Lastig die windturbines!

Geen enkel windproject in Nederland is bezwarenvrij. Er is altijd wel iemand die tegen de komst van een windpark is. Toch wordt het ene windpark gebouwd en de andere niet. Hoe komt dat?

4 hoofdredenen

Uit de dagelijkse praktijk, waarbij vele tientallen windprojecten mij van werk voorzien, destilleer ik vier hoofdredenen waarom windparken de test der kritiek doorstaan en sommige niet. Dit zijn de volgende:

  1. Het windproject moet volwassen zijn;
  2. Het windproject moet technisch, planologisch en financieel realiseerbaar zijn;
  3. Het windproject moet voldoende draagvlak hebben en
  4. Het windproject moet het ‘momentum’ hebben.

Volwassen

Ik krijg projectideeën onder ogen die slechts bestaan uit de beschikbaarheid van enkele percelen. Dit kan in potentie een prima windproject worden, echter alleen grond ter beschikking hebben maakt een project nog verre van volwassen.

VolwassenWil het project een kans van slagen hebben, dan is het vereist om volwassen te worden. Je weet dan wat de technische en planologische mogelijkheden zijn van de locatie, hoe er door omwonenden tegenaan gekeken wordt en hoe het project politiek/bestuurlijk ligt. Weet je dit niet, dan is je project nog niet volwassen en is de kans op succes laag. Er zijn vele windprojecten die (nog) niet gerealiseerd zijn, omdat het stadium waarin het project zich bevindt, nog te juveniel is.

Realiseerbaar

Een tweede hoofdreden is dat het project moet voldoen aan de geldende regels. Dus niet te dichtbij woningen, op gepaste afstand van leidingen, etc. Ook technisch gezien moet het project realiseerbaar zijn. Zo dient de locatie voldoende bereikbaar te zijn voor groot transport en is er ruimte nodig voor een bouwkraan. Naast deze (milieu)technische en planologische eisen, zal het project ook financieel uitvoerbaar dienen te zijn. Een windpark kan alleen gebouwd worden, indien er voldoende financiële middelen zijn. Deze worden vaak extern gevonden. Alleen sommige (grote) bedrijven financieren een windpark zelf (op de balans). De meeste windparken die in de publiciteit komen, zijn realiseerbaar en volwassen, omdat de initiatiefnemer van het windpark er over het algemeen voor kiest pas ook dan naar buiten te treden.

Draagvlak

In Nederland dienen veel meer windturbines geplaatst te worden dan dat er nu staan om klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Een vereiste daarvoor is dat de projecten voldoende volwassen en realiseerbaar zijn, maar ook draagvlak is van bijzonder belang. Het ontbreken van draagvlak is namelijk de belangrijkste reden waarom (volwassen en realiseerbare) windprojecten stranden. Onder draagvlak versta ik de bereidheid van omwonenden om het windpark te accepteren in hun omgeving en dat er een meerderheid in de (gemeentelijke of provinciale) politiek is voor het park. Overigens zijn deze twee aspecten van draagvlak erg met elkaar verweven. Niet zelden is de politiek pas tegen, indien omwonenden zich kritisch uiten over het windproject.

DraagvlakEen paar voorbeelden uit de praktijk. Het plan voor een windpark in het noorden van Nijmegen is bijna unaniem aangenomen door de gemeenteraad, met vaak het argument dat het een project betreft dat de burger zelf wil. Het windpark wordt ontwikkeld en later geëxploiteerd door burgers. Een ander voorbeeld is windpark Den Tol in de Achterhoek. Ook hier is het bestemmingsplan dat de turbines bestemt met meerderheid van de gemeenteraad aangenomen. Doordat de groep omwonenden zelf het windpark ontwikkelt, gesteund door jarenlang consistent beleid van de gemeente om windturbines in het gebied te plaatsen, is er voldoende draagvlak ontstaan voor het windproject. In beide windprojecten is het overigens niet zo dat iedereen er enthousiast over is. Bij beide projecten zijn er bewoners uit de nabijheid van het windpark die de turbines liever niet zien komen. Ik ken echter geen enkel windproject in Nederland waar iederéén staat te springen om de komst van windturbines. Maar het draagvlak van beide genoemde projecten was voldoende om het project door de politiek omarmd te krijgen.

Momentum

Momentum, wat is dat? Ik kan dat het best uitleggen aan de hand van het oude, maar nog steeds bruikbare stromenmodel (of vuilnisvatmodel) van Cohen, March en Olsen (A garbage can model of organizational choice, 1972). Dit model is gebaseerd op de waarneming dat de aandacht van betrokkenen steeds verspreid wordt over allerlei verschillende zaken. Er is niet één punt waar een probleem aan de orde wordt gesteld. Ook is er niet één punt waar men zich wijdt aan de selectie en waardering van alternatieven of één groep mensen die zich daarmee bezighoudt. De besluitvorming is het resultaat van de samenloop van drie relatief onafhankelijke stromen:

  • de stroom van problemen,
  • de stroom van oplossingen en
  • de stroom van keuzemomenten en beslissers.

Wanneer deze stromen bij elkaar komen, pas dan kan er een besluit genomen worden en dat moment noem ik het momentum (Kingdon noemt dit een: ‘policy window’ in Agenda’s, alternatives and public policies, 1984). Als voorbeeld, en zonder compleet te willen zijn, neem ik het windproject in Nijmegen. De stroom van problemen bestaat uit een in 2012 bij de Raad van State gestrand windproject, een klimaatprobleem en uitdagend gemeentelijk klimaatdoel en een afhankelijke positie van landen met fossiele energiebronnen zoals Rusland. De stroom van oplossingen bestaat uit een burgerinitiatief om het gestrande windproject opnieuw te ontwikkelen, een windpark dat de klimaatdoelstelling van de gemeente Nijmegen dichterbij brengt en Nijmegen of Nederland minder afhankelijk maakt van landen als Rusland. De stroom van keuzemomenten en beslissers bestaat uit het bestaan van klimaatambities van de gemeente Nijmegen, van een nieuwe raad en college die een jarenlang dossier kan sluiten en beloften uit hun verkiezingsprogramma’s kunnen inlossen. In de volgende figuur zijn de drie stromen gevisualiseerd.

Vonk

Bron: Vonk Noordegraaf e.a., Road Pricing Policy Adoption: a Case Study of Rush Hour Avoidance, 2011

In Nijmegen zijn de drie stromen bij elkaar gekomen, is er dus een momentum waarop is gekozen om de windturbines langs de A15 in Nijmegen mogelijk te maken.

Tot slot

Is het succes van gerealiseerde projecten nu te duiden door middel van de vier genoemde factoren? Ik denk het wel, maar daarmee kan een fatalistisch beeld ontstaan: je hebt als ontwikkelende partij niet alles zelf in de hand. Het momentum wordt namelijk bepaald door de samenkomst van stromen die zich min of meer onafhankelijk bewegen. Dat is volgens mij de reden waarom een windproject gemiddeld 7 jaar duurt vanaf idee tot realisatie. Wat heb je wel zelf in de hand? Juist, maak je project volwassen(er), realiseerbaar(der) en werk expliciet aan meer draagvlak. Daarna steekt die wind in de rug ongetwijfeld vanzelf wel een keer op.

Geplande windturbines in Nijmegen_Pondera Consult
De geplande windturbines in Nijmegen – Pondera Consult

 

Hoezo draagvlak voor windenergie?

In een politiek debat over windenergie valt het begrip altijd wel een paar keer, zowel lokaal, provinciaal als landelijk. Zo ook de twee weken geleden weer in de Tweede Kamer toen het Energieakkoord centraal stond. “Er is geen draagvlak voor het project in Drenthe”, “er is wel draagvlak voor een project langs de Afsluitdijk” of zelfs “er is geen draagvlak voor windenergie.” Draagvlak lijkt in de politiek een containerbegrip te worden dat te pas en soms te onpas gebruikt wordt. Hoe zit het nu? Een poging om het begrip in een neutraler perspectief te plaatsen.

Er is draagvlak voor windenergie

campina
Bron: pak vanillevla Campina/Melkunie

De eerste boodschap is duidelijk: er is draagvlak voor windenergie. De studies hierover laten al jaren een consequente steun zien voor windenergie. De percentages verschillen wel, maar als je van conservatieve getallen uitgaat, kun je stellen dat zeker 80% van de bevolking achter windenergie staat (bijvoorbeeld I&O Research, 2014). Windenergie heeft bij het merendeel van de bevolking ook een positieve uitstraling. Reclamemakers weten dit al jaren, getuige het veelvuldige gebruik van windturbines in reclames. Of het nu gaat om hagelslagpakken of zuivelreclame. We weten ook dat jongeren windenergie meer en sneller ondersteunen dan ouderen. Politici lijken dit veel te weinig als uitgangspunt voor het debat te nemen.

Maar not in my backyard

Waarom dan toch zoveel discussie? Er is natuurlijk wel iets aan de hand. Als steeds duidelijker wordt dat een windproject op een bepaalde locatie komt, ontstaat vaak beroering in de regio: het bekende not in my backyard fenomeen. Moderne windturbines hebben alleen al gezien hun omvang een behoorlijke uitstraling naar hun omgeving. Vaak is er ook sprake van angst voor geluidoverlast, slagschaduwhinder en woningwaardedaling. Het begrip not in my backyard klinkt wellicht wat klagerig, maar zo is het niet bedoeld: het is de kern van het probleem. Als een windproject dichterbij komt in de tijd of daadwerkelijk bij iemand in de buurt , beginnen de mensen na te denken en kan een positieve grondhouding omslaan in een meer negatieve houding. En dan komt het op bestuurders, initiatiefnemers en politici aan om met de omgeving in gesprek te gaan.

Ieder zijn rol

Politici en bestuurders zouden het volgende kunnen doen om het omslaan van de positieve grondhouding in een meer negatieve houding te voorkomen:

  1. Uitleggen waarom we (minimaal tijdelijk) windenergie nodig hebben (nut en noodzaak);
  2. Uitleggen waarom op een bepaalde plek windturbines dienen te verschijnen ende belangenafweging daarbij;
  3. Garanderen dat er zo zorgvuldig mogelijk wordt omgegaan met lokale belangen en dat netjes aan de regels voldaan wordt.

Initiatiefnemers zouden op hun beurt:

  1. Vroegtijdig actief in contact moeten treden met omwonenden en belangengroepen;
  2. Redelijke regelingen uitwerken met de omgeving, zodat de lusten met hen worden gedeeld (zoals bijvoorbeeld een gebiedsfonds).

Het is op zich niet zo moeilijk, zo lijkt het. Toch lopen in de praktijk alle voornoemde aspecten door elkaar in de tijd tijdens politieke debatten en informatieavonden. Dat maakt het voor burgers vaak onbegrijpelijk.

En gun het wat tijd

Politici spelen een belangrijkere rol dan ze zelf soms beseffen: in positieve, maar ook negatieve zin. Het zou daarbij mooi zijn als politici zich zouden richten op – of zich beperken tot – hun eigen rol. En vervolgens zouden de initiatiefnemers met de omgeving en de inmiddels professionele belangengroepen fatsoenlijke gebieds- en omgevingsregelingen moeten uitwerken. Dit conform gedragscodes zoals uitgewerkt door onder meer NWEA en de Nederlandse Vereniging voor Omwonenden (NLVOW). Resultaat zou moeten zijn dat er serieus gewerkt wordt aan lokale en redelijke inpassing van het windproject. Natuurlijk moeten politici ook de voortgang van deze laatste processen bewaken en bijsturen als het mis gaat. Toch gaat het ook tijd kosten om best practises te ontwikkelen en met elkaar te delen. Enig geduld is geboden.

Wil u een mail ontvangen wanneer er weer een nieuwe Blogpost is gepubliceerd op onze website? Op onze Blogpagina kunt u zich abonneren voor de Pondera blog.