Overname Energiepark Pottendijk door Eneco

Jeroen Deddens (eigenaar Energiepark Pottendijk B.V.) en Eneco hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van Energiepark Pottendijk. Dankzij deze overeenkomst neemt Eneco de verdere ontwikkeling en realisatie van Energiepark Pottendijk over. Pondera heeft intensief samengewerkt met de heer Deddens en advocatenkantoor HVG Law om de verkoop van Energiepark Pottendijk te begeleiden middels een uitgebreide tender. Pondera heeft verschillende potentiële kopers uitgenodigd om een aanbieding uit te brengen voor de koop van het energiepark. De verkoopbegeleiding bestond onder andere uit de volgende werkzaamheden:

  • Due diligence en waardebepaling Energiepark Pottendijk;
  • Opstellen verkoopprospectus en biedingsinstructies;
  • Besprekingen en onderhandelingen met potentiele kopers;
  • Beoordelen van de aanbiedingen en termsheets uitgebracht door potentiele kopers;
  • Selecteren koper;
  • Onderhandelingen en contractering van het Share Purchase Agreement (SPA; koopovereenkomst).

Eneco is uit dit proces als koper geselecteerd. Vervolgens heeft Pondera de heer Deddens bijgestaan gedurende de onderhandelingen en contractering van de SPA.

Energiepark Pottendijk bestaat uit een windpark van 12 tot 14 windturbines en een zonnepark van 35,5 hectare. In totaal zal het energiepark circa 100 MW aan opgesteld vermogen realiseren. Pondera heeft (in samenwerking met BugelHajema) in 2018 het MER opgesteld en de omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw en exploitatie van het zonnepark en de 14 windturbines. Op 28 september 2018 is door de gemeente Emmen de omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw en exploitatie van de 12 tot 14 windturbines.

In de vervolgfase zal Eneco intensief blijven samenwerken met de heer Deddens aan de ontwikkeling en realisatie van Energiepark Pottendijk. Pondera zal Eneco verder ondersteunen met de uitvoeringsvergunningen en permit management voor de realisatie van het energiepark.

Intrapec opent zonnedak met zonnelied

Een zonnelied om een zonnedak te openen. Hoewel de zon zich nauwelijks liet zien, gebeurde dat vrijdag 28 februari in Spankeren bij het verpakkingsbedrijf Intrapec. De initiatiefnemers Intrapec, Ovento en Pondera hadden zo’n 60 relaties en vrienden uitgenodigd om gezamenlijk de opening van hun zonnedak met ruim 1.500 panelen met een vermogen van bijna 0,5 MW. Hiermee kan de Intrapec Groep met gemak in haar eigen stroomverbruik voorzien. Omgerekend naar huishoudens levert het dak genoeg stroom voor 130 huishoudens.

Directeur Paul de Lange van de Intrapec Groep toonde zich trots en verheugd over het resultaat en riep alle dak eigenaren op om hetzelfde te doen. “Het is goed voor het klimaat en het levert ook nog rendement op.” aldus De Lange. Albert Ploeg liet de aanwezigen zien dat het traject om tot dit resultaat te komen niet eenvoudig was en liet zien dat vele partijen bij een project als dit betrokken zijn. Na de officiële opening lieten de trotse eigenaren de aanwezigen het dak en de elektrische installatie zien. Ook wethouder Dorus Klomberg van de gemeente Rheden, die duurzame energie in zijn portefeuille heeft, toonde zich na afloop verheugd. “Ik ben blij dat er ondernemers zijn die dergelijke initiatieven nemen. Er liggen genoeg daken onbenut. Hier wordt aangetoond dat het mogelijk is om het nuttig in te zetten.”

Gemeenteraad akkoord bouw Windpark Agro Wind in Reusel

De gemeenteraad van Reusel-De Mierden heeft op 17 februari 2020 besloten om de verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van Windpark Agro Wind. Hiermee staat de weg vrij voor het college van Burgemeester en Wethouders om de definitieve vergunning te verlenen aan de Vereniging High Tech Agro Wind. Dit is een grote stap voor de Vereniging naar de realisatie van het windpark.
Pondera feliciteert de initiatiefnemers met het behalen van deze mijlpaal!

Wereldrecord voor Haliade-X 12 MW!

Pondera’s Haliade-X 12 MW-prototype in de Rotterdamse haven heeft zojuist een nieuw wereldrecord gevestigd! Het is de eerste windturbine die in de loop van 24 uur 288 MWh genereert. In de komende 5 jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om de stroomcurve, belastingen, netprestaties en betrouwbaarheid van de turbine te valideren. Met deze tests kan GE bovendien de gegevens verzamelen die nodig zijn om het typecertificaat te verkrijgen, een belangrijke stap in de commercialisering van de Haliade-X.

Kerngetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De offshore windturbine is op het land geplaatst om het uitvoeren van testen makkelijker te maken. Hiermee kan ook de data worden verzameld waarmee de turbine kan worden gecertificeerd – een noodzakelijke stap voor het commercieel beschikbaar stellen van de turbine.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2.

Pondera feliciteert Eneco met gunning windpark Maasvlakte 2

Gisteren maakte Rijkswaterstaat de uitkomst van de aanbesteding voor windpark Maasvlakte 2 bekend. Pondera is blij en trots dat Eneco als winnaar uit de bus kwam. Het betekent dat Eneco haar plan om een windpark te bouwen van ruim 100 MW op de zeewering bij de Tweede Maasvlakte kan realiseren. Pondera is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de bieding. Pondera was penvoerder van het Plan van Aanpak en heeft de optimale windturbine lay-out voor deze locatie ontworpen.

Pim Rooijmans, projectmanager van Pondera: “In de afgelopen negen maanden hebben we met een heel gemotiveerd team er alles aan gedaan om deze tender te winnen. Het was mooi om te zien dat alle betrokken partijen heel ver wilden gaan om tot een prachtig project te komen. We kijken er naar uit om in het vervolgtraject met hetzelfde team aan de slag te gaan met het MER, de vergunningen en de aanbestedingen voor windpark Maasvlakte 2.”

Het nieuwe windpark gaat ongeveer 416 GWh per jaar aan groene stroom opwekken, vergelijkbaar met het verbruik van 138.000 huishoudens. Eneco verwacht in 2022 te beginnen met de voorbereidingen van de bouw, zodat het park uiterlijk 2023 voor 25 jaar duurzame energie kan gaan leveren. Rijkswaterstaat neemt vanaf 2023 alle groene stroom van het windpark af.

Pondera viert ingebruikname GE Haliade-X

Op 17 en 19 december 2019 heeft Pondera de ingebruikname gevierd van ‘s werelds grootste windturbine: de GE Haliade-X 12 MW. “Als ontwikkelaar en mede-eigenaar samen met Sif – in het Futurewind-project – zijn wij er trots op bij te dragen aan deze belangrijke nieuwe stap in windturbinetechnologie”, aldus Hans Rijntalder, directeur van Pondera. Hij vervolgt: “En we willen GE feliciteren met deze uitstekende prestatie. Het spreekt voor zich dat deze stap belangrijk is voor de marktontwikkeling in Offshore Wind.”

Tijdens de officiële openingsceremonie op 17 december werd aangekondigd dat het Nederlandse energiebedrijf Eneco alle elektriciteit zal afnemen die wordt gegenereerd door dit prototype van de Haliade-X 12 MW offshore windturbine van GE. Op 19 december hebben wij klanten en relaties uitgenodigd om meer te weten te komen over deze baanbrekende technologie.

Volgens GE heeft het Haliade-X 12 MW-prototype een nieuw wereldrecord gevestigd doordat het de eerste windturbine ooit is die binnen 24 uur 262 MWh schone energie kan genereren, genoeg om 30.000 huishoudens in de regio van stroom te voorzien.

In de komende vijf jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om zijn vermogenscurve, belastingen, netprestaties en betrouwbaarheid te valideren. Met de tests kan GE ook operationele procedures voor installatie- en serviceteams valideren en in 2020 een typecertificaat verkrijgen voor de Haliade-X. Het in de markt zetten is tegen 2021 gepland, vervolgens zal de seriële productie in de tweede helft van 2021 van start gaat.

17 december, official world wide press moment

19 december, Pondera Haliade-X klantenevent

Pondera versterkt team met offshore wind ervaring

Het zal niemand ontgaan dat offshore wind een sterk groeiend werkveld is. Pondera kondigt daarom met trots aan dat het een duurzame samenwerking aan gaat met drie offshore wind professionals die hun sporen in het werkveld verdiend hebben.

Matthias Haag, momenteel projectdirecteur van EDF’s Neart Na Gaoithe project bij Schotland en voormalig directeur van het Nederlandse Gemini project gaat zijn diensten via Pondera aanbieden. Ook Jasper Vet, financieel directeur van Windpark Fryslân en Albert Ploeg, verantwoordelijk voor de engineering van Windpark Fryslân en vele andere offshore windprojecten, sluiten zich bij Pondera aan. “Wij verheugen ons om onze diensten via een leuke club als Pondera aan te bieden en verwachten hiermee een positieve bijdrage te kunnen leveren om jonge mensen in het vak op te leiden,” zo licht Matthias Haag de stap toe. Jasper Vet vult aan “En verder hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de internationale ambitie om offshore windprojecten te ontwikkelen als adviseur maar ook als mede-ontwikkelaar.” “Het voelt ook voor ons als een logische stap omdat we de mensen van Pondera al vele jaren kennen en er plezierig mee samenwerken” aldus Albert Ploeg tot slot. Bij de offshore wind conferentie in Kopenhagen zal het drietal zich voor het eerst presenteren in hun nieuwe rol.

Windstudie Hollandse Kust (noord) beschikbaar

Een update van de WRA Holland Kust (noord) is nu publiek beschikbaar voor geïnteresseerden. Het rapport is een update van de versie die in maart dit jaar beschikbaar kwam. De studie heeft tot doel om de onzekerheden voor het project te verminderen. Daardoor kunnen ook de kosten voor het project lager uitvallen.

Hollandse Kust (noord) is een windenergiegebied op zee waar windturbines komen te staan met een gezamenlijk vermogen van 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust voor Petten en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Hollandse Kust (noord) is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Tijdens de WRA zijn de laatste moderne meettechnieken en modellen ingezet om een zo nauwkeurig mogelijk resultaat te bereiken. Door data te gebruiken van meetmasten en drijvende boeien met windmeetinstrumenten en die te combineren met de al bestaande modeldata van o.a. het KNMI, is het windklimaat voor het gehele gebied vastgesteld en geverifieerd. De studie is geüpdate op basis van een 2e jaar windmetingen on-site. De verandering in gevonden lange termijn windsnelheid is minimaal, de onzekerheid valt iets lager uit.

De WRA voor Hollandse Kust (noord) is opgesteld door een consortium dat bestaat uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares. Het rapport is gemaakt in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Het geüpdate rapport is gecertificeerd door DNV GL. Op 16 mei 2019 is een webinar georganiseerd door RVO.nl waarin de belangrijkste resultaten van de studie worden besproken. De resultaten hiervan kunnen hier worden bekeken.

Over het consortium

Het consortium bestaande uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares heeft in opdracht van RVO.nl berekeningen uitgevoerd voor het windaanbod voor windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (HKN). Het kwartet kreeg deze opdracht mede dankzij de eerdere ervaring met Nederlandse en Europese offshore-windprojecten.

Over Hollandse Kust (noord)

Afbeelding: Hollandse Kust (noord) zone met het berekende windklimaat

Hollandse Kust (noord) is een aangewezen windenergiegebied op zee van ongeveer 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Dit windenergiegebied is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in Nederland.

De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt en in 2030 is dat minimaal 27%. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Windenergie op zee is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Erik Holtslag (Pondera Consult) e.holtslag@ponderaconsult.com

 

Omgang met stikstof bij duurzame energie (Blog)

De uitspraak van de Raad van State over het PAS (Programma Aanpak Stikstof) op 29 mei van dit jaar heeft een onvoorstelbaar grote doorwerking gehad. In vergunningverlening en daarmee in de voortgang van ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook in de manier waarop de maatschappij aankijkt tegen natuurbeleid en -regelgeving. De titel van het eerste rapport van de Commissie Remkes “Niet alles kan” spreekt voor zich.

Ook al is het niet voor de hand liggend bij duurzame energieprojecten, ook wij hebben in ons werk als adviseurs te maken met stikstof. We maken Aerius-berekeningen voor milieueffectrapportages en vergunningaanvragen, zorgen dat deposities ecologisch worden beoordeeld en adviseren onze klanten over het issue waar zij zich mee geconfronteerd zien (Natura 2000/PAS). Tegenwoordig gaat het dan natuurlijk over de consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor het project van de klant.

Voor de uitspraak was een stikstofbeoordeling vaak een formaliteit. Bij duurzame energieprojecten is er alleen sprake van emissies tijdens de aanleg. Die zijn tijdelijk en voor zon- en windprojecten op land heel klein. Als het duurzame energieproject operationeel is, levert het een bijdrage aan het reduceren van de stikstofbelasting, omdat de duurzame energie in de plaats komt van fossiel opgewekte energie. Bij fossiele energiebronnen komen wel (grote) hoeveelheden stikstof vrij. De verplichte Aerius-berekening waarmee de stikstofdepositie wordt bepaald, liet dan ook zien dat stikstofdepositie geen probleem vormde. Het resultaat was vaak minder dan 0,05 mol/ha/jaar, hetgeen leidde tot een vrijstelling van vergunning. Deze drempel is echter weg.

De laatste maanden zijn wij bij Pondera Consult, net als de rest van Nederland, de diepte ingegaan. Het lijkt niet logisch dat duurzame energieprojecten, die onderaan de streep juist stikstofuitstoot voorkomen, belemmerd worden door onze stikstofregels. In dit blog sta ik dan ook stil bij de stand van zaken en de vraag hoe wij hier mee om gaan en tegen het issue aan kijken.

Belemmering of niet?

Het is geen nieuws dat een groot aantal Natura 2000-gebieden overbelast is door stikstofdepositie (namelijk 118 gebieden zijn overbelast van een totaal van ruim 160 Natura 2000-gebieden). Overbelast betekent dat de actuele depositiewaarde in een gebied de kritische depositiewaarde voor een goede natuurkwaliteit overschrijdt. Vanzelfsprekend hangen daar onzekerheden omheen (denk aan het bepalen van de hoogte van de kritische depositiewaarde, de meting van de actuele stikstofdepositie, de verspreidingsmodellen en de actuele staat van een stikstofgevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied). Bij al deze onderdelen van het vraagstuk zijn interessante vragen te stellen, bijvoorbeeld: wanneer heeft een depositie nu daadwerkelijk een ecologisch effect? Bijvoorbeeld aangezien dat de ‘kritische depositiewaarde’ is afgerond op hele kilo’s stikstof en de toetsing zich richt op een nauwkeurigheid van 0,01 mol/ha/jr wat overeenkomt met 0,14 gram/ha/jr. Rondom stikstof zijn de getalsmatige uitkomsten van Aerius nu leidend, uit vrees voor de toets van de Raad van State. Op zicht geldt voor de Raad van State echter de Wet natuurbescherming welke verlangt dat wordt aangetoond dat significant negatieve effecten uitblijven; dat maakt bijvoorbeeld dat een ecologische afweging van een tijdelijke en geringe depositie acceptabel kan zijn. Dat is in uitspraken voor het PAS ook bevestigd.

Vooralsnog is echter het vertrekpunt dat veel van de betreffende plantengemeenschappen die op grond van criteria uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen er niet goed voor staan en dat de stikstofdepositie hoger ligt dan de vastgestelde kritische waardes. Uitgaande van de huidige kaders en inzichten is het dan ook onvermijdelijk dat er gevolgen worden geconstateerd en actie moet worden genomen om de benodigde goedkeuring te krijgen voor projecten met, al dan niet tijdelijke, emissies. Dat is ook in lijn met het eerste advies van de Commissie Remkes en de recente brief van Minister Schouten (4 oktober 2019). Kortom, een open deur; ja, stikstof is een potentiële belemmering. Echter, deze is hanteerbaar zoals hierna blijkt.

Wat gaat de overheid doen?

Er is veel geschreven (en geroepen) nu de consequenties van de uitspraak van de Raad van State meer en meer duidelijk worden. De beslissing van het Rijk en provincies om in eerste instantie geen medewerking te verlenen aan projecten met (zelfs minimale) stikstofdeposities, het buiten werking stellen van de Aerius-calculator tot 16 september jongstleden en de opeenvolging van vernietigingen van vergunningen door de Raad van State (van projecten die met het PAS waren vergund, waarvoor de Raad wachtte op haar uitspraak van 29 mei) hebben daar aan bijgedragen. Uiteindelijk stond het Malieveld vol. Hierdoor werd het uiteindelijk heel duidelijk: projecten uit alle sectoren liggen stil.

De eerste echte aanzet om vergunningverlening weer op gang te komen volgt uit de brief van de minister van LNV van 4 oktober 2019 volgend op het eerste (korte termijn) advies van de Commissie Remkes. Volgende adviezen van deze deskundigencommissie zijn aangekondigd voor eind 2019 (beweiden en bemesten) en mei 2020 (mobiliteit en nieuwe aanpak stikstof).

In de brief wordt ingegaan op de aanpak van de Minister, de wijze waarop weer vergunningen kunnen worden verkregen, bronmaatregelen die worden getroffen en monitoring van stikstofdeposities. Aan het einde van dit blog is in een separaat kader de inhoud van de brief puntsgewijs opgesomd.

Voor mij allemaal interessant, maar bijzonder belangwekkend zijn de mogelijkheden om weer vergunningen te verkrijgen voor projecten. Kort en goed komt het erop neer dat de mogelijkheden die al bestonden voordat het PAS er was worden opgesomd, maar dat deze beperkt worden als het gaat om saldering. Goedkeuring op grond van een ecologische beoordeling of de ADC-toets zijn niet nieuw. Ze zijn wel fijn omdat we er ervaring mee hebben. Het is belangrijk op te merken dat op het punt van de ecologische beoordeling er een grijs gebied is. Ecologische beoordelingen worden opgesteld door ecologen, echter verschillen kunnen ontstaan als bevoegde gezagen over de aanvaardbaarheid van de oordelen een verschillend standpunt innemen. Het is daarbij niet moeilijk voor te stellen dat overheden terughoudend zijn met het accepteren van een ecologische beoordeling die concludeert dat een zeer kleine depositie, op gebieden die reeds overbelast zijn, niet aanvaardbaar is uit vrees voor de houdbaarheid van een besluit. Mijns inziens is terughoudendheid daarbij niet nodig als er een degelijk ecologische beoordeling ligt die uitwijst dat het behalen en/of behouden van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding zijn; deze toetsing beoordeeld de Raad van State immers. Het spreekt voor zich dat een gang naar de Raad van State voor de eerste paar cases bijzonder spannend is.

Ten aanzien van intern en extern salderen is er wel sprake van een nieuwe aanpak. Voor het PAS was intern en extern salderen een gangbare praktijk, tijdens het PAS bij wet niet meer toegestaan. Met het vervallen van het PAS is dit weer mogelijk, alleen is beleidsmatig aangegeven dat alleen medewerking wordt gegeven aan saldering met feitelijk vergunde en gerealiseerde stikstofemissies. Uitzonderingen op de regels zijn mogelijk, waaronder voor duurzame energieprojecten. Hiermee komt een einde aan geschuif met emissies op papier, die feitelijk niet plaatsvinden. Bij externe saldering, waar nu nog geen medewerking aan wordt verleend, geldt daarbij dat er 30% van de emissies wordt afgeroomd. Er mag maar met 70% van de saldogevende activiteit worden gesaldeerd. De beleidsregel waarin de regels voor saldering zijn uitgewerkt is op 8 oktober verschenen op de website van BIJ12 (de uitvoeringsorganisatie van provincies voor met name natuur) (zie onderaan bij de linkjes). Deze treden in werking na publicatie in het Provinciaal Blad per provincie.

Een mogelijke bron van saldering die nieuw is betreft saldering met activiteiten waaraan geen besluit ten grondslag heeft gelegen. Met andere woorden: activiteiten waarvoor geen vergunning nodig was die reeds aanwezig waren op het moment dat de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Dit betreft bijvoorbeeld akkerbouw (bemesten veroorzaakt veel stikstof) en verkeer. Dat biedt interessante mogelijkheden voor projecten die bijvoorbeeld op agrarische grond worden gerealiseerd.

Wat te doen als initiatiefnemer?

Voor initiatiefnemers is het duidelijk dat de goedkeuring van projecten sinds de uitspraak van de Raad van State in mei dit jaar deels onveranderd is. Het inventariseren van de aanlegwijze, bouwwerk- en voertuigen en bouwplanning zijn niet nieuw. Bij Pondera stellen we daarvoor een zogenaamd ‘Construction Emissions Plan’ op. Met een berekening door de Aerius-calculator (http://calculator.aerius.nl) kan worden bepaald of er depositie optreedt op gevoelige habitattypen en zo ja, hoeveel. Alternatieve rekenmethodes zijn juridisch (onderbouwd) mogelijk, maar worden naar verwachting door het bevoegd gezag niet geaccepteerd. Wijst de calculator uit dat er geen belasting is (resultaat 0,00 mol/ha/jr), of wordt de kritische depositiewaarde niet overschreden kan een negatief effect worden uitgesloten. Maar wordt in de huidige situatie de kritische depositiewaarde al overschreden (via de legenda is dit zichtbaar te maken in de Aerius Calculator)? En treedt er een belasting, hoe klein ook, op? Dan ontstaat er een nieuwe situatie.

Om een vergunning te verkrijgen zullen de opties die hiervoor benoemd zijn moeten worden gekozen of gevolgd om vergunning/goedkeuring te verkrijgen: salderen, ecologisch beoordelen of het doorlopen van een ADC toets. Voor het salderen en de ADC toets geldt dat het effect moet worden weggenomen. Of door een andere stikstofbron weg te nemen (tijdens de bouw in ieder geval) of door een compensatie te treffen gericht op het habitattype dat wordt geraakt, bijvoorbeeld inrichten van nieuw natuurgebied. Ten aanzien van de ADC-toets geldt kort gezegd dat deze goed toepasbaar is voor duurzame energieprojecten vanwege de beleidsdoelstellingen die gediend zijn met deze projecten. De vraag of er alternatieven beschikbaar zijn is voor kleine decentrale opwekinstallaties een aandachtspunt. Ik verwacht dat bij het beoordelen van alternatieven toch ook snel de vraag weer boven komt of dat eigenlijk wel een zinvolle analyse is aangezien het vaak om eenmalige en hele kleine deposities zal gaan. Maar het kan noodzakelijk blijken vanwege het wettelijk kader als vooraf geen zekerheid is te bieden. Interessant is de gedachte om te compenseren met andere stikstofbronnen. Het ene jaar een tijdelijke extra belasting maar compensatie door het permanent wegnemen van een stikstofbron tijdens de exploitatie, bijvoorbeeld door het areaal akker dat niet meer bemest wordt door de civiele werken, of de vermeden emissies van verwijderde CV-ketels ten gevolge van de aanleg van een warmtenet.

De ecologische beoordeling is een oplossingsrichting die in het verleden soms wel, soms niet goed afliep voor het betreffende project. Veelal werd de relativiteit van een belasting als argument gehanteerd (ecologisch niet relevante belastingen bijvoorbeeld). Vanuit het gegeven dat de aanlegfase de fase is waar stikstof wordt uitgestoten bij duurzame energieprojecten en de uitstoot en depositie tijdelijk is en vaak een zeer beperkte belasting veroorzaakt, lijkt dit voor deze projecten een logische en te verantwoorden aanpak. Deze aanpak doet denken aan de 1% mortaliteitsnorm die wordt gehanteerd bij vogelaanvaringen, die optreedt bij windturbines. Kort gezegd: een effect zo klein dat het wegvalt binnen de nauwkeurigheidsgrenzen van in dit geval de jaarlijkse natuurlijke sterfte bij een vogelsoort.

Innovatieve oplossingen

Door het land heen wordt gekeken naar oplossingen om de daadwerkelijke belasting bij stikstofgevoelige natuurgebieden te beperken. Meer en minder innovatieve oplossingen zouden kunnen zijn:

  • Een Sectoraal Stikstof Programma Energietransitie, waarbij de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van duurzame energie-installaties wordt gesaldeerd met de stikstofbesparing bij fossiele opwek;
  • Aanbestedingseisen ten aanzien van elektrische of jonge werk- en transportvoertuigen voor de aanlegfase, welke geen of in elk geval aanzienlijk minder stikstof uitstoten;
  • Stikstof betrekken in het bedrijfsbeleid gericht op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (elektrisch rijden, schoon inkopen, etc);
  • Retrofitten van nabehandelingstechnieken (Ad Blue) in oude werk- en transportvoertuigen;
  • Tijdelijke lokale maatregelen als snelheidsverlaging van het bestaande verkeer;;
  • Herontwerp bouwmethodes (‘zo doen we het altijd’) om bouwtijd in te korten of het aantal transporten te reduceren: bijv. geen permanente bouwwegen en kraanopstelplaatsen om (zware) transporten te beperken, meer pre-assemblage in de fabriek, monopiles op land, etc.

De inzet van het Rijk op emissie-eisen op Europees niveau is daarbij bijzonder behulpzaam aangezien een belangrijk deel van de jaarlijkse stikstofdepositie uit het buitenland komt.

Alle oplossingen hebben hun mitsen en maren. Tegenover deze bezwaren staat echter het gegeven dat het soms niet anders kan. De afweging van kosten, (juridisch) risico en maatschappelijk verantwoord ondernemen zal er anders uitzien door het wegvallen van het PAS.

Informatie:

Pondera aanwezig op de Windeurope Offshore Kopenhagen 26-28 november 2019

Komt u ook?

Op 26-28 november is Pondera aanwezig op WindEurope beurs en conferentie in Kopenhagen. Op deze beurs willen wij een graag bijpraten over de volgende onderwerpen:

    • Onze nieuwste projecten in Zuid Oost Azië
        • Indonesië – diverse offshore projecten op Java
        • Vietnam – nearshore projecten
        • Korea – nearshore project bij Jeju
    • Uitbreiding van ons offshore dienstenpakket
    • Ons ontwikkelverhaal over de GE Haliade-x 12 MW

Wij willen u graag de aandacht geven die u verdient, daarom maken we graag een afspraak met u. Indien u belangstelling heeft om ons te bezoeken, kunt u middels onderstaand formulier aangeven welk dagdeel u ons wenst te bezoeken. Carola Klopman zal contact met u opnemen om een afspraak te maken. Natuurlijk kunt u haar ook direct contacten: +31 (0)6 29 16 06 06 of op c.klopman@ponderaconsult.com.

We zien u graag op onze stand (nummer C4-B10) op 26-28 november in Kopenhagen.