Trappistenabdij en waterschap winnen innovatieprijs

In oktober berichtten we dat Abdij OLV Koningshoeven – bekend van het Nederlandse trappistenbier La Trappe – en het waterschap De Dommel samen kanshebbers waren voor de Waterinnovatieprijs 2018 (categorie Schoon water).  De uitslag is inmiddels bekend, en zij hebben gewonnen!

Pondera Consult ondersteunde de Abdij bij het verkrijgen van de benodigde Wabo- en Waterwetvergunning. Hierbij droegen we zorg voor het voeren van de benodigde (voor)overleggen, het uitvragen en coördineren van specialistische onderzoeken, het opstellen en indienen van de vergunningsaanvragen, het opstellen van de benodigde mer-aanmeldingsnotitie en het bewaken van het vergunningenproces.

Pondera Consult feliciteert het waterschap en de Abdij met de prijs. We zijn trots hieraan te hebben mogen bijdragen!

Abdij OLV Koningshoeven

 

 

Uitnodiging Nieuwjaarsbijeenkomst

Anders dan u van ons gewend bent, organiseren we dit jaar onze Nieuwjaarsbijeenkomst niet in Slot Zeist maar gezamenlijk met bovenstaande organisaties. Dit omdat wij het belangrijk vinden dat alle ‘spelers’ uit de windbranche bij elkaar kunnen komen om gezamenlijk het nieuwe ‘windjaar’ in te luiden.

De Nederlandse windsector heeft de wind in de zeilen. En ook 2019 belooft een uitdagend en veelbelovend jaar te worden. Samenwerking en verbinding zijn onontbeerlijk voor de verdere groei van windenergie. Daarom nodigen wij een ieder die werkzaam is in de windindustrie in Nederland van harte uit voor onze:

Nieuwjaarsbijeenkomst op woensdag 16 januari 2019,
van 16.00 tot 18.30 uur, in het Spoorwegmuseum te Utrecht

Wind op land of wind op zee, startups, multinationals, ontwikkelaars, toeleveranciers; iedereen is van harte welkom om samen te toosten op een succesvol 2019!

U kunt zich aanmelden via deze link.

De uiterste aanmelddatum is 17 december 2018.
U hoort voor 21 december 2018 of wij uw aanmelding kunnen bevestigen. Het programma en nadere informatie ontvangt u één week voor aanvang van het evenement.

NB: Om onnodige kosten te voorkomen zijn wij genoodzaakt om bij niet verschijnen zonder afmelding een bedrag van 50 Euro in rekening te brengen.

Wij hopen u te zien op 16 januari!

Deze Nieuwjaarsbijeenkomst wordt u aangeboden door een samenwerkingsverband van de organisaties HHWE, NWEA, Pondera Consult, R-meeting en TKI WoZ.

Windturbinegeluid en gezondheid: feit en fictie

Op 10 oktober 2018 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ uitgebracht. De WHO geeft in het rapport een ‘voorwaardelijk’ advies om de blootstelling aan geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden. Op dit moment bedraagt de Nederlandse norm voor windturbinegeluid 47 dB Lden, wat is vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Het advies, dat bedoeld is om effecten op de gezondheid te reduceren, veroorzaakte veel belangstelling en het rapport werd dan ook volop verspreid via Twitter en andere media.

Zo kopte het AD bijvoorbeeld het volgende:

"WHO: geluid windmolens is potentieel gezondheidsrisico."

Naar aanleiding van deze kop, en de vele andere nieuwsartikelen over het onderwerp, hebben we het rapport van de WHO zelf bestudeerd. Wat ons opvalt is dat de manier waarop de inhoud van het rapport in de media werd gebracht significant afwijkt van wat wij in het rapport aantreffen. Het grootste verschil is dat het rapport veel genuanceerder is. Omdat we het belangrijk vinden dat de discussie wat betreft windenergie over feiten gaat, willen we in deze blog ingaan op de huidige (wetenschappelijke) stand van zaken met betrekking tot turbinegeluid en gezondheid.

Rapport WHO is veel genuanceerder

Laten we beginnen met het meest recente rapport van de WHO. Daaruit blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. Uit een viertal studies blijkt dat ongeveer 10% van de populatie sterk gehinderd wordt door blootstelling aan een geluidsniveauDe voorpagina van het rapport van de WHO over lawaai. van 45 dB. Maar het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid, hinder en gezondheid wordt vervolgens – door de WHO zelf! – gekarakteriseerd als ‘van lage kwaliteit.’

Misschien nog treffender is de manier waarop de WHO op pagina 84 het rapport voor wat betreft geluid van windturbines samenvat: “very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise.” Vrij vertaald: er is heel weinig bewijs beschikbaar voor de nadelige effecten van windturbinegeluid op de gezondheid.

Omstreden literatuur windturbinegeluid

Wellicht rijst nu de vraag waarom wij, als adviesbureau, de berichtgeving over dit rapport van de WHO zouden willen nuanceren. Dat heeft de volgende reden. Pondera heeft in de dagelijkse gang van zaken vaak te maken met critici van windenergie. Discussies over windenergie gaan we vanzelfsprekend niet uit de weg: als adviseur is het onze taak om te informeren én te adviseren. Wat wij merken is dat de wijze van berichtgeving en de kwaliteit van het gebruikte referentiemateriaal nog weleens afbreuk doet aan de kwaliteit van de inhoudelijke discussie. Een kritische blik op windenergie mag en móet, maar we vinden het van belang dat de dialoog over windenergie op feiten gebaseerd is. We bespreken daarom hieronder een aantal onderzoeken die in de dialoog vaak worden aangehaald, zowel wetenschappelijke als niet-wetenschappelijke.

Windturbinesyndroom
Een regelmatig gebruikte term in de discussie rondom windenergie en gezondheid is het ‘windturbinesyndroom’, afkomstig uit een onderzoek van de Amerikaanse arts Nina Pierpont (Pierpont, 2009). Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden echter niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden (zie bijvoorbeeld: The Oregonian editorial, 2010). De studie van Pierpont wordt breed bekritiseerd wegens een zwakke wetenschappelijke basis. Zo is de grootte van de steekproef die werd gebruikt vrij klein: slechts 38 personen. Andere punten die worden genoemd door critici (zoals in het artikel The junk science of wind turbine syndrome van Ketan Joshi (2012):

  • De symptomen werden door de proefpersonen zelf gerapporteerd, zonder tussenkomst van een medisch specialist en zonder onderzoek te doen naar de gezondheidshistorie. Het is goed mogelijk dat een aantal proefpersonen al gezondheidsproblemen had vóór de bouw van de windturbines in de omgeving en vóór het onderzoek werd uitgevoerd.
  • Het onderzoek bevatte geen controlegroep en het artikel is enkel peer reviewed (vrij vertaald: door een vakgenoot nagekeken) door persoonlijke kennissen van Pierpont. Geen enkele van deze peer reviewers had een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde, terwijl dat precies is waar het artikel van Pierpont over ging.

Windturbine

Een soortelijke conclusie kan worden getrokken over het artikel van de Portugese onderzoeker M. Alves-Pereira (Branco en Alves-Pereira, 2004). Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines (met name het laagfrequente geluid) en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Ook deze studie wordt breed bekritiseerd (o.a. door Chapman and St George, 2013), aangezien het onderzoek niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek mogen worden gesteld.

Niet één van de peer reviewers had een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde, terwijl dat precies is waar het artikel van Pierpont over ging.

Omgekeerde bewijslast
In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het Medisch Contact met de titel: ‘Windmolens maken wel degelijk ziek’ (van Manen, 2018). Van Manen stelt dat het niet kan worden bewezen dat windturbines níet ziek maken. En omdat dat niet bewezen kan worden, zou je voorzichtig moeten zijn met het doorgaan met plaatsen van windturbines vanwege het voorzorgsbeginsel.

Maar Van Manen gaat hier – ons inziens – aan twee zaken voorbij. Ten eerste pleit ze voor een omgekeerde bewijslast: zo zou je voor elke ruimtelijke ingreep eerst moeten bewijzen dat er geen gezondheidseffecten optreden. Dat streven is an sich verdedigbaar, maar het is praktisch onuitvoerbaar. En ten tweede: je kunt de ruimtelijke ingreep niet los zien van het doel. Als je alleen kijkt naar gezondheid, dan werden er geen snelwegen meer gebouwd (vanwege geluid, fijnstof, etc.), zouden we geen auto meer rijden (vanwege de ongelukken) en zouden we niet meer mogen vliegen (vanwege o.a. uitstoot CO2 en geluidhinder). Toch doen we al die dingen, omdat we het resultaat zwaarden vinden wegen dan de risico’s. Om bij windenergie te blijven: het resultaat is de bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem.

Tot slot concludeert van Manen dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is. Dit toont een nuance die de titel van haar artikel niet doet vermoeden (‘Windmolens maken wel degelijk ziek’). Hoewel dit wellicht onbedoeld is, zorgen dergelijke titels boven artikelen voor onterechte angst en afkeer voor windturbines.

Windturbines in wolken

Wetenschappelijk onderzoek windturbines en gezondheid

In de vorige paragraaf hebben we geprobeerd te laten zien dat onderzoeken naar de relatie tussen blootstelling aan windturbines en gezondheidsklachten soms verkeerd worden geïnterpreteerd of ongenuanceerd als bron worden gebruikt. Daarnaast voldoen een aantal onderzoeken niet aan de benodigde vereisten voor wetenschappelijk onderzoek. In deze paragraaf beschrijven we een aantal wetenschappelijke onderzoeken van erkende (inter)nationale gezondheidsinstituten en universiteiten.

Uit een studie van Health Canada (Michaud et al. 2016), de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines, voor langere tijd onderzocht. Voor het onderzoek werden zij meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er werden in het onderzoek geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid.

Onderzoeken komen tot dezelfde conclusie: dat er geen rechtstreeks verband is tussen de aanwezigheid van windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden.

In een tweetal onderzoeken zijn tussen 1982 en 2013 alle Deense huishoudens die werden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd (Poulsen et al. 2018a, 2018b). Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Antihypertensiva zijn medicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen het kader van het onderzoek werden geïdentificeerd. In deze studie werd geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby’s van moeders in deze populatie onderzocht. Er werd in deze studie geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschapsuitkomsten.

Studieboeken

Overige onderzoeken (zoals Ellenbogen et al. 2012, NHRMC 2015) komen tot dezelfde conclusie: dat er geen rechtstreeks verband is aangetoond tussen de aanwezigheid van windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden. Bovendien is er geen verband gevonden tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidsklachten. Ook de Nederlandse gezondheidsinstellingen het RIVM en de GGD (Kamp 2014, Kamp & Berg 2017) bekrachtigen dit standpunt in literatuurstudies over dit onderwerp.

Indirecte effecten van windturbines op de gezondheid

Maar hebben windturbines dan helemaal geen effect op hun omgeving? Wat in studies (Kamp 2014, Michaud 2016, Kamp 2017) wel naar boven komt is dat er indirecte effecten kunnen optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer e.d.), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen.

Bovendien kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines. In een Zweeds onderzoek (Pedersen et al. 2007) werd geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks het feit dat zij hetzelfde geluidniveau ondervonden als de andere respondenten, en bovendien dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de hinder die wordt ervaren.

Conclusie

In deze blog hebben we gekeken naar een aantal (wetenschappelijke) onderzoeken naar de effecten van windturbine(geluid) op de gezondheid. In de meeste studies wordt geconcludeerd dat er geen rechtstreeks verband kan worden aangetoond tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten zoals hoge bloedruk, ongunstige zwangerschapsuitkomsten, slaapoverlast en ziektes. Er is ook geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten. De enkele studies die wél bewijs voor zulke effecten vonden, blijken wetenschappelijk gezien veel kritiek te krijgen.

Wat wel blijkt uit het onderzoek is dat blootstelling aan windturbinegeluid hinder kan veroorzaken. Die hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. De mate van hinder die wordt ervaren is bovendien een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van de windturbine(s), persoonlijke omstandigheden en of er sprake is van direct economisch baten bij de windturbine.

Tot slot willen we de conclusie aanhalen van De Correspondent die in 2016 al eens een zinvolle blog over windturbines en gezondheid heeft gepubliceerd (Mommers, 2016) en die wij ondersteunen:

“…het [is] opvallend dat het ontstaan van de klachten door windmolengeluid vooral afhankelijk lijkt van iemands houding ten opzichte van de molens. Omdat veel omwonenden negatief tegenover windmolens staan, is het daarom wel zo eerlijk om deze klachten niet weg te redeneren: er bestaat wel degelijk een relatie tussen de bouw van de molens en klachten over slaap, stress en daarmee gezondheid.

Maar omdat de klachten niet direct veroorzaakt zijn door de windmolens zelf, kan deze relatie worden weggenomen door constructies te bedenken waarin bewoners zich meer met de windmolen verbonden voelen. Bijvoorbeeld door gedeeld eigenaarschap of het delen van financiële baten.”

Referenties

  1. Branco, NAA Castelo, and Mariana Alves-Pereira. “Vibroacoustic disease.” Noise and Health 6.23 (2004): 3.
  2. Chapman, S and Alexis B. St George, University of Wollongong and Sydney, How the factoid of wind turbines causing “vibroacoustic disease” came to be “irrefutably demonstrated’, 2013.
  3. Ellenbogen, Jeffrey M., et al. “Wind turbine health impact study: report of independent expert panel.” Prepared for Massachusetts Department of Environmental Protection and Massachusetts Department of Public Health (2012).
  4. Kamp, Irene van, et al. “Windturbines: Invloed Op De Beleving En Gezondheid Van Omwonenden.” Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu, 21 januari 2014.
  5. Kamp, Irene van, and Frits van den Berg. “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound.” Acoustics Australia (2017): 1-27.
  6. Ketan Joshi, The junk science of wind turbine syndrome, 2012.
  7. “NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health.” National Health and Medical Research Council, Feb. 2015, nhmrc.gov.au/sites/default/files/documents/reports/statement-wind-farms-human-health-eh57.pdf.
  8. Manen, Sylvia van. “Windmolens Maken Wel Degelijk Ziek.” Medisch Contact, 22 maart 2018, www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm.
  9. Michaud, David S., et al. “Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects.” The Journal of the Acoustical Society of America 139.3 (2016): 1443-1454.
  10. Mommers, Jelmer. “Factcheck: ‘Windmolens Veroorzaken Gezondheidsschade Bij Omwonenden.’” De Correspondent, 6 mei 2016, https://decorrespondent.nl/4456/factcheck-windmolens-veroorzaken-gezondheidsschade-bij-omwonenden/492564577912-af74f3ad.
  11. Pierpont, Nina. “Wind turbine syndrome.” K-Selected Books (2009).
  12. Poulsen, Aslak Harbo, et al. “Long-term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: A nationwide cohort study.” Environment international 121 (2018): 207-215.
  13. Poulsen, Aslak Harbo, et al. “Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study.” Environmental research 167 (2018): 770-775.
  14. Pedersen, Eja, and Kerstin Persson, Waye. “Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and wellbeing in different living environments.” Occupational and environmental medicine (2007).
  15. The Oregonian editorial. There’s no evidence of health impacts from wind energy. November 26, 2010.
  16. World Health Organization. (2018). Environmental Noise Guidelines for the European Region. http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0008/383921/noise-guidelines-eng.pdf

Deze blogpost werd geschreven door Joost Sissingh en Sergej van de Bilt.

Pondera onderzoekt energietrends Overijssel

AtelierOverijssel en het Trendbureau Overijssel voeren gezamenlijk een toekomstverkenning uit van het Overijsselse landschap in 2050. Pondera Consult is gevraagd om in dit kader de ontwikkeling van energietrends te onderzoeken en hiervoor een onderbouwing te schrijven. Het onderzoek is gebaseerd op vier verschillende toekomstscenario’s, die zijn opgesteld door AtelierOverijssel en het Trendbureau.

Deze scenario’s schetsen verschillende ‘ontwikkelpaden’ tot 2050 voor de provincie Overijssel met betrekking tot onder andere economie, cultuur, mobiliteit, wonen, natuur en het landschap. Uiteraard is de energietransitie een belangrijk onderdeel van ieder scenario; hoe zal onze energievoorziening zich (moeten) ontwikkelen om CO2-neutraal te worden, en welk effect heeft dit op het landschap in de Provincie Overijssel?

zonnepanelen

In het onderzoek van Pondera worden berekeningen en schattingen gemaakt van de effecten van ieder scenario op de ontwikkeling van energiebehoefte en -verbruik in de provincie Overijssel. Vervolgens wordt aan de hand van de ontwikkelpaden in de scenario’s de energiemix ingevuld. Uiteindelijk wordt beschreven wat de omvang van de opgave per scenario is om een CO2-neutrale energievoorziening te realiseren in het Overijsselse landschap van 2050.

Benieuwd naar de uitkomsten van de toekomstverkenning over het landschap in 2050? Graag verwijzen we naar het Trendbureau Overijssel voor meer informatie. Zodra het onderzoek is voltooid zal dat hier te vinden zijn. Hier zijn ook andere toekomstverkenningen te vinden over uiteenlopende thema’s.

Pondera naar Vietnams ‘Offshore Wind Roundtable’

Eric Arends zal Pondera Consult vertegenwoordigen tijdens Vietnams ‘Offshore Wind Roundtable’ op 22 november 2018. Hij zal daar een presentatie geven over de mogelijkheden en toekomst van windenergie in Vietnam, en wat de mogelijkheden zijn voor lokale en regionale bedrijven en investeerders. Op het event zullen verschillende senior vertegenwoordigers van de offshore windindustrie in Azië aanwezig zijn.

Het potentieel voor windenergie in Vietnam is erg groot, en er worden al op verschillende locaties projecten ontwikkeld. Nederland loopt voorop op het gebied van windenergie, en Nederlandse bedrijven zijn betrokken bij een meerderheid van de off- en nearshore windparken in de wereld. Nederlandse partijen kijken met toenemende interesse naar de duurzame energieplannen van de Vietnamese regering. In 2017 heeft Pondera Consult op verzoek van RVO een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor Nederland om bij te dragen aan de ontwikkeling van windenergie in Vietnam.

Deelname aan de Roundtable is gratis. Aanmelden kan hier: http://www.asiawind.org/events/vietnam-offshore-wind-roundtable/

Programma 22 november

03:00 PM – Opening by Asia Wind Energy Association and Royal Dutch Embassy

03:15 PM – Outlook for the Offshore Wind Industry in Asia-Pacific by Wood Mackenzie

03:30 PM – Outlook for the Offshore Wind Industry in Vietnam by Pondera Consult

04:10 PM – Development and Construction Challenges for the Offshore Wind Industry in Vietnam and Asia by Boskalis

04:30 PM – Regulatory Aspects for Developing Offshore Wind in Vietnam by Watson Farley and Williams

05:00 PM – Financing Offshore Wind Projects in Asia

05:30 PM – Panel Session

06:00 PM – Cocktail Reception

Enercon Event Ambassador van the WindDays South East Asia

ENERCON is 7 en 8 oktober 2019 EVENT AMBASSADOR op de WindDays South East Asia in Bali. ‘We zijn heel blij dat we Enercon als Event Ambassador hebben bij ons event in Bali. Enercon onderzoekt de Indonesische markt en zal samen met ons dit evenement dragen’.

WindDays South East Asia worden georganiseerd door Pondera South East Asia, op 7 en 8 oktober 2019 in Nusa Dus Bali.

Op www.winddayssoutheastasia.com treft u alle informatie aan over de WindDays in Bali. Voor vragen neem contact op met Ester Bierens op info@winddayssoutheastasia.com of tel. 06-33659871.

“De Indonesiërs hebben flinke ambities in duurzame energie. Wij willen kijken of de ervaring en kennis uit Europa en specifiek uit Nederland de Indonesiërs kan helpen om hun doelen in duurzame energieopwekking te halen. Meer specifiek willen we onderzoeken of de Indonesische overheid, de staatsbedrijven en private bedrijven kunnen helpen bij het ontwikkelen van windparken. We denken daarbij ook aan hybride oplossingen met wind, PV en energie opslag”, aldus Ester Bierens, beursmanager van de WindDays in Bali. “We organiseren de WindDays samen met de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) en haar Indonesische zusterorganisatie IWEA (Indonesian Wind Energy Association).”

Indonesië, de grootste economie van Zuidoost-Azië, heeft een aantrekkelijke demografie en een sterke vraag naar energie.  Met 1 groot, onlangs geopend windpark in Sulawesi van 75 MW, biedt Indonesië volop kansen voor de uitbouw van windenergie.

Indonesië heeft naar schatting een totaal potentieel voor windenergie op land van 9,3 GW. De Indonesische regering streeft naar 1.8 GW aan geïnstalleerde windcapaciteit tegen 2025.

Pionieren in Indonesië? Dan zijn de WindDays South East Asia de kans om deze markt te verkennen. Bekijk hier de leaflet van de WindDays of bezoek de website van de WindDays South East Asia.

 

Windpark Synergie (Nieuwleusen) onherroepelijk

De Raad van State heeft het enige beroep tegen Windpark Synergie in Nieuwleusen ongegrond verklaard. Het beroep betrof zowel de omgevingsvergunning als het bestemmingsplan. Dankzij de uitspraak zijn die nu beide onherroepelijk. Dit betekent dat er aan de (voorbereiding) van de bouw kan begonnen worden door de initiatiefnemers, Nieuwleusen Synergie en Westenwind.

Het windpark ligt in het provinciaal zoekgebied en bestaat uit 2 windturbines met een nominaal vermogen variërend tussen de 3 en 4,5 MW per turbine, een productiecapaciteit van maximaal 9 MW. De windturbines hebben een maximale tiphoogte van 204,5 m, een maximale ashoogte van 134 m en een maximale rotordiameter van 141 m.

Pondera Consult heeft het MER en de ruimtelijke plannen verzorgd, en onderzoek gedaan naar de effecten van akoestiek, slagschaduw en de externe veiligheid. Daarnaast heeft Pondera visualisaties gemaakt.

Visualisatie Windpark Synergie

Minder overlast verlichting door radarsysteem bij windturbines

De luchtvaartverlichting op windturbines kan zorgen voor overlast, maar is ook nodig vanwege de luchtvaartveiligheid. Een radardetectiesysteem biedt een veilige en duurzame oplossing, blijkt uit onderzoek van Pondera Consult. De verlichting gaat alleen aan als een vliegtuig op het windpark afkoerst.

Lichten op windturbines

Windturbines met een minimale tiphoogte van 150 meter van het maaiveld moeten in Nederland luchtvaartverlichting hebben. Een radardetectiesysteem is vooral een oplossing voor grotere windparken. Pondera Consult deed er onderzoek naar samen met NLR en TNO. Dat gebeurde in opdracht van de provincies Groningen en Zeeland, Windpark Krammer en RVO.nl.

Het radarsysteem zorgt naast veiligheid van de luchtvaart ook voor minder brandtijd van de verlichting.

Pilottest

Een pilot onderzocht de mogelijkheden van een radarsysteem voor luchtvaartverlichting. De pilot bestond uit twee onderdelen, een vliegtest en een bedrijfsinstellingentest. Tijdens de vliegtest vloog een vliegtuig via 8 verschillende routes langs het radardetectiesysteem. Voor en tijdens de vliegtest werd de radar onderworpen aan een uitgebreide uitvoeringstest.

Resultaten positief

De resultaten van de pilot waren positief. Het radarsysteem zorgt naast veiligheid van de luchtvaart ook voor minder brandtijd van de verlichting. Deze systemen zijn nu nog verboden in Nederland omdat er geen regels voor zijn. Daarnaast zijn de kosten voor deze oplossing vrij hoog. De komende maanden wordt er bekeken hoe de regels moeten worden aangepast.

Meer weten?

Klik hier voor de Rapportage Pilot Radardetectiesystemen luchtvaartverlichting (pdf, 30mb)

 

Trappistenabdij en waterschap genomineerd voor innovatieprijs

Abdij OLV Koningshoeven – bekend van het Nederlandse trappistenbier La Trappe – en het waterschap De Dommel zijn één van de kanshebbers voor de Waterinnovatieprijs 2018 (categorie Schoon water). Deze prijs, die wordt uitgereikt door de Unie van Waterschappen, heeft als doel vernieuwende oplossingen en baanbrekende initiatieven op het gebied van water uit te lichten. Belangrijke criteria zijn innovatie, toepasbaarheid, duurzaamheid en samenwerking.

Circulair watergebruik

De Abdij wil het watergebruik op haar terrein circulair maken. Tegelijkertijd wil het waterschap graag experimenteren met nieuwe waterzuiveringsconcepten. De Abdij en het waterschap hebben elkaar hierin gevonden en realiseren samen een ontwerp voor een nieuwe generatie waterbehandelingsconcepten.

De waterzuivering (Biomakerij) behandelt afvalwater in een botanische tuin. Kenmerkend voor de zuivering is dat aan plantenwortels gehechte bacteriën het afvalwater zuiveren. Vervolgens ontstaan er ecosystemen door interactie met die wortels. De Biomakerij bij de Abdij is de eerste in Nederland. Daarnaast wordt de Biomakerij ingezet als vliegwiel voor verdere innovatie.

Pondera Consult ondersteunt de Abdij bij het verkrijgen van de benodigde Wabo- en Waterwetvergunning. Hierbij draagt Pondera Consult zorg voor het voeren van de benodigde (voor)overleggen, het uitvragen en coördineren van specialistische onderzoeken, het opstellen en indienen van de vergunningsaanvragen, het opstellen van de benodigde mer-aanmeldingsnotitie en het bewaken van het vergunningenproces.

Publieksprijs

Pondera Consult is geïnspireerd en gedreven om dergelijke nieuwe en innoverende projecten te realiseren en feliciteert OLV Koningshoeven en Waterschap De Dommel met de nominatie voor de Waterinnovatieprijs 2018.

Klik hier voor meer informatie over het project.

Abdij OLV Koningshoeven

Meer duurzame energie met minder kabels, kan dat?

Bij de ontwikkeling van een nieuw wind- of zonnepark is de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk een belangrijk onderdeel van het project. De realisatie van een aansluiting is onder de “Netcode Elektriciteit” een verplichting voor de Nederlandse netbeheerder. Het klinkt simpel, maar doordat er veel nieuwe aansluitingen aangevraagd worden is het voor de netbeheerders geen makkelijke opgave. In de praktijk is momenteel te merken dat in sommige gebieden van Nederland een nieuwe aansluiting niet mogelijk is of erg lang op zich laat wachten.

Voor de projecten die hiermee te maken hebben is deze vertraging natuurlijk erg vervelend, maar dit daagt initiatiefnemers ook uit om slim na te denken over de aansluiting voor nieuwe duurzame energieprojecten.  In deze blog verkennen we wat er mogelijk is om je project aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk.

Aansluiting van meerdere installaties

Niet alleen de mogelijk lange wachttijd, maar ook de kosten van deze aansluiting van windturbines of een zonnepark op het elektriciteitsnetwerk zijn vaak een substantieel onderdeel van het project. Vooral in het geval van zonneparken is het aanleggen van lange kabels moeilijk te dragen door de businesscase. De kosten voor een aansluiting kunnen namelijk behoorlijk oplopen wanneer de afstand tot een regelstation groter wordt. Door gebruik te maken van een bestaande aansluiting of een nieuwe aansluiting te combineren (ook wel bekend als cable pooling) kunnen veel kosten bespaard worden. Ook kan het gecombineerd gebruiken van een aansluiting projecten mogelijk maken die anders flink worden vertraagd, of zelfs helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Een goed voorbeeld is het combineren van wind- en zonne-energie, maar het combineren van andere technieken van productie en verbruik is natuurlijk ook mogelijk. Het gecombineerd gebruiken van de aansluiting kan een erg interessante optie zijn, doordat de technieken globaal gezien elkaar heel goed aanvullen. Hoe zit dat eigenlijk? De opbrengst van de zonnepanelen komt voornamelijk uit de zomermaanden,  maar de opbrengst van de windturbines vindt juist grotendeels in de wintermaanden plaats (zie afbeelding).

Energieopbrengst zon en wind per maandUiteindelijk komt het erop neer dat in circa 2 tot 3% van de tijd er tegelijk wind- en zonne-energie geproduceerd zal worden op het volledige vermogen. Hierdoor is het technisch gezien goed mogelijk om een zonnepark dichtbij een bestaande windturbine te plaatsen zonder dat de aansluiting moet worden vergroot. Bij een nieuwe aansluiting kunnen er kosten worden bespaard door de aansluiting te combineren.. In sommige gevallen zal een van de installaties beperkt moeten worden om te voorkomen dat de aansluiting overbelast wordt, maar dit kan ruimschoots gecompenseerd worden door de kostenbesparing op de netaansluiting. Daarnaast levert dit maatschappelijk gezien een meerwaarde op door een stabielere energievoorziening, een betere benutting van de beschikbare capaciteit en door minder hoge kosten als het gaat om het aanleggen van meerdere kabels en netverzwaring.

Het combineren van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie op dezelfde aansluiting achter de elektriciteitsmeter kan nadat de elektriciteitsoutput van beide installaties op hetzelfde spanningsniveau gebracht zijn. Beide installaties krijgen een eigen brutoproductiemeter en met bijhorende EAN-code. Hierdoor worden in elk geval de Garanties van Oorsprong (GvO) en SDE+ subsidie per productie-installatie uitgekeerd en verrekend. Na de meter delen beide installaties dezelfde kabel richting het distributie- of transmissienet. Hoeveel vermogen er precies bij elkaar aangesloten kan worden is afhankelijk van de situatie.

Meerdere leveranciers op een aansluiting (MLOEA)

Technisch gezien kunnen meerdere functies (bijvoorbeeld zon en wind) dus prima gebruik maken van dezelfde aansluiting. Er moeten echter ook de nodige administratieve acties worden ondernomen, met name om goede PPA’s (stroomcontracten) af te kunnen sluiten.

Bij gecombineerd gebruik van een netaansluiting is namelijk de fysieke elektriciteit die door het net wordt opgenomen (of geleverd) een optelsom van productie-installaties. Dit maakt het correct verrekenen (en met name het voorspellen) van deze elektriciteit voor de leverancier erg lastig. Het is namelijk voor een leverancier op basis van de reguliere meetdata niet zichtbaar welke kWh afkomstig zijn van de windturbine en welke kWh van het zonnepark.

Op 24 maart 2018 is een Codebesluit in werking getreden die ‘Meerdere leveranciers op een aansluiting’ (MLOEA) mogelijk maakt door middel van zogeheten secundaire allocatiepunten. Dit houdt in feite in dat het administratief mogelijk is om voor verschillende installaties de bijbehorende elektriciteitsproductie apart aan een leverancier toe kunnen te wijzen én te contracteren. Deze allocatiepunten zijn in feite extra meetpunten die bij een netbeheerder aangevraagd kunnen worden.

“Technisch gezien kunnen zon en wind prima gebruik maken van dezelfde aansluiting.”

Hiermee kan niet alleen de windenergie apart van de zonne-energie worden afgerekend, al dan niet door dezelfde leverancier, maar kunnen bijvoorbeeld ook een verbruiker en een producent die gebruik maken van dezelfde aansluiting van elkaar gescheiden worden. Dit maakt het mogelijk om bestaande aansluitingen van bijvoorbeeld grote verbruikers te benutten om met een eigen PPA duurzame energie terug te leveren. Voor de gebruikers van de aansluiting kan dit resulteren in een gunstigere PPA.

Heeft u vragen over het gecombineerd gebruiken van een nieuwe of bestaande aansluiting? Of bent u benieuwd of een gecombineerde aansluiting voor uw project interessant is en welke (contractuele) zaken hier bij komen kijken? Neem dan contact op Jorden Hoogeveen of Steven Geujen, wij helpen u graag verder.