald op een maximum van 6 uur hinderlijke slagschaduwduur per woning voor een gemiddeld jaar.

Uit deze contourenkaart is echter ook veel informatie te verkrijgen over zowel het seizoen als over de tijdsperiode per dag waarin slagschaduw kan optreden. Door dit visueel te maken kan al snel inzicht worden gegeven in de momenten waarop slagschaduwhinder kan worden verwacht.

In welk seizoen treedt slagschaduw op?

In deze kaarten is per seizoen te zien waar de slagschaduw tijdens elk seizoen aanwezig kan zijn. Deze vier seizoenskaarten samen vormen de jaarlijkse slagschaduwcontour. Hieraan is dus te zien dat de zuidoostelijk en zuidwestelijke punten van de slagschaduwcontour alleen veroorzaakt worden gedurende de zomermaanden. Dit komt door de meer noordelijke stand van de zon tijdens zonsopgang en zonsondergang in de zomer. Als hier een woning is gelegen, dan kan er dus alleen in de zomer slagschaduw optreden. Dit geldt ook voor woningen aan de noordoost en noordwest kant waar alleen in de winterperiode slagschaduw kan optreden omdat de zon lager en meer aan de zuidelijke hemel staat.

Ochtend, avond of middag schaduw?

Aan de ligging van de woning ten opzichte van de windturbine is ook iets af te lezen over de periode van de dag waarin slagschaduw zou kunnen optreden. Bij grotere afstanden tot de windturbine dient de zon lager aan de hemel te staan om slagschaduw te laten optreden, er is dan sprake van slagschaduw in de ochtend of avond periode. Dit zorgt met name voor de ‘punten’ van de slagschaduw contouren aan de zuidwest en zuidoost kan en de noordoost en noordwest kant van de windturbine. Bij een woning direct ten noorden van de windturbine zal alleen tijdens de middagperioden slagschaduw kunnen optreden. Deze slagschaduw beweegt over het algemeen langzamer over het veld heen waardoor de slagschaduwduren per dag groot zijn. Mede daarom is de afstand van de zes uurs lijn hier relatief groot. Wel is het zo dat tijdens de zomerperioden de zon tijdens de middag zeer hoog aan de hemel staat waardoor de zon niet ver reikt vanaf de windturbine. In onderstaande weergave is inzicht gegeven in de perioden waarin slagschaduw kan optreden rondom een windturbine.

tijdstip van slagschaduw

Voorbeeld tijdstip slagschaduw

De vorm van de slagschaduwcontour

Te zien aan de vorm van de slagschaduwcontour is dat de lengte van de contourpieken in het noordoosten en noordwesten kleiner zijn dan de contourpieken in het zuidoosten en zuidwesten. Dit komt doordat in de winterperiode de kans op zonneschijn aanzienlijk kleiner is dan in de zomerperioden (tot wel 2x minder kans op zonneschijn). Dit betekent dat de gemiddelde te verwachten slagschaduwduur kleiner is in de pure wintermaanden, en heeft dus effect op de afstand van de contour tot aan de windturbine voor de slagschaduwcontourpieken die enkel in de winter optreden.

Infographic slagschaduw

Onderstaand doen wij een voorstel voor een infographic over slagschaduwduren die aangeeft in welke periode hinder is te verwachten als uw woning of kantoor zich op een bepaalde plek binnen deze contour bevindt. De kleur van het vlak waar uw woning of kantoor is gelegen geeft aan in welke seizoenen slagschaduw kan optreden. Afhankelijk van de oriëntatie van de woning ten opzichte van de windturbine (oost, west of noord) kan de slagschaduw ’s avonds, ’s middags of ’s ochtends optreden. Belangrijk om te realiseren is dat als uw woning is gelegen binnen de contour waarbij meer dan zes uur slagschaduw per jaar wordt verwacht, dat voor uw woning een stilstandvoorziening dient te worden getroffen indien de wettelijke norm ook wordt overschreden, waarmee de hinderlijke slagschaduw wordt verminderd. Uitvoering van een stilstandvoorziening betekent overigens niet dat uw nooit slagschaduw zal kunnen ervaren maar wel dat de meest hinderlijke en contrastrijke slagschaduw wordt voorkomen. In een volgende blogpost zal meer worden ingegaan op de hinderlijkheid van slagschaduw en het verschil tussen waarneembare slagschaduw en wettelijk hinderlijke slagschaduw.

infographic slagschaduw

Voorbeeld van infographic uitleg slagschaduwcontour

Deze blog is geschreven door Bouke Vogelaar en Stefan Flanderijn.

10 jaar Pondera [blog]

Precies 10 jaar geleden startte ik met Pondera. Hoewel we dit jaar hier op verschillende manieren aandacht aan schenken (zie bijvoorbeeld ons magazine), is het ook een moment om langs deze weg bij stil te staan. Voor mij persoonlijk blijft het speciaal: van een start op de zolder naar een bedrijf met bijna 30 mensen.

Bestel nu ons 10 jarig magazine op: https://ponderaconsult.com/wind_magazine/

Als je als bedrijf 10 jaar bent, ben je feitelijk nog steeds een kleuter. Toch kunnen we al een beetje terug kijken. Zo kunnen we achteraf constateren dat we net voor een grote crisis gestart zijn. Uit het feit dat we desondanks gestaag zijn gegroeid kunnen we afleiden dat het onderwerp duurzame energie altijd op de politieke en economische agenda is blijven staan. Een beetje met horten en stoten, dat wel. Nu de kabinetsformatie gaande is, is het nauwelijks voorstelbaar dat de groei van duurzame energie zich niet doorzet. Sterker nog: het lijkt er op dat we voor een enorme versnelling staan en dat we sneller dan we binnen de sector denken, te maken krijgen met arbeidstekorten op tal van terreinen. Voor een jong bedrijf als de onze is dat goed nieuws. Natuurlijk dragen wij daar graag ons kleine steentje aan bij.

Is het dan alleen maar zonneschijn te melden? Helaas niet helemaal. Want hoewel duurzame energie goedkoper is geworden en de kosten eigenlijk al onder die van fossiele bronnen liggen, lopen de procedures van wind op land nog te lang en levert het daar vaak veel commotie op. De oplossingsrichting voor deze vertraging lijkt inmiddels ook wel duidelijk: pak de ontwikkelingen van zon en wind op land vooral van onderop, samen met de omgeving op. Laat iedereen in de omgeving meeprofiteren en doe dat op een eerlijke manier. Waarschijnlijk betekent dit ook iets voor de maat van de projecten: die zullen lokaal en kleinschaliger zijn dan nu ingestoken. Ik denk dat het aandeel met 100% lokaal eigenaarschap in deze projecten snel gaat groeien. Grootschalige projecten hebben we ook nodig, maar daar hebben we de EEZ voor.

Helaas is – eerlijk is eerlijk –  door een verkeerde omgevingsaanpak vanuit initiatiefnemers, hun adviseurs en overheden, in het verleden de sfeer met de omgeving verstard en zie je zelfs dat kleinschalige projecten vanuit de omgeving snel weerstand opgeroepen wordt. Het is van belang dat we snel een paar goede voorbeelden weten te realiseren zoals vaak gezegd wordt van het burgerinitiatief in Nijmegen. Met die voorbeelden kunnen we vervolgens weer vooruit. Het zou mooi zijn als we het juk van polarisatie van ons af kunnen werpen en echt gezamen
lijk duurzame energie verder brengen.

En mochten we deze horde genomen hebben, dan doemt opnieuw een technisch vraagstuk op. Hoe gaan we om met het verschil tussen vraag naar stroom en het aanbod van duurzame stroom. Zeker wanneer het aandeel duurzame energie groter wordt, we met zijn allen steeds meer elektrische auto’s kopen en we gas gaan vervangen, moeten we echt serieus aan de slag met het vraagstuk van energieopslag. Gelukkig verschijnen de oplossingen aan de horizon. En waarschijnlijk zal het net als bij wind en zon zo zijn dat de toegenomen vraag tot enorme kostendalingen gaan leiden in opslagmogelijkheden.

Genoeg te doen de komende 10 jaar! Ik heb er wel alle vertrouwen in. De sector is op zichzelf ook nog jong en kan daardoor nog makkelijk en snel leren van de eigen fouten. Ik heb de mensen in deze sector leren kennen als gedreven om klimaatverandering aan te pakken maar ook dat ze begrijpen dat ze dit niet zonder de omgeving kunnen doen. Want een fossielloos tijdperk heeft behoorlijke consequenties voor de leefomgeving.

Veel meer dan veel burgers en politici nu nog beseffen. Aan de andere kant lijkt een grote meerderheid van de kiezers in Nederland voor een actief klimaatbeleid te zijn. Dus lijkt het besef er wel te zijn.

Het is enorm inspirerend om in deze tijd mee te bouwen aan een tijdperk waarin we overschakelen op duurzame energiebronnen. We gaan steeds sneller vooruit. Toch ben ik ook wel weer benieuwd waar we over 10 jaar precies staan. We zullen het zien… 10 jaar: het is ook weer zo voorbij.

Hans Rijntalder

Innovatie in de wind [blog]

Tijdens de informatieavonden met omwonenden is er bijna altijd wel iemand die ons benadert met een innovatieve ontwikkeling op het gebied van windturbines. Omwonenden hopen dat nieuwe ontwikkelingen tot stillere of minder in het oog springende modellen gaan leiden. Het gaat hier vaak nog om prototypes of wilde ideeën die nog verre van marktrijp zijn en naar mijn mening dat ook nooit zullen worden, omdat ze technisch nauwelijks uitvoerbaar zijn, lastig schaalbaar of te duur zullen blijven.

Maar er zijn ook innovaties die ik met meer dan gemiddelde interesse in de gaten houd. Een daarvan zijn de zogenaamde airborne windenergie systemen. Airborne windenergie systemen maken gebruik van de constante en hoge windsnelheden op grote hoogte (tussen de 500 m en 12 km).

Airborne windenergie systemen bestaan uit drie componenten. Een grondstation, een kabel en een vlieger of vliegtuig. Bij de meeste systemen zit de generator in het grondstation (a). Deze zet de kinetische energie van het vliegtuig om in elektriciteit. Bij andere systemen (b) bevindt de generator zich juist boven in het vliegtuig en wordt de elektriciteit dus door de kabel naar het grondstation getransporteerd. Een mooi overzicht van (waarschijnlijk) alle systemen die in ontwikkeling zijn is hier te vinden.

In het kader van het 10-jarig bestaan van Pondera en het bijbehorende magazine WIND, hield ik een kort vraaggesprek met Wolbert Allaart (Directeur van Ampyx Power) over de toekomst van airborne windenergie en Ampyx in het bijzonder.

Ampyx Power – vliegeren voor gevorderden

Op een weiland bij Kraggenburg in de Noordoostpolder wordt serieus gevliegerd. Ampyx Power test daar haar huidige prototype met een spandwijdte van 5,5, meter. Dit gebeurt in goede harmonie met de omgeving. Maar wat gebeurt er als er grotere prototypes getest moeten worden? Pondera helpt Ampyx bij het doorlopen van de vergunningen procedure om dat voor elkaar te krijgen.

Waar kwam jullie drive vandaan om met Airborne Wind Energy aan de slag te gaan? Er is toch nog zoveel innovatie mogelijk binnen conventionele windenergie?

Airborne Wind Energy is niet nieuw. Het idee ontstond al vroeg in de 20e eeuw, en is in 1980 gepubliceerd door Miles L. Loyd. Maar pas toen er nieuwe, lichte materialen waren ontwikkeld en computersystemen geen kamers meer vulden, maar op een mini chip pasten, kon dit idee verder uitgewerkt worden. Rond de millenniumwisseling waren alle ingrediënten aanwezig die de daadwerkelijke toepassing van Airborne Wind Energy mogelijk maakten.

Aan de TU Delft vormde professor Wubbo Ockels een onderzoekgroep met als doelstelling om te onderzoeken met welk concept wind op hoogte het beste kan worden geoogst. Richard Ruiterkamp die deze groep leidde, kwam erachter dat met een vaste vleugel in de lucht en een generator op de grond met het minste materiaal de meeste elektriciteit kan worden opgewekt. In 2008 richtte hij Ampyx Power op om een systeem voor stroomopwekking te ontwikkelen op basis van dat principe.

De drive om met Airborne Wind Energy aan de slag te gaan komt voort uit de ambitie om tegen zo laag mogelijke kosten duurzame energie te produceren. Als je maar 10% van het materiaal nodig hebt, komen de kosten lager uit, waardoor productiesubsidies niet meer nodig zijn.

Wat maakt jullie zo overtuigd van het succes van Airborne Wind Energy?

Duurzame stroom kan veel goedkoper worden, goedkoper dan o.a. kolen en gas. Met deze technologie is het mogelijk om op grote hoogte windenergie te oogsten, waar het harder waait en waar de wind constanter is. Daardoor kan met veel minder materiaal (slechts 10%) en met minder impact op de omgeving evenveel stroom worden opgewekt dan met conventionele windturbines. Door deze combinatie van lage kosten, hoge opbrengsten en geringe impact op de omgeving kan de transitie naar duurzame energie versneld worden.

Wij werken volgens een strak schema aan de realisatie van onze doelstelling, stroom produceren tegen de laagste kosten en op een duurzame manier. Het grootste deel van die lange weg ligt al achter ons. Dat is de ontwikkeling van een idee tot een volledig werkend concept. Na zeven verschillende prototypes hebben we nu een toestel dat twee jaar lang is getest en voldoet aan de hoogste veiligheidsnormen van de burgerluchtvaart. Inmiddels bouwen we met verschillende partners aan een volgend 250 kW prototype. In 2020 verwachten we ons commerciële 2MW model klaar te hebben voor zowel on- als offshore toepassing.

Zijn er nog beren op de weg naar de grootschalige uitrol van Airborne Wind?

Het ontwikkelen van een nieuwe technologie is geen eenvoudige opgave. Op verschillende terreinen werken we hard om ervoor te zorgen dat naast de technische risico’s, ook de markt klaar is voor Airborne Wind, dat er een regelgevingskader is en dat we strategische partnerships in de waardeketen ontwikkelen.

Een ander gebied dat constant aandacht nodig heeft, is het ophalen van geld. De snelheid waarin we kunnen ontwikkelen valt of staat bij de financiering van de volgende stappen in het traject. Overheden steunen ons met subsidies, maar daarbij is de inbreng van eigen vermogen altijd uitgangspunt. De grootste investeerder in Ampyx Power is de crowd. In 2013 hebben we voor het eerst een crowdfunding campagne gedaan en we zijn druk bezig met het voorbereiden van een nieuwe ronde waarin we zo’n 1,5 tot 2 miljoen willen ophalen. Investeren kan gewoon via onze website. Iedereen kan al vanaf €1000 een klein stukje Ampyx Power kopen. Met het opgehaalde geld financieren we de bouw en de testcampagne van ons volgende systeem.

Waar staat Ampyx Power als Pondera haar 20 jarig jubileum viert?

Over 10 jaar hebben wij een aantal vroege offshore windparken voorzien van ons eerste commerciële model, de AP 2.0 MW. De eerste projecten met drijvende platforms zijn in gebruik genomen waarmee windenergie ook kan worden ontwikkeld in dieper water. We dingen mee in internationale tenders, produceren een paar honderd systemen per jaar en ons product is tegen die tijd zodanig geoptimaliseerd dat we tegemoet kunnen komen aan de wereldwijd groeiende behoefte aan goedkope duurzame energie.

Kotom: Airborn Wind Energy en Ampyx in het bijzonder heeft de potentie om in de toekomst een serieuze speler op de duurzame energiemarkt te worden. Ik blijf het in elk geval goed in de gaten houden…