Meer duurzame energie met minder kabels, kan dat?

Bij de ontwikkeling van een nieuw wind- of zonnepark is de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk een belangrijk onderdeel van het project. De realisatie van een aansluiting is onder de “Netcode Elektriciteit” een verplichting voor de Nederlandse netbeheerder. Het klinkt simpel, maar doordat er veel nieuwe aansluitingen aangevraagd worden is het voor de netbeheerders geen makkelijke opgave. In de praktijk is momenteel te merken dat in sommige gebieden van Nederland een nieuwe aansluiting niet mogelijk is of erg lang op zich laat wachten.

Voor de projecten die hiermee te maken hebben is deze vertraging natuurlijk erg vervelend, maar dit daagt initiatiefnemers ook uit om slim na te denken over de aansluiting voor nieuwe duurzame energieprojecten.  In deze blog verkennen we wat er mogelijk is om je project aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk.

Aansluiting van meerdere installaties

Niet alleen de mogelijk lange wachttijd, maar ook de kosten van deze aansluiting van windturbines of een zonnepark op het elektriciteitsnetwerk zijn vaak een substantieel onderdeel van het project. Vooral in het geval van zonneparken is het aanleggen van lange kabels moeilijk te dragen door de businesscase. De kosten voor een aansluiting kunnen namelijk behoorlijk oplopen wanneer de afstand tot een regelstation groter wordt. Door gebruik te maken van een bestaande aansluiting of een nieuwe aansluiting te combineren (ook wel bekend als cable pooling) kunnen veel kosten bespaard worden. Ook kan het gecombineerd gebruiken van een aansluiting projecten mogelijk maken die anders flink worden vertraagd, of zelfs helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Een goed voorbeeld is het combineren van wind- en zonne-energie, maar het combineren van andere technieken van productie en verbruik is natuurlijk ook mogelijk. Het gecombineerd gebruiken van de aansluiting kan een erg interessante optie zijn, doordat de technieken globaal gezien elkaar heel goed aanvullen. Hoe zit dat eigenlijk? De opbrengst van de zonnepanelen komt voornamelijk uit de zomermaanden,  maar de opbrengst van de windturbines vindt juist grotendeels in de wintermaanden plaats (zie afbeelding).

Energieopbrengst zon en wind per maandUiteindelijk komt het erop neer dat in circa 2 tot 3% van de tijd er tegelijk wind- en zonne-energie geproduceerd zal worden op het volledige vermogen. Hierdoor is het technisch gezien goed mogelijk om een zonnepark dichtbij een bestaande windturbine te plaatsen zonder dat de aansluiting moet worden vergroot. Bij een nieuwe aansluiting kunnen er kosten worden bespaard door de aansluiting te combineren.. In sommige gevallen zal een van de installaties beperkt moeten worden om te voorkomen dat de aansluiting overbelast wordt, maar dit kan ruimschoots gecompenseerd worden door de kostenbesparing op de netaansluiting. Daarnaast levert dit maatschappelijk gezien een meerwaarde op door een stabielere energievoorziening, een betere benutting van de beschikbare capaciteit en door minder hoge kosten als het gaat om het aanleggen van meerdere kabels en netverzwaring.

Het combineren van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie op dezelfde aansluiting achter de elektriciteitsmeter kan nadat de elektriciteitsoutput van beide installaties op hetzelfde spanningsniveau gebracht zijn. Beide installaties krijgen een eigen brutoproductiemeter en met bijhorende EAN-code. Hierdoor worden in elk geval de Garanties van Oorsprong (GvO) en SDE+ subsidie per productie-installatie uitgekeerd en verrekend. Na de meter delen beide installaties dezelfde kabel richting het distributie- of transmissienet. Hoeveel vermogen er precies bij elkaar aangesloten kan worden is afhankelijk van de situatie.

Meerdere leveranciers op een aansluiting (MLOEA)

Technisch gezien kunnen meerdere functies (bijvoorbeeld zon en wind) dus prima gebruik maken van dezelfde aansluiting. Er moeten echter ook de nodige administratieve acties worden ondernomen, met name om goede PPA’s (stroomcontracten) af te kunnen sluiten.

Bij gecombineerd gebruik van een netaansluiting is namelijk de fysieke elektriciteit die door het net wordt opgenomen (of geleverd) een optelsom van productie-installaties. Dit maakt het correct verrekenen (en met name het voorspellen) van deze elektriciteit voor de leverancier erg lastig. Het is namelijk voor een leverancier op basis van de reguliere meetdata niet zichtbaar welke kWh afkomstig zijn van de windturbine en welke kWh van het zonnepark.

Op 24 maart 2018 is een Codebesluit in werking getreden die ‘Meerdere leveranciers op een aansluiting’ (MLOEA) mogelijk maakt door middel van zogeheten secundaire allocatiepunten. Dit houdt in feite in dat het administratief mogelijk is om voor verschillende installaties de bijbehorende elektriciteitsproductie apart aan een leverancier toe kunnen te wijzen én te contracteren. Deze allocatiepunten zijn in feite extra meetpunten die bij een netbeheerder aangevraagd kunnen worden.

“Technisch gezien kunnen zon en wind prima gebruik maken van dezelfde aansluiting.”

Hiermee kan niet alleen de windenergie apart van de zonne-energie worden afgerekend, al dan niet door dezelfde leverancier, maar kunnen bijvoorbeeld ook een verbruiker en een producent die gebruik maken van dezelfde aansluiting van elkaar gescheiden worden. Dit maakt het mogelijk om bestaande aansluitingen van bijvoorbeeld grote verbruikers te benutten om met een eigen PPA duurzame energie terug te leveren. Voor de gebruikers van de aansluiting kan dit resulteren in een gunstigere PPA.

Heeft u vragen over het gecombineerd gebruiken van een nieuwe of bestaande aansluiting? Of bent u benieuwd of een gecombineerde aansluiting voor uw project interessant is en welke (contractuele) zaken hier bij komen kijken? Neem dan contact op Jorden Hoogeveen of Steven Geujen, wij helpen u graag verder.

Arcadis/Pondera Consult begeleiden MER netaansluiting Hollandse Kust (noord)

Het samenwerkingsverband van Arcadis en Pondera Consult begeleidt de milieurapportage van de netaansluiting Hollanse Kust (noord). Zij gaat in opdracht van TenneT het milieueffectrapport (MER) opstellen ten behoeve van inpassingsplan en de vergunningaanvragen.

Het MER gaat inzicht geven in de effecten van mogelijke routes en de ligging van het net op zee. Dit omvat onder meer routes van de kabels op zee, mogelijke aanlandlocaties, routes van de kabels op land, en mogelijke locaties van het nieuw te bouwen transformatorstation en de aansluitlocatie (het hoogspanningsstation waar de kabels aansluiten op het landelijk hoogspanningsnet). Het MER gaat de milieugevolgen beschrijven voor bijvoorbeeld leefomgeving, water, natuur, landschap en archeologische waarden. Mede op basis van de informatie uit het MER stellen de ministers van EZ en IenM het inpassingsplan vast en bepalen daarmee de route en ligging van het net op zee.

Arcadis/Pondera hebben ruime ervaring met het opstellen van milieueffectrapportages: onder meer voor net op zee Borssele. De combinatie Arcadis / Pondera Consult brengt een brede kennis en ervaring in op het gebied van m.e.r.-projecten en de ontwikkelingen van wind op zee.

Om te komen tot het MER en de vergunningen hecht TenneT aan een goede samenwerking met lokale overheden en overige stakeholders. Met hun inbreng kan TenneT de impact van de nieuwe infrastructuur helder in kaart brengen en waar mogelijk hinder beperken.

Hollandse Kust (noord) is een van drie gebieden die door het kabinet zijn gekozen om de komende jaren, tot en met 2023, windparken op zee te ontwikkelen, conform afspraken in het Energieakkoord voor duurzame groei. Het heeft een capaciteit van 700 megawatt (MW). TenneT sluit de nieuw te bouwen windenergiegebieden via netaansluitingen op zee aan op het hoogspanningsnet op land. Vanaf 2023 leveren deze de windenergiegebieden samen 3500 MW aan stroom.

Het net op zee bestaat uit een platform op zee, twee kabels in de zeebodem, die ook op land ondergrond verder gaan. Verder bestaat het net op zee uit een nieuwe te realiseren transformatorstation nabij een bestaand hoogspanningsstation, waar de kabels aansluiten op het landelijk hoogspanningsnet.

Pondera/BRO verzorgen inpassingsplan netaansluitingen Hollandse Kust (zuid)

Het samenwerkingsverband Pondera/BRO heeft de opdracht gewonnen van het ministerie van Economische Zaken voor het opstellen van het inpassingsplan voor de netaansluiting van het offshore windgebied Hollands Kust (zuid).

TenneT is voornemens om een net op zee te realiseren dat zorgt voor de stroomverbinding van de windturbines van windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) met het landelijke hoogspanningsnet. Het net op zee Hollandse Kust (zuid) bestaat uit één of twee platforms op zee, met elk twee onderzeese elektriciteitskabels naar de kust. Vervolgens worden de ondergrondse landkabels via een nieuw te realiseren transformatorstation op een bestaand hoogspanningsstation aangesloten. Het voorkeursalternatief voor deze aansluiting dient nog te worden vastgesteld. Het inpassingsplan legt de netaansluiting juridisch-planologisch vast voor gemeentelijke grondgebieden (‘op land’ en tot een afstand van één kilometer uit de kust).

Voor verschillende projecten hebben Pondera Consult en BRO al intensief samengewerkt, in het bijzonder voor MER en inpassingsplan voor netaansluiting voor windpark Luchterduinen en netuitbreiding windpark Noordoostpolder, alsmede verschillende milieueffectrapportages en inpassingsplannen voor wind op land projecten (o.a. windparken Noordoostpolder, Drentse Monden en Oostermoer en N33). Hierdoor is een unieke samenwerkingscombinatie ontstaan met kennis en ervaring van wind op zee en wind op land, met de bijbehorende voorzieningen zoals netaansluitingen. Bij beide partijen is een zeer ruime expertise aanwezig voor wat betreft het opstellen van milieueffectrapporten en ruimtelijke plannen. Omdat de samenwerking altijd zeer prettig en daadkrachtig is, is ervoor gekozen om voor dit project de krachten te bundelen. Wij zijn dan ook zeer verheugd dat we daadwerkelijk gezamenlijk aan de slag mogen gaan.