Minister publiceert voornemen tot realisatie 50 windturbines De Drentse Monden – Oostermoer

Op 9 februari heeft minister Kamp van Economische Zaken de initiatiefnemers en betrokken gemeenten en provincie geïnformeerd over het voornemen tot het opstellen van een rijksinpassingsplan voor de bouw van 50 windturbines van 3 MW in de Drentse gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze.

Na vier jaar onderzoek en politiek debat is dit besluit tot stand gekomen na afweging van alle belangen in het gebied, zo stelt de minister. De komende tijd zal het inpassingsplan worden opgesteld en de vergunningaanvragen worden voorbereid. Naar verwachting zal dit in de zomer van 2015 gereed zijn. Het windpark moet voor 2020 operationeel zijn.

De kaart met de indicatieve windturbine posities kunt u hier bekijken.

Bekijk de website De Drentse Monden voor meer informatie.

20150206 VKA variant 3 150 MW (300dpi) definitief

Blog – Handelsmissie Japan en Korea

Eind oktober / begin november mocht ik, samen met collega Arno Verbeek, deelnemen aan de handelsmissie naar Japan en Korea. Een deel van deze missie richtte zich specifiek op offshore windenergie als een onderdeel van een van de topsectoren in Nederland. Een bijzondere ervaring, zeker gezien de aanwezigheid van het koninklijke paar en twee ministers. Wat leverde dat op?

Opent een handelsmissie deuren die anders gesloten zouden blijven?

In de eerste plaats bleek een dergelijke delegatie ook daadwerkelijk deuren te openen. Windenergie is een onderwerp dat in belangrijke mate via overheidsbeleid vormgegeven wordt en vervolgens door bedrijven wordt uitgevoerd. De mensen van RVO en de ambassades hadden daartoe interessante besprekingen georganiseerd met relevante overheidsfunctionarissen en vertegenwoordigers van bedrijven. De matchmaking sessies met geïnteresseerde Japanse en Koreaanse bedrijven waren voor ons hierbij zeer relevant. Het heeft zeker veel nieuwe contacten en informatie opgeleverd en hier en daar ook aanknopingspunten voor nieuwe projecten.

arno web

Huidige situatie wind energie Japan en Korea

In de tweede plaats konden we met eigen ogen zien wat de situatie rond windenergie in Japan en Korea is. Beide landen zijn starters als het gaat om windenergie, zeker als het om offshore windenergie gaat. De landen zijn dan ook zeer belangstellend om te leren van de ervaringen die wij als windsector in Europa hebben opgedaan. Ook de culturele en zakelijke verschillen zijn opvallend; Japanners zijn gereserveerder, Koreanen tonen meer emoties.

Allemaal zaken die ook via een paar google handelingen te vinden zijn, maar daadwerkelijke ervaringen geven toch een veel beter gevoel. In Japan was het opvallend dat men redelijk snel lijkt te kiezen voor grootschalige toepassing van drijvende windturbines. Het is dan ook niet verbazend dat de meeste drijvende testturbines in Japan staan. Ook bijzonder: een bezoek aan windturbines aan de kust die de Japanse tsunami in 2011 glansrijk doorstaan hebben. Opvallend ook de relatieve hoeveelheid zogenaamde “downwind” turbines, een concept dat in Europa tot nu toe nauwelijks te zien is.

In de derde plaats bleken zowel Japanse als Koreaanse bedrijven belangstelling voor Europa, en zeker ook Nederland te hebben om te investeren of om turbines of onderdelen te leveren. Zeker de nieuwe ronde tenders die Minister Kamp vanaf 2015 organiseert voor offshore windenergie, oogsten interesse.

Lancering nieuw bedrijf Wind Minds

En in de vierde plaats konden wij de missie gebruiken om ons nieuwe bedrijf voor offshore windenergie “Wind Minds” dat we met Mecal, het Duitse BBB Umwelttechnik en Ep4offshore hebben opgericht te lanceren. RTL nieuws besteedde hier aandacht aan en ook het koninklijk paar vereerde ons met een bezoek. Een betere lancering van een offshore windbedrijf is nauwelijks voor te stellen.

RTL nieuws2

Naast de meer materiële kant is er natuurlijk ook meer. Het contact met collega’s in de energiewereld, inzicht in nieuwe culturen en – hoewel beperkt – enkele bezoeken aan bijzondere plekken zoals de grens met Noord Korea. Dat leidt soms tot broodnodige relativeringen of een herbevestiging van iets wat je al wist: Nederland heeft een bijzondere positie als het gaat om windenergie in de wereld. Niet alleen vanwege de grote ervaring met het werken op zee. We realiseren ons niet genoeg dat we hier gezegend zijn met een voordelig windklimaat en een relatief ondiepe zee. Dat is gunstig voor prijseffectiviteit. En een gedegen thuismarkt is misschien wel beste voor export.

En nu …. werk aan de winkel!

Al met al een succesvolle ervaring. Het is natuurlijk wel zo dat het echte succes van een dergelijke missie af hangt van een gedegen voorbereiding, maar vooral ook van de follow up. Eenmaal terug in Nederland wachten de dagelijkse werkzaamheden die ook na bijna twee weken weer de nodige aandacht verdienen. Het is de kunst om hierin een optimale balans te vinden. Met andere woorden: zweten.

 

Grondtarieven windturbines omlaag

Minister Kamp heeft de daad bij het woord gevoegd. Op 24 april gaf hij in het Algemeen Overleg al aan dat ECN bij de berekeningen voor de SDE+ 10% afslag op grondkosten zou doorvoeren. In die brief die Minister Kamp op 3 juli naar de Tweede Kamer stuurde op vragen van Liesbeth van Tongeren (SP), bevestigt hij dat op zijn aanwijzingen ECN voor de SDE+-tariefstelling van 2014 de tarieven verlaagd heeft met 10% van € 5,3 per MWh naar € 4,8 per MWh.

Rijksgronden van 2015 daadwerkelijk omlaag

Maar veel belangrijker nog: Kamp voegde hieraan toe dat het RVB (tot voor kort RVOB, per 1 juli Rijksvastgoedbedrijf, BZK portefeuille Wonen en Rijksdienst) per 1 januari 2015 ook de prijs tot € 4,8 per MWh zal aanpassen. Dit betekent dat niet alleen de berekeningsgrondslag voor subsidies omlaag is gegaan, maar dat grondvergoedingen voor rijksgronden vanaf 2015 daadwerkelijk omlaag gaan. Vreemd dat dit niet meer door de pers is opgepakt.

Naar verwachting particuliere grond en ook omlaag

Met dit duidelijke signaal is te verwachten dat ook de grondtarieven voor particuliere gronden neerwaarts bijgesteld zullen worden. Want zoals uit ons onderzoek naar de grondvergoedingen (Pondera Consult, 2013) gaven windprojectontwikkelaars aan de RVOB (nu dus RVB)-tarieven als leidraad te gebruiken voor onderhandelingen.

En het einde is nog niet in zicht: Minister Kamp geeft aan dat hij de tarieven in de SDE+ voor grond de komende jaren nog verder wil verlagen. Hij wil voorkomen dat er vanuit de SDE+ een prijsopdrijvend effect optreedt. Een verstandige zet, want ons onderzoek leek een verband tussen de hoogte van de subsidie en de hoogte van grondvergoedingen niet uit te sluiten.

Minister
Bron: ANP

Gevolgen voor windprojecten

Voor de meeste betrokkenen en belanghebbenden bij windprojecten – wellicht grondbezitters uitgezonderd – is dit een goede zaak. Grondbezitters moeten natuurlijk vergoed worden voor het beschikbaar stellen van de grond en het in die zin dragen van lasten, maar gezien het beperkte grondbeslag zijn geringere grondvergoedingen te rechtvaardigen.

Lusten en lasten eerlijk verdelen

Daar komt bij dat windturbines de afgelopen jaren inmiddels letterlijk het boerenerf ontstegen zijn. Moderne windturbines zijn in een wijde omtrek zichtbaar en soms hoorbaar. Het is daarom niet ondenkbeeldig dat een deel van de “winst” terecht gaat komen in omgevingsvergoedingen. De afgelopen jaren is het immers niet ongebruikelijk om de omgeving op een of andere manier toegemoet te komen voor de aanwezigheid van de turbines. Hoewel dit laatste maatwerk is per project, is het van belang de discussies open te voeren. De gedragscode van de windsector, waaraan nu de laatste hand wordt gelegd in samenwerking met overheden en belanghebbenden, gaat hier hopelijk een nuttige rol bij spelen. Uiteindelijk draait het er toch om de lusten en lasten eerlijker te verdelen. Dat is niet makkelijk, maar wel noodzakelijk voor de acceptatie van windenergie.