Certificaat voor Haliade-X 12 MW

In juni 2020 heeft GE bekend gemaakt dat de Haliade-X 12 MW een voorlopig typecertificaat ontvangen heeft van DNV-GL. Hiermee is de meest krachtige turbine ter wereld een stap dichtbij de volledige typecertificering. Het gaat om het “IECRE Provisional RNA Component Certificate”, waarmee is aangetoond kan worden dat GE’s Haliade-X-prototype voldoet aan de hoogste veiligheids- en kwaliteitsnormen.

In samenwerking met Sif en Pondera heeft GE een prototype van de Haliade-X gerealiseerd in de havens van Rotterdam. In januari heeft de turbine al een nieuw record gevestigd door 288 MWh aan elektriciteit te produceren in 24 uur. De turbine in Rotterdam is onderdeel van de type certificering voor de uiteindelijke uitrol van de nieuwe GE’s Haliade-X turbines.

De typecertificering is vereist om aan te tonen dat nieuwe turbine veilig, betrouwbaar en volgens de gestelde eisen werkt. John Lavelle, CEO van Offshore Wind bij GE Renewable Energy heeft aangegeven:

This is a very important milestone for us as it confirms the robustness of our Haliade-X 12 MW design, and gives certainty to our current and future customers who believe in the attributes of our platform. When we introduced the Haliade-X 12 MW we established a new paradigm in the industry, and we will continue to do so by innovating, improving, and introducing new features to our Haliade-X platform, making offshore wind a more affordable and competitive source of renewable energy.

Als onderdeel van de certificering heeft Dr. Kim Moerk, Executive Vice President for Renewables Certification bij DNV GL gezegd:

GE’s Haliade-X 12 MW is a significant breakthrough for the offshore wind industry. Developing new and innovative technology always brings an element of uncertainty and risk. Type certification is a vital measure to demonstrate that new turbines will operate safely, reliably and according to requirements and we are proud to provide our offshore wind expertise to this important new technology development and support our customers enter into new markets.

De certificering loopt gedurende de komende maanden verder om een volledig typecertificaat voor de turbine te verkrijgen.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2. De Haliade-X wekt vanaf najaar 2019 duurzame energie op op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Windproject Eemshaven in handen van Pondera / Rebel

Vandaag hebben Pondera en Rebel bekend gemaakt het windproject bij de strekdammen in de Eemshaven over te nemen van YARD ENERGY. YARD heeft dit project de afgelopen jaren ontwikkeld en heeft in dat kader overeenstemming bereikt met Groningen Seaports over het gebruik van de locatie. De belangrijkste vergunningen voor het project van twee windturbines zijn inmiddels binnen.

“YARD heeft ervoor gekozen het project nu te verkopen om zich te kunnen concentreren op het voltooien van de bouw van wind-op-land projecten, en investeringen in projecten en bedrijven gerelateerd aan de energietransitie”, aldus Lex Roukens, directeur van YARD. “We zijn verheugd dat Pondera en Rebel het stokje van ons overnemen en zien de realisatie van het windpark met vertrouwen tegemoet.”

“Voor ons is het een leuk project om onze tanden in te zetten gezien de complexiteit van het bouwen van turbines in en nabij het water”, geeft Hans Rijntalder van Pondera aan. “Onze ervaring bij het realiseren van de grootste offshore windturbine ter wereld in Rotterdam – de GE Haliade-X 12MW – komt hier goed van pas. We zijn blij dat we in Rebel een solide partner gevonden hebben om het project mede te ontwikkelen en financieren. Wout Korving van Rebel deelt het enthousiasme: “Pondera en Rebel vullen elkaar erg goed aan. Ik heb er daarom ook het volste vertrouwen in dat de turbines medio 2022 elektriciteit aan het net leveren.”

Ook Groningen Seaports deelt het enthousiasme. CEO Cas König: “De realisatie van deze turbines komt nu weer een stap dichterbij. Ze markeren straks letterlijk de ingang van de Eemshaven en dragen vooral bij aan onze duurzame-energie-ambities.”

Het project bestaat uit twee moderne windturbines nabij de strekdammen. Naar verwachting komt de capaciteit van het project tussen 10 en 12 MW uit. Pondera en Rebel verfijnen de komende maanden het ontwerp en selecteren de aannemer en turbineleverancier, waarna ook snel de financiering wordt gerealiseerd.

Vacature: Juridisch adviseur contractering, bouw en exploitatie (junior/medior)

Wie zijn wij?

Pondera is een toonaangevend, internationaal adviesbureau. Samen met onze klanten dragen wij een steentje bij aan het realiseren van duurzame energieprojecten. Denk daarbij aan grote en kleine projecten in Nederland en in Noord- en Zuidoost-Azië op gebied van zonne-energie en windenergie op land en op zee.

Wie zoeken wij?

Pondera  is voor het team contractering, bouw en exploitatie op zoek naar een junior/medior juridisch adviseur duurzame energieprojecten voor het toenemende aantal zonne- en windenergieprojecten, waarbij wij ondersteuning verlenen. Specifiek zoeken wij naar iemand die een relevante (academische) opleiding heeft gevolgd en affiniteit en/of ervaring heeft met de realisatie van duurzame energie projecten. Je vindt het een uitdaging om bij te dragen aan het verder uitbouwen van onze dienstverlening, samen met het team contractering, bouw en exploitatie (9 personen). Het team is vooral werkzaam in de contracterings- en realisatiefase van duurzame energie projecten.

Wat houdt deze functie in?

Je ondersteunt het team contractering, bouw en exploitatie bij de inkoop en aanbesteding en bij de totstandkoming van contracten met aannemers en leveranciers. Daarbij werk je nauw samen met diverse grote advocatenkantoren, waarmee Pondera een goede relatie heeft. Het gaat daarbij vaak om grote commerciële belangen. We nodigen je uit om actief mee te denken en te helpen om onze dienstverlening verder te ontwikkelen, met name op de juridische vraagstukken die onze internationale activiteiten met zich meebrengen.

Voorbeelden van werkzaamheden zijn:

  • Onderzoeken en oplossen van juridische vraagstukken op het gebied van bouwrecht;
  • Opstellen van juridische (contract) documenten;
  • Meedenken met de contractmanagers over aanbestedingsstrategie en het reviewen van juridische kaders binnen onze aanbestedingen;
  • Juridische ondersteuning bij het opstellen en reviewen van projectdocumenten, waaronder leverings- en onderhoudscontracten, stroomcontracten (PPA’s), financieringsdocumentatie, NDA’s, samenwerkingsovereenkomsten, grondovereenkomsten en opstalovereenkomsten;
  • Ondersteunen bij het opzetten van juridische (internationale) structuren, zoals joint venture samenwerkingen en participatiestructuren;
  • Relatie onderhouden met advocatenkantoren;

Tegelijkertijd met deze werkzaamheden ontwikkel je jezelf tot een senior adviseur/specialist die zelfstandig projecten uitvoert en leidt. Kortom, wij zijn op zoek naar iemand die breed inzetbaar en flexibel is en graag wil werken in de contracterings- en bouwfase van duurzame energie projecten.

Gevraagde kennis en vaardigheden

Pondera wil graag kennismaken met een junior/medior juridisch adviseur die:

  • een relevante, bij voorkeur academische, opleiding met succes heeft afgerond, zoals Rechten;
  • circa 3 tot 5 jaren ervaring heeft met ondernemings- en/of  bouwrecht (ook kandidaten met minder of meer ervaring zijn meer dan welkom om te reageren);
  • affiniteit heeft met de (duurzame) energiemarkt;
  • streeft naar kwaliteit in zijn of haar vak en nauwgezet te werk gaat;
  • een goed oog heeft voor details en belangen van onze klanten;
  • in hoge mate zelfstandig is en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel heeft voor het werk dat wordt uitgevoerd;
  • een goede uitdrukkingsvaardigheid heeft in het Nederlands en Engels in woord en geschrift;
  • enthousiast en ondernemend is;
  • graag een groeiend bedrijf van een veertigtal mensen wil versterken.

Wat bieden wij?

Naast werken in onze 13 jaar jonge onderneming, waar alle vrijheid is om je te ontwikkelen en waar plezier in het werk het voornaamst is, bieden wij:

  • een uitstekend salaris en secondaire arbeidsvoorwaarden, zoals laptop, telefoon, pensioen en onkostenvergoeding;
  • een uitzicht op een vast contract;
  • een jong, deskundig en gedreven team professionals, die samen ook buiten werk om activiteiten ondernemen, zoals diners en sportactiviteiten;
  • ruime ontwikkelingsmogelijkheden, doordat de markt en de organisatie groeit;
  • een veelheid aan duurzame energieprojecten, waar wij trots op zijn om aan te mogen werken;
  • flexibele werkplekken en -tijden, met een kantoor in Arnhem (naast het centraal station) en mogelijkheden voor thuiswerken.

Meer informatie

Voor meer informatie over deze functie kun je contact opnemen met Angelique Strijker via telefoonnummer +31 (0) 6 151 22 173.

Solliciteren
Stuur je sollicitatie naar:

Pondera  B.V.
T.a.v. mevr. A. Strijker
Postbus 919
6800 AX Arnhem

hr@ponderaconsult.com

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Marktconsultatie Windpark Duiven en Windpark Zutphen

Deze week is op Negometrix/TenderNed een Marktconsultatie gepubliceerd voor Windpark Duiven en Windpark Zutphen. Pondera ondersteunt, in samenwerking met PRO6 managers, de initiatiefnemers van de twee windparken (Waterschap Rijn en IJssel en IJsselwind B.V.) bij de inkoop van in totaal vijf windturbines middels een Europese aanbesteding. Om kennis uit de markt te halen voordat de aanbesteding van start gaat, is er een Marktconsultatie ingericht.

Windturbinefabrikanten worden hierin gevraagd mee te denken over o.a. geschikte windturbinetypes, overlast beperkende maatregen en haalbaarheid van de bouwplaatsinrichting. Mede aan de hand van het gesprek met de markt en de opgehaalde informatie stelt Pondera vervolgens een programma van eisen, aanbestedingsleidraad en de contracten op. Deze documenten dienen als basis voor het aanbestedingsproces waarin de initiatiefnemers de meeste geschikte partij(en) selecteren.

Indienen van antwoorden op de Markconsultatie is mogelijk tot 29 mei via https://bit.ly/2AICNyr

Pondera werkt mee aan Net op zee IJmuiden Ver

Bron: TenneT

Elke dag werken onze Pondera collega’s hard om duurzame energieprojecten een stapje vooruit te brengen. Dat Pondera hard aan het net ‘sleutelt’ om het duurzaam en toekomstbestendig te maken, is niet bij iedereen bekend. Dat geldt ook voor onze Pondera senior-adviseur Mariëlle de Sain. Lees hier wat zij allemaal voor onze klant TenneT doet voor het project Net op zee IJmuiden Ver.

Publicatie regioadvies Net op Zee: HKwB

Op verzoek van de minister van EZK hebben de regionale overheden (de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de provincie Noord-Holland) advies uitgebracht over het te kiezen voorkeurstracé voor het Net op Zee Hollandse Kust (west Beta).

Het regioadvies is één van de zaken waarop de minister van Economische Zaken zich zal beroepen bij het maken van een keuze voor een voorkeursalternatief (VKA). Bij die keuze zijn daarnaast ook het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage en de integrale effectenanalyse van TenneT van belang bij het kiezen van het beste alternatief. De minister zal deze keuze naar verwachting eind mei maken. Wanneer het VKA eenmaal bekend is zal meer onderzoek naar het gekozen tracé plaatsvinden.

Net op zee: Hollandse Kust (west Beta) is een wisselstroomaansluiting die 700 MW uit het middendeel van windenergiegebied Hollandse Kust (west) verbindt via een transformatorstation aan de Zeestraat in Beverwijk met het landelijke hoogspanningsnet bij het bestaande 380kV-station Beverwijk. De verbinding bestaat uit een platform op zee, ondergrondse kabels op zee en op land en een transformatorstation op land. Het windenergiegebied Hollandse Kust (west Beta) is onderdeel van de Routekaart Windenergie 2030.

Pondera heeft samen met Arcadis onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van de verschillende tracéopties op land en op zee. De resultaten hiervan zijn te vinden in de Integrale Effectenanalyse en het Milieueffectrapport.

Geothermie, de toekomst voor duurzame warmte (BLOG)

Geothermie wordt door velen als dé ‘nieuwe’ bron voor duurzame energie beschouwd. Sinds de eerste putten in 2007 is de techniek als bron voor duurzame energie meer volwassen geworden. Ook wordt deze bron vanwege de beperkte omgevingseffecten als zeer goed inpasbaar gezien. Er wordt dan ook een grote rol voor deze bron weggelegd in de energietransitie, waardoor binnen korte tijd meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd zullen lopen.

Enige tijd geleden is er een eerste blog over geothermie geschreven waarin de techniek van de energiebron is geïntroduceerd. Deze blog is het tweede deel van een serie waarin relevante onderwerpen van geothermie worden behandeld. Hierin ga ik vervolgens dieper in op de warmtevraag en de bediening daarvan met behulp van geothermie.

De totale warmtevraag

Voor het goed in beeld krijgen van de warmtevraag, is het van belang om relevante trends te achterhalen en toekomstige trendbreuken te voorspellen. Om niet een statistisch wetenschappelijke exercitie uit te hoeven voeren, maar wel een onderbouwde inkijk te geven in de warmtevraag, kijken we voor het gemak even terug tot 2012.

In 2012 was sprake van een totale warmtevraag van circa 1200 PJ. Deze hoeveelheid betrof 55% van de totale energiebehoefte van Nederland. Dit betreft al het energieverbruik van Nederland, dus niet alleen de huishoudens. Wanneer de warmtevraag per sector wordt onderverdeeld, leverde het volgende beeld op voor 2012[1]:

  • Industrie: 44 %,
  • Huishoudens: 29 %,
  • Utiliteitssector: 20 % en
  • Landbouw: 7%.

In 2015 is deze warmtevraag maar weinig gewijzigd. Ook toen was sprake van 53% van het totaal aan verbruikte energie dat opgaat aan het produceren van warmte[2]. In 2017 was dit 54%. De algemene trend is echter dat sinds het jaar 2000 de totale warmtevraag met 0,8% per jaar daalt. Duidelijk is dat onze vraag naar warmte het grootste deel van onze energiebehoefte in beslag neemt.

Wanneer alleen naar huishoudens wordt gekeken, blijkt ook dat er sprake is van een neergaande trend. Zie hiervoor ook onderstaande grafiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook hier is en blijft warmte, geproduceerd door aardgas, het grootste aandeel innemen van de totale energiebehoefte.

Hoe kan in deze behoefte worden voorzien?

Zoals uit voorgaande grafiek blijkt, wordt in het voornaamste deel van de warmtevraag voorzien met behulp van aardgas. Dit is in Warmtevisie van 2015 nogmaals bevestigd. In deze visie is gas als nagenoeg enige energiebron voor de warmtevraag voorzien. Slechts enkele procenten van alle warmte in dat jaar werd duurzaam geproduceerd. Slechts circa 5% van de totale warmtevraag werd gedekt door restwarmtebenutting. Het is de verwachting dat dit aandeel in de komende jaren fors zal toenemen.

Onder restwarmte valt de restwarmte van industrie en waterzuiveringen, maar ook geothermische bronnen. Deze restwarmte wordt via een warmtenet van producent naar gebruiker gebracht. Dit grootschalige geïsoleerde leidingenstelsel en distributienet levert het hete water van de “bron” en retourneert het afgekoelde water nadat de gebruiker de warmte uit dit water heeft gehaald. Het moge duidelijk zijn dat de warmte uit (conventionele) geothermie ook op deze wijze wordt benut.

Deze vorm van warmtelevering vereist een andere kijk op de markt, omdat de warmte direct beschikbaar is, en niet is ‘opgeslagen’ in gas, elektriciteit of kolen. Het gevolg hiervan is dat de meeste warmtenetten tot nu toe een gesloten systeem betreffen en een lokale markt bedienen. Er is sprake van één warmteproducent en één warmtenet. Indien de warmte-afnemer afhankelijk is van de warmtelevering van het warmtenet, heeft deze veelal geen keuze in warmte-leverancier, wat marktwerking aan de leveringskant (de energieproducent) onmogelijk maakt.

De overheid doet er daarom goed aan bij (de vergunningverlening voor) de aanleg van nieuwe warmtenetten te overwegen er “open” of “communale netten”[3] van te maken. De afnemer kan dan kiezen uit verschillende leveranciers en meerdere producenten – met verschillende vormen van warmteproductie – kunnen warmte op het net brengen. Hiermee is sprake van gezonde concurrentie op het net wat positief werkt op de prijs voor de uiteindelijke klant.

Geothermie en warmtenetten

Geothermie levert warmte die geschikt is voor industrie (proceswarmte), huishoudens en kantoren (ruimteverwarming) en de landbouw (glastuinbouw). Geothermie heeft een belangrijk voordeel: de bron is continu beschikbaar, ongeacht omstandigheden. Dit is echter ook meteen een nadeel: er is ook een continue warmtebron beschikbaar in de zomer. De geothermische bron kan niet uitgeschakeld worden, omdat dit een ‘collapse’ tot gevolg kan hebben. Voor optimale benutting van de bron is grootschalige afname in de zomer (tuinbouw, industrie) of buffering in de ondergrond noodzakelijk.

Het gebruik van een warmtenet en de benutting van het geothermisch potentieel is, door de beperkte transporteerbaarheid van warmte, afhankelijk van de match tussen bovengrondse vraag en het aanbod in de ondergrond. De vraag doet zich vooral voor in concentratiegebieden van de glastuinbouw, warmte vragende industrieën en het stedelijk gebied vanwege de aanwezigheid van bedrijven en woningen. Voor laatstgenoemde geldt dat met name de locaties waar al stadsverwarming aanwezig is aantrekkelijk zijn voor eventuele geothermische bronnen, omdat hier al aan een belangrijke voorwaarde – de afname van de warmte – wordt voldaan. 

Toepassing in de woningbouw

Binnen de woningbouw is een scala aan mogelijkheden voor warmteleverantie mogelijk. De toepassing van geothermie wordt hierbij als zeer logisch, maar ook als nog verder te ontwikkelen beschouwd.

Figuur 1 laat zien dat de meest kansrijke opties voor duurzame verwarming van woningen gebaseerd zijn op aansluiting op een warmtenet (hoge temperatuurverwarming, HTV) of volledige elektrificatie van de warmtevoorziening. Dit plaatje is ook van toepassing op de utiliteitsbouw, waarbij geldt dat de warmtepomp met bodembron wat gunstiger is voor utiliteitsbouw dan voor woningen. Over het algemeen heeft een (collectieve) hoge temperatuur oplossing, met aansluiting op een warmtenet, de laagste investeringskosten en de laagste maatschappelijke kosten.[4]

Figuur 1: Marktrijpheid en bruikbaarheid van de diverse vormen van energie / technieken[5]

Het effect op woningen

De overgang van warmte uit aardgas naar warmte uit een warmtenet vraagt een verandering aan de woning. Zoals uit voorgaande paragraaf blijkt, bestaan er (gesimplificeerd) twee mogelijkheden om de woning te verwarmen (anders dan met aardgas); door middel van hoge-/of midden-temperatuurverming (HTV/MTV) of met lage-temperatuurverwarming (LTV). Figuur 2 laat zien wat het verschil is qua maatschappelijke impact tussen deze toepassingen. In beide toepassingen is ook rekening gehouden met o.a. geothermie (warmtenet). Voor woningen uit de periode voor 1945 wordt LTV (met een all-electric oplossing) “duur en technisch ingewikkeld” beschouwd, voor woningen uit de periode 1945 – 1992 is “inpassing mogelijk, maar duur”[6]. Dit maakt dat voor diverse stadsdelen toepassing van HTV/MTV de beste optie is simpelweg omdat vergaande aanpassing van bestaande panden financieel en maatschappelijk niet mogelijk of wenselijk is.

Figuur 2: Vereiste aanpassingen aan woningen bij toepassing van HTO/MTO versus LTO[7]

Omgang met pieken in de warmte vraag

Een geothermische bron levert een constante hoeveelheid aan warmte. Dit heeft niet alleen een relatie met seizoen-variaties zoals eerder aangegeven, maar ook met de dagelijkse pieken in de warmtevraag in de winter. Om de geothermische bron zo in te richten, dat het deze pieken kan opvangen, is niet realistisch vanuit kostenoogpunt. Wanneer geothermie volledig wordt benut door de warmtebehoefte van woningen, zal deze bron veelal in combinatie met andere warmtebronnen worden gerealiseerd. Dit kan door meerdere bronnen op het eerder benoemde communale net te laten aansluiten, aanvullende bronnen per woning te realiseren óf een aanvullende en constante afname van de warmte toevoegen, en daar de warmtebron en het net op aan te laten sluiten.

Productie van elektriciteit

Ultra Diepe geothermie (UDG, dieper dan 3500 meter) kan industriële processen voorzien van warmte met een hogere temperatuur. Verschillende sectoren zoals de papierindustrie, de voedings- en genotsmiddelenindustrie, de chemie en de glastuinbouw tonen al interesse voor de toepassing van diepe geothermie.

Voor elektriciteitsproductie is het noodzakelijk om op grotere dieptes dan 4 kilometer te opereren. De kennis van de bodem op deze dieptes is schaars en beperkt zich tot enkele specifieke locaties. De verwachting is dat in heel Nederland een mogelijkheid voor UDG is, mits voldoende diep wordt geboord. In de laatste blog komen we hier – onder meer – op terug.

Deze blogpost is geschreven door Rene Vreugdenhil.

[1] Bron: Kamerbrief Warmtevisie, Ministerie van Economische Zaken, kenmerk: DGETM-ED / 15042827, d.d. 2015

[2] Bron: Warmtemonitor 2015, Centraal bureau voor de statistiek

[3] Bij een communaal net beheert een onafhankelijke netbeheerder of exploitant de infrastructuur zoals dat ook op de gas- en elektriciteitsmarkt gebeurt.

[4] “Aansluiten op warmtenetten, handreiking”, AEDES / CE Delft, 19 december 2017; Hoogervorst, 2017

[5] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018 en De Bruin et al., 2018a

[6] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018

[7] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018

 

Molenaarswoningen: oplossing of probleem?

Actualisering aan de hand van recente uitspraak windpark Koningspleij, door Paul Janssen, adviseur duurzame energie bij Pondera

Aanleiding

In Nederland moeten windturbines voldoen aan strenge geluidnormen, vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Deze normen zijn gebaseerd op de hinderbeleving van windturbinegeluid. De norm stelt dat op de gevel van geluidgevoelige objecten (o.a. woningen) een maximaal jaargemiddeld geluidniveau van Lden 47 dB mag optreden. In het afgelopen decennium zien we echter steeds vaker dat direct omwonenden ook initiatiefnemer en mede-eigenaar zijn van een windpark. En omdat de woningen van deze personen meestal relatief dichtbij de windturbines staan, kan niet altijd worden voldaan aan de wettelijke normen. Dat leidt tot een dilemma: de bewoners willen graag dat het windpark er komt en nemen een klein beetje extra geluidhinder voor lief. Tegelijkertijd is dit wettelijk niet zomaar toegestaan: een woning is een geluidsgevoelig object en dus moet voldaan worden aan de norm.

Om dit op te lossen wordt onderscheidt gemaakt naar de status van deze specifieke woningen als een zogenaamde ‘molenaarswoning’ of ‘woning in de sfeer van de inrichting’. Daarmee gelden de wettelijke normen niet meer. Het is een praktijk die gegroeid is vanuit de situatie dat windmolens achter op een boerenerf werden geplaatst. Net zoals er voor de agrariër geen specifieke beschermingsnormen gelden voor geluid of geur van zijn eigen agrarische activiteiten, geldt dat ook voor de effecten van een windturbine voor nabijgelegen woningen van ‘molenaars’. Om dit juridisch te kunnen doen, moet echter wel sprake zijn van een zogenaamde binding met het windpark. Deze binding kan organisatorisch zijn (er is een mede-eigenaarschap of bijvoorbeeld grondeigendom relatie), functioneel (de bewoner van de woning oefent taken uit om het windpark te kunnen laten functioneren) of technisch (de woning is integraal nodig om het windpark te laten functioneren, bijvoorbeeld doordat er een gedeelde oprit of energiemeter is). De laatste is vaak niet aan de orde omdat de windturbine technisch gezien op zichzelf staat en functioneert. Indien twee van de drie bindingen aan de orde zijn, lijkt dit meestal voldoende, zo blijkt uit diverse uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling): ECLI:NL:RVS:2009:BJ7747, ECLI:NL:RVS:2017:3405, ECLI:NL:RVS:2018:141 en ECLI:NL:RVS:2018:616.

Bron: website Koningspleij

Juridische risico’s

Deze constructie is de afgelopen jaren steeds vaker door initiatiefnemers van windenergieprojecten gehanteerd. Niet alleen woningen van mensen die zelf mede-initiatiefnemer en grondeigenaar zijn bij een windpark werden als woning in de sfeer van de inrichting aangemerkt, maar er werden ook afspraken gemaakt met omwonenden die wel financieel delen in het rendement. De eigenaren van deze woningen vervullen een beheerdersfunctie bij het windpark zoals het uitvoeren van toezicht en onderhoud, waarvoor zij een vergoeding ontvangen. Daarbij moet ten alle tijden wel sprake blijven van een ‘goed woon- en leefklimaat’ ter plaatse van deze woningen. In diverse windparken blijkt echter dat ook bij een geluidbelasting van enkele decibellen boven de wettelijke norm voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat. Dit is ook in lijn met de diverse onderzoeken naar geluidhinder waar mensen die meeprofiteren van het windpark daadwerkelijk ook minder hinder ervaren.

In verschillende rechtszaken is deze constructie juridisch aangevochten door andere omwonenden. Deze bewoners stellen dat als gevolg van deze ‘woning in de sfeer van de inrichting’ zij ook meer geluidhinder ervaren, ook al blijft die binnen de geluidnorm, omdat de windturbines nu op plekken kunnen komen te staan waar dit anders niet, of alleen na het nemen van geluidmaatregelen, mogelijk zou zijn. Bovendien stellen zij dat er geen noodzaak bestaat voor deze aanwijzing, omdat de beheerdersfunctie op afstand door specialisten wordt uitgevoerd. Met andere woorden: het windpark kan ook functioneren zonder deze toezichthouders.
Uitspraak Delfzijl Zuid Uitbreiding en Koningspleij
Ook de Afdeling heeft hier al een aantal malen kritisch over geoordeeld, bijvoorbeeld in de uitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding: ECLI:NL:RVS:2018:4180. Kort gezegd stelde de Afdeling dat het aantal woningen in de sfeer van de inrichting dat was aangewezen niet in verhouding stond tot het aantal windturbines. Bovendien was niet aangetoond dat de aangevoerde bindingen reëel en van voldoende betekenis waren. Op 1 april 2020 is hier een uitspraak voor windpark Koningspleij in Arnhem (ECLI:NL:RVS:2020:889) bij gekomen. Waar in de eerdere uitspraak voor windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding vooral het aantal woningen in de sfeer van de inrichting- tot vraagtekens leidde, is de uitspraak voor Koningspleij een stuk diepgaander.

  • In de uitspraak Koningspleij stond ter discussie of een tweetal woningen in de sfeer van de inrichting terecht als zodanig bij het windpark zijn aangemerkt. De Afdeling oordeelt hier dat, ondanks een uitgebreide beheerdersovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de woningeigenaren, niet voldoende deugdelijk is gemotiveerd dat sprake is van een reële binding van voldoende betekenis. Belangrijke argumenten hiervoor zijn dat:
  • De afstand tussen de windturbines en de woningen (200 meter tot 1 km) te groot is om visueel dan wel auditief toezicht te kunnen houden. Bovendien ontbreekt zicht op de (onderste) delen van de windturbines;
  • Er geen rechtstreekse wegverbinding is tussen de woningen en de windturbines, waardoor het niet mogelijk is per motorvoertuig snel ter plaatse te zijn in geval van een calamiteit. De responstijd voor hulpdiensten is vergelijkbaar met de tijd die de toezichthouder nodig heeft om ter plaatse te komen, waarmee er geen meerwaarde meer is;
  • De woningen en toezichtfunctie niet noodzakelijk zijn voor het functioneren van het windpark, omdat continue toezicht op afstand plaatsvindt, vanuit een centrale locatie;
  • Het besluit tot het aanwijzen van de woningen in de sfeer van de inrichting is hiermee vernietigd.

In dit specifieke geval kan het windpark Koningspleij toch gerealiseerd worden omdat een maatwerkvoorschrift voor geluid is vastgesteld door het College van B&W. In dit maatwerkvoorschrift is een hogere geluidnorm ter plaatse van de twee zogenaamde molenaarswoningen vastgelegd. Het Activiteitenbesluit voorziet in deze mogelijkheid, waarbij er wel een strenge motiveringsplicht geldt. In het specifieke geval van windpark Koningspleij is reeds sprake van een relatief hoge geluidbelasting nabij de twee woningen in de sfeer van de inrichting als gevolg van een aanwezige provinciale weg met vier rijstroken en een industrieterrein. De windturbines voegen daaraan relatief zeer beperkt geluidbelasting toe. Zonder dit maatwerkvoorschrift zou echter getoetst moeten worden aan de normen uit het Activiteitenbesluit.

Consequenties van de uitspraak

Uit de uitspraak is duidelijk geworden dat de Afdeling kritisch is ten opzichte van het gebruik van woningen in de sfeer van de inrichting bij windparken. Dit betekent niet dat in alle gevallen deze mogelijkheid uitgesloten moet worden, maar het lijkt er op dat het aantonen van een functionele binding meer vereist dan een overeenkomst tussen initiatiefnemer en woningeigenaar voor het leveren van beheerdersdiensten. Met name het feit of een woningeigenaar ook grondeigenaar en mede-initiatiefnemer van het windpark is, lijkt in dit kader van belang. Immers, indien de grondeigenaar niet meedoet kan het windpark fysiek niet bestaan. Of dit echter voldoende is om de bindingen reëel en van voldoende betekenis te laten zijn, is de vraag.

Er zijn diverse oplossingen te bedenken om windparken te ontwikkelen waar één of enkele woningen in de nabijheid zijn gelegen. Dit vereist echter altijd maatwerk en is locatie specifiek. Een aantal oplossingen wordt hieronder besproken:

  1. Een eerste oplossing is het aankopen en weg bestemmen van een woning waar niet kan worden voldaan aan de geluidnorm. Daarmee vervalt de woonbestemming en is geen sprake meer van een object waar voldaan moet worden aan de norm. Deze oplossing is uiteraard kostbaar, omdat de woning die gekocht wordt tegen woningwaarde vervolgens uit de woningmarkt wordt genomen. Dit leidt daarnaast tot kapitaalvernietiging en aangezien windturbines tijdelijk van aard zijn kan het jammer zijn van de woonlocatie. Het perceel kan uiteraard nog wel voor andere doeleinden worden gebruikt, zolang deze niet geluidgevoelig zijn. Deze oplossing is gekozen in het gerepareerde bestemmingsplan ‘Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding’, dat momenteel in procedure is.
  2. Een andere oplossing kan zijn om aan te tonen dat het aanwijzen van de woning in de sfeer van de inrichting geen consequenties heeft voor andere omwonenden. Een eventuele overschrijding van de grenswaarden ter plaatse van de bedrijfswoningen hebben in dat geval geen gevolgen voor het woon- en leefgenot van overige omwonenden, waarmee de feitelijke grond wegvalt. In dat geval staat het relativiteitsvereiste in de weg en is de derde omwonende geen belanghebbende meer. Dit zal echter in de meeste gevallen lastig zijn, omdat de woningen van derden dan op relatief grote afstand moeten liggen. Dit zou het geval kunnen zijn voor een project waar één woning zich vlakbij het windpark bevindt (binnen de geluidnorm) en anderen op veel grotere afstand.
  3. Een andere mogelijkheid is om, mits uitvoerbaar, aan te tonen dat ook ter plaatse van de woningen in de sfeer van de inrichting, voldaan kan worden aan de normen, waardoor de aanwijzing als woning in de sfeer van de inrichting overbodig is. Dit kan door vergaande mitigerende maatregelen zoals fors terug regelen van de windturbine of door de keuze van een relatief stille windturbine. Uiteraard zijn er grenzen aan deze mogelijkheden, maar enkele decibellen lagere geluidbelasting is haalbaar. Deze maatregelen hebben echter wel gevolgen voor de kWh productie van een project, waardoor een initiatiefnemer goed moet controleren of met deze maatregelen nog wel een financieel gezond project kan worden gerealiseerd.
  4. Er kan om een maatwerkvoorschrift worden gevraagd aan het bevoegd gezag voor de woningen die nu als woning in de sfeer van de inrichting worden aangemerkt. Daarmee kunnen andere geluidnormen worden vastgesteld, waaraan vervolgens getoetst moet worden. Uiteraard met instemming van de eigenaar/bewoner. Deze oplossing is ook voor windpark Koningspleij toegepast. Er zitten echter wel haken en ogen aan deze oplossing. Ten eerste moet het bevoegd gezag bereid zijn deze maatwerkvoorschriften vast te stellen. Dit is een bevoegdheid, maar kan niet door een initiatiefnemer worden afgedwongen. Ten tweede geldt een strenge motiveringsplicht voor het vaststellen van maatwerk. Er moet sprake zijn van bijzondere lokale omstandigheden. Wat dat precies is, is niet vastgelegd in de wet, maar gedacht kan worden aan een al aanwezige fors hogere geluidbelasting door (meerdere) andere geluidbronnen. Bij een industrieterrein, snelweg, scheepvaartroute, spoorlijn of luchthaven biedt dit dus wellicht uitkomst, maar deze omstandigheid is zeker niet zomaar universeel toepasbaar. Ook een (provinciale) structuurvisie waarin bijvoorbeeld gebieden worden aangewezen waar bepaalde cumulatieve geluidwaarden als gevolg van activiteiten aanvaardbaar worden geacht, kunnen een aanknopingspunt bieden. Maar in landelijk gebied, waar veel windparken worden gebouwd, zijn dergelijke aanknopingspunten lang niet altijd aanwezig en is ook de vraag of dit het doel van de wetgever was bij het opnemen van de mogelijkheid tot het vaststellen van een maatwerkvoorschrift. De motivering zal daar zeker lastiger worden.

Conclusie

Het lijkt er op dat het concept van woningen in de sfeer van de inrichting bij windparken deels een halt toegeroepen is door de Raad van State. Het enkele feit dat iemand een vergoeding ontvangt voor het accepteren van een hogere geluidbelasting is niet zoals de wetgever de bescherming van woningen heeft bedoeld. Naar onze mening wil dit niet zeggen dat de mogelijkheid van molenaarswoningen nu helemaal van tafel is, maar de motiveringsplicht wordt strenger. Tegelijkertijd lijkt in gevallen waarbij de eigenaar van de woning ook de initiatiefnemer en grondeigenaar voor het windpark is en er bovendien zelf ook woonachtig is, een woning in de sfeer van de inrichting nog steeds verdedigbaar. Zeker nu in het kader van het klimaatakkoord lokaal eigendom van decentrale duurzame energieproductie een belangrijker onderdeel wordt.

Anderzijds zijn er ook andere oplossingen voorhanden, die voor projecten die nu in de fase van vergunningverlening en besluitvorming verkeren, goed zijn om serieus te overwegen. Daarbij zou per geval moeten worden overwogen of het gebruik van molenaarswoningen wel nodig en gewenst is.

Windpark Fryslan in het nieuws

Windpark Fryslan publiceert elk maand een blog met als doel iedereen mee te nemen met wat er allemaal bij de bouw van een windpark komt kijken. Deel 3 van de reeks treft u onderstaand aan. Hier vertelt Martijn ten Klooster welk aandeel we hebben gehad bij het ontwerp en de vergunningen.

Pondera heeft het project in 2008 geïnitieerd met Ventolines. Vanaf die tijd heeft Pondera samen met Ventolines het ontwikkeltraject uitgevoerd. Hierbij heeft Pondera diverse ontwikkelactiviteiten uitgevoerd zoals haalbaarheidsonderzoeken, ontwerpen, natuuronderzoeken, MER, vergunningaanvragen, omgevingsmanagement.

 

Intrapec opent zonnedak met zonnelied

Een zonnelied om een zonnedak te openen. Hoewel de zon zich nauwelijks liet zien, gebeurde dat vrijdag 28 februari in Spankeren bij het verpakkingsbedrijf Intrapec. De initiatiefnemers Intrapec, Ovento en Pondera hadden zo’n 60 relaties en vrienden uitgenodigd om gezamenlijk de opening van hun zonnedak met ruim 1.500 panelen met een vermogen van bijna 0,5 MW. Hiermee kan de Intrapec Groep met gemak in haar eigen stroomverbruik voorzien. Omgerekend naar huishoudens levert het dak genoeg stroom voor 130 huishoudens.

Directeur Paul de Lange van de Intrapec Groep toonde zich trots en verheugd over het resultaat en riep alle dak eigenaren op om hetzelfde te doen. “Het is goed voor het klimaat en het levert ook nog rendement op.” aldus De Lange. Albert Ploeg liet de aanwezigen zien dat het traject om tot dit resultaat te komen niet eenvoudig was en liet zien dat vele partijen bij een project als dit betrokken zijn. Na de officiële opening lieten de trotse eigenaren de aanwezigen het dak en de elektrische installatie zien. Ook wethouder Dorus Klomberg van de gemeente Rheden, die duurzame energie in zijn portefeuille heeft, toonde zich na afloop verheugd. “Ik ben blij dat er ondernemers zijn die dergelijke initiatieven nemen. Er liggen genoeg daken onbenut. Hier wordt aangetoond dat het mogelijk is om het nuttig in te zetten.”