Blog – Handelsmissie Japan en Korea

Eind oktober / begin november mocht ik, samen met collega Arno Verbeek, deelnemen aan de handelsmissie naar Japan en Korea. Een deel van deze missie richtte zich specifiek op offshore windenergie als een onderdeel van een van de topsectoren in Nederland. Een bijzondere ervaring, zeker gezien de aanwezigheid van het koninklijke paar en twee ministers. Wat leverde dat op?

Opent een handelsmissie deuren die anders gesloten zouden blijven?

In de eerste plaats bleek een dergelijke delegatie ook daadwerkelijk deuren te openen. Windenergie is een onderwerp dat in belangrijke mate via overheidsbeleid vormgegeven wordt en vervolgens door bedrijven wordt uitgevoerd. De mensen van RVO en de ambassades hadden daartoe interessante besprekingen georganiseerd met relevante overheidsfunctionarissen en vertegenwoordigers van bedrijven. De matchmaking sessies met geïnteresseerde Japanse en Koreaanse bedrijven waren voor ons hierbij zeer relevant. Het heeft zeker veel nieuwe contacten en informatie opgeleverd en hier en daar ook aanknopingspunten voor nieuwe projecten.

arno web

Huidige situatie wind energie Japan en Korea

In de tweede plaats konden we met eigen ogen zien wat de situatie rond windenergie in Japan en Korea is. Beide landen zijn starters als het gaat om windenergie, zeker als het om offshore windenergie gaat. De landen zijn dan ook zeer belangstellend om te leren van de ervaringen die wij als windsector in Europa hebben opgedaan. Ook de culturele en zakelijke verschillen zijn opvallend; Japanners zijn gereserveerder, Koreanen tonen meer emoties.

Allemaal zaken die ook via een paar google handelingen te vinden zijn, maar daadwerkelijke ervaringen geven toch een veel beter gevoel. In Japan was het opvallend dat men redelijk snel lijkt te kiezen voor grootschalige toepassing van drijvende windturbines. Het is dan ook niet verbazend dat de meeste drijvende testturbines in Japan staan. Ook bijzonder: een bezoek aan windturbines aan de kust die de Japanse tsunami in 2011 glansrijk doorstaan hebben. Opvallend ook de relatieve hoeveelheid zogenaamde “downwind” turbines, een concept dat in Europa tot nu toe nauwelijks te zien is.

In de derde plaats bleken zowel Japanse als Koreaanse bedrijven belangstelling voor Europa, en zeker ook Nederland te hebben om te investeren of om turbines of onderdelen te leveren. Zeker de nieuwe ronde tenders die Minister Kamp vanaf 2015 organiseert voor offshore windenergie, oogsten interesse.

Lancering nieuw bedrijf Wind Minds

En in de vierde plaats konden wij de missie gebruiken om ons nieuwe bedrijf voor offshore windenergie “Wind Minds” dat we met Mecal, het Duitse BBB Umwelttechnik en Ep4offshore hebben opgericht te lanceren. RTL nieuws besteedde hier aandacht aan en ook het koninklijk paar vereerde ons met een bezoek. Een betere lancering van een offshore windbedrijf is nauwelijks voor te stellen.

RTL nieuws2

Naast de meer materiële kant is er natuurlijk ook meer. Het contact met collega’s in de energiewereld, inzicht in nieuwe culturen en – hoewel beperkt – enkele bezoeken aan bijzondere plekken zoals de grens met Noord Korea. Dat leidt soms tot broodnodige relativeringen of een herbevestiging van iets wat je al wist: Nederland heeft een bijzondere positie als het gaat om windenergie in de wereld. Niet alleen vanwege de grote ervaring met het werken op zee. We realiseren ons niet genoeg dat we hier gezegend zijn met een voordelig windklimaat en een relatief ondiepe zee. Dat is gunstig voor prijseffectiviteit. En een gedegen thuismarkt is misschien wel beste voor export.

En nu …. werk aan de winkel!

Al met al een succesvolle ervaring. Het is natuurlijk wel zo dat het echte succes van een dergelijke missie af hangt van een gedegen voorbereiding, maar vooral ook van de follow up. Eenmaal terug in Nederland wachten de dagelijkse werkzaamheden die ook na bijna twee weken weer de nodige aandacht verdienen. Het is de kunst om hierin een optimale balans te vinden. Met andere woorden: zweten.

 

Waarom een energietransitie?

“Keep things as simple as possible but not simpler than that (Albert Einstein)”

Hieraan moest ik denken bij het lezen van het boek kWh/m2 Landschap en energie: ontwerpen voor transitie (Dirk Sijmons, H+N+S 2014). Aan de hand van voetafdrukken van energiebronnen, ontwerpstudies en essays, ontstaan beelden hoe de energietransitie er tot 2050 uit kan zien. Het vuistdikke boek geeft inspiratie tot een vierluik over het waarom, hoe en wie van de energietransitie.

Energietransitie

Luik 1: waarom een energietransitie

Vooral op informatieavonden krijg ik vaak de vraag waarom duurzame energie nodig is en waarom nu. Als antwoord op deze ‘nut- en noodzaak’ vraag geef ik dat de trits van eindigheid van fossiele energiebronnen, geopolitiek (instabiliteit) en klimaatverandering (bijv. temperatuur- en zeespiegelstijging, luchtverontreiniging) de drijver is achter de ingezette energietransitie. Hierin is de reden van klimaatverandering het meest dringend. Na het lezen van het boek ga ik hieraan toevoegen: “we kunnen fossiele energiebronnen binnenkort niet meer betalen”.

Waarom? Het kost steeds meer energie om fossiele energie te winnen. Daarnaast zijn de kosten om externe effecten (zoals klimaatverandering) te beperken, steeds groter. De externe kosten worden buiten beeld van de energieprijs en daarmee de energiegebruiker gelaten. In de onderstaande figuur staat een overzicht van de directe kosten en externe kosten van elektriciteitsproductie met verschillende technieken.

kwhm2_140714.indb
Bron: Landschap en energie, 2014, pagina 255. Klik op de diagram om deze beter te bekijken.

Uit de grafiek blijkt dat fossiele energiebronnen een behoorlijk aandeel externe kosten kennen. Deze moeten we op een of andere manier gaan doorberekenen aan de energiegebruiker. Anders blijven we hangen in de nut- en noodzaak discussie en veel belangrijker schuiven we de kosten door naar volgende generaties. In plaats van samen na te denken over het vormgeven van de energietransitie.

Energy return on energy invested (EROI)

Een interessant instrument om inzicht te krijgen hoeveel energie er nodig is om energie te winnen is de EROI. In goed Nederlands: energierendement op energie-investering. Deze term is in de jaren 70 van de vorige eeuw geïntroduceerd. De EROI wordt uitgedrukt als een verhouding en maakt het mogelijk het rendement van verschillende vormen van energiewinning met elkaar te vergelijken. Bijvoorbeeld 15:1 is een hoger energierendement dan 8:1. In de onderstaande figuur is een vergelijking van verschillende bronnen gemaakt.

kwhm2_140714.indb
Bron: Landschap en energie, 2014, pagina 57. Klik op de diagram om deze beter te bekijken.

In de bovenstaande figuur is te zien dat de meeste fossiele energiebronnen een behoorlijke lage EROI kennen. De EROI (inclusief externe kosten, subsidies en belastingen etc.) is daarmee een veel betere maat voor vergelijking dan de energieprijzen omdat er inzicht ontstaat in het werkelijke rendement van de winning. De EROI loopt mondiaal ook terug, zie bijvoorbeeld het verschil tussen de staven ruwe olie VS 1930 en olie VS nu. Dat betekent dat we uiteindelijk de samenleving zoals we die nu kennen (lees grotendeels gebaseerd op fossiele energie) niet meer kunnen betalen.

Tot slot

Ik doe hier geen pleidooi voor een snelle verandering van de energieprijzen of het -systeem, dat gaat voorbij aan de realiteit. Wel om de EROI te gebruiken voor een meer genuanceerde discussie over energietransitie en meer specifiek om een antwoord te vinden op een betaalbaar en daarmee duurzaam energiesysteem. Broodnodig in een tijd waarin naar aanleiding van een MKBA over windenergie op zee, in de pers vooral blijft hangen dat het niets opbrengt.