De energietransitie: een mondiale opgave die vraagt om een lokale energievisie [BLOG]

Klimaatverandering staat sinds enige jaren hoog op de wereldwijde politieke agenda. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn bij internationale bijeenkomsten als de klimaattop van eind 2015 in Parijs mondiale afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten er voor zorgen dat de globale temperatuurstijging onder een limiet van 2 °C blijft ten opzichte van het niveau van 1990. Aan deze afspraken zijn ambitieuze doelstellingen verbonden op het gebied van duurzame energieproductie. Naast de klimaatverandering vraagt ook het opraken van fossiele brandstoffen om een verandering in de wijze van opwek en gebruik van energie. Deze ‘energietransitie’ vraagt om een verandering in het energielandschap en in de manier waarop iedereen energie gebruikt. De in 2015 afgesproken landelijke doelstellingen hebben hun doorwerking op regionale overheden zoals provincies en gemeenten. In provinciale- en gemeentelijke beleidsstukken wordt op eigen initiatief veelvoudig het streven naar energieneutraliteit benoemd. Hier is doorgaans door betreffende lokale overheid ook een jaartal aan gekoppeld. Om dit te bereiken hebben gemeenten doelstellingen opgesteld die erop toezien dat het aandeel duurzaam geproduceerde energie toeneemt.

Het behalen van klimaat- en energiedoelstellingen is niet alleen een kwestie van het realiseren van duurzame energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Het vraagt een maatschappelijke en technische verandering van de manier waarop gebruik wordt gemaakt van energie. Hierbij kan naast duurzame opwekking gedacht worden aan energiebesparing, het gebruik van restwarmte uit fabrieken om huizen te verwarmen en het opslaan van energie op momenten dat er een overproductie is van bijvoorbeeld zonne-energie.

Ondanks het feit dat het verduurzamen van de elektriciteitsproductie maar een deel is van de invulling van energieneutraliteit, is voor duurzame energiebronnen, en met name de manier waarop deze een plek moeten krijgen in een gemeente, veel ruimte gereserveerd in beleidsstukken. Is dat vreemd? Eigenlijk niet, als je je hier een reële voorstelling bij maakt. In tegenstelling tot zaken als maatschappelijke bewustwording, energiebesparing en elektrische warmtepompen, hebben duurzame elektriciteitsbronnen als wind- en zonne-energie een grote ruimtelijke weerslag. Deze effecten laten zich vooral op lokaal niveau zien. Het is dus niet zo gek dat hier in beleidsstukken veel aandacht aan wordt besteed.

Windturbines en zonneparken hebben, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen en traditionele energiecentrales, een significante impact op de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Ook hebben deze duurzame energiebronnen relatief meer inpassingsruimte nodig dan energiebronnen op basis van fossiele brandstoffen. De zichtbaarheid en ruimtevraag van windturbines en zonneparken maken de inpassing van deze duurzame energiebronnen tot een complex planologisch vraagstuk. Een vraagstuk waarvoor een centrale rol is weggelegd voor lokale overheden.

Een deel van de doelen zijn te behalen door daken te bedekken met zonnepanelen, maar om daadwerkelijk doelstellingen te behalen dienen ook de mogelijkheden voor grootschalige duurzame energieopwekking in het buitengebied verkend te worden. Weliswaar kan ook biomassa en wellicht geothermie een rol spelen, vooral bij het opwekken van duurzame warmte, echter de ontwikkeling van deze energiebronnen is voor gemeenten veel minder beïnvloedbaar. Aanleg van geothermieputten, stadsverwarmingsnetten, de bouw van vergistingsinstallaties of het genereren van substantiële biomassastromen gaat de (financiële)  mogelijkheden van gemeenten veelal te boven. Op dit moment zijn vooral zonne-energie en windenergie de technieken die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van een gemeente of provincie. Maar op welke van deze twee wordt ingezet? Of is en een combinatie van beide technieken gewenst binnen een gemeente? Welk gebied is geschikt voor windturbines en welke gebieden lenen zich juist meer voor zonneparken? Dit zijn vragen die in een energievisie moeten worden beantwoord aan de hand van energieopbrengst, milieueffecten en de ruimtelijke impact van de energiebronnen op de omgeving. Het rendement van windturbines is hoger dan zonneparken. Een moderne windturbine staat gelijk aan bijna 10 hectare aan zonnepanelen. Zonneparken kennen dus een groter ruimtebeslag. Hier staat tegenover dat windturbines meer milieueffecten hebben. Denk hierbij aan de effecten geluid en slagschaduw.

Met technieken als GIS en andere visuele instrumenten zijn de middelen voorhanden om deze belangenafweging op lokaal niveau te doen. Uiteraard kunnen partijen ook gewoon rondom een papieren kaart gaan staan en met maquettes en vilstift verkennen welke gebieden binnen de gemeente geschikt zijn voor welke vorm van grootschalige duurzame energieopwekking. Dit zal resulteren in interactieve sessies met stakeholders die input leveren voor een gemeentelijke energievisie.

Dankzij de structurele financiële stimulering van de rijksoverheid (subsidie duurzame energieproductie, SDE(+)), en het steeds goedkoper worden van zonnepanelen en windturbines. neemt het aantal initiatieven in de wind- en zonne-energie toe. Gemeenten worden de laatste jaren overspoeld met verzoeken om planologische medewerking bij de realisatie van zonneparken. Deze grondgebonden zonneparken kunnen kleinschalig zijn (enkele voetbalvelden), maar ook parken ter grootte van circuitpark Zandvoort (honderden voetbalvelden) zijn geen uitzondering. Gemeenten merken dat, om initiatieven duidelijk en consequent te kunnen behandelen, nieuw ruimtelijk beleid nodig is. Ook is het voor de gemeenten belangrijk om te weten hoeveel zonneparken en windturbines er nodig zijn in hun gemeente om vastgestelde doelstellingen te kunnen behalen. Door beleid op te stellen in de vorm van een energievisie ontstaat voor zowel de gemeente als voor initiatiefnemers duidelijkheid over de mogelijkheden voor en invulling van grootschalige duurzame energieprojecten in een gemeente. Met deze reden zijn veel gemeenten op dit moment bezig met het vaststellen van een energievisie of energieverkenning, om uiteindelijk de energietransitie in goede banen te leiden.

De opkomst van de energievisie op lokaal bestuurlijk niveau zie ik als positieve ontwikkeling in de energietransitie. Hiermee nemen gemeenten de regie in handen en zorgen ze ervoor dat de energietransitie ze niet overvalt, maar op de juiste manier wordt vertaald naar concrete projecten die binnen een gemeente passen. Met de regie in handen nemen bedoel ik dan niet enkel het zetten van een stip aan de horizon, maar ook samen met inwoners en belangengroepen het verhaal en de weg daar naartoe bepalen. Hierbij is het van belang inwoners de urgentie van de energietransitie duidelijk te maken. Vervolgens kunnen doelstellingen op het gebied van duurzame energie worden gekoppeld aan manieren van duurzame opwekking die binnen de gemeentegrenzen mogelijk zijn. Wanneer inwoners op deze manier worden betrokken bij het opstellen van ruimtelijk beleid voor duurzame energie, wordt de publieke opinie over duurzame energieprojecten als wind en zon positiever. Het verhaal is dan niet meer dat een ontwikkelaar ‘van buiten’ een duurzaam wind- of zonne-energie project wil realiseren. Een wind- of zonnepark is dan een project dat past binnen het verhaal (visie) van een gemeente waarmee wordt gezorgd dat gezamenlijk vastgestelde doelen worden behaald.

Uiteindelijk zal in de komende jaren een duurzame ‘energiemix’ ontstaan. Een energielandschap waar verschillende vormen van grootschalige en kleinschalige duurzame energieproductie worden gecombineerd, om aan de energievraag te voldoen. Deze energiemix zal er per gemeente anders uitzien, afhankelijk van gebiedspecifieke kenmerken die zijn verstaald naar sturende energievisies.

Uiteraard zijn er verschillende manieren om invulling te geven aan een gemeentelijke energievisie. Naast gebieden aanwijzen voor duurzame energiebronnen kan in een energievisie bijvoorbeeld ook staan hoe een gemeente wil inzetten op energiebesparing. Als Pondera Consult hebben wij de ambitie lokale overheden te helpen bij het opstellen van ruimtelijk beleid op het gebied van duurzame energie. Vragen naar aanleiding van deze blog over ruimtelijk beleid voor duurzame energie zijn uiteraard van harte welkom.

The following two tabs change content below.
Jan Willem Broersma
Op deze pagina vindt u blogposts van mijn hand. Mijn naam is Jan-Willem Broersma en ik ben sinds 2016 werkzaam bij Pondera Consult als adviseur duurzame energie. In mijn werk ligt de focus op ruimtelijke procedures en vergunningen. Van origine ben ik planoloog en heb daarom een fascinatie voor projecten die een impact hebben op de fysieke leefomgeving. Duurzame energieprojecten als wind- en zonneparken zijn hier een goed voorbeeld van. Middels blogposts op deze pagina laat ik mijn licht schijnen op actualiteiten en trends op het gebied van duurzame energie die een raakvlak hebben met planologie en vergunningen.