De energietransitie: een mondiale opgave die vraagt om een lokale energievisie [BLOG]

Klimaatverandering staat sinds enige jaren hoog op de wereldwijde politieke agenda. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn bij internationale bijeenkomsten als de klimaattop van eind 2015 in Parijs mondiale afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten er voor zorgen dat de globale temperatuurstijging onder een limiet van 2 °C blijft ten opzichte van het niveau van 1990. Aan deze afspraken zijn ambitieuze doelstellingen verbonden op het gebied van duurzame energieproductie. Naast de klimaatverandering vraagt ook het opraken van fossiele brandstoffen om een verandering in de wijze van opwek en gebruik van energie. Deze ‘energietransitie’ vraagt om een verandering in het energielandschap en in de manier waarop iedereen energie gebruikt. De in 2015 afgesproken landelijke doelstellingen hebben hun doorwerking op regionale overheden zoals provincies en gemeenten. In provinciale- en gemeentelijke beleidsstukken wordt op eigen initiatief veelvoudig het streven naar energieneutraliteit benoemd. Hier is doorgaans door betreffende lokale overheid ook een jaartal aan gekoppeld. Om dit te bereiken hebben gemeenten doelstellingen opgesteld die erop toezien dat het aandeel duurzaam geproduceerde energie toeneemt.

Het behalen van klimaat- en energiedoelstellingen is niet alleen een kwestie van het realiseren van duurzame energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Het vraagt een maatschappelijke en technische verandering van de manier waarop gebruik wordt gemaakt van energie. Hierbij kan naast duurzame opwekking gedacht worden aan energiebesparing, het gebruik van restwarmte uit fabrieken om huizen te verwarmen en het opslaan van energie op momenten dat er een overproductie is van bijvoorbeeld zonne-energie.

Ondanks het feit dat het verduurzamen van de elektriciteitsproductie maar een deel is van de invulling van energieneutraliteit, is voor duurzame energiebronnen, en met name de manier waarop deze een plek moeten krijgen in een gemeente, veel ruimte gereserveerd in beleidsstukken. Is dat vreemd? Eigenlijk niet, als je je hier een reële voorstelling bij maakt. In tegenstelling tot zaken als maatschappelijke bewustwording, energiebesparing en elektrische warmtepompen, hebben duurzame elektriciteitsbronnen als wind- en zonne-energie een grote ruimtelijke weerslag. Deze effecten laten zich vooral op lokaal niveau zien. Het is dus niet zo gek dat hier in beleidsstukken veel aandacht aan wordt besteed.

Windturbines en zonneparken hebben, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen en traditionele energiecentrales, een significante impact op de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Ook hebben deze duurzame energiebronnen relatief meer inpassingsruimte nodig dan energiebronnen op basis van fossiele brandstoffen. De zichtbaarheid en ruimtevraag van windturbines en zonneparken maken de inpassing van deze duurzame energiebronnen tot een complex planologisch vraagstuk. Een vraagstuk waarvoor een centrale rol is weggelegd voor lokale overheden.

Een deel van de doelen zijn te behalen door daken te bedekken met zonnepanelen, maar om daadwerkelijk doelstellingen te behalen dienen ook de mogelijkheden voor grootschalige duurzame energieopwekking in het buitengebied verkend te worden. Weliswaar kan ook biomassa en wellicht geothermie een rol spelen, vooral bij het opwekken van duurzame warmte, echter de ontwikkeling van deze energiebronnen is voor gemeenten veel minder beïnvloedbaar. Aanleg van geothermieputten, stadsverwarmingsnetten, de bouw van vergistingsinstallaties of het genereren van substantiële biomassastromen gaat de (financiële)  mogelijkheden van gemeenten veelal te boven. Op dit moment zijn vooral zonne-energie en windenergie de technieken die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van een gemeente of provincie. Maar op welke van deze twee wordt ingezet? Of is en een combinatie van beide technieken gewenst binnen een gemeente? Welk gebied is geschikt voor windturbines en welke gebieden lenen zich juist meer voor zonneparken? Dit zijn vragen die in een energievisie moeten worden beantwoord aan de hand van energieopbrengst, milieueffecten en de ruimtelijke impact van de energiebronnen op de omgeving. Het rendement van windturbines is hoger dan zonneparken. Een moderne windturbine staat gelijk aan bijna 10 hectare aan zonnepanelen. Zonneparken kennen dus een groter ruimtebeslag. Hier staat tegenover dat windturbines meer milieueffecten hebben. Denk hierbij aan de effecten geluid en slagschaduw.

Met technieken als GIS en andere visuele instrumenten zijn de middelen voorhanden om deze belangenafweging op lokaal niveau te doen. Uiteraard kunnen partijen ook gewoon rondom een papieren kaart gaan staan en met maquettes en vilstift verkennen welke gebieden binnen de gemeente geschikt zijn voor welke vorm van grootschalige duurzame energieopwekking. Dit zal resulteren in interactieve sessies met stakeholders die input leveren voor een gemeentelijke energievisie.

Dankzij de structurele financiële stimulering van de rijksoverheid (subsidie duurzame energieproductie, SDE(+)), en het steeds goedkoper worden van zonnepanelen en windturbines. neemt het aantal initiatieven in de wind- en zonne-energie toe. Gemeenten worden de laatste jaren overspoeld met verzoeken om planologische medewerking bij de realisatie van zonneparken. Deze grondgebonden zonneparken kunnen kleinschalig zijn (enkele voetbalvelden), maar ook parken ter grootte van circuitpark Zandvoort (honderden voetbalvelden) zijn geen uitzondering. Gemeenten merken dat, om initiatieven duidelijk en consequent te kunnen behandelen, nieuw ruimtelijk beleid nodig is. Ook is het voor de gemeenten belangrijk om te weten hoeveel zonneparken en windturbines er nodig zijn in hun gemeente om vastgestelde doelstellingen te kunnen behalen. Door beleid op te stellen in de vorm van een energievisie ontstaat voor zowel de gemeente als voor initiatiefnemers duidelijkheid over de mogelijkheden voor en invulling van grootschalige duurzame energieprojecten in een gemeente. Met deze reden zijn veel gemeenten op dit moment bezig met het vaststellen van een energievisie of energieverkenning, om uiteindelijk de energietransitie in goede banen te leiden.

De opkomst van de energievisie op lokaal bestuurlijk niveau zie ik als positieve ontwikkeling in de energietransitie. Hiermee nemen gemeenten de regie in handen en zorgen ze ervoor dat de energietransitie ze niet overvalt, maar op de juiste manier wordt vertaald naar concrete projecten die binnen een gemeente passen. Met de regie in handen nemen bedoel ik dan niet enkel het zetten van een stip aan de horizon, maar ook samen met inwoners en belangengroepen het verhaal en de weg daar naartoe bepalen. Hierbij is het van belang inwoners de urgentie van de energietransitie duidelijk te maken. Vervolgens kunnen doelstellingen op het gebied van duurzame energie worden gekoppeld aan manieren van duurzame opwekking die binnen de gemeentegrenzen mogelijk zijn. Wanneer inwoners op deze manier worden betrokken bij het opstellen van ruimtelijk beleid voor duurzame energie, wordt de publieke opinie over duurzame energieprojecten als wind en zon positiever. Het verhaal is dan niet meer dat een ontwikkelaar ‘van buiten’ een duurzaam wind- of zonne-energie project wil realiseren. Een wind- of zonnepark is dan een project dat past binnen het verhaal (visie) van een gemeente waarmee wordt gezorgd dat gezamenlijk vastgestelde doelen worden behaald.

Uiteindelijk zal in de komende jaren een duurzame ‘energiemix’ ontstaan. Een energielandschap waar verschillende vormen van grootschalige en kleinschalige duurzame energieproductie worden gecombineerd, om aan de energievraag te voldoen. Deze energiemix zal er per gemeente anders uitzien, afhankelijk van gebiedspecifieke kenmerken die zijn verstaald naar sturende energievisies.

Uiteraard zijn er verschillende manieren om invulling te geven aan een gemeentelijke energievisie. Naast gebieden aanwijzen voor duurzame energiebronnen kan in een energievisie bijvoorbeeld ook staan hoe een gemeente wil inzetten op energiebesparing. Als Pondera Consult hebben wij de ambitie lokale overheden te helpen bij het opstellen van ruimtelijk beleid op het gebied van duurzame energie. Vragen naar aanleiding van deze blog over ruimtelijk beleid voor duurzame energie zijn uiteraard van harte welkom.

Onontdekte windenergie landen met veelbelovend potentieel

Er is online veel informatie beschikbaar over landen met het meest geïnstalleerde vermogen aan windenergie en hoe dit vermogen aan windenergie elk jaar groeit. Denk aan landen zoals China, de VS, Duitsland, India of Spanje. Deze informatie is publiek toegankelijk en in grote mate voorhanden. Wat ik veel interessanter vind is om te weten welke landen een groot potentieel aan windenergie hebben én weinig geïnstalleerd vermogen. Zijn het niet deze landen waar de windenergie sector haar aandacht op moet richten voor het ontwikkelen van windenergieprojecten? In deze blog kijken we naar dergelijke landen die zeer geschikt kunnen zijn voor windenergie, vooral als het gaat om windsnelheid en vermogensdichtheid. Dit is geen top 5 lijst maar eerder een selectie van landen die mogelijk over het hoofd worden gezien door investeerders en ontwikkelaars.

Wind Atlas

Een deel van de informatie over windsnelheden en vermogensdichtheid is verzameld met behulp van Global Wind Atlas. De nieuwe versie van de Global Wind Atlas is recentelijk beschikbaar gesteld door de World Bank in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken (DTU). Dit is een indrukwekkende wind atlas, gebaseerd op een windklimaat met een detailniveau van 1 km. De gratis beschikbare GIS tool is in november gelanceerd tijdens de Wind Europe Conference in Amsterdam.

Oman

onontdekte windenergie OmanDat Oman op mijn lijstje voorkomt is waarschijnlijk het gevolg van vooringenomenheid; ik heb dit mooie land namelijk altijd al willen bezoeken. Het land heeft een geschatte vermogensdichtheid van 684 W/m² en een gemiddelde windsnelheid van 8.3 m/s op een hoogte van 100m in de 10% meest windrijke gebieden in dit land. Dit is ongeveer vergelijkbaar met de meest windrijke gebieden van enkele Noord-Europese landen. Ter vergelijking: Nederland heeft een vermogensdichtheid van 518 W/m² en een gemiddelde windsnelheid van 7.7 m/s op een hoogte van 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Het windaanbod in Oman is opmerkelijk hoog in het zuidelijke gouvernement Dhofar met haar hoofdstad Salalah. Ook in het Al Wusta gouvernement is het aanbod opmerkelijk hoog. Op dit moment is er nog geen windenergie gerealiseerd in Oman, maar er zijn wel plannen voor een 50 MW windpark dat Masdar wil realiseren samen met GE en TSK.

Somalië

onontdekte windenergie SomaliëSomalië wordt normaal niet geassocieerd met windenergie of een andere vorm van duurzame energie. Somalië is voornamelijk in het nieuws vanwege de burgeroorlogen, piraterij en economische instabiliteit. Echter weten weinig mensen dat Somalië een van de landen is met het grootste potentieel aan wind- en zonne-energie ter wereld. De stad Garowe in Puntland wordt sinds 2016 voorzien van stroom door een 3.5 MW hybride wind- en zonne-energie installatie. Het vermogen van deze installatie is recentelijk gestegen naar 5.9 MW om 50.000 inwoners te voorzien van meer dan 90% van hun elektriciteitsbehoeften. De vermogensdichtheid van Somalië is geschat op 849 W/m² met een windsnelheid van 9.0 m/s op 100m hoogte in de 10% meest windrijke gebieden. Deze cijfers liggen dichtbij de geschatte gemiddelden van het Verenigd Koninkrijk met een vermogensdichtheid van 928 W/m² en een windsnelheid van 9.4 m/s.

Rusland

Met haar 17 miljoen vierkante meter en 38.000 km lange kustlijn, heeft Rusland het grootste potentieel voor windenergie wat betreft de windopbrengst op deze lijst. Ondanks het grote potentieel, heeft het land slechts een geïnstalleerd vermogen van 11 tot 15 MW aan windenergie. Het technisch haalbare potentieel aan windenergie is geschat op 6 TWh/j. Rusland heeft verder een geschatte vermogensdichtheid van 721 W/m² met een gemiddelde windsnelheid van 8,4 m/s op 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Om dit potentieel volledig te benutten zijn grote investeringen nodig en kunnen ontwikkelingsstappen worden gemaakt van meerdere Gigawatt aan geïnstalleerd vermogen per keer. Aannemelijk is dat hier een rol voor de federale overheid weggelegd. Recentelijk hebben Lagerwey en OTEK (RosAtom) overeenkomsten getekend om de Nederlandse windturbinetechnologie aan OTEK te verlenen.

onontdekte windenergie Rusland

IJsland

Dit land is een van de uitzonderingen op de lijst. De elektriciteitsvoorziening van het land bestaat voor 100% uit duurzaam opgewekte energie. Eigenlijk heeft dit land dus helemaal geen windenergie nodig om aan haar elektriciteitsbehoefte te voldoen. Dit is ironisch te noemen, aangezien de windsnelheid van IJsland wordt geschat op 11 m/s op 100m in de 10% meest windrijke gebieden. Ook kent het land een gemiddelde overeenkomstige vermogensdichtheid van 1942 W/m². Het land kent vier gebouwde windturbines, met een gezamenlijk geïnstalleerd vermogen van 3 MW. Deze windturbines dienen hoofdzakelijk voor het testen van turbines in extreme omstandigheden. Een van de redenen waarom IJsland windenergie zou kunnen overwegen, zou zijn om energie te verhandelen in het geval dat een toekomstige interconnector het land met het Verenigd Koninkrijk verbindt. Een andere reden om windenergie te overwegen is in het geval van een toekomstige verhoging van de genivelleerde kosten van energie (LCOE) voor geothermische en hydro-elektrische stroomvoorziening waar het land nu op draait.

onontdekt windenergie land IJsland

Kazachstan

Kazachstan wil haar hernieuwbare energievoorziening vergroten vanwege de groeiende economie en investeringen. Het grootste potentieel aan windenergie is te vinden nabij de Kaspische Zee, inclusief andere gebieden in het centrale en noordelijke deel van het land. Het uitgestrekte open steppe landschap geeft Kazachstan een aantal uitzonderlijke gebieden om windenergie te exploiteren. Het land heeft een geschatte windsnelheid van 8 m/s op 100m hoogte en een vermogensdichtheid van 583 W/m² in de 10% meest windrijke gebieden van het land. Op het gebied van windenergie zijn er ontwikkelingen gaande met Vestas, die onlangs een order voor windturbines heeft ontvangen van CAPEC Green Energy.

onontdekte windenergie Kazachstan

Werelds potentieel

Alle genoemde landen hebben minder dan 100 MW geïnstalleerd vermogen aan windenergie ten tijde van schrijven. Bij sommige landen kan daar binnenkort verandering in komen, lettende op de genoemde samenwerkingen van lokale partijen met windturbinefabrikanten in de verschillende landen. Verder zijn er landen die niet in de lijst staan maar zeker ook noemenswaardig zijn als potentieel windenergie land zoals Vietnam, Chad, Venezuela of Mongolië. Andere landen hebben ook delen die zeer windrijk zijn zoals het westen van Afghanistan, het oosten van Azerbaijan of in het noorden van Kenya of Colombia. Behalve windsnelheden en vermogensdichtheid zijn er natuurlijk veel andere factoren van belang om in bepaalde landen windenergie te realiseren. Maar dit is stof voor een andere blog.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling, (g)een reden tot paniek? (blog)

De term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gonst door de gangen van menig adviesbureau, gemeenten, en omgevingsdiensten. Maar wat is er eigenlijk aan de hand?

Wat is een vormvrije m.e.r. procedure?

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder drempelwaarden vallen, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. beoordeling gehanteerd.

Stappen vormvrije m.e.r.-beoordeling:

  • De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op (en dient deze in);
  • Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit hoeft niet in de Staatscourant te worden gepubliceerd;
  • De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag, indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu inderdaad zijn uitgesloten.

Wat is er aan de hand?

Op 16 mei 2017 is de Implementatiewet herziening m.e.r.-richtlijn in werking getreden. Uit het gewijzigde Besluit m.e.r. volgt dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is als:

Dit betekent dat voor alle activiteiten op de D-lijst van het Besluit m.e.r. een vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing kan zijn. Denk daarbij niet alleen om de hoofdactiviteit, zoals de realisatie van een windpark (categorie D22.2), maar ook aan gerelateerde activiteiten zoals bemaling in de aanlegfase (categorie D15.2) en de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding (D24.2). Vervolgens moet het bevoegd gezag besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit besluit (vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit) is een extra procedurestap en kost dus tijd in de planning van projecten.

Niet op de D-lijst, toch een vormvrije m.e.r.-beoordeling?

Staat de activiteit niet op de D-lijst, dan is er in principe geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Wij raden aan om dit ook altijd op voorhand met het bevoegd gezag te bespreken om tegenvallers en/of vertraging in procedures te voorkomen. Want het lijkt duidelijk omschreven wanneer er wel of geen vormvrije m.e.r. –beoordeling nodig is, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Vraagt het bevoegd gezag om een vormvrije m.e.r.-beoordeling terwijl dit misschien niet per se nodig is? Ons advies: voorkom vertraging en stel een aanmeldingsnotitie op, dan kan de discussie over de inhoud gaan in plaats over de procedure.

Zonnepark, niet op de D-lijst toch vormvrije m.e.r.-beoordeling?

Zonneparken staan niet op de D-lijst en vallen volgens Kenniscentrum Informil ook niet onder andere categorieën op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Daarop concludeerden wij dat er voor een vergunningaanvraag voor een zonnepark geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. Maar het betreffende bevoegd gezag zag dit anders en vat de activiteit zonnepark onder een ‘landinrichtingsproject’. Deze activiteit komt wél voor op de D-lijst (categorie D9) en is er dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Door het ontbreken van het vormvrije m.e.r.-besluit werd de vergunningaanvraag voor een zonnepark niet in behandeling genomen. Dit was gelukkig snel gerepareerd door alsnog een aanmeldingsnotitie in te dienen, waarop ook snel een besluit van het bevoegd gezag volgde (nl. dat er geen milieueffectrapport nodig is) en kon de aanvraag alsnog mét het besluit worden ingediend.

Geen overgangsrecht!

Let op, voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt geen overgangsrecht. voor vergunningaanvragen ingediend ná 16 mei 2017 gelden dus de nieuwe regels. Dus voor vergunningaanvragen voor activiteiten waarvoor geen vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, is mogelijk alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling en het besluit van het bevoegd gezag nodig.

Heeft u vragen over een specifiek project, of wordt u geconfronteerd met de vormvrije m.e.r.-beoordeling? Wij helpen u graag verder.

 

Slagschaduw [blog]

In de vorige blogpost over het onderwerp slagschaduw hebben wij de wettelijke norm voor slagschaduwhinder uitgelegd en hebben wij het gehad over de toetsing van windparken aan zes uur per jaar maximale slagschaduwduur. Deze berekeningen worden op een kaart weergegeven in slagschaduwcontouren. Maar wat betekent een slagschaduwcontour nu eigenlijk voor omwonenden en hoe kan deze ‘kaart’ gelezen worden zodat er zo veel mogelijk informatie uit wordt gehaald?

Als adviseurs merken wij vaak dat er veel onduidelijkheid is over de maximaal optredende effecten van de slagschaduw en ook over de momenten waarop slagschaduw kan optreden. Aan de hand van de positie van een woning ten opzichte van de windturbine is echter al heel veel te zeggen over de hoeveelheid optredende slagschaduw, het tijdstip en het seizoen waarop dit kan plaatsvinden. Het is belangrijk te proberen deze ingewikkelde informatie zo goed mogelijk uit te leggen. Voor zowel professionals als belanghebbenden is namelijk het vaak moeilijk om de mogelijke effecten van slagschaduw en slagschaduwcontourlijnen juist te interpreteren.

Uitleg contouren

De contourenkaart is de meest gebruikte manier om informatie te geven over de locaties waar slagschaduw optreedt en de verwachte hoeveelheid per jaar.

contourenkaart slagschaduw

Bovenstaand is een voorbeeld van een normale slagschaduwcontour in Nederland. In dit figuur geven de lijnen de zones aan waarbinnen een bepaalde gemiddelde jaarlijkse duur aan hinderlijke slagschaduw te verwachten is. In dit geval geeft de rode lijn de interpretatie van de wettelijke norm aan die veelal wordt bepaald op een maximum van 6 uur hinderlijke slagschaduwduur per woning voor een gemiddeld jaar.

Uit deze contourenkaart is echter ook veel informatie te verkrijgen over zowel het seizoen als over de tijdsperiode per dag waarin slagschaduw kan optreden. Door dit visueel te maken kan al snel inzicht worden gegeven in de momenten waarop slagschaduwhinder kan worden verwacht.

In welk seizoen treedt slagschaduw op?

In deze kaarten is per seizoen te zien waar de slagschaduw tijdens elk seizoen aanwezig kan zijn. Deze vier seizoenskaarten samen vormen de jaarlijkse slagschaduwcontour. Hieraan is dus te zien dat de zuidoostelijk en zuidwestelijke punten van de slagschaduwcontour alleen veroorzaakt worden gedurende de zomermaanden. Dit komt door de meer noordelijke stand van de zon tijdens zonsopgang en zonsondergang in de zomer. Als hier een woning is gelegen, dan kan er dus alleen in de zomer slagschaduw optreden. Dit geldt ook voor woningen aan de noordoost en noordwest kant waar alleen in de winterperiode slagschaduw kan optreden omdat de zon lager en meer aan de zuidelijke hemel staat.

Ochtend, avond of middag schaduw?

Aan de ligging van de woning ten opzichte van de windturbine is ook iets af te lezen over de periode van de dag waarin slagschaduw zou kunnen optreden. Bij grotere afstanden tot de windturbine dient de zon lager aan de hemel te staan om slagschaduw te laten optreden, er is dan sprake van slagschaduw in de ochtend of avond periode. Dit zorgt met name voor de ‘punten’ van de slagschaduw contouren aan de zuidwest en zuidoost kan en de noordoost en noordwest kant van de windturbine. Bij een woning direct ten noorden van de windturbine zal alleen tijdens de middagperioden slagschaduw kunnen optreden. Deze slagschaduw beweegt over het algemeen langzamer over het veld heen waardoor de slagschaduwduren per dag groot zijn. Mede daarom is de afstand van de zes uurs lijn hier relatief groot. Wel is het zo dat tijdens de zomerperioden de zon tijdens de middag zeer hoog aan de hemel staat waardoor de zon niet ver reikt vanaf de windturbine. In onderstaande weergave is inzicht gegeven in de perioden waarin slagschaduw kan optreden rondom een windturbine.

tijdstip van slagschaduw

Voorbeeld tijdstip slagschaduw

De vorm van de slagschaduwcontour

Te zien aan de vorm van de slagschaduwcontour is dat de lengte van de contourpieken in het noordoosten en noordwesten kleiner zijn dan de contourpieken in het zuidoosten en zuidwesten. Dit komt doordat in de winterperiode de kans op zonneschijn aanzienlijk kleiner is dan in de zomerperioden (tot wel 2x minder kans op zonneschijn). Dit betekent dat de gemiddelde te verwachten slagschaduwduur kleiner is in de pure wintermaanden, en heeft dus effect op de afstand van de contour tot aan de windturbine voor de slagschaduwcontourpieken die enkel in de winter optreden.

Infographic slagschaduw

Onderstaand doen wij een voorstel voor een infographic over slagschaduwduren die aangeeft in welke periode hinder is te verwachten als uw woning of kantoor zich op een bepaalde plek binnen deze contour bevindt. De kleur van het vlak waar uw woning of kantoor is gelegen geeft aan in welke seizoenen slagschaduw kan optreden. Afhankelijk van de oriëntatie van de woning ten opzichte van de windturbine (oost, west of noord) kan de slagschaduw ’s avonds, ’s middags of ’s ochtends optreden. Belangrijk om te realiseren is dat als uw woning is gelegen binnen de contour waarbij meer dan zes uur slagschaduw per jaar wordt verwacht, dat voor uw woning een stilstandvoorziening dient te worden getroffen indien de wettelijke norm ook wordt overschreden, waarmee de hinderlijke slagschaduw wordt verminderd. Uitvoering van een stilstandvoorziening betekent overigens niet dat uw nooit slagschaduw zal kunnen ervaren maar wel dat de meest hinderlijke en contrastrijke slagschaduw wordt voorkomen. In een volgende blogpost zal meer worden ingegaan op de hinderlijkheid van slagschaduw en het verschil tussen waarneembare slagschaduw en wettelijk hinderlijke slagschaduw.

infographic slagschaduw

Voorbeeld van infographic uitleg slagschaduwcontour

Deze blog is geschreven door Bouke Vogelaar en Stefan Flanderijn.

10 jaar Pondera [blog]

Precies 10 jaar geleden startte ik met Pondera. Hoewel we dit jaar hier op verschillende manieren aandacht aan schenken (zie bijvoorbeeld ons magazine), is het ook een moment om langs deze weg bij stil te staan. Voor mij persoonlijk blijft het speciaal: van een start op de zolder naar een bedrijf met bijna 30 mensen.

Bestel nu ons 10 jarig magazine op: https://ponderaconsult.com/wind_magazine/

Als je als bedrijf 10 jaar bent, ben je feitelijk nog steeds een kleuter. Toch kunnen we al een beetje terug kijken. Zo kunnen we achteraf constateren dat we net voor een grote crisis gestart zijn. Uit het feit dat we desondanks gestaag zijn gegroeid kunnen we afleiden dat het onderwerp duurzame energie altijd op de politieke en economische agenda is blijven staan. Een beetje met horten en stoten, dat wel. Nu de kabinetsformatie gaande is, is het nauwelijks voorstelbaar dat de groei van duurzame energie zich niet doorzet. Sterker nog: het lijkt er op dat we voor een enorme versnelling staan en dat we sneller dan we binnen de sector denken, te maken krijgen met arbeidstekorten op tal van terreinen. Voor een jong bedrijf als de onze is dat goed nieuws. Natuurlijk dragen wij daar graag ons kleine steentje aan bij.

Is het dan alleen maar zonneschijn te melden? Helaas niet helemaal. Want hoewel duurzame energie goedkoper is geworden en de kosten eigenlijk al onder die van fossiele bronnen liggen, lopen de procedures van wind op land nog te lang en levert het daar vaak veel commotie op. De oplossingsrichting voor deze vertraging lijkt inmiddels ook wel duidelijk: pak de ontwikkelingen van zon en wind op land vooral van onderop, samen met de omgeving op. Laat iedereen in de omgeving meeprofiteren en doe dat op een eerlijke manier. Waarschijnlijk betekent dit ook iets voor de maat van de projecten: die zullen lokaal en kleinschaliger zijn dan nu ingestoken. Ik denk dat het aandeel met 100% lokaal eigenaarschap in deze projecten snel gaat groeien. Grootschalige projecten hebben we ook nodig, maar daar hebben we de EEZ voor.

Helaas is – eerlijk is eerlijk –  door een verkeerde omgevingsaanpak vanuit initiatiefnemers, hun adviseurs en overheden, in het verleden de sfeer met de omgeving verstard en zie je zelfs dat kleinschalige projecten vanuit de omgeving snel weerstand opgeroepen wordt. Het is van belang dat we snel een paar goede voorbeelden weten te realiseren zoals vaak gezegd wordt van het burgerinitiatief in Nijmegen. Met die voorbeelden kunnen we vervolgens weer vooruit. Het zou mooi zijn als we het juk van polarisatie van ons af kunnen werpen en echt gezamen
lijk duurzame energie verder brengen.

En mochten we deze horde genomen hebben, dan doemt opnieuw een technisch vraagstuk op. Hoe gaan we om met het verschil tussen vraag naar stroom en het aanbod van duurzame stroom. Zeker wanneer het aandeel duurzame energie groter wordt, we met zijn allen steeds meer elektrische auto’s kopen en we gas gaan vervangen, moeten we echt serieus aan de slag met het vraagstuk van energieopslag. Gelukkig verschijnen de oplossingen aan de horizon. En waarschijnlijk zal het net als bij wind en zon zo zijn dat de toegenomen vraag tot enorme kostendalingen gaan leiden in opslagmogelijkheden.

Genoeg te doen de komende 10 jaar! Ik heb er wel alle vertrouwen in. De sector is op zichzelf ook nog jong en kan daardoor nog makkelijk en snel leren van de eigen fouten. Ik heb de mensen in deze sector leren kennen als gedreven om klimaatverandering aan te pakken maar ook dat ze begrijpen dat ze dit niet zonder de omgeving kunnen doen. Want een fossielloos tijdperk heeft behoorlijke consequenties voor de leefomgeving.

Veel meer dan veel burgers en politici nu nog beseffen. Aan de andere kant lijkt een grote meerderheid van de kiezers in Nederland voor een actief klimaatbeleid te zijn. Dus lijkt het besef er wel te zijn.

Het is enorm inspirerend om in deze tijd mee te bouwen aan een tijdperk waarin we overschakelen op duurzame energiebronnen. We gaan steeds sneller vooruit. Toch ben ik ook wel weer benieuwd waar we over 10 jaar precies staan. We zullen het zien… 10 jaar: het is ook weer zo voorbij.

Hans Rijntalder

Innovatie in de wind [blog]

Tijdens de informatieavonden met omwonenden is er bijna altijd wel iemand die ons benadert met een innovatieve ontwikkeling op het gebied van windturbines. Omwonenden hopen dat nieuwe ontwikkelingen tot stillere of minder in het oog springende modellen gaan leiden. Het gaat hier vaak nog om prototypes of wilde ideeën die nog verre van marktrijp zijn en naar mijn mening dat ook nooit zullen worden, omdat ze technisch nauwelijks uitvoerbaar zijn, lastig schaalbaar of te duur zullen blijven.

Maar er zijn ook innovaties die ik met meer dan gemiddelde interesse in de gaten houd. Een daarvan zijn de zogenaamde airborne windenergie systemen. Airborne windenergie systemen maken gebruik van de constante en hoge windsnelheden op grote hoogte (tussen de 500 m en 12 km).

Airborne windenergie systemen bestaan uit drie componenten. Een grondstation, een kabel en een vlieger of vliegtuig. Bij de meeste systemen zit de generator in het grondstation (a). Deze zet de kinetische energie van het vliegtuig om in elektriciteit. Bij andere systemen (b) bevindt de generator zich juist boven in het vliegtuig en wordt de elektriciteit dus door de kabel naar het grondstation getransporteerd. Een mooi overzicht van (waarschijnlijk) alle systemen die in ontwikkeling zijn is hier te vinden.

In het kader van het 10-jarig bestaan van Pondera en het bijbehorende magazine WIND, hield ik een kort vraaggesprek met Wolbert Allaart (Directeur van Ampyx Power) over de toekomst van airborne windenergie en Ampyx in het bijzonder.

Ampyx Power – vliegeren voor gevorderden

Op een weiland bij Kraggenburg in de Noordoostpolder wordt serieus gevliegerd. Ampyx Power test daar haar huidige prototype met een spandwijdte van 5,5, meter. Dit gebeurt in goede harmonie met de omgeving. Maar wat gebeurt er als er grotere prototypes getest moeten worden? Pondera helpt Ampyx bij het doorlopen van de vergunningen procedure om dat voor elkaar te krijgen.

Waar kwam jullie drive vandaan om met Airborne Wind Energy aan de slag te gaan? Er is toch nog zoveel innovatie mogelijk binnen conventionele windenergie?

Airborne Wind Energy is niet nieuw. Het idee ontstond al vroeg in de 20e eeuw, en is in 1980 gepubliceerd door Miles L. Loyd. Maar pas toen er nieuwe, lichte materialen waren ontwikkeld en computersystemen geen kamers meer vulden, maar op een mini chip pasten, kon dit idee verder uitgewerkt worden. Rond de millenniumwisseling waren alle ingrediënten aanwezig die de daadwerkelijke toepassing van Airborne Wind Energy mogelijk maakten.

Aan de TU Delft vormde professor Wubbo Ockels een onderzoekgroep met als doelstelling om te onderzoeken met welk concept wind op hoogte het beste kan worden geoogst. Richard Ruiterkamp die deze groep leidde, kwam erachter dat met een vaste vleugel in de lucht en een generator op de grond met het minste materiaal de meeste elektriciteit kan worden opgewekt. In 2008 richtte hij Ampyx Power op om een systeem voor stroomopwekking te ontwikkelen op basis van dat principe.

De drive om met Airborne Wind Energy aan de slag te gaan komt voort uit de ambitie om tegen zo laag mogelijke kosten duurzame energie te produceren. Als je maar 10% van het materiaal nodig hebt, komen de kosten lager uit, waardoor productiesubsidies niet meer nodig zijn.

Wat maakt jullie zo overtuigd van het succes van Airborne Wind Energy?

Duurzame stroom kan veel goedkoper worden, goedkoper dan o.a. kolen en gas. Met deze technologie is het mogelijk om op grote hoogte windenergie te oogsten, waar het harder waait en waar de wind constanter is. Daardoor kan met veel minder materiaal (slechts 10%) en met minder impact op de omgeving evenveel stroom worden opgewekt dan met conventionele windturbines. Door deze combinatie van lage kosten, hoge opbrengsten en geringe impact op de omgeving kan de transitie naar duurzame energie versneld worden.

Wij werken volgens een strak schema aan de realisatie van onze doelstelling, stroom produceren tegen de laagste kosten en op een duurzame manier. Het grootste deel van die lange weg ligt al achter ons. Dat is de ontwikkeling van een idee tot een volledig werkend concept. Na zeven verschillende prototypes hebben we nu een toestel dat twee jaar lang is getest en voldoet aan de hoogste veiligheidsnormen van de burgerluchtvaart. Inmiddels bouwen we met verschillende partners aan een volgend 250 kW prototype. In 2020 verwachten we ons commerciële 2MW model klaar te hebben voor zowel on- als offshore toepassing.

Zijn er nog beren op de weg naar de grootschalige uitrol van Airborne Wind?

Het ontwikkelen van een nieuwe technologie is geen eenvoudige opgave. Op verschillende terreinen werken we hard om ervoor te zorgen dat naast de technische risico’s, ook de markt klaar is voor Airborne Wind, dat er een regelgevingskader is en dat we strategische partnerships in de waardeketen ontwikkelen.

Een ander gebied dat constant aandacht nodig heeft, is het ophalen van geld. De snelheid waarin we kunnen ontwikkelen valt of staat bij de financiering van de volgende stappen in het traject. Overheden steunen ons met subsidies, maar daarbij is de inbreng van eigen vermogen altijd uitgangspunt. De grootste investeerder in Ampyx Power is de crowd. In 2013 hebben we voor het eerst een crowdfunding campagne gedaan en we zijn druk bezig met het voorbereiden van een nieuwe ronde waarin we zo’n 1,5 tot 2 miljoen willen ophalen. Investeren kan gewoon via onze website. Iedereen kan al vanaf €1000 een klein stukje Ampyx Power kopen. Met het opgehaalde geld financieren we de bouw en de testcampagne van ons volgende systeem.

Waar staat Ampyx Power als Pondera haar 20 jarig jubileum viert?

Over 10 jaar hebben wij een aantal vroege offshore windparken voorzien van ons eerste commerciële model, de AP 2.0 MW. De eerste projecten met drijvende platforms zijn in gebruik genomen waarmee windenergie ook kan worden ontwikkeld in dieper water. We dingen mee in internationale tenders, produceren een paar honderd systemen per jaar en ons product is tegen die tijd zodanig geoptimaliseerd dat we tegemoet kunnen komen aan de wereldwijd groeiende behoefte aan goedkope duurzame energie.

Kotom: Airborn Wind Energy en Ampyx in het bijzonder heeft de potentie om in de toekomst een serieuze speler op de duurzame energiemarkt te worden. Ik blijf het in elk geval goed in de gaten houden…

 

Gloort er licht aan de horizon voor kleine windturbines? [blog]

Je hebt ze vast wel eens in de bebouwde omgeving gezien: kleine windturbines, ook wel stedelijke-, urban- of miniwindturbines genoemd. Ze zijn beschikbaar in een grote verscheidenheid aan ontwerpen met allen hun eigen specificaties en uitstraling. Terwijl sommige qua vorm en werkingsmechanisme vergelijkbaar zijn met de grote MW-jongens, namelijk twee of meer bladen die een horizontale as in beweging brengen, maken andere weer gebruik van het Darrieus of Savonius principe met een verticale oriëntatie. Het vermogen ligt meestal ergens tussen de 0,5 en 10 kilowatt, waarbij de rotor een spanwijdte heeft van hooguit enkele meters. Geïntegreerd in de bebouwde omgeving vormen ze, in ieder geval in mijn beleving, een markante en futuristische verschijning. Al geruime tijd volg ik daarom met enthousiasme de ontwikkeling van kleine windturbines, maar er lijkt vooralsnog weinig schot in te komen. Ondanks het feit dat kleine windturbines zich her en der voorzichtig laten zien, blijft de grote doorbraak uit. En dat terwijl er vanuit particulieren en bedrijven toch belangstelling naar dit type energiegenerator is. Betreft het hier een zogenoemde ‘stilte voor de storm’? Of bevinden kleine windturbines zich simpelweg op een doodlopend spoor?

horizon

Tegenvallende prestaties

In tegenstelling tot de grote megawatt-varianten zijn kleine windturbines een relatief nieuw fenomeen. Waar grootschalige windenergie na tientallen jaren van ontwikkeling een volwassen technologie is geworden, staan kleine windturbines – nog steeds – aan het begin van de leercurve. Desalniettemin beweren sommigen dat kleine windturbines hun kans al hebben gehad. Zo zijn er in de loop der jaren verschillende modellen op de Nederlandse markt verschenen, maar prestaties vielen vaak tegen. Ook verschillende testprojecten konden hier over het algemeen geen ander licht op werpen. Door hoge aanschafkosten en tegenvallende energieopbrengsten bleken veel installaties simpelweg niet zo rendabel te zijn als fabrikanten deden vermoeden. Een studie uit 2012, waarbij een aantal kleine windturbines vanaf 2008 een paar jaar waren onderzocht op een testveld in Zeeland, kwam uit op een kostprijs beginnend vanaf 24 eurocent per kilowattuur. Dit in combinatie met lage energieprijzen maakten kleine windturbines tot een prijzige aangelegenheid. Op plekken met weinig wind lonkte bovendien het gevaar dat kleine windturbines er zelfs niet in slaagden de energie te compenseren, benodigd voor het bouwproces. En als dat nog niet genoeg is, werden modellen tijdens pilotprojecten nogal eens geteisterd door ‘kinderziektes’ in de vorm van storingen en mankementen. Al met al, geen bescheiden lijst aan tekortkomingen zou je kunnen zeggen. Wat een contrast met de al ons bekende en succesvolle MW-windturbine.

In relatie tot MW-windturbines

We kunnen er – mede door hun omvang – niet omheen: grote windturbines runnen de show. En natuurlijk niet zonder reden, hoge bomen vangen veel wind. De energieproductie door grootschalige windenergie heeft mede dankzij technologische ontwikkelingen en schaalvergroting een enorme vlucht genomen. Natuurkundige wetten leren ons dat de productie uit een windturbine kwadratisch toeneemt met het rotoroppervlak en met een factor drie in relatie tot windsnelheid. Een 3 MW-windturbine met een ashoogte en rotordiameter van beide over de 100 meter, produceert in Nederland zo jaarlijks ruim 6.5 miljoen kilowattuur aan elektriciteit. Genoeg om meer dan 2000 huishoudens van stroom te voorzien. En een kleine windturbine? Hooguit tot enkele duizenden kilowatturen per jaar, afhankelijk van het type en locatie. Kleine windturbines nemen zo in de regel een deel van het stroomverbruik van een enkel huishouden voor hun rekening. In termen van totale energieproductie – en hieraan gekoppelde vermeden CO2 uitstoot – is het daarom voor de hand liggend om het pad van grote windturbines te kiezen. Zodoende stonden er hiervan eind 2015 ruim 2.100 exemplaren opgesteld, goed voor circa 6% van onze nationale elektriciteitsproductie. Het precieze aantal kleine windturbines daarentegen is onbekend, maar loopt waarschijnlijk slechts tot enkele honderden verspreid door het land.

Perspectief

Ondanks de bijdrage van grootschalige windenergie ligt Nederland ver achter op het gebied van duurzame energie en staan we volgens het CBS zelfs ver onderaan de lijst in vergelijking met andere EU-landen. Bovendien is het helemaal nog niet zeker dat de doelstelling uit het nationale energieakkoord, 14% duurzame energie in 2020, wel op tijd wordt gehaald. Niet zelden komen projecten maar moeilijk van de grond en lopen procedures vertraging op. Niet iedereen lijkt voorstander te zijn van grootschalige wind- of zonprojecten. Verzet is de afgelopen jaren toegenomen. Of de gebruikte argumenten, veelal afkomstig vanuit persoonlijk oogpunt, over het algemeen zwaarder wegen dan de noodzaak om een schone en onafhankelijke energievoorziening te realiseren laat ik hier even buiten beschouwing. Wel is duidelijk: er is nog veel werk aan de winkel. Draagvlak, of noem het maatschappelijke acceptatie, zal naar mijn mening een essentieel speerpunt blijven. Ik geloof dat grootschalige energieprojecten succesvoller zijn, zowel nu als in de toekomst, als duurzaamheid breed maatschappelijk gedragen wordt. Meer bewustwording en betrokkenheid is er nodig. En juist hier vind ik de explosieve toename van het aantal huishoudens met zonnepanelen een zeer positieve ontwikkeling. Eind 2015 waren er maar liefst 400.000 huishoudens in bezit van een zonne-installatie, samen goed voor meer dan 1 gigawatt aan opgesteld vermogen. Een verviervoudiging ten opzichte van 2010 en de verwachting is dat deze sterke groei de komende tijd nog wel even voortduurt. Over meer bewustwording en betrokkenheid gesproken. Juist door deze ontwikkeling komt bij mij voorzichtig de vraag (weer) naar boven: zouden hier dan toch geen kansen liggen voor kleine windturbines? De reis naar duurzaamheid vraagt om een strijd op diverse fronten, waarbij verschillende middelen worden ingezet.

darrieus-rotor

Kleine windturbines mogen dan in termen van productie bij verre na niet in de buurt komen van de grote MW-varianten, de opbrengst is doorgaans wel vergelijkbaar met dat van een zonne-installatie op een doorsnee woning. En zoals we zojuist zagen, kunnen veel installaties samen toch een aanzienlijke bijdrage leveren. Kleine windturbines zouden via deze weg dezelfde rol kunnen vervullen als zonnepanelen. Dan niet zozeer als concurrenten, maar eerder als aanvulling op elkaar. Zo waait het op momenten als de zon niet schijnt en vice versa. Omdat kleine windturbines komen in verschillende uitvoeringen en designs, is bovendien inpassing mogelijk met een breed scala aan gebouwen en omgevingen. De energie wordt geproduceerd op plekken waar het wordt gebruikt en elke opgewekte kilowattuur uit kleine windturbines bespaart uitstoot van CO2, mits geïnstalleerd op een windrijke locatie. Als stand-alone energiegenerator, of als soort van hybride toepassing in combinatie met zonnepanelen. Bovendien, eigenaren van zonnepanelen die vanwege (beperkte) dak ruimte nu aan een maximum bebonden zijn, zouden met behulp van kleine windturbines hun productiecapaciteit weer wat verder kunnen uitbreiden.

Verbeterpunten

Om dit te kunnen verwezenlijken, zal de techniek volwassen moeten worden. Betrouwbare modellen, gevrijwaard van storingen, uitval of andere mankementen. Om niet in de laatste plaats te spreken over de noodzaak tot kostenverlaging, wat veruit de belangrijkste drempel vormt. In tegenstelling tot grote windturbines of zonnepanelen bestaat er voor kleine windturbines geen eenduidig stimuleringsbeleid, zoals een nationale subsidieregeling. De overheid beschouwt kleine windturbines namelijk niet als middel om de doelstellingen uit het nationale energieakkoord te halen. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat deze houding op termijn niet kan veranderen onder vernieuwde omstandigheden, door strengere duurzaamheidsdoelstellingen (vanuit Europa) bijvoorbeeld. Toch zijn er vanuit diverse provincies en gemeenten wel degelijk subsidiemogelijkheden beschikbaar, zowel voor particulieren als bedrijven. Hierdoor kunnen aanschafkosten ook vandaag de dag al lager uitvallen dan in eerste instantie lijkt.

Ook een hogere energieopbrengst kan de kostprijs drukken. Terwijl hier doorgaans vooral wordt gedacht aan nieuwe technieken en innovaties, kunnen oplossingen ook gevonden worden in een verbeterde toepassing van bestaande modellen. Het is algemeen bekend dat het in ons land harder waait aan de kust, hoger in de atmosfeer en op plekken zonder al te veel omringende objecten die de wind afremmen. Hier plaats je bij voorkeur de installatie. Landinwaarts neemt de gemiddelde windsnelheid doorgaans af. Toch sluit ook een lagere gemiddelde windsnelheid niet uit dat er lokaal wel degelijk plekken aanwezig zijn met significant meer wind. Vooral in de bebouwde omgeving, het speelveld voor kleine windturbines, heerst een complex windregime. Onder invloed van topografie en objecten ontstaan enerzijds luwtes, maar op andere plekken juist weer zogenoemde ‘tochtgaten’ of ‘windtunnels’ met verhoogde windsnelheden. Van plaats tot plaats kan het windklimaat, en zodoende de energieopbrengst, daarom aanzienlijk verschillen. Onderzoek naar de windsituatie is dus essentieel in de zoektocht naar juist die plek in de lokale omgeving waar de techniek optimaal presteert. Daarnaast dient pas na bestudering van het lokale windklimaat het type windturbine geselecteerd te worden. Waar op plekken met overwegend dezelfde windrichting een windturbine met horizontale as doorgaans beter functioneert, werken verticale as windturbines weer relatief beter in een omgeving met meer turbulentie. Fabrikanten, maar ook architecten, zijn bovendien steeds vaker op zoek naar (gebouw)ontwerpen die kunstmatige windversnellingen veroorzaken. Er is op het gebied van energieopbrengst in ieder geval nog terrein te winnen.

En nu?

De markt van kleine windturbines is hard en grillig. Verschillende bedrijven hebben zich in de afgelopen jaren op de markt gegeven, om vervolgens ook weer snel van het toneel te verdwijnen. Toch blijft de sector sterk in beweging. Zo zijn er afgelopen periode weer nieuwe modellen verschenen, allen van Nederlandse komaf: de Windleaf, EAZ-Twaalf, de Blauwe Molen en de Archimedes. Deze nieuwe generatie kleine windturbines zal moeten aantonen dat de prestaties een stuk beter zijn dan die van hun voorgangers in het verleden. In ieder geval is de EAZ-twaalf, ontwikkeld door een voormalige groep studenten uit Enschede, momenteel aan een sterke opmars bezig. Waar installaties momenteel nog alleen plaatsvinden in de provincie Groningen, hopen de makers spoedig uit te breiden naar andere delen van het land. Oké, met een rotordiameter van twaalf meter misschien niet een ‘typisch formaat’ kleine windturbine. Maar toch, het laat wel zien dat er mogelijkheden liggen in dit tot dusver onderbelichte deel van de markt. Wat verder opvalt aan de EAZ-Twaalf is dat het in zijn ontwerp gebruik maakt van lokaal geproduceerd hout. En misschien zijn het wel juist dit soort nieuwe inzichten en toepassingen waar de sector het van zal moeten hebben. Of zijn het dan toch verbeterde toepassingen, subsidies, stijgende elektriciteitsprijzen of verscherpte duurzaamheidsdoelstellingen die ons spoedig in de richting van kleine windturbines drijven?

Ja, als je het aan mij vraagt gloort licht aan de horizon, maar we zullen nog even op de grote doorbraak moeten blijven wachten..

kleine-windturbines
Nieuwste generatie kleine windturbines: de Windleaf (linksboven), EAZ-Twaalf
(rechtsboven), de Blauwe Molen (linksonder) en de Archimedes (rechtsonder).

President Trump en zijn impact op duurzame energie [blog]

Of je de verkiezingsuitslag bejubelt of betreurt, het is duidelijk dat de koers van een aantal internationale thema’s zoals immigratie, internationale handel en defensie hoogst onzeker zijn. Maar ook is onzeker welke positie de VS, de tweede grootste CO2-uitstoter, in gaat nemen in het wereldwijde gevecht tegen klimaatverandering.

Noem het een droom of nachtmerrie, president Trump is de komende vier jaar een realiteit. In een verkiezingscampagne dat maar heel af en toe over de inhoud ging, liet hij zich slechts enkele malen uit over klimaatbeleid. De vraag is wat dit kan betekenen voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering, dat met deze verkiezingsuitslag een ander licht werpt op de huidige COP in Marrakesh, die gaat over de uitvoering van de afspraken uit het Verdrag van Parijs.

Trump over klimaatverandering

Trump heeft geen geheim gemaakt van zijn skepsis over klimaatverandering. Hij noemde klimaatverandering een Chinese hoax en beloofde eveneens te zullen stoppen met het sturen van “de miljarden dollars naar het VN-klimaatprogramma”.

trump-tweetOok beloofde hij Amerika’s ondertekening van het Verdrag van Parijs te annuleren. Zijn invloed hierop is echter kleiner dan hij denkt: het akkoord is net in werking getreden doordat de internationale gemeenschap het verdrag met spoed heeft geratificeerd. De eerste mogelijkheid voor terugtrekken dient zich pas over drie jaar aan, en het proces duurt een jaar voordat de terugtrekking voltrokken is. Maar hij kan zich er makkelijker vanaf maken, gezien de afspraken van individuele landen (op verzoek van de VS) niet-bindend zijn. Trump kan eenvoudig de beloften niet nakomen, en daarmee zorgen voor een domino-effect onder andere deelnemende landen.

Trump over energievoorziening

Het Republikeinse verkiezingsprogramma spreekt over schone, onafhankelijke en betaalbare energieproductie, maar zijn energiepolitiek richt zich volledig op de exploitatie van fossiele reserves. Dit vertaalt Trump in werkgelegenheid en onafhankelijkheid: hij belooft een jaarlijkse toename van 400.000 nieuwe banen in de olie- en gasindustrie. Hiervoor moeten Amerika’s schalie-, olie-, kool- en gasreserves worden geopend, wat $50 biljoen zou moeten opleveren. Daarnaast is hij voorstander van fracking en minder restricties voor de aanleg van Keystone XL, de omstreden olieverbinding van de oliezandvelden uit Canada naar verschillende plekken in de Verenigde Staten.

us-emissionsIn zijn statements zitten meerdere tegenstrijdigheden: hoe Trump energie-onafhankelijkheid wil rijmen met zijn claim om olie uit Irak te halen, is onbekend. Ook brandstoffen uit schaliegesteente zijn prijzig ten opzichte van de lage energieprijs. Tevens ziet hij in clean coal een hoofdrol voor een schone energieproductie, maar kolenproductie met CO2-opslag is naast beperkt efficiënt ook erg duur. Schoon, onafhankelijk en betaalbaar zijn drie variabelen die niet onderling onafhankelijk zijn, dus het is zeer onwaarschijnlijk dat hij deze beloften waar maakt.

Innovatieadviesbureau Lux Research berekende dat een achtjarig presidentschap van Trump leidt tot 3,4 miljard ton meer CO2 dan wanneer Clinton president zou zijn geweest. Dat verschil is gelijk aan ruim 5600 vluchten Amsterdam – New York per dag over een periode van acht jaar.

Trump over duurzame energie

Gegeven het bovenstaande is het dus niet verwonderlijk dat Trump geen fan is van duurzame energie. De woorden ‘renewable’ of ‘sustainable’ komen niet voor in zijn verkiezingsprogramma. Windturbines noemt hij lelijk en een ‘uiting van openbaar vandalisme’. In Aberdeen spande hij zelfs een zaak aan tegen de komst van een offshore windpark dat in de buurt lag van zijn golfresort; Trump verloor. Een maand geleden startte de bouw van dit windpark.

Duurzame energie is ook geen fan van hem: direct na de uitslag zakte de aandelenprijs van Vestas naar een verlies van 14 procent, om daarna te stabiliseren op 6,6 procent.

Het is echter de vraag of 9 november een breekpunt zal zijn voor de opmars van groene energie op mondiale schaal. Op steeds meer plekken in de wereld is hernieuwbare energie even duur als fossiele energie, en is steeds minder afhankelijk van subsidies. De vrije markt bepaalt grotendeels de koers. China investeert aanzienlijke bedragen in zon- en windtechnologie, en dat is terug te zien in de ongekende stijging van het wereldwijd jaarlijks geïnstalleerd vermogen aan zon en wind. Het is dus niet gek dat de top 10 grootste zonnepaneel- en windturbinefabrikanten door Chinese bedrijven ruim vertegenwoordigd zijn.

Ondanks deze ontwikkelingen is het in ieder geval duidelijk dat Trump en een Republikeinse Senaat een grote stap terug betekent voor het beteugelen van de milieuschade die we deze planeet aan het toebrengen zijn. Amerika heeft de technologie, creativiteit, impact en ondernemerschap te bieden om het verschil te maken, maar klimaatverandering zal een beduidend lagere plek op de agenda krijgen. Met Trump is de kans groot dat het Amerika het Business As Usual-scenario volgt en geen extra inspanningen doet om de afspraken van Parijs na te komen.

Wat betekent dit dan voor Nederland? Afnemende investeringen in Amerikaanse hernieuwbare projecten en een mogelijke stimulans voor de PVV met dezelfde (waan)ideeën over klimaatverandering. De impact op het Nederlandse beleid lijkt verder beperkt te blijven, maar het vervelende blijft dat Amerika’s binnenlandse klimaatbeleid invloed heeft op de hele wereld. CO2-uitstoot houdt niet op bij de landsgrenzen, dus een gezamenlijke aanpak is vereist. We hebben geen muren nodig maar bruggen. En een overdosis compassie.

Imago van windenergie [blog]

Wat gebeurt er met projecten met een slecht aanzien? Vraag maar aan Youp van ’t Hek hoe het afloopt met dat alcoholvrije biertje, Buckler heette dat toch? En als je kijkt naar de alcoholvrije biermarkt van nu kan niemand ontkennen dat die markt de afgelopen jaren enorm is gegroeid. Het lag niet zozeer aan het product, wel aan het imago…

blogsergej
Het wil nog wel eens bij goede bedoelingen blijven. ‘Laten we vanaf het begin de buurt goed betrekken bij de plannen voor windenergie’. En vervolgens wordt maanden later in een buurthuis met alle goede bedoelingen gepresenteerd wat de globale ideeën zijn voor windenergie in de buurt. Een dag later kopt de lokale krant ‘veel zorgen buurtbewoners om windplannen’ en voordat het windplan goed en wel is ontstaan heeft het project een slecht imago bij de meeste mensen uit de buurt.

Goed, ik kan nu van alles schrijven over communicatiestrategieën, do’s en dont’s in marketing en roepen hoe windenergie ‘sexy’ gemaakt moet worden. Maar ik moet bekennen dat ik het ook niet weet. Ik ben geen marketinggoeroe. Het enige waar ik het mee moet doen is een beperkt stel hersens en ervaring als adviseur voor windprojecten. En dat brengt mij op de vraag die ik in deze blog wil beantwoorden: hoe zorg je er nu voor dat een windproject een goed imago krijgt? Dat iedereen met dat project geassocieerd wil worden en op de feestjes niet de nieuwe auto van de buurman het gespreksonderwerp is, maar dat gave project waar jij bij bent betrokken! In willekeurige volgorde beschrijf ik enkele belangrijke ingrediënten die volgens mij nodig zijn voor een ‘sexy’ project.

Benoem de voordelen

blogsergej2Volgens mij begint het met het stoppen met te voorkómen dat het project een slecht imago krijgt. Elke initiatiefnemer van een windproject weet welke argumenten gebruikt worden om een windplan te frustreren. Steeds anticiperen op tegenargumenten is veel lastiger dan zelf met de voordelen te komen, deze goed over het voetlicht te brengen en dan het gesprek aan te gaan. Een vergelijking met de sport: het is makkelijker voetballen met 1-0 voor, dan met 0-1 achter…

Zorg dat je een bekende bent

En veel koffie drinken, heel erg veel koffie drinken met omwonenden. Of een biertje natuurlijk. Als initiatiefnemer van een windpark moet je geen vreemde op afstand zijn, maar een benaderbare kennis die vertrouwen geeft.

Maak het project lokaal

Voor sommige initiatiefnemers de normaalste zaak, voor andere nog niet: betrek lokale mensen, bedrijven en hun kennis bij de ontwikkeling van het project. Een lokale energiecoöperatie komt letterlijk en figuurlijk van minder ver en hun verhaal kan in het algemeen op meer sympathie rekenen bij omwonenden dan een grote energiemaatschappij. Maar wie de initiatiefnemer ook is, het project kan lokaal gemaakt worden. Werk met ambassadeurs uit de gemeenschap die het goede geluid voortbrengen. Probeer de regionale of lokale pers te voeden met (goed) nieuws.

Kom met oplossingen

Je zult creatief moeten zijn met oplossingen voor de problemen die de omgeving ervaart. Bestaat er bezwaar, vraag hoe dat voorkomen kan worden. Kom er op terug, geef opties, leg uit wat jouw mogelijkheden zijn. Steeds herhalen dat het niet mogelijk is wat de omgeving misschien wil wekt irritatie op. Wees dus creatief in de dingen die je wel kunt doen! Misschien kunnen de woningen in de omgeving wel zonnepanelen krijgen, zodat zij een minder hoge elektriciteitsrekening krijgen en daarmee de waarde van de woning aantoonbaar stijgt.

blogsergej3Tot slot is het niet vreemd dat er weerstand resteert, ondanks alle inspanningen om het project een sexy imago te laten krijgen. De kunst is alleen om niet alle energie te richten op de laatste weerstand van een project. Probeer in te schatten waar de meeste winst is te behalen. Is dat bij de notoire bezwaarmaker die op alle plannen van de gemeente negatief reageert of bij de grotere groep mensen die nog relatief onverschillig is ten opzichte van het project? Misschien is het onderste uit de kan niet haalbaar en moet je een duidelijke geste naar de omgeving brengen. Maar uiteindelijk, is het een groot goed om te streven naar 0 weerstand, maar weerstand is er altijd.
Nu ik een aantal onderdelen van een potentieel succesvolle ontwikkeling van een windproject heb genoemd, ben ik ook erg benieuwd naar de succesverhalen. Iedereen heeft ze (hoop ik), dus laat ze horen! Welke project dingt mee naar de titel van meest sexy windpark? En wat is daarvoor het belangrijkste ingrediënt? Ik ben dus niet op zoek naar de verhalen a la Buckler, maar naar de succesverhalen als Tesla en Iphone waar iedereen mee geassocieerd wil worden.

 

Afbeeldingsresultaat voor iphone 7 launch

DONG werpt een steen in de subsidievijver [blog]

DONG heeft de windenergiewereld opgeschrikt, met een verbluffend lage prijs van 7,27 cent per kilowattuur (kWh) voor het bouwen van windpark Borssele van 700 MW voor de Zeeuwse kust. Volgens de afspraak tussen het Ministerie van Economische Zaken en de sector zouden we in 2020 toewerken naar een prijs onder de 10 cent. Bij de allereerste tender is dit doel niet alleen gehaald maar ook nog eens ver overtroffen. Goed, er komt om het enigszins te vergelijken met andere parken nog 1,4 cent bij voor de netaansluiting die TenneT verzorgt, maar ook met 8,67 cent per kWh ligt de prijs lager dan wie dan ook had verwacht.

Allereerst is het natuurlijk een formidabele prestatie van het ministerie van Economische Zaken (EZ) om het tendersysteem geheel binnen de planning op te tuigen en in werking te doen treden. Met een compact team vanuit EZ en Rijkswaterstaat zijn twee nieuwe wetten – Wet windenergie op zee en STROOM – door de kamer geloodst, is een ‘best case’ planning gehaald èn het doel verwezenlijkt van een grote besparing op de kosten van windenergie op zee.

Daarna komt natuurlijk DONG alle eer toe als het gaat om het durven inschrijven met een bedrag per kWh lager dan ooit eerder vertoond. Dat DONG vanuit een ervaren offshore windteam beschikt over veel expertise en goede contacten in de keten van toeleveranciers en aannemers, zal hieraan bijgedragen hebben.

Na de eerste verwondering rijst bij velen de vraag: hoe is dit mogelijk en wat zijn de gevolgen?

Hoe is dit mogelijk?

Als DONG niet mondiaal de leidende offshore windontwikkelaar was, maar een onbekende durfinvesteerder, dan zou getwijfeld kunnen worden aan de geloofwaardigheid ervan. Menigeen zou gedacht hebben dat het project wel ergens zou gaan sneuvelen. Met een partij als DONG kan het bod niet anders dan serieus genomen worden. Maar hoe is dit lage bod mogelijk? Het eerstvolgende offshore park voor wat betreft lage kostprijs is Horns Rev met 10,3 cent per kWh, 18% duurder. Natuurlijk is niet elk park vergelijkbaar; waterdiepte, omvang, afstand tot kust en havens, windaanbod, dit alles verschilt van park tot park. Wat is er dan zo gunstig aan Borssele? Het gebied heeft weliswaar een lage gemiddelde waterdiepte van circa 23 meter, maar kent wel geulen tot 35 meter diep. Kennelijk geen obstakel. Het park heeft een omvang die duidelijk schaalvoordelen biedt, het wordt namelijk het grootste offshore park ter wereld. Ook goede havens liggen nabij en het windaanbod behoort tot het beste van de wereld. Toch moet er meer zijn. Waarschijnlijk dragen de lage rente, de lage staalprijzen voor de funderingen en de offshore aannemers die graag de malaise in de offshore olie- en gasindustrie willen compenseren met het werken aan offshore wind, ook hieraan bij. Ook zal het feit dat de tender zekerheid biedt voor de ontwikkelaar een rol spelen. Minder onzekerheid betekent een gunstigere financiering. Omvang van het park, vergunning, subsidie, netaansluiting en moment van bouwen zijn op voorhand glashelder, dat is fijn als je een businesscase op het scherpst van de snede wilt doorrekenen. En Dong heeft waarschijnlijk wat slimmigheden toegepast die we nu nog niet kennen.

Wat zijn de gevolgen?

Kan de transitie naar hernieuwbare energie nu een stuk goedkoper en sneller? Dat zal zeker het geval zijn als de besparing wordt ingezet om meer windenergie op zee te realiseren en de winst niet verdwijnt in de algemene middelen. Op dit moment is er geen plan voor uitgifte van kavels na 2019, met deze besparing op zak kan dit nu voorbereid worden zonder extra kosten. Voor meer windenergiegebieden zullen daarvoor kavelbesluiten genomen dienen te worden. Fysieke ruimte is er op zee voldoende, nader onderzoek naar de ecologische ruimte is wel nodig.

Wat betekent het voor wind op land?

Windenergie op land is veel goedkoper dan op zee, tenminste dat werd altijd gedacht. Is dat nu minder of niet meer het geval? Gezien de lagere kosten voor funderingen, turbines en installatie en onderhoud moet windenergie op land goedkoper kunnen zijn. Kleinere schaal, minder wind, grotere onzekerheid over het kunnen verkrijgen van vergunningen, lokale weerstand en af te dragen omgevingsgelden maken het weer duurder. Vragen ontstaan zoals: zijn de turbineprijzen kunstmatig hoog? Wordt er teveel vergoeding gevraagd door ontwikkelaars of grondeigenaren voor de ontwikkeling van windturbines? Hoe het ook zij, tenderen voor subsidie om zo een lagere prijs te verkrijgen, is op land lastig omdat het grondeigendom niet in overheidshanden is. Toch lijkt een verlaging van de SDE-subsidie voor wind op land onontkoombaar na de uitkomst van deze tender, indien de lage prijs geen ‘incident’ blijkt te zijn. Al was het alleen al om een antwoord te hebben op de vraag van veel omwonenden: waarom zet je die windturbines toch niet op zee?

Voor het halen van de doelstellingen voor duurzame energie hebben we naast wind op zee ook wind op land nodig. Op de korte termijn verandert dat niet. Als de prijsverlaging voor wind op zee zich doorzet en wind op land niet evenredig volgt, zal na 2020 wind op zee gaan domineren.

Conclusie

DONG heeft een steen in de subsidievijver gegooid, met golven die tot op land reiken tot gevolg. De komende offshore tenders gaan uitwijzen of de prijsverlaging doorzet. Zal de tender dit najaar voor de volgende 700 MW in Borssele weer een lager bedrag laten zien? Zo ja, dan leidt dit waarschijnlijk ook tot een verlaging van de SDE voor wind op land. Dit kan leiden tot lagere turbineprijzen, minder verdiensten op land voor aannemers en ontwikkelaars en lagere grondvergoedingen. De windsector zal zich hierop moeten voorbereiden. Het pluspunt is dat lagere prijzen het maatschappelijk draagvlak zal vergroten en het halen van onze duurzame energiedoelstellingen zal versnellen.

Schermafbeelding-2016-07-05-om-21.20.22
Illustratie: Rijksoverheid Foto: DONG