Molenaarswoningen: oplossing of probleem?

Actualisering aan de hand van recente uitspraak windpark Koningspleij, door Paul Janssen, adviseur duurzame energie bij Pondera

Aanleiding

In Nederland moeten windturbines voldoen aan strenge geluidnormen, vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Deze normen zijn gebaseerd op de hinderbeleving van windturbinegeluid. De norm stelt dat op de gevel van geluidgevoelige objecten (o.a. woningen) een maximaal jaargemiddeld geluidniveau van Lden 47 dB mag optreden. In het afgelopen decennium zien we echter steeds vaker dat direct omwonenden ook initiatiefnemer en mede-eigenaar zijn van een windpark. En omdat de woningen van deze personen meestal relatief dichtbij de windturbines staan, kan niet altijd worden voldaan aan de wettelijke normen. Dat leidt tot een dilemma: de bewoners willen graag dat het windpark er komt en nemen een klein beetje extra geluidhinder voor lief. Tegelijkertijd is dit wettelijk niet zomaar toegestaan: een woning is een geluidsgevoelig object en dus moet voldaan worden aan de norm.

Om dit op te lossen wordt onderscheidt gemaakt naar de status van deze specifieke woningen als een zogenaamde ‘molenaarswoning’ of ‘woning in de sfeer van de inrichting’. Daarmee gelden de wettelijke normen niet meer. Het is een praktijk die gegroeid is vanuit de situatie dat windmolens achter op een boerenerf werden geplaatst. Net zoals er voor de agrariër geen specifieke beschermingsnormen gelden voor geluid of geur van zijn eigen agrarische activiteiten, geldt dat ook voor de effecten van een windturbine voor nabijgelegen woningen van ‘molenaars’. Om dit juridisch te kunnen doen, moet echter wel sprake zijn van een zogenaamde binding met het windpark. Deze binding kan organisatorisch zijn (er is een mede-eigenaarschap of bijvoorbeeld grondeigendom relatie), functioneel (de bewoner van de woning oefent taken uit om het windpark te kunnen laten functioneren) of technisch (de woning is integraal nodig om het windpark te laten functioneren, bijvoorbeeld doordat er een gedeelde oprit of energiemeter is). De laatste is vaak niet aan de orde omdat de windturbine technisch gezien op zichzelf staat en functioneert. Indien twee van de drie bindingen aan de orde zijn, lijkt dit meestal voldoende, zo blijkt uit diverse uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling): ECLI:NL:RVS:2009:BJ7747, ECLI:NL:RVS:2017:3405, ECLI:NL:RVS:2018:141 en ECLI:NL:RVS:2018:616.

Bron: website Koningspleij

Juridische risico’s

Deze constructie is de afgelopen jaren steeds vaker door initiatiefnemers van windenergieprojecten gehanteerd. Niet alleen woningen van mensen die zelf mede-initiatiefnemer en grondeigenaar zijn bij een windpark werden als woning in de sfeer van de inrichting aangemerkt, maar er werden ook afspraken gemaakt met omwonenden die wel financieel delen in het rendement. De eigenaren van deze woningen vervullen een beheerdersfunctie bij het windpark zoals het uitvoeren van toezicht en onderhoud, waarvoor zij een vergoeding ontvangen. Daarbij moet ten alle tijden wel sprake blijven van een ‘goed woon- en leefklimaat’ ter plaatse van deze woningen. In diverse windparken blijkt echter dat ook bij een geluidbelasting van enkele decibellen boven de wettelijke norm voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat. Dit is ook in lijn met de diverse onderzoeken naar geluidhinder waar mensen die meeprofiteren van het windpark daadwerkelijk ook minder hinder ervaren.

In verschillende rechtszaken is deze constructie juridisch aangevochten door andere omwonenden. Deze bewoners stellen dat als gevolg van deze ‘woning in de sfeer van de inrichting’ zij ook meer geluidhinder ervaren, ook al blijft die binnen de geluidnorm, omdat de windturbines nu op plekken kunnen komen te staan waar dit anders niet, of alleen na het nemen van geluidmaatregelen, mogelijk zou zijn. Bovendien stellen zij dat er geen noodzaak bestaat voor deze aanwijzing, omdat de beheerdersfunctie op afstand door specialisten wordt uitgevoerd. Met andere woorden: het windpark kan ook functioneren zonder deze toezichthouders.
Uitspraak Delfzijl Zuid Uitbreiding en Koningspleij
Ook de Afdeling heeft hier al een aantal malen kritisch over geoordeeld, bijvoorbeeld in de uitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding: ECLI:NL:RVS:2018:4180. Kort gezegd stelde de Afdeling dat het aantal woningen in de sfeer van de inrichting dat was aangewezen niet in verhouding stond tot het aantal windturbines. Bovendien was niet aangetoond dat de aangevoerde bindingen reëel en van voldoende betekenis waren. Op 1 april 2020 is hier een uitspraak voor windpark Koningspleij in Arnhem (ECLI:NL:RVS:2020:889) bij gekomen. Waar in de eerdere uitspraak voor windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding vooral het aantal woningen in de sfeer van de inrichting- tot vraagtekens leidde, is de uitspraak voor Koningspleij een stuk diepgaander.

  • In de uitspraak Koningspleij stond ter discussie of een tweetal woningen in de sfeer van de inrichting terecht als zodanig bij het windpark zijn aangemerkt. De Afdeling oordeelt hier dat, ondanks een uitgebreide beheerdersovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de woningeigenaren, niet voldoende deugdelijk is gemotiveerd dat sprake is van een reële binding van voldoende betekenis. Belangrijke argumenten hiervoor zijn dat:
  • De afstand tussen de windturbines en de woningen (200 meter tot 1 km) te groot is om visueel dan wel auditief toezicht te kunnen houden. Bovendien ontbreekt zicht op de (onderste) delen van de windturbines;
  • Er geen rechtstreekse wegverbinding is tussen de woningen en de windturbines, waardoor het niet mogelijk is per motorvoertuig snel ter plaatse te zijn in geval van een calamiteit. De responstijd voor hulpdiensten is vergelijkbaar met de tijd die de toezichthouder nodig heeft om ter plaatse te komen, waarmee er geen meerwaarde meer is;
  • De woningen en toezichtfunctie niet noodzakelijk zijn voor het functioneren van het windpark, omdat continue toezicht op afstand plaatsvindt, vanuit een centrale locatie;
  • Het besluit tot het aanwijzen van de woningen in de sfeer van de inrichting is hiermee vernietigd.

In dit specifieke geval kan het windpark Koningspleij toch gerealiseerd worden omdat een maatwerkvoorschrift voor geluid is vastgesteld door het College van B&W. In dit maatwerkvoorschrift is een hogere geluidnorm ter plaatse van de twee zogenaamde molenaarswoningen vastgelegd. Het Activiteitenbesluit voorziet in deze mogelijkheid, waarbij er wel een strenge motiveringsplicht geldt. In het specifieke geval van windpark Koningspleij is reeds sprake van een relatief hoge geluidbelasting nabij de twee woningen in de sfeer van de inrichting als gevolg van een aanwezige provinciale weg met vier rijstroken en een industrieterrein. De windturbines voegen daaraan relatief zeer beperkt geluidbelasting toe. Zonder dit maatwerkvoorschrift zou echter getoetst moeten worden aan de normen uit het Activiteitenbesluit.

Consequenties van de uitspraak

Uit de uitspraak is duidelijk geworden dat de Afdeling kritisch is ten opzichte van het gebruik van woningen in de sfeer van de inrichting bij windparken. Dit betekent niet dat in alle gevallen deze mogelijkheid uitgesloten moet worden, maar het lijkt er op dat het aantonen van een functionele binding meer vereist dan een overeenkomst tussen initiatiefnemer en woningeigenaar voor het leveren van beheerdersdiensten. Met name het feit of een woningeigenaar ook grondeigenaar en mede-initiatiefnemer van het windpark is, lijkt in dit kader van belang. Immers, indien de grondeigenaar niet meedoet kan het windpark fysiek niet bestaan. Of dit echter voldoende is om de bindingen reëel en van voldoende betekenis te laten zijn, is de vraag.

Er zijn diverse oplossingen te bedenken om windparken te ontwikkelen waar één of enkele woningen in de nabijheid zijn gelegen. Dit vereist echter altijd maatwerk en is locatie specifiek. Een aantal oplossingen wordt hieronder besproken:

  1. Een eerste oplossing is het aankopen en weg bestemmen van een woning waar niet kan worden voldaan aan de geluidnorm. Daarmee vervalt de woonbestemming en is geen sprake meer van een object waar voldaan moet worden aan de norm. Deze oplossing is uiteraard kostbaar, omdat de woning die gekocht wordt tegen woningwaarde vervolgens uit de woningmarkt wordt genomen. Dit leidt daarnaast tot kapitaalvernietiging en aangezien windturbines tijdelijk van aard zijn kan het jammer zijn van de woonlocatie. Het perceel kan uiteraard nog wel voor andere doeleinden worden gebruikt, zolang deze niet geluidgevoelig zijn. Deze oplossing is gekozen in het gerepareerde bestemmingsplan ‘Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding’, dat momenteel in procedure is.
  2. Een andere oplossing kan zijn om aan te tonen dat het aanwijzen van de woning in de sfeer van de inrichting geen consequenties heeft voor andere omwonenden. Een eventuele overschrijding van de grenswaarden ter plaatse van de bedrijfswoningen hebben in dat geval geen gevolgen voor het woon- en leefgenot van overige omwonenden, waarmee de feitelijke grond wegvalt. In dat geval staat het relativiteitsvereiste in de weg en is de derde omwonende geen belanghebbende meer. Dit zal echter in de meeste gevallen lastig zijn, omdat de woningen van derden dan op relatief grote afstand moeten liggen. Dit zou het geval kunnen zijn voor een project waar één woning zich vlakbij het windpark bevindt (binnen de geluidnorm) en anderen op veel grotere afstand.
  3. Een andere mogelijkheid is om, mits uitvoerbaar, aan te tonen dat ook ter plaatse van de woningen in de sfeer van de inrichting, voldaan kan worden aan de normen, waardoor de aanwijzing als woning in de sfeer van de inrichting overbodig is. Dit kan door vergaande mitigerende maatregelen zoals fors terug regelen van de windturbine of door de keuze van een relatief stille windturbine. Uiteraard zijn er grenzen aan deze mogelijkheden, maar enkele decibellen lagere geluidbelasting is haalbaar. Deze maatregelen hebben echter wel gevolgen voor de kWh productie van een project, waardoor een initiatiefnemer goed moet controleren of met deze maatregelen nog wel een financieel gezond project kan worden gerealiseerd.
  4. Er kan om een maatwerkvoorschrift worden gevraagd aan het bevoegd gezag voor de woningen die nu als woning in de sfeer van de inrichting worden aangemerkt. Daarmee kunnen andere geluidnormen worden vastgesteld, waaraan vervolgens getoetst moet worden. Uiteraard met instemming van de eigenaar/bewoner. Deze oplossing is ook voor windpark Koningspleij toegepast. Er zitten echter wel haken en ogen aan deze oplossing. Ten eerste moet het bevoegd gezag bereid zijn deze maatwerkvoorschriften vast te stellen. Dit is een bevoegdheid, maar kan niet door een initiatiefnemer worden afgedwongen. Ten tweede geldt een strenge motiveringsplicht voor het vaststellen van maatwerk. Er moet sprake zijn van bijzondere lokale omstandigheden. Wat dat precies is, is niet vastgelegd in de wet, maar gedacht kan worden aan een al aanwezige fors hogere geluidbelasting door (meerdere) andere geluidbronnen. Bij een industrieterrein, snelweg, scheepvaartroute, spoorlijn of luchthaven biedt dit dus wellicht uitkomst, maar deze omstandigheid is zeker niet zomaar universeel toepasbaar. Ook een (provinciale) structuurvisie waarin bijvoorbeeld gebieden worden aangewezen waar bepaalde cumulatieve geluidwaarden als gevolg van activiteiten aanvaardbaar worden geacht, kunnen een aanknopingspunt bieden. Maar in landelijk gebied, waar veel windparken worden gebouwd, zijn dergelijke aanknopingspunten lang niet altijd aanwezig en is ook de vraag of dit het doel van de wetgever was bij het opnemen van de mogelijkheid tot het vaststellen van een maatwerkvoorschrift. De motivering zal daar zeker lastiger worden.

Conclusie

Het lijkt er op dat het concept van woningen in de sfeer van de inrichting bij windparken deels een halt toegeroepen is door de Raad van State. Het enkele feit dat iemand een vergoeding ontvangt voor het accepteren van een hogere geluidbelasting is niet zoals de wetgever de bescherming van woningen heeft bedoeld. Naar onze mening wil dit niet zeggen dat de mogelijkheid van molenaarswoningen nu helemaal van tafel is, maar de motiveringsplicht wordt strenger. Tegelijkertijd lijkt in gevallen waarbij de eigenaar van de woning ook de initiatiefnemer en grondeigenaar voor het windpark is en er bovendien zelf ook woonachtig is, een woning in de sfeer van de inrichting nog steeds verdedigbaar. Zeker nu in het kader van het klimaatakkoord lokaal eigendom van decentrale duurzame energieproductie een belangrijker onderdeel wordt.

Anderzijds zijn er ook andere oplossingen voorhanden, die voor projecten die nu in de fase van vergunningverlening en besluitvorming verkeren, goed zijn om serieus te overwegen. Daarbij zou per geval moeten worden overwogen of het gebruik van molenaarswoningen wel nodig en gewenst is.

Overname Energiepark Pottendijk door Eneco

Jeroen Deddens (eigenaar Energiepark Pottendijk B.V.) en Eneco hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van Energiepark Pottendijk. Dankzij deze overeenkomst neemt Eneco de verdere ontwikkeling en realisatie van Energiepark Pottendijk over. Pondera heeft intensief samengewerkt met de heer Deddens en advocatenkantoor HVG Law om de verkoop van Energiepark Pottendijk te begeleiden middels een uitgebreide tender. Pondera heeft verschillende potentiële kopers uitgenodigd om een aanbieding uit te brengen voor de koop van het energiepark. De verkoopbegeleiding bestond onder andere uit de volgende werkzaamheden:

  • Due diligence en waardebepaling Energiepark Pottendijk;
  • Opstellen verkoopprospectus en biedingsinstructies;
  • Besprekingen en onderhandelingen met potentiele kopers;
  • Beoordelen van de aanbiedingen en termsheets uitgebracht door potentiele kopers;
  • Selecteren koper;
  • Onderhandelingen en contractering van het Share Purchase Agreement (SPA; koopovereenkomst).

Eneco is uit dit proces als koper geselecteerd. Vervolgens heeft Pondera de heer Deddens bijgestaan gedurende de onderhandelingen en contractering van de SPA.

Energiepark Pottendijk bestaat uit een windpark van 12 tot 14 windturbines en een zonnepark van 35,5 hectare. In totaal zal het energiepark circa 100 MW aan opgesteld vermogen realiseren. Pondera heeft (in samenwerking met BugelHajema) in 2018 het MER opgesteld en de omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw en exploitatie van het zonnepark en de 14 windturbines. Op 28 september 2018 is door de gemeente Emmen de omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw en exploitatie van de 12 tot 14 windturbines.

In de vervolgfase zal Eneco intensief blijven samenwerken met de heer Deddens aan de ontwikkeling en realisatie van Energiepark Pottendijk. Pondera zal Eneco verder ondersteunen met de uitvoeringsvergunningen en permit management voor de realisatie van het energiepark.

Windpark Fryslan in het nieuws

Windpark Fryslan publiceert elk maand een blog met als doel iedereen mee te nemen met wat er allemaal bij de bouw van een windpark komt kijken. Deel 3 van de reeks treft u onderstaand aan. Hier vertelt Martijn ten Klooster welk aandeel we hebben gehad bij het ontwerp en de vergunningen.

Pondera heeft het project in 2008 geïnitieerd met Ventolines. Vanaf die tijd heeft Pondera samen met Ventolines het ontwikkeltraject uitgevoerd. Hierbij heeft Pondera diverse ontwikkelactiviteiten uitgevoerd zoals haalbaarheidsonderzoeken, ontwerpen, natuuronderzoeken, MER, vergunningaanvragen, omgevingsmanagement.

 

Intrapec opent zonnedak met zonnelied

Een zonnelied om een zonnedak te openen. Hoewel de zon zich nauwelijks liet zien, gebeurde dat vrijdag 28 februari in Spankeren bij het verpakkingsbedrijf Intrapec. De initiatiefnemers Intrapec, Ovento en Pondera hadden zo’n 60 relaties en vrienden uitgenodigd om gezamenlijk de opening van hun zonnedak met ruim 1.500 panelen met een vermogen van bijna 0,5 MW. Hiermee kan de Intrapec Groep met gemak in haar eigen stroomverbruik voorzien. Omgerekend naar huishoudens levert het dak genoeg stroom voor 130 huishoudens.

Directeur Paul de Lange van de Intrapec Groep toonde zich trots en verheugd over het resultaat en riep alle dak eigenaren op om hetzelfde te doen. “Het is goed voor het klimaat en het levert ook nog rendement op.” aldus De Lange. Albert Ploeg liet de aanwezigen zien dat het traject om tot dit resultaat te komen niet eenvoudig was en liet zien dat vele partijen bij een project als dit betrokken zijn. Na de officiële opening lieten de trotse eigenaren de aanwezigen het dak en de elektrische installatie zien. Ook wethouder Dorus Klomberg van de gemeente Rheden, die duurzame energie in zijn portefeuille heeft, toonde zich na afloop verheugd. “Ik ben blij dat er ondernemers zijn die dergelijke initiatieven nemen. Er liggen genoeg daken onbenut. Hier wordt aangetoond dat het mogelijk is om het nuttig in te zetten.”

Studenten TU Delft bezoeken Haliade-X

Op vrijdag 21 februari 2020 hebben Sif, GE en Pondera 26 studenten van de TU Delft ontvangen bij de Haliade-X, de grootste en tevens meest krachtige windturbine ter wereld. De meeste aanwezige studenten volgen de European Wind Energy Master (EWEM), een 2-jarige technische opleiding die zich richt op het ontwerp van windturbines op verschillende facetten, waaronder rotorbladen, offshore-installatie en netaansluiting.

Het initiatief om de Haliade-X te bezoeken kwam van EWEM’s studieverenining, ASE Aeolius. Deze studievereniging organiseert regelmatig uitstapjes naar toonaangevende spelers in de windenergie en de bezichtiging van de Haliade-X kon daarom sinds de ingebruikname eind vorig jaar niet lang op zich laten wachten! Het bezoek bestond uit twee onderdelen. Tijdens het eerste plenaire deel hebben de studenten kennisgemaakt met de betrokken bedrijven en hun rol in de totstandkoming van het Haliade-X project. In het tweede deel van het programma zijn de studenten uitgebreid rondgeleid op het terrein van Sif, waar op indrukwekkende wijze monopiles worden gefabriceerd voor de offshore industrie. Als afsluiter kwamen de studenten tenslotte oog in oog te staan met de 245 meter hoge windturbine, die op dat moment op nominaal vermogen draaide. ‘Wat een indrukwekkend gezicht!’, was een veelgehoorde reactie van de studenten, die de nieuwe generatie windenergiespecialisten vertegenwoordigen.

Pondera wil de studenten graag bedanken voor hun bezoek en tevens veel succes wensen bij de afronding van hun opleiding!

Gemeenteraad akkoord bouw Windpark Agro Wind in Reusel

De gemeenteraad van Reusel-De Mierden heeft op 17 februari 2020 besloten om de verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van Windpark Agro Wind. Hiermee staat de weg vrij voor het college van Burgemeester en Wethouders om de definitieve vergunning te verlenen aan de Vereniging High Tech Agro Wind. Dit is een grote stap voor de Vereniging naar de realisatie van het windpark.
Pondera feliciteert de initiatiefnemers met het behalen van deze mijlpaal!

Versterking van het Pondera-team: Björn en Roel

Pondera heeft er weer twee nieuwe collega’s bij: Bjorn Konink en Roel van Ooij. Beide heren zijn per februari 2020 enthousiast begonnen aan hun nieuwe uitdaging!
Hieronder in een notendop een korte introductie. Binnenkort vind je op onze teampagina meer informatie over deze heren.

Björn Konink

Björn heeft bij zijn vorige werkgever veel ervaring opgedaan op het gebied van duurzame energie en duurzame projecten. Hij is enthousiast om bij Pondera de gezamenlijke energietransitie te gaan verwezenlijken, door zich als Adviseur Duurzame Energie in te zetten voor rendabele projecten met een duurzaam karakter. Björn zal zich bezighouden met de fase van ontwikkeling alsook in de fase van de contractering/ bouw van duurzame energie.

Roel van Ooij

Roel heeft een achtergrond in klimaat en energie. Hij heeft veel kennis opgedaan over de ontwikkeling van zonne- en windparken en aanverwante hoogspanningsinfrastructuur. Roel zal bij Pondera zijn ruimtelijke kennis combineren met de meer technische kant van windenergie, en verwacht op die manier meerwaarde te bieden in de ontwikkeling van duurzame projecten.

Wereldrecord voor Haliade-X 12 MW!

Pondera’s Haliade-X 12 MW-prototype in de Rotterdamse haven heeft zojuist een nieuw wereldrecord gevestigd! Het is de eerste windturbine die in de loop van 24 uur 288 MWh genereert. In de komende 5 jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om de stroomcurve, belastingen, netprestaties en betrouwbaarheid van de turbine te valideren. Met deze tests kan GE bovendien de gegevens verzamelen die nodig zijn om het typecertificaat te verkrijgen, een belangrijke stap in de commercialisering van de Haliade-X.

Kerngetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De offshore windturbine is op het land geplaatst om het uitvoeren van testen makkelijker te maken. Hiermee kan ook de data worden verzameld waarmee de turbine kan worden gecertificeerd – een noodzakelijke stap voor het commercieel beschikbaar stellen van de turbine.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2.

Expert Meeting Stikstof

Projectoplossingen door of ondanks het nieuwe beleid?
Een Expert Meeting zoals het bedoeld is.

Pondera en ENVIR Advocaten

Op 6 februari 2020 hebben Pondera en ENVIR Advocaten gezamenlijk een expert meeting georganiseerd, waarin uitgebreid is stilgestaan bij hét issue van de afgelopen maanden: de stikstofimpasse. Graag nemen we u even mee langs de sprekers en welke boodschap zij in hoofdlijnen hebben gepresenteerd.

De kick-off werd verzorgd door de heer Paul van Zijl van het nieuw opgerichte Directoraat Generaal Stikstof van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De focus van dit DG richt zich met op het creëren van structurele oplossingen voor de stikstofimpasse, en niet op het vinden van een quick-fix voor de korte termijn. Binnen dit DG wordt het issue grondig ontleed en vanuit alle relevante belangen wordt gezocht naar de structurele aanpak. Tekenend hiervoor is dat de DG Stikstof een coördinerend DG is, wat zoveel betekent dat álle relevante ministeries zijn betrokken en het issue niet alleen vanuit het perspectief van natuur en landbouw wordt aangepakt.

Vervolgens heeft emeritus hoogleraar de heer Frank Berendse een gepassioneerd betoog gehouden met een groot historisch besef over de Nederlandse natuur, de stikstofemissie en de effecten van de stikstofdepositie. Het punt van de ‘stikstofoverbelasting’ is volgens de heer Frank Berendse te wijten aan ons gebruik en de ‘afwenteling’ van stikstof; zo wordt in het proces van landbouw meer stikstof geïmporteerd dan dat met het uiteindelijke product wordt geleverd. Dit verschil wordt afgewenteld op de natuur, doordat het deel stikstof dat niet met het product van de landbouw wordt meegeleverd, achterblijft in de bodem en daarmee in de natuur. Toch gaf hij de toehoorders een boodschap van hoop mee; met het treffen van de juiste maatregelen kan veel worden hersteld en behouden. Deze maatregelen zijn volgens hem verscholen in een hoopvolle visie van Minister Schouten (Ministerie Landbouw, Natuur en Visserij): Waardevol en Verbonden. Hopelijk gaat de verdere uitwerking van circulaire landbouw een relevante bijdrage leveren aan de vermindering van stikstofdepositie.

Nu het feitelijke probleem was vastgesteld en oplossingen nog steeds zinvol zijn, kwam de juridische werkelijkheid van het nu ontstane stikstofklimaat aan bod. Mevrouw Marieke Kaajan van ENVIR Advocaten heeft deze werkelijkheid nader toegelicht. Duidelijk was en is voor een ieder dat de wereld er wat betreft stikstof er op 29 mei 2019 ineens heel anders uitzag. De focus ligt nu volledig op projecten en de impact van deze projecten met een vaak maar heel geringe bijdrage aan stikstofdepositie op het al dan niet behalen van de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, waar dit ten principale bij het Rijk (en de structurele aanpak) De hamvraag is ‘wat te doen als er sprake is van heel geringe, maar berekende stikstofdepositie op gevoelige gebieden, waar de achtergrondwaarde de kritische depositiewaarde overschrijdt?’. Met name zijn de mogelijkheden waarop nog vergunningen kunnen worden verleend besproken, zoals salderen via provinciaal beleid, via de Spoedwet Aanpak Stikstof en via de ADC-toets.

Naast het mitigeren en salderen van de depositie, is het ook mogelijk om een vergunningaanvraag, dan wel een voortoets, te voorzien van een ecologische beoordeling. De heer Beno Koolstra van Koolstra Advies heeft dit onderdeel behandeld en kwam uit op een heldere basis; er zijn een tweetal paradigma’s die hier kunnen worden gevolgd en die leiden tot een onderling afwijkend eindoordeel. Het aanhangen en uitvoeren van de ecologische beoordeling gaat uit van het paradigma: ‘Het gebied is al overbelast en het gaat niet goed, maar mijn project verergert dat niet.’ Het andere paradigma leidt immers tot een dood spoor; deze houdt namelijk in: ‘Het gebied is al overbelast en het gaat niet goed, dus iedere toename, hoe klein dan ook, is onaanvaardbaar’. De heer Beno Koolstra gaf aan dat het tegenhouden van projecten met een geringe depositie het stikstofprobleem niet oplost. Van belang daarbij is overigens wel dat bij uitvoering van een project de aannames die zijn ingevoerd in het Aerius-model waargemaakt kunnen worden. Een quick-fix door aan onrealistische knoppen in de Aerius calculator te gaan draaien, is niet de juiste weg en is juridisch risicovol. De oplossing voor stikstofreductie begeeft zich dan ook niet op projectniveau, maar op landelijk en zelfs Europees niveau. Zijn boodschap; ga hoe dan ook aan de slag met de stikstofreductie en laat je niet stoppen door berichten dat de opgave onrealistisch is.

Ter afronding van het geheel hebben de heer Martijn ten Klooster van Pondera en de heer Lambert Polinder van Agrifirm een projectvoorbeeld gepresenteerd, waarin (tot nog toe) succesvol gebruik is gemaakt van externe saldering. De vergunningverlening van een windpark in Flevoland verliep voorspoedig tot de PAS-uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. Er is bij dit project namelijk sprake van een zeer geringe stikstofdepositie in de aanlegfase op gevoelige en overbelaste Natura 2000-gebieden. Bij nadere beoordeling bleek er sprake te zijn van een geringe, maar aanwezige depositie. Echter, voor het windpark waren locaties nodig ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en kantoorruimte. De initiatiefnemers van het windpark bestaan uit meerdere agrariërs in het gebied, en twee van deze agrariërs hebben hun agrarische activiteiten stopgezet zodat de panden konden worden gebruikt voor het windpark. Aangezien deze agrariërs ook in het bezit waren van rechten voor stikstofdepositie, kon het windpark met deze rechten salderen. De beschikbare emissies zijn blijvend ingezet om de tijdelijke depositie tijdens de aanleg van het windpark te kunnen salderen. Doordat een tweetal pluimveehouderijen deze ‘rechten’ hebben ingezet, is er sprake van een netto verbetering van de stikstofdepositie op het betreffende gevoelige Natura 2000-gebied.

Concluderend kan worden gesteld dat de meeting succesvol is geweest. Door een breed overzicht te schetsen van het stikstofklimaat waarin we ons nu bevinden, is het issue voor velen meer vatbaar geworden. Onder toehoorders en sprekers is een nieuw begrip ontstaan van ‘elkanders’ werkelijkheid in dit vraagstuk. Qua oplossingsrichting wordt vooral veel verwacht van het aangekondigde maatregelenpakket om de stikstofdepositie blijvend te verlagen, wat voorwaardelijk zal gaan zijn voor nieuwe projecten.

Pondera op Sustainability Career Event 2020

Op donderdag 6 februari was Pondera voor de tweede keer aanwezig op het Sustainability Career Event in Utrecht. Op dit jaarlijkse nationale carrière-evenement voor studenten en starters staat duurzaamheid centraal.

Pondera’s stand op de bedrijvenmarkt werd bezocht door een kleine duizend studenten en starters. Hier konden ze meer leren over de werkzaamheden en projecten van Pondera en een timelapse-video van de bouw van onze Haliade-X bekijken. Het publiek was divers en bestond uit bachelor- en masterstudenten, studenten op zoek naar een stage en starters met al enkele jaren werkervaring.

Daarnaast organiseerden we een workshop voor een dertigtal studenten en starters. Hierbij konden ze zelf aan de slag met een haalbaarheidsscan voor zon- en windenergie in een gebied in Nederland. Tijdens de workshop leerden ze over de verschillende belemmeringen waarmee rekening gehouden moet worden bij het ontwikkelen van duurzame energie. De verschillende studieachtergronden van de deelnemers leidden tot interessante discussies en resultaten.

We hebben onze vacatures onder de aandacht gebracht en kijken terug op een geslaagde dag. We verwachten volgend jaar weer aanwezig te zijn!