De Windcentrale bouwt nieuw windpark

De Windcentrale gaat in Rouveen een nieuw windpark bouwen van 3 windmolens. Het park zal voor 100% in handen van burgers komen die gezamenlijk eigenaar worden door het kopen van een stukje windmolen, een Winddeel©. Het werkt net zoals zonnepanelen op je dak, maar het is ook beschikbaar voor iedereen die geen geschikt dak heeft of een huis huurt. De Windcentrale heeft gekozen voor turbines van Nederlandse fabrikant Lagerwey.

Dankzij het initiatief kunnen mensen de energietransitie versnellen, en tegelijkertijd een rendement van 6% genereren. Het park zal stroom leveren voor zo’n 8.000 huishoudens. Vanaf vandaag kan iedereen in Nederland zich voorinschrijven voor de nieuwe Winddelen op de website van de Windcentrale. Er is nog ruimte voor 5000 inschrijvingen. Om juist mensen in de directe omgeving van het windpark mee te laten profiteren biedt De Windcentrale korting op lokale Winddelen.

Pondera is trots dat Angelique Strijker onder de vlag van Windunie heeft meegewerkt aan dit project. Zij was namens lokale ontwikkelaars verantwoordelijk voor het goed laten verlopen van de commerciële- en financiële processen en heeft tot aan het moment van de aandelentransactie tussen Spoorwind en De Windcentrale aan het hoofd van dit project gestaan.

Positief advies commissie m.e.r. voor windpark Kroningswind

De commissie voor de milieueffectrapportage heeft vandaag een positief toetsingsadvies afgegeven voor windpark Kroningswind. “De Commissie vindt dat met het MER voldoende milieu-informatie beschikbaar is voor een besluit over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning van windpark Kroningswind  Verder stelt de commissie dat “Het MER is prettig leesbaar en beschrijft systematisch de onderzochte opstellingsalternatieven voor het windpark en de milieueffecten daarvan”.

Visualisatie windpark Kroningswind
Afbeelding 1. Visualisatie windpark Kroningswind. Pondera Consult.

Windpark Kroningswind is een initiatief van lokale grondeigenaren en inwoners van de Kronings-, Zuiderdiep- en Halspolders die grenzen aan de Haringvliet en het Spui. De locatie is in 2014 al vastgelegd door de gemeenteraad. De initiatienemers beogen een windpark van 19 windturbines te realiseren. Pondera Consult stelde het MER op en begeleidt de initiatiefnemers in de procedures.

De energietransitie: een mondiale opgave die vraagt om een lokale energievisie [BLOG]

Klimaatverandering staat sinds enige jaren hoog op de wereldwijde politieke agenda. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn bij internationale bijeenkomsten als de klimaattop van eind 2015 in Parijs mondiale afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten er voor zorgen dat de globale temperatuurstijging onder een limiet van 2 °C blijft ten opzichte van het niveau van 1990. Aan deze afspraken zijn ambitieuze doelstellingen verbonden op het gebied van duurzame energieproductie. Naast de klimaatverandering vraagt ook het opraken van fossiele brandstoffen om een verandering in de wijze van opwek en gebruik van energie. Deze ‘energietransitie’ vraagt om een verandering in het energielandschap en in de manier waarop iedereen energie gebruikt. De in 2015 afgesproken landelijke doelstellingen hebben hun doorwerking op regionale overheden zoals provincies en gemeenten. In provinciale- en gemeentelijke beleidsstukken wordt op eigen initiatief veelvoudig het streven naar energieneutraliteit benoemd. Hier is doorgaans door betreffende lokale overheid ook een jaartal aan gekoppeld. Om dit te bereiken hebben gemeenten doelstellingen opgesteld die erop toezien dat het aandeel duurzaam geproduceerde energie toeneemt.

Het behalen van klimaat- en energiedoelstellingen is niet alleen een kwestie van het realiseren van duurzame energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Het vraagt een maatschappelijke en technische verandering van de manier waarop gebruik wordt gemaakt van energie. Hierbij kan naast duurzame opwekking gedacht worden aan energiebesparing, het gebruik van restwarmte uit fabrieken om huizen te verwarmen en het opslaan van energie op momenten dat er een overproductie is van bijvoorbeeld zonne-energie.

Ondanks het feit dat het verduurzamen van de elektriciteitsproductie maar een deel is van de invulling van energieneutraliteit, is voor duurzame energiebronnen, en met name de manier waarop deze een plek moeten krijgen in een gemeente, veel ruimte gereserveerd in beleidsstukken. Is dat vreemd? Eigenlijk niet, als je je hier een reële voorstelling bij maakt. In tegenstelling tot zaken als maatschappelijke bewustwording, energiebesparing en elektrische warmtepompen, hebben duurzame elektriciteitsbronnen als wind- en zonne-energie een grote ruimtelijke weerslag. Deze effecten laten zich vooral op lokaal niveau zien. Het is dus niet zo gek dat hier in beleidsstukken veel aandacht aan wordt besteed.

Windturbines en zonneparken hebben, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen en traditionele energiecentrales, een significante impact op de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Ook hebben deze duurzame energiebronnen relatief meer inpassingsruimte nodig dan energiebronnen op basis van fossiele brandstoffen. De zichtbaarheid en ruimtevraag van windturbines en zonneparken maken de inpassing van deze duurzame energiebronnen tot een complex planologisch vraagstuk. Een vraagstuk waarvoor een centrale rol is weggelegd voor lokale overheden.

Een deel van de doelen zijn te behalen door daken te bedekken met zonnepanelen, maar om daadwerkelijk doelstellingen te behalen dienen ook de mogelijkheden voor grootschalige duurzame energieopwekking in het buitengebied verkend te worden. Weliswaar kan ook biomassa en wellicht geothermie een rol spelen, vooral bij het opwekken van duurzame warmte, echter de ontwikkeling van deze energiebronnen is voor gemeenten veel minder beïnvloedbaar. Aanleg van geothermieputten, stadsverwarmingsnetten, de bouw van vergistingsinstallaties of het genereren van substantiële biomassastromen gaat de (financiële)  mogelijkheden van gemeenten veelal te boven. Op dit moment zijn vooral zonne-energie en windenergie de technieken die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van een gemeente of provincie. Maar op welke van deze twee wordt ingezet? Of is en een combinatie van beide technieken gewenst binnen een gemeente? Welk gebied is geschikt voor windturbines en welke gebieden lenen zich juist meer voor zonneparken? Dit zijn vragen die in een energievisie moeten worden beantwoord aan de hand van energieopbrengst, milieueffecten en de ruimtelijke impact van de energiebronnen op de omgeving. Het rendement van windturbines is hoger dan zonneparken. Een moderne windturbine staat gelijk aan bijna 10 hectare aan zonnepanelen. Zonneparken kennen dus een groter ruimtebeslag. Hier staat tegenover dat windturbines meer milieueffecten hebben. Denk hierbij aan de effecten geluid en slagschaduw.

Met technieken als GIS en andere visuele instrumenten zijn de middelen voorhanden om deze belangenafweging op lokaal niveau te doen. Uiteraard kunnen partijen ook gewoon rondom een papieren kaart gaan staan en met maquettes en vilstift verkennen welke gebieden binnen de gemeente geschikt zijn voor welke vorm van grootschalige duurzame energieopwekking. Dit zal resulteren in interactieve sessies met stakeholders die input leveren voor een gemeentelijke energievisie.

Dankzij de structurele financiële stimulering van de rijksoverheid (subsidie duurzame energieproductie, SDE(+)), en het steeds goedkoper worden van zonnepanelen en windturbines. neemt het aantal initiatieven in de wind- en zonne-energie toe. Gemeenten worden de laatste jaren overspoeld met verzoeken om planologische medewerking bij de realisatie van zonneparken. Deze grondgebonden zonneparken kunnen kleinschalig zijn (enkele voetbalvelden), maar ook parken ter grootte van circuitpark Zandvoort (honderden voetbalvelden) zijn geen uitzondering. Gemeenten merken dat, om initiatieven duidelijk en consequent te kunnen behandelen, nieuw ruimtelijk beleid nodig is. Ook is het voor de gemeenten belangrijk om te weten hoeveel zonneparken en windturbines er nodig zijn in hun gemeente om vastgestelde doelstellingen te kunnen behalen. Door beleid op te stellen in de vorm van een energievisie ontstaat voor zowel de gemeente als voor initiatiefnemers duidelijkheid over de mogelijkheden voor en invulling van grootschalige duurzame energieprojecten in een gemeente. Met deze reden zijn veel gemeenten op dit moment bezig met het vaststellen van een energievisie of energieverkenning, om uiteindelijk de energietransitie in goede banen te leiden.

De opkomst van de energievisie op lokaal bestuurlijk niveau zie ik als positieve ontwikkeling in de energietransitie. Hiermee nemen gemeenten de regie in handen en zorgen ze ervoor dat de energietransitie ze niet overvalt, maar op de juiste manier wordt vertaald naar concrete projecten die binnen een gemeente passen. Met de regie in handen nemen bedoel ik dan niet enkel het zetten van een stip aan de horizon, maar ook samen met inwoners en belangengroepen het verhaal en de weg daar naartoe bepalen. Hierbij is het van belang inwoners de urgentie van de energietransitie duidelijk te maken. Vervolgens kunnen doelstellingen op het gebied van duurzame energie worden gekoppeld aan manieren van duurzame opwekking die binnen de gemeentegrenzen mogelijk zijn. Wanneer inwoners op deze manier worden betrokken bij het opstellen van ruimtelijk beleid voor duurzame energie, wordt de publieke opinie over duurzame energieprojecten als wind en zon positiever. Het verhaal is dan niet meer dat een ontwikkelaar ‘van buiten’ een duurzaam wind- of zonne-energie project wil realiseren. Een wind- of zonnepark is dan een project dat past binnen het verhaal (visie) van een gemeente waarmee wordt gezorgd dat gezamenlijk vastgestelde doelen worden behaald.

Uiteindelijk zal in de komende jaren een duurzame ‘energiemix’ ontstaan. Een energielandschap waar verschillende vormen van grootschalige en kleinschalige duurzame energieproductie worden gecombineerd, om aan de energievraag te voldoen. Deze energiemix zal er per gemeente anders uitzien, afhankelijk van gebiedspecifieke kenmerken die zijn verstaald naar sturende energievisies.

Uiteraard zijn er verschillende manieren om invulling te geven aan een gemeentelijke energievisie. Naast gebieden aanwijzen voor duurzame energiebronnen kan in een energievisie bijvoorbeeld ook staan hoe een gemeente wil inzetten op energiebesparing. Als Pondera Consult hebben wij de ambitie lokale overheden te helpen bij het opstellen van ruimtelijk beleid op het gebied van duurzame energie. Vragen naar aanleiding van deze blog over ruimtelijk beleid voor duurzame energie zijn uiteraard van harte welkom.

Duurzame energie in regeerakkoord Rutte III

Wat staat er over duurzame energie in het regeerakkoord Rutte III?

68 pagina’s telt het regeerakkoord, waarin hoofdstuk 3 (Nederland wordt duurzaam) voor duurzame energie het meest relevant is. Het akkoord telt 2x het woord windenergie en één maal het woord zonne-energie. Dat is misschien niet veel. Toch staat er wel meer in over de energietransitie, waarin beide vormen van energieopwekking belangrijk zijn. Wat is het belangrijkste wat er in gezegd wordt over onder meer zonne- en windenergie?

  1. Emissiereductiedoel broeikasgassen gaat omhoog: naar 49% in 2030 (ten opzichte van 1990). Dat is hoger dan afgesproken in het klimaatverdrag van Parijs. In Europa wil Nederland aandringen op een Europees doel van 55% in 2030 en als dat niet lukt: met buurlanden proberen te komen tot afspraken over een hogere broeikasreductie;
  2. Er komt een nationaal klimaat- en energieakkoord;
  3. Op korte termijn wordt o.a. het belastingstelsel vergroend en wordt een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector geïntroduceerd;
  4. De broeikasreductie van 49% wordt voornamelijk behaald door afvang en opslag van CO2 (scheelt 18Mton/jaar in 2030) en het sluiten van kolencentrales (scheelt 12Mton/jaar in 2030. Extra wind op zee moet zorgen voor een vermindering van 4Mton/jaar in 2030 (ca. 2.1 GW) en meer zonne-energie voor 1Mton/jaar 2030;
  5. SDE+ middelen lopen op tot 3,2 miljard euro per jaar en de SDE+ wordt verbreed, met onder andere afvang en opslag van koolstofdioxide;
  6. Kolencentrales gaan uiterlijk in 2030 dicht;
  7. De salderingsregeling duurzame elektriciteit wordt in 2020 omgevormd in een nieuwe regeling;
  8. Subsidiëring van bijstook biomassa in kolencentrales wordt na 2014 stopgezet;
  9. Er komt een aparte regeling voor energiecoöperaties die het mogelijk maakt dat omwonenden makkelijker kunnen participeren in duurzame energieprojecten in hun directe omgeving.

regeerakkoord windenergie

Veronderstelde groei wind op zee in Megawatt. Voor 2030: +2,1 GW (= 4Mton CO2 eq) ten opzichte van voorgenomen beleid. Voor 2050: 35-75 GW= gemiddeld 55 GW. Cijfers gebaseerd op de PBL studie ‘Verkenning van klimaatdoelen. Van lange termijn beelden naar korte termijn actie. Policy Brief’ (PBL, 9 oktober 2017).

Het volledige regeerakkoord is te vinden op: https://www.kabinetsformatie2017.nl/documenten/publicaties/2017/10/10/regeerakkoord-vertrouwen-in-de-toekomst 

Het regeerakkoord gaat over de hoofdlijnen en is dus wat abstract. Het zal de komende tijd moeten blijken of de uitwerking van dit regeerakkoord het vertrouwen geeft voor de toekomst van wind- en zonne-energie. Het meest concrete voornemen, meer wind op zee, biedt in elk geval een mooie uitdaging voor de windenergiesector. Het tempo moet in ieder geval omhoog. Daarnaast zal het meer en meer een vraagstuk worden van ruimte: waar is er ruimte voor de opwek en de bijbehorende energienetwerken? In hoeverre de sterke inzet op afvang en opslag van koolstofdioxide haalbaar en betaalbaar is – ook de ‘fossiele’ energiesector zet daar de nodige kanttekeningen bij – en al dan niet ten koste gaat van de ontwikkeling van duurzame energiebronnen, zal nog moeten blijken.

Troonrede en Miljoenennota, Energietransitie en Wind op Land

“Roepen veel vragen op over de urgentie en uitvoering”

In zijn troonrede sprak koning Willem-Alexander afgelopen Prinsjesdag over het nakomen van de ‘afspraken van Parijs’ en liet geen twijfel bestaan over de voortzetting van het Energieakkoord. Het belang hiervan is duidelijk, maar de kernvraag is op welke wijze Nederland komende tijd aan de slag gaat met de energietransitie, gegeven deze lange formatieperiode? Aanleiding voor Stibbe en Pondera om dit vraagstuk te bespreken in de ontbijtsessie ‘Energietransitie en Wind op Land’ in Nieuwspoort (Den Haag).

“Weinig nieuws, vooral veel vragen over de voortgang van de energietransitie.” Dat is de conclusie van Erwin Noordover (Stibbe) en Mariëlle de Sain (Pondera Consult), die de troonrede, de Miljoenennota en de rijksbegroting hebben doorgespit. Vanwege de kabinetsformatie en daarmee beleidsarme stukken komt er uiteraard weinig concreet nieuw beleid aan bod. Desalniettemin meldt de Miljoenennota investeringen in de toekomstbestendigheid van de infrastructuur en investeringen in een selectie van verschillende soorten technieken en netwerken.

En wat doen overheden op dit moment? De wethouder Abdeluheb Choho (Amsterdam) en gedeputeerde Han Weber (Provincie Zuid-Holland) bespraken hun kijk op nationaal energiebeleid en de uitdagingen op provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierbij klonk onder meer door dat de provinciale en gemeentelijke overheid  versneld instrumenten op maat nodig heeft.

Troonrede, Miljoenennota, Energietransitie Wind op Land

 

Onder leiding van mediator Roelof Hemmen (BNR, RTL) ontvouwde zich een scherp debat met Tweede Kamerleden André Bosman (VVD), Tom van der Lee (Groenlinks) en de zaal. Het nut en de noodzaak van de energietransitie wordt door iedereen onderkend, maar over het tempo, de strategieën en beschikbare beleidsinstrumenten verschillen de standpunten. Moeten we stabiel voortbouwen op bestaand beleid of gaan we zaken radicaal anders doen om de versnelling in te zetten? Of moeten we ons realiseren dat er geen tijd meer is om perfect beleid vorm te geven? Genoeg materie om over te discussiëren, maar iedereen voelt aan dat de tijd begint te dringen. Aan de aanwezigen (en afwezigen) de taak om invulling te geven aan die urgentie.

 

Provincie Groningen verleent vergunningen vijf windparken

De provincie Groningen heeft deze week voor vijf windparken een omgevingsvergunning verleend. Pondera Consult was betrokken bij de voorbereiding van drie van deze windparken. Het gaat om windpark Oostpolder (MER en vergunningen voor Innogy en Waddenwind), windpark Oosterhorn (deelonderzoeken MER, vergunningen en ruimtelijke onderbouwing voor Millenergy) en windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (MER, bestemmingsplan en vergunningen in samenwerking met Ventolines). Deze drie windparken zijn samen goed voor circa 235 MW en dragen daarmee bij aan ruim een kwart van de provinciale taakstelling en 12% aan de nationale doelstelling. Pondera Consult is trots dat zij een bijdrage heeft mogen leveren aan deze grote stap in de energietransitie.

Alle provincies hebben op 31 januari 2013 een akkoord gesloten met het Rijk om ruimte te bieden aan 6.000 megawatt (MW) windenergie op land in 2020. Dat betekent voor de provincie Groningen een taakstelling van 855,5 MW windenergie. De provincie kiest ervoor de windparken op drie locaties te concentreren. Recent zijn binnen de concentratiegebieden Eemshaven en Delfzijl vergunningen verleend voor vijf verschillende projecten, Pondera Consult was bij drie van deze projecten betrokken.

Windpark Oostpolder is een project dat gestart is door agrarische ondernemers in het gebied. Tijdens de m.e.r.-procedure bleek dat er goede samenwerkingsmogelijkheden met innogy lagen. Innogy ruimt een aantal oudere turbines in de Eemshaven op en krijgt daar voor in de plaats een aantal modernere windturbines terug. OP deze manier wordt er optimaal gebruik gemaakt van de geboden ruimte in het gebied. Op dit moment heeft Pondera de SDE-aanvraag van de windturbines van Waddenwind in voorbereiding.

Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding

Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding bestaat uit een windpark van 16 windturbines. Het windpark kom direct ten zuiden van het bestaande windpark Delfzijl Zuid te liggen. Pondera Consult schreef het MER, bereidde het bestemmingsplan voor en ondersteunde Ventolines die namens de initiatiefnemers van het windpark de aanvraag van de omgevingsvergunning deed.

Ook op het industrieterrein Oosterhorn komen windturbines. Op het industrieterrein is ruimte voor 18 windturbines. de locatie van de windturbines is precies ingepast om de combinatie van bedrijventerrein met windturbines te optimaliseren.  Ponndera Consult heeft de ruimtelijke onderbouwing opgesteld, de vergunningsaanvragen voorbereidt voor zowel bouw, milieu als natuur. Daarnaast heeft Pondera een bijdrage geleverd aan het MER dat voor het industrieterrein, specifiek voor het onderdeel betreffende de windturbines.

De Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft voor drie windparken waar Pondera het MER voor schreef of een bijdrage aan leverde (Oosterhorn), een positief advies afgegeven.

 

 

 

Waarom een energietransitie?

“Keep things as simple as possible but not simpler than that (Albert Einstein)”

Hieraan moest ik denken bij het lezen van het boek kWh/m2 Landschap en energie: ontwerpen voor transitie (Dirk Sijmons, H+N+S 2014). Aan de hand van voetafdrukken van energiebronnen, ontwerpstudies en essays, ontstaan beelden hoe de energietransitie er tot 2050 uit kan zien. Het vuistdikke boek geeft inspiratie tot een vierluik over het waarom, hoe en wie van de energietransitie.

Energietransitie

Luik 1: waarom een energietransitie

Vooral op informatieavonden krijg ik vaak de vraag waarom duurzame energie nodig is en waarom nu. Als antwoord op deze ‘nut- en noodzaak’ vraag geef ik dat de trits van eindigheid van fossiele energiebronnen, geopolitiek (instabiliteit) en klimaatverandering (bijv. temperatuur- en zeespiegelstijging, luchtverontreiniging) de drijver is achter de ingezette energietransitie. Hierin is de reden van klimaatverandering het meest dringend. Na het lezen van het boek ga ik hieraan toevoegen: “we kunnen fossiele energiebronnen binnenkort niet meer betalen”.

Waarom? Het kost steeds meer energie om fossiele energie te winnen. Daarnaast zijn de kosten om externe effecten (zoals klimaatverandering) te beperken, steeds groter. De externe kosten worden buiten beeld van de energieprijs en daarmee de energiegebruiker gelaten. In de onderstaande figuur staat een overzicht van de directe kosten en externe kosten van elektriciteitsproductie met verschillende technieken.

kwhm2_140714.indb
Bron: Landschap en energie, 2014, pagina 255. Klik op de diagram om deze beter te bekijken.

Uit de grafiek blijkt dat fossiele energiebronnen een behoorlijk aandeel externe kosten kennen. Deze moeten we op een of andere manier gaan doorberekenen aan de energiegebruiker. Anders blijven we hangen in de nut- en noodzaak discussie en veel belangrijker schuiven we de kosten door naar volgende generaties. In plaats van samen na te denken over het vormgeven van de energietransitie.

Energy return on energy invested (EROI)

Een interessant instrument om inzicht te krijgen hoeveel energie er nodig is om energie te winnen is de EROI. In goed Nederlands: energierendement op energie-investering. Deze term is in de jaren 70 van de vorige eeuw geïntroduceerd. De EROI wordt uitgedrukt als een verhouding en maakt het mogelijk het rendement van verschillende vormen van energiewinning met elkaar te vergelijken. Bijvoorbeeld 15:1 is een hoger energierendement dan 8:1. In de onderstaande figuur is een vergelijking van verschillende bronnen gemaakt.

kwhm2_140714.indb
Bron: Landschap en energie, 2014, pagina 57. Klik op de diagram om deze beter te bekijken.

In de bovenstaande figuur is te zien dat de meeste fossiele energiebronnen een behoorlijke lage EROI kennen. De EROI (inclusief externe kosten, subsidies en belastingen etc.) is daarmee een veel betere maat voor vergelijking dan de energieprijzen omdat er inzicht ontstaat in het werkelijke rendement van de winning. De EROI loopt mondiaal ook terug, zie bijvoorbeeld het verschil tussen de staven ruwe olie VS 1930 en olie VS nu. Dat betekent dat we uiteindelijk de samenleving zoals we die nu kennen (lees grotendeels gebaseerd op fossiele energie) niet meer kunnen betalen.

Tot slot

Ik doe hier geen pleidooi voor een snelle verandering van de energieprijzen of het -systeem, dat gaat voorbij aan de realiteit. Wel om de EROI te gebruiken voor een meer genuanceerde discussie over energietransitie en meer specifiek om een antwoord te vinden op een betaalbaar en daarmee duurzaam energiesysteem. Broodnodig in een tijd waarin naar aanleiding van een MKBA over windenergie op zee, in de pers vooral blijft hangen dat het niets opbrengt.