SDE+ 2019 – Wat is er veranderd? (Blog)

Noteer in uw agenda: op 12 maart wordt de voorjaarsronde van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) geopend. Zoals elk jaar past de Minister van EZK de regeling op een aantal punten aan. In deze blog benoemen we op welke punten de regeling voor zonne- en windenergie verschilt ten opzichte van de SDE+ 2018. Verder kijken we vooruit naar de SDE++, de regeling die de SDE+ vanaf 2020 gaat opvolgen.

Algemeen

De voorjaarsronde 2019 wordt op de volgende momenten opengesteld:

  • Fase 1: 12 maart om 9:00 (sluit bij opening fase 2)
  • Fase 2: 18 maart om 17:00 (sluit bij opening fase 3)
  • Fase 3: 25 maart om 17:00. Deze ronde sluit op 4 april om 17:00.

De openstellingsmomenten van de najaarsronde worden later besloten, maar de fases zullen naar verwachting in de maand oktober open gaan.
De budgetten per ronde worden verlaagd van € 6 miljard in 2018 naar € 5 miljard in 2019. De totale subsidiepot in 2019 bevat dus geen € 12 miljard maar € 10 miljard. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft Eric Wiebes dat dit bedrag lager is dan 2018 “vanwege de scherpere verhouding tussen potentiële projecten en beschikbaar verplichtingenbudget.” Mogelijk komt dit door de scherpe daling in toegekende subsidies in de voorjaarsronde van 2018. In de najaarsronde van 2018 is voor € 7,7 miljard aangevraagd. Het is nog niet bekend hoeveel subsidie zal worden toegekend.

Grafiek van het budget voor de SDE in 2019
Bron: Wiebes, E. (2018, 13 september). Resultaten SDE+ voorjaarsronde en toezeggingen AO Energie & Klimaat [Kamerbrief]

Wind

  • De subsidiecategorieën voor windenergie zijn opgedeeld in jaarlijks gemiddelde windsnelheden. In 2019 komt daar een vijfde categorie bij: de categorie met windsnelheden tot 7 m/s was te grofmazig en is opgesplitst in een categorie van 6,75 tot 7 m/s en een categorie tot 6,75 m/s.
  • De basisbedragen voor windenergie veranderen over het algemeen weinig ten opzichte van de najaarsronde 2018. Het gaat om verschillen in de orde grootte van 0,1 ct/kWh.  Wat opvalt is dat de basisbedragen hoger zijn dan de adviezen die Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor de SDE+ 2019 had afgegeven.
  • De twee categorieën met windsnelheden lager dan 7 m/s worden het meest gecorrigeerd, met een afname van 0,2 ct/kWh in de categorie tot 6,75 m/s en een afname van 0,6 ct/kWh in de categorie van 6,75 tot 7 m/s. Voor wind op waterkering en wind in meer gaan de basisbedragen zelfs iets omhoog, met een orde grootte 0,1 ct/kWh.
  • Het voorlopige correctiebedrag is verhoogd van 3,2 naar 3,9 ct/kWh.
  • De definitie van ‘wind op primaire waterkering’ wordt uitgebreid met de harde of zachte zeewering van de Tweede Maasvlakte.
  • In de Tweede Kamerbrief benoemt Wiebes expliciet dat hij kleinere windturbines met een maximale ashoogte van 60 meter ook de ruimte wil geven voor SDE subsidie, zodat burgerinitiatieven meer ruimte krijgen. De subsidiebedragen zijn echter niet anders dan die voor overige windturbines. Met deze opmerking lijkt Wiebes voor te sorteren op een regeling voor kleine windturbines in het Klimaatakkoord.
  • Vanaf 2020 is KNMI-winddata het uitgangspunt bij de bepaling van het basisbedrag. Momenteel vindt de indeling van windprojecten in categorieën plaats op basis van de gemeentelijke indeling. De nieuwe methode voorkomt dat er bij projecten op gemeentegrenzen grote verschillen ontstaan in basisbedragen.
Tabel met SDE bedragen wind 2019
Bron: Wiebes, E. (2018, 21 december). Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) 2019 [Kamerbrief]

Zon-PV

  • Grofweg gaan de basisbedragen 0,5 ct/kWh omlaag voor zowel de PV-systemen kleiner dan 1 MWp als groter dan 1 MWp.
  • Omdat de overheid terughoudend wil zijn in het gebruik van zonnepanelen op productieve landbouwgrond, wil ze dakgebonden PV-systemen meer stimuleren dan veldsystemen. In de SDE+ 2019 wordt de categorie van PV-systemen groter dan 1 MWp in tweeën gesplitst: dakgebonden systemen en veld- en watersystemen.
  • De realisatietijd van veld- en watersystemen wordt verruimd van 3 naar 4 jaar, vanwege de langere tijd die nodig is voor netaansluiting.
  • Er wordt een nieuwe categorie met zonvolgende systemen toegevoegd. Dit zijn systemen met zonnepanelen die met de stand van de zon meedraaien. Voor zonvolgende systemen wordt hetzelfde basisbedrag gehanteerd als voor reguliere veldopstellingen, maar worden 240 vollasturen meer vergoed, namelijk 1190 uur/jaar ten opzichte van 950 uur/jaar.
  • De voorlopige correctiebedragen zijn gestegen met 0,3 ct/kWh (netlevering) en 0,6 ct/kWh (niet-netlevering)
Tabel met SDE bedragen zon 2019
Bron: Wiebes, E. (2018, 21 december). Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) 2019 [Kamerbrief]

SDE++ (vanaf 2020)

De SDE+ 2019 zal de laatste subsidieregeling in deze vorm zijn, want vanaf 2020 wordt deze vervangen door de SDE++ regeling. Dit is het instrument om het doel van 49% emissiereductie in 2030 te verwezenlijken.

De SDE++ blijft een exploitatiesubsidie die zich richt op het subsidiëren van de ‘onrendabele top’ van klimaatvriendelijke technieken. De SDE++ wordt een verbreding op de SDE+, waarbij verschillende technieken gaan concurreren op vermeden CO2 in plaats van energieopbrengst. Dit geldt ook voor andere broeikasgassen dan CO2.  Voorbeelden van andere technieken zijn de productie van duurzame warmte, of CO2-opslag. Overige technieken kunnen aan de regeling worden toegevoegd wanneer deze marktrijp worden.
Naar verwachting wordt de definitieve SDE++ in het najaar van 2019 bekend gemaakt.

Heeft u behoefte aan ondersteuning bij uw SDE+ aanvraag? Wij helpen u graag. Neem contact op via energie@ponderaconsult.com.

Pondera onderzoekt energietrends Overijssel

AtelierOverijssel en het Trendbureau Overijssel voeren gezamenlijk een toekomstverkenning uit van het Overijsselse landschap in 2050. Pondera Consult is gevraagd om in dit kader de ontwikkeling van energietrends te onderzoeken en hiervoor een onderbouwing te schrijven. Het onderzoek is gebaseerd op vier verschillende toekomstscenario’s, die zijn opgesteld door AtelierOverijssel en het Trendbureau.

Deze scenario’s schetsen verschillende ‘ontwikkelpaden’ tot 2050 voor de provincie Overijssel met betrekking tot onder andere economie, cultuur, mobiliteit, wonen, natuur en het landschap. Uiteraard is de energietransitie een belangrijk onderdeel van ieder scenario; hoe zal onze energievoorziening zich (moeten) ontwikkelen om CO2-neutraal te worden, en welk effect heeft dit op het landschap in de Provincie Overijssel?

zonnepanelen

In het onderzoek van Pondera worden berekeningen en schattingen gemaakt van de effecten van ieder scenario op de ontwikkeling van energiebehoefte en -verbruik in de provincie Overijssel. Vervolgens wordt aan de hand van de ontwikkelpaden in de scenario’s de energiemix ingevuld. Uiteindelijk wordt beschreven wat de omvang van de opgave per scenario is om een CO2-neutrale energievoorziening te realiseren in het Overijsselse landschap van 2050.

Benieuwd naar de uitkomsten van de toekomstverkenning over het landschap in 2050? Graag verwijzen we naar het Trendbureau Overijssel voor meer informatie. Zodra het onderzoek is voltooid zal dat hier te vinden zijn. Hier zijn ook andere toekomstverkenningen te vinden over uiteenlopende thema’s.

Meer duurzame energie met minder kabels, kan dat?

Bij de ontwikkeling van een nieuw wind- of zonnepark is de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk een belangrijk onderdeel van het project. De realisatie van een aansluiting is onder de “Netcode Elektriciteit” een verplichting voor de Nederlandse netbeheerder. Het klinkt simpel, maar doordat er veel nieuwe aansluitingen aangevraagd worden is het voor de netbeheerders geen makkelijke opgave. In de praktijk is momenteel te merken dat in sommige gebieden van Nederland een nieuwe aansluiting niet mogelijk is of erg lang op zich laat wachten.

Voor de projecten die hiermee te maken hebben is deze vertraging natuurlijk erg vervelend, maar dit daagt initiatiefnemers ook uit om slim na te denken over de aansluiting voor nieuwe duurzame energieprojecten.  In deze blog verkennen we wat er mogelijk is om je project aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk.

Aansluiting van meerdere installaties

Niet alleen de mogelijk lange wachttijd, maar ook de kosten van deze aansluiting van windturbines of een zonnepark op het elektriciteitsnetwerk zijn vaak een substantieel onderdeel van het project. Vooral in het geval van zonneparken is het aanleggen van lange kabels moeilijk te dragen door de businesscase. De kosten voor een aansluiting kunnen namelijk behoorlijk oplopen wanneer de afstand tot een regelstation groter wordt. Door gebruik te maken van een bestaande aansluiting of een nieuwe aansluiting te combineren (ook wel bekend als cable pooling) kunnen veel kosten bespaard worden. Ook kan het gecombineerd gebruiken van een aansluiting projecten mogelijk maken die anders flink worden vertraagd, of zelfs helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Een goed voorbeeld is het combineren van wind- en zonne-energie, maar het combineren van andere technieken van productie en verbruik is natuurlijk ook mogelijk. Het gecombineerd gebruiken van de aansluiting kan een erg interessante optie zijn, doordat de technieken globaal gezien elkaar heel goed aanvullen. Hoe zit dat eigenlijk? De opbrengst van de zonnepanelen komt voornamelijk uit de zomermaanden,  maar de opbrengst van de windturbines vindt juist grotendeels in de wintermaanden plaats (zie afbeelding).

Energieopbrengst zon en wind per maandUiteindelijk komt het erop neer dat in circa 2 tot 3% van de tijd er tegelijk wind- en zonne-energie geproduceerd zal worden op het volledige vermogen. Hierdoor is het technisch gezien goed mogelijk om een zonnepark dichtbij een bestaande windturbine te plaatsen zonder dat de aansluiting moet worden vergroot. Bij een nieuwe aansluiting kunnen er kosten worden bespaard door de aansluiting te combineren.. In sommige gevallen zal een van de installaties beperkt moeten worden om te voorkomen dat de aansluiting overbelast wordt, maar dit kan ruimschoots gecompenseerd worden door de kostenbesparing op de netaansluiting. Daarnaast levert dit maatschappelijk gezien een meerwaarde op door een stabielere energievoorziening, een betere benutting van de beschikbare capaciteit en door minder hoge kosten als het gaat om het aanleggen van meerdere kabels en netverzwaring.

Het combineren van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie op dezelfde aansluiting achter de elektriciteitsmeter kan nadat de elektriciteitsoutput van beide installaties op hetzelfde spanningsniveau gebracht zijn. Beide installaties krijgen een eigen brutoproductiemeter en met bijhorende EAN-code. Hierdoor worden in elk geval de Garanties van Oorsprong (GvO) en SDE+ subsidie per productie-installatie uitgekeerd en verrekend. Na de meter delen beide installaties dezelfde kabel richting het distributie- of transmissienet. Hoeveel vermogen er precies bij elkaar aangesloten kan worden is afhankelijk van de situatie.

Meerdere leveranciers op een aansluiting (MLOEA)

Technisch gezien kunnen meerdere functies (bijvoorbeeld zon en wind) dus prima gebruik maken van dezelfde aansluiting. Er moeten echter ook de nodige administratieve acties worden ondernomen, met name om goede PPA’s (stroomcontracten) af te kunnen sluiten.

Bij gecombineerd gebruik van een netaansluiting is namelijk de fysieke elektriciteit die door het net wordt opgenomen (of geleverd) een optelsom van productie-installaties. Dit maakt het correct verrekenen (en met name het voorspellen) van deze elektriciteit voor de leverancier erg lastig. Het is namelijk voor een leverancier op basis van de reguliere meetdata niet zichtbaar welke kWh afkomstig zijn van de windturbine en welke kWh van het zonnepark.

Op 24 maart 2018 is een Codebesluit in werking getreden die ‘Meerdere leveranciers op een aansluiting’ (MLOEA) mogelijk maakt door middel van zogeheten secundaire allocatiepunten. Dit houdt in feite in dat het administratief mogelijk is om voor verschillende installaties de bijbehorende elektriciteitsproductie apart aan een leverancier toe kunnen te wijzen én te contracteren. Deze allocatiepunten zijn in feite extra meetpunten die bij een netbeheerder aangevraagd kunnen worden.

“Technisch gezien kunnen zon en wind prima gebruik maken van dezelfde aansluiting.”

Hiermee kan niet alleen de windenergie apart van de zonne-energie worden afgerekend, al dan niet door dezelfde leverancier, maar kunnen bijvoorbeeld ook een verbruiker en een producent die gebruik maken van dezelfde aansluiting van elkaar gescheiden worden. Dit maakt het mogelijk om bestaande aansluitingen van bijvoorbeeld grote verbruikers te benutten om met een eigen PPA duurzame energie terug te leveren. Voor de gebruikers van de aansluiting kan dit resulteren in een gunstigere PPA.

Heeft u vragen over het gecombineerd gebruiken van een nieuwe of bestaande aansluiting? Of bent u benieuwd of een gecombineerde aansluiting voor uw project interessant is en welke (contractuele) zaken hier bij komen kijken? Neem dan contact op Jorden Hoogeveen of Steven Geujen, wij helpen u graag verder.

President Trump en zijn impact op duurzame energie [blog]

Of je de verkiezingsuitslag bejubelt of betreurt, het is duidelijk dat de koers van een aantal internationale thema’s zoals immigratie, internationale handel en defensie hoogst onzeker zijn. Maar ook is onzeker welke positie de VS, de tweede grootste CO2-uitstoter, in gaat nemen in het wereldwijde gevecht tegen klimaatverandering.

Noem het een droom of nachtmerrie, president Trump is de komende vier jaar een realiteit. In een verkiezingscampagne dat maar heel af en toe over de inhoud ging, liet hij zich slechts enkele malen uit over klimaatbeleid. De vraag is wat dit kan betekenen voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering, dat met deze verkiezingsuitslag een ander licht werpt op de huidige COP in Marrakesh, die gaat over de uitvoering van de afspraken uit het Verdrag van Parijs.

Trump over klimaatverandering

Trump heeft geen geheim gemaakt van zijn skepsis over klimaatverandering. Hij noemde klimaatverandering een Chinese hoax en beloofde eveneens te zullen stoppen met het sturen van “de miljarden dollars naar het VN-klimaatprogramma”.

trump-tweetOok beloofde hij Amerika’s ondertekening van het Verdrag van Parijs te annuleren. Zijn invloed hierop is echter kleiner dan hij denkt: het akkoord is net in werking getreden doordat de internationale gemeenschap het verdrag met spoed heeft geratificeerd. De eerste mogelijkheid voor terugtrekken dient zich pas over drie jaar aan, en het proces duurt een jaar voordat de terugtrekking voltrokken is. Maar hij kan zich er makkelijker vanaf maken, gezien de afspraken van individuele landen (op verzoek van de VS) niet-bindend zijn. Trump kan eenvoudig de beloften niet nakomen, en daarmee zorgen voor een domino-effect onder andere deelnemende landen.

Trump over energievoorziening

Het Republikeinse verkiezingsprogramma spreekt over schone, onafhankelijke en betaalbare energieproductie, maar zijn energiepolitiek richt zich volledig op de exploitatie van fossiele reserves. Dit vertaalt Trump in werkgelegenheid en onafhankelijkheid: hij belooft een jaarlijkse toename van 400.000 nieuwe banen in de olie- en gasindustrie. Hiervoor moeten Amerika’s schalie-, olie-, kool- en gasreserves worden geopend, wat $50 biljoen zou moeten opleveren. Daarnaast is hij voorstander van fracking en minder restricties voor de aanleg van Keystone XL, de omstreden olieverbinding van de oliezandvelden uit Canada naar verschillende plekken in de Verenigde Staten.

us-emissionsIn zijn statements zitten meerdere tegenstrijdigheden: hoe Trump energie-onafhankelijkheid wil rijmen met zijn claim om olie uit Irak te halen, is onbekend. Ook brandstoffen uit schaliegesteente zijn prijzig ten opzichte van de lage energieprijs. Tevens ziet hij in clean coal een hoofdrol voor een schone energieproductie, maar kolenproductie met CO2-opslag is naast beperkt efficiënt ook erg duur. Schoon, onafhankelijk en betaalbaar zijn drie variabelen die niet onderling onafhankelijk zijn, dus het is zeer onwaarschijnlijk dat hij deze beloften waar maakt.

Innovatieadviesbureau Lux Research berekende dat een achtjarig presidentschap van Trump leidt tot 3,4 miljard ton meer CO2 dan wanneer Clinton president zou zijn geweest. Dat verschil is gelijk aan ruim 5600 vluchten Amsterdam – New York per dag over een periode van acht jaar.

Trump over duurzame energie

Gegeven het bovenstaande is het dus niet verwonderlijk dat Trump geen fan is van duurzame energie. De woorden ‘renewable’ of ‘sustainable’ komen niet voor in zijn verkiezingsprogramma. Windturbines noemt hij lelijk en een ‘uiting van openbaar vandalisme’. In Aberdeen spande hij zelfs een zaak aan tegen de komst van een offshore windpark dat in de buurt lag van zijn golfresort; Trump verloor. Een maand geleden startte de bouw van dit windpark.

Duurzame energie is ook geen fan van hem: direct na de uitslag zakte de aandelenprijs van Vestas naar een verlies van 14 procent, om daarna te stabiliseren op 6,6 procent.

Het is echter de vraag of 9 november een breekpunt zal zijn voor de opmars van groene energie op mondiale schaal. Op steeds meer plekken in de wereld is hernieuwbare energie even duur als fossiele energie, en is steeds minder afhankelijk van subsidies. De vrije markt bepaalt grotendeels de koers. China investeert aanzienlijke bedragen in zon- en windtechnologie, en dat is terug te zien in de ongekende stijging van het wereldwijd jaarlijks geïnstalleerd vermogen aan zon en wind. Het is dus niet gek dat de top 10 grootste zonnepaneel- en windturbinefabrikanten door Chinese bedrijven ruim vertegenwoordigd zijn.

Ondanks deze ontwikkelingen is het in ieder geval duidelijk dat Trump en een Republikeinse Senaat een grote stap terug betekent voor het beteugelen van de milieuschade die we deze planeet aan het toebrengen zijn. Amerika heeft de technologie, creativiteit, impact en ondernemerschap te bieden om het verschil te maken, maar klimaatverandering zal een beduidend lagere plek op de agenda krijgen. Met Trump is de kans groot dat het Amerika het Business As Usual-scenario volgt en geen extra inspanningen doet om de afspraken van Parijs na te komen.

Wat betekent dit dan voor Nederland? Afnemende investeringen in Amerikaanse hernieuwbare projecten en een mogelijke stimulans voor de PVV met dezelfde (waan)ideeën over klimaatverandering. De impact op het Nederlandse beleid lijkt verder beperkt te blijven, maar het vervelende blijft dat Amerika’s binnenlandse klimaatbeleid invloed heeft op de hele wereld. CO2-uitstoot houdt niet op bij de landsgrenzen, dus een gezamenlijke aanpak is vereist. We hebben geen muren nodig maar bruggen. En een overdosis compassie.