Pondera versterkt team met offshore wind ervaring

Het zal niemand ontgaan dat offshore wind een sterk groeiend werkveld is. Pondera kondigt daarom met trots aan dat het een duurzame samenwerking aan gaat met drie offshore wind professionals die hun sporen in het werkveld verdiend hebben.

Matthias Haag, momenteel projectdirecteur van EDF’s Neart Na Gaoithe project bij Schotland en voormalig directeur van het Nederlandse Gemini project gaat zijn diensten via Pondera aanbieden. Ook Jasper Vet, financieel directeur van Windpark Fryslân en Albert Ploeg, verantwoordelijk voor de engineering van Windpark Fryslân en vele andere offshore windprojecten, sluiten zich bij Pondera aan. “Wij verheugen ons om onze diensten via een leuke club als Pondera aan te bieden en verwachten hiermee een positieve bijdrage te kunnen leveren om jonge mensen in het vak op te leiden,” zo licht Matthias Haag de stap toe. Jasper Vet vult aan “En verder hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de internationale ambitie om offshore windprojecten te ontwikkelen als adviseur maar ook als mede-ontwikkelaar.” “Het voelt ook voor ons als een logische stap omdat we de mensen van Pondera al vele jaren kennen en er plezierig mee samenwerken” aldus Albert Ploeg tot slot. Bij de offshore wind conferentie in Kopenhagen zal het drietal zich voor het eerst presenteren in hun nieuwe rol.

Windstudie Hollandse Kust (noord) beschikbaar

Een update van de WRA Holland Kust (noord) is nu publiek beschikbaar voor geïnteresseerden. Het rapport is een update van de versie die in maart dit jaar beschikbaar kwam. De studie heeft tot doel om de onzekerheden voor het project te verminderen. Daardoor kunnen ook de kosten voor het project lager uitvallen.

Hollandse Kust (noord) is een windenergiegebied op zee waar windturbines komen te staan met een gezamenlijk vermogen van 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust voor Petten en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Hollandse Kust (noord) is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Tijdens de WRA zijn de laatste moderne meettechnieken en modellen ingezet om een zo nauwkeurig mogelijk resultaat te bereiken. Door data te gebruiken van meetmasten en drijvende boeien met windmeetinstrumenten en die te combineren met de al bestaande modeldata van o.a. het KNMI, is het windklimaat voor het gehele gebied vastgesteld en geverifieerd. De studie is geüpdate op basis van een 2e jaar windmetingen on-site. De verandering in gevonden lange termijn windsnelheid is minimaal, de onzekerheid valt iets lager uit.

De WRA voor Hollandse Kust (noord) is opgesteld door een consortium dat bestaat uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares. Het rapport is gemaakt in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Het geüpdate rapport is gecertificeerd door DNV GL. Op 16 mei 2019 is een webinar georganiseerd door RVO.nl waarin de belangrijkste resultaten van de studie worden besproken. De resultaten hiervan kunnen hier worden bekeken.

Over het consortium

Het consortium bestaande uit Oldbaum Services, Pondera Consult, Whiffle en Deltares heeft in opdracht van RVO.nl berekeningen uitgevoerd voor het windaanbod voor windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (HKN). Het kwartet kreeg deze opdracht mede dankzij de eerdere ervaring met Nederlandse en Europese offshore-windprojecten.

Over Hollandse Kust (noord)

Afbeelding: Hollandse Kust (noord) zone met het berekende windklimaat

Hollandse Kust (noord) is een aangewezen windenergiegebied op zee van ongeveer 700 MW. Het gebied ligt op meer dan 18 kilometer uit de kust en zal genoeg stroom leveren voor ruim 1 miljoen Nederlandse huishoudens. Dit windenergiegebied is één van de zes windenergiegebieden op zee die ontwikkeld worden in Nederland.

De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt en in 2030 is dat minimaal 27%. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Windenergie op zee is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Erik Holtslag (Pondera Consult) e.holtslag@ponderaconsult.com

 

Omgang met stikstof bij duurzame energie (Blog)

De uitspraak van de Raad van State over het PAS (Programma Aanpak Stikstof) op 29 mei van dit jaar heeft een onvoorstelbaar grote doorwerking gehad. In vergunningverlening en daarmee in de voortgang van ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook in de manier waarop de maatschappij aankijkt tegen natuurbeleid en -regelgeving. De titel van het eerste rapport van de Commissie Remkes “Niet alles kan” spreekt voor zich.

Ook al is het niet voor de hand liggend bij duurzame energieprojecten, ook wij hebben in ons werk als adviseurs te maken met stikstof. We maken Aerius-berekeningen voor milieueffectrapportages en vergunningaanvragen, zorgen dat deposities ecologisch worden beoordeeld en adviseren onze klanten over het issue waar zij zich mee geconfronteerd zien (Natura 2000/PAS). Tegenwoordig gaat het dan natuurlijk over de consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor het project van de klant.

Voor de uitspraak was een stikstofbeoordeling vaak een formaliteit. Bij duurzame energieprojecten is er alleen sprake van emissies tijdens de aanleg. Die zijn tijdelijk en voor zon- en windprojecten op land heel klein. Als het duurzame energieproject operationeel is, levert het een bijdrage aan het reduceren van de stikstofbelasting, omdat de duurzame energie in de plaats komt van fossiel opgewekte energie. Bij fossiele energiebronnen komen wel (grote) hoeveelheden stikstof vrij. De verplichte Aerius-berekening waarmee de stikstofdepositie wordt bepaald, liet dan ook zien dat stikstofdepositie geen probleem vormde. Het resultaat was vaak minder dan 0,05 mol/ha/jaar, hetgeen leidde tot een vrijstelling van vergunning. Deze drempel is echter weg.

De laatste maanden zijn wij bij Pondera Consult, net als de rest van Nederland, de diepte ingegaan. Het lijkt niet logisch dat duurzame energieprojecten, die onderaan de streep juist stikstofuitstoot voorkomen, belemmerd worden door onze stikstofregels. In dit blog sta ik dan ook stil bij de stand van zaken en de vraag hoe wij hier mee om gaan en tegen het issue aan kijken.

Belemmering of niet?

Het is geen nieuws dat een groot aantal Natura 2000-gebieden overbelast is door stikstofdepositie (namelijk 118 gebieden zijn overbelast van een totaal van ruim 160 Natura 2000-gebieden). Overbelast betekent dat de actuele depositiewaarde in een gebied de kritische depositiewaarde voor een goede natuurkwaliteit overschrijdt. Vanzelfsprekend hangen daar onzekerheden omheen (denk aan het bepalen van de hoogte van de kritische depositiewaarde, de meting van de actuele stikstofdepositie, de verspreidingsmodellen en de actuele staat van een stikstofgevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied). Bij al deze onderdelen van het vraagstuk zijn interessante vragen te stellen, bijvoorbeeld: wanneer heeft een depositie nu daadwerkelijk een ecologisch effect? Bijvoorbeeld aangezien dat de ‘kritische depositiewaarde’ is afgerond op hele kilo’s stikstof en de toetsing zich richt op een nauwkeurigheid van 0,01 mol/ha/jr wat overeenkomt met 0,14 gram/ha/jr. Rondom stikstof zijn de getalsmatige uitkomsten van Aerius nu leidend, uit vrees voor de toets van de Raad van State. Op zicht geldt voor de Raad van State echter de Wet natuurbescherming welke verlangt dat wordt aangetoond dat significant negatieve effecten uitblijven; dat maakt bijvoorbeeld dat een ecologische afweging van een tijdelijke en geringe depositie acceptabel kan zijn. Dat is in uitspraken voor het PAS ook bevestigd.

Vooralsnog is echter het vertrekpunt dat veel van de betreffende plantengemeenschappen die op grond van criteria uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen er niet goed voor staan en dat de stikstofdepositie hoger ligt dan de vastgestelde kritische waardes. Uitgaande van de huidige kaders en inzichten is het dan ook onvermijdelijk dat er gevolgen worden geconstateerd en actie moet worden genomen om de benodigde goedkeuring te krijgen voor projecten met, al dan niet tijdelijke, emissies. Dat is ook in lijn met het eerste advies van de Commissie Remkes en de recente brief van Minister Schouten (4 oktober 2019). Kortom, een open deur; ja, stikstof is een potentiële belemmering. Echter, deze is hanteerbaar zoals hierna blijkt.

Wat gaat de overheid doen?

Er is veel geschreven (en geroepen) nu de consequenties van de uitspraak van de Raad van State meer en meer duidelijk worden. De beslissing van het Rijk en provincies om in eerste instantie geen medewerking te verlenen aan projecten met (zelfs minimale) stikstofdeposities, het buiten werking stellen van de Aerius-calculator tot 16 september jongstleden en de opeenvolging van vernietigingen van vergunningen door de Raad van State (van projecten die met het PAS waren vergund, waarvoor de Raad wachtte op haar uitspraak van 29 mei) hebben daar aan bijgedragen. Uiteindelijk stond het Malieveld vol. Hierdoor werd het uiteindelijk heel duidelijk: projecten uit alle sectoren liggen stil.

De eerste echte aanzet om vergunningverlening weer op gang te komen volgt uit de brief van de minister van LNV van 4 oktober 2019 volgend op het eerste (korte termijn) advies van de Commissie Remkes. Volgende adviezen van deze deskundigencommissie zijn aangekondigd voor eind 2019 (beweiden en bemesten) en mei 2020 (mobiliteit en nieuwe aanpak stikstof).

In de brief wordt ingegaan op de aanpak van de Minister, de wijze waarop weer vergunningen kunnen worden verkregen, bronmaatregelen die worden getroffen en monitoring van stikstofdeposities. Aan het einde van dit blog is in een separaat kader de inhoud van de brief puntsgewijs opgesomd.

Voor mij allemaal interessant, maar bijzonder belangwekkend zijn de mogelijkheden om weer vergunningen te verkrijgen voor projecten. Kort en goed komt het erop neer dat de mogelijkheden die al bestonden voordat het PAS er was worden opgesomd, maar dat deze beperkt worden als het gaat om saldering. Goedkeuring op grond van een ecologische beoordeling of de ADC-toets zijn niet nieuw. Ze zijn wel fijn omdat we er ervaring mee hebben. Het is belangrijk op te merken dat op het punt van de ecologische beoordeling er een grijs gebied is. Ecologische beoordelingen worden opgesteld door ecologen, echter verschillen kunnen ontstaan als bevoegde gezagen over de aanvaardbaarheid van de oordelen een verschillend standpunt innemen. Het is daarbij niet moeilijk voor te stellen dat overheden terughoudend zijn met het accepteren van een ecologische beoordeling die concludeert dat een zeer kleine depositie, op gebieden die reeds overbelast zijn, niet aanvaardbaar is uit vrees voor de houdbaarheid van een besluit. Mijns inziens is terughoudendheid daarbij niet nodig als er een degelijk ecologische beoordeling ligt die uitwijst dat het behalen en/of behouden van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding zijn; deze toetsing beoordeeld de Raad van State immers. Het spreekt voor zich dat een gang naar de Raad van State voor de eerste paar cases bijzonder spannend is.

Ten aanzien van intern en extern salderen is er wel sprake van een nieuwe aanpak. Voor het PAS was intern en extern salderen een gangbare praktijk, tijdens het PAS bij wet niet meer toegestaan. Met het vervallen van het PAS is dit weer mogelijk, alleen is beleidsmatig aangegeven dat alleen medewerking wordt gegeven aan saldering met feitelijk vergunde en gerealiseerde stikstofemissies. Uitzonderingen op de regels zijn mogelijk, waaronder voor duurzame energieprojecten. Hiermee komt een einde aan geschuif met emissies op papier, die feitelijk niet plaatsvinden. Bij externe saldering, waar nu nog geen medewerking aan wordt verleend, geldt daarbij dat er 30% van de emissies wordt afgeroomd. Er mag maar met 70% van de saldogevende activiteit worden gesaldeerd. De beleidsregel waarin de regels voor saldering zijn uitgewerkt is op 8 oktober verschenen op de website van BIJ12 (de uitvoeringsorganisatie van provincies voor met name natuur) (zie onderaan bij de linkjes). Deze treden in werking na publicatie in het Provinciaal Blad per provincie.

Een mogelijke bron van saldering die nieuw is betreft saldering met activiteiten waaraan geen besluit ten grondslag heeft gelegen. Met andere woorden: activiteiten waarvoor geen vergunning nodig was die reeds aanwezig waren op het moment dat de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Dit betreft bijvoorbeeld akkerbouw (bemesten veroorzaakt veel stikstof) en verkeer. Dat biedt interessante mogelijkheden voor projecten die bijvoorbeeld op agrarische grond worden gerealiseerd.

Wat te doen als initiatiefnemer?

Voor initiatiefnemers is het duidelijk dat de goedkeuring van projecten sinds de uitspraak van de Raad van State in mei dit jaar deels onveranderd is. Het inventariseren van de aanlegwijze, bouwwerk- en voertuigen en bouwplanning zijn niet nieuw. Bij Pondera stellen we daarvoor een zogenaamd ‘Construction Emissions Plan’ op. Met een berekening door de Aerius-calculator (http://calculator.aerius.nl) kan worden bepaald of er depositie optreedt op gevoelige habitattypen en zo ja, hoeveel. Alternatieve rekenmethodes zijn juridisch (onderbouwd) mogelijk, maar worden naar verwachting door het bevoegd gezag niet geaccepteerd. Wijst de calculator uit dat er geen belasting is (resultaat 0,00 mol/ha/jr), of wordt de kritische depositiewaarde niet overschreden kan een negatief effect worden uitgesloten. Maar wordt in de huidige situatie de kritische depositiewaarde al overschreden (via de legenda is dit zichtbaar te maken in de Aerius Calculator)? En treedt er een belasting, hoe klein ook, op? Dan ontstaat er een nieuwe situatie.

Om een vergunning te verkrijgen zullen de opties die hiervoor benoemd zijn moeten worden gekozen of gevolgd om vergunning/goedkeuring te verkrijgen: salderen, ecologisch beoordelen of het doorlopen van een ADC toets. Voor het salderen en de ADC toets geldt dat het effect moet worden weggenomen. Of door een andere stikstofbron weg te nemen (tijdens de bouw in ieder geval) of door een compensatie te treffen gericht op het habitattype dat wordt geraakt, bijvoorbeeld inrichten van nieuw natuurgebied. Ten aanzien van de ADC-toets geldt kort gezegd dat deze goed toepasbaar is voor duurzame energieprojecten vanwege de beleidsdoelstellingen die gediend zijn met deze projecten. De vraag of er alternatieven beschikbaar zijn is voor kleine decentrale opwekinstallaties een aandachtspunt. Ik verwacht dat bij het beoordelen van alternatieven toch ook snel de vraag weer boven komt of dat eigenlijk wel een zinvolle analyse is aangezien het vaak om eenmalige en hele kleine deposities zal gaan. Maar het kan noodzakelijk blijken vanwege het wettelijk kader als vooraf geen zekerheid is te bieden. Interessant is de gedachte om te compenseren met andere stikstofbronnen. Het ene jaar een tijdelijke extra belasting maar compensatie door het permanent wegnemen van een stikstofbron tijdens de exploitatie, bijvoorbeeld door het areaal akker dat niet meer bemest wordt door de civiele werken, of de vermeden emissies van verwijderde CV-ketels ten gevolge van de aanleg van een warmtenet.

De ecologische beoordeling is een oplossingsrichting die in het verleden soms wel, soms niet goed afliep voor het betreffende project. Veelal werd de relativiteit van een belasting als argument gehanteerd (ecologisch niet relevante belastingen bijvoorbeeld). Vanuit het gegeven dat de aanlegfase de fase is waar stikstof wordt uitgestoten bij duurzame energieprojecten en de uitstoot en depositie tijdelijk is en vaak een zeer beperkte belasting veroorzaakt, lijkt dit voor deze projecten een logische en te verantwoorden aanpak. Deze aanpak doet denken aan de 1% mortaliteitsnorm die wordt gehanteerd bij vogelaanvaringen, die optreedt bij windturbines. Kort gezegd: een effect zo klein dat het wegvalt binnen de nauwkeurigheidsgrenzen van in dit geval de jaarlijkse natuurlijke sterfte bij een vogelsoort.

Innovatieve oplossingen

Door het land heen wordt gekeken naar oplossingen om de daadwerkelijke belasting bij stikstofgevoelige natuurgebieden te beperken. Meer en minder innovatieve oplossingen zouden kunnen zijn:

  • Een Sectoraal Stikstof Programma Energietransitie, waarbij de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van duurzame energie-installaties wordt gesaldeerd met de stikstofbesparing bij fossiele opwek;
  • Aanbestedingseisen ten aanzien van elektrische of jonge werk- en transportvoertuigen voor de aanlegfase, welke geen of in elk geval aanzienlijk minder stikstof uitstoten;
  • Stikstof betrekken in het bedrijfsbeleid gericht op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (elektrisch rijden, schoon inkopen, etc);
  • Retrofitten van nabehandelingstechnieken (Ad Blue) in oude werk- en transportvoertuigen;
  • Tijdelijke lokale maatregelen als snelheidsverlaging van het bestaande verkeer;;
  • Herontwerp bouwmethodes (‘zo doen we het altijd’) om bouwtijd in te korten of het aantal transporten te reduceren: bijv. geen permanente bouwwegen en kraanopstelplaatsen om (zware) transporten te beperken, meer pre-assemblage in de fabriek, monopiles op land, etc.

De inzet van het Rijk op emissie-eisen op Europees niveau is daarbij bijzonder behulpzaam aangezien een belangrijk deel van de jaarlijkse stikstofdepositie uit het buitenland komt.

Alle oplossingen hebben hun mitsen en maren. Tegenover deze bezwaren staat echter het gegeven dat het soms niet anders kan. De afweging van kosten, (juridisch) risico en maatschappelijk verantwoord ondernemen zal er anders uitzien door het wegvallen van het PAS.

Informatie:

Pondera aanwezig op de Windeurope Offshore Kopenhagen 26-28 november 2019

Komt u ook?

Op 26-28 november is Pondera aanwezig op WindEurope beurs en conferentie in Kopenhagen. Op deze beurs willen wij een graag bijpraten over de volgende onderwerpen:

    • Onze nieuwste projecten in Zuid Oost Azië
        • Indonesië – diverse offshore projecten op Java
        • Vietnam – nearshore projecten
        • Korea – nearshore project bij Jeju
    • Uitbreiding van ons offshore dienstenpakket
    • Ons ontwikkelverhaal over de GE Haliade-x 12 MW

Wij willen u graag de aandacht geven die u verdient, daarom maken we graag een afspraak met u. Indien u belangstelling heeft om ons te bezoeken, kunt u middels onderstaand formulier aangeven welk dagdeel u ons wenst te bezoeken. Carola Klopman zal contact met u opnemen om een afspraak te maken. Natuurlijk kunt u haar ook direct contacten: +31 (0)6 29 16 06 06 of op c.klopman@ponderaconsult.com.

We zien u graag op onze stand (nummer C4-B10) op 26-28 november in Kopenhagen.

SDE+ najaarsronde 2019, wij helpen graag

Van dinsdag 29 oktober 09.00 uur tot donderdag 14 november 17.00 uur wordt de SDE+ najaarsronde van 2019 opengesteld. Net als tijdens de voorgaande openstellingsrondes biedt Pondera Consult ondersteuning bij het voorbereiden en indienen van SDE+ aanvragen. Dit kan variëren van het opstellen van benodigde documentatie (bijv. een SDE-windrapport) tot het volledig verzorgen van de gehele SDE+ aanvraag. Wij hebben geruime ervaring met het succesvol aanvragen van SDE+ subsidie voor diverse duurzame energieprojecten en stemmen onze dienstverlening af op uw behoefte.

Van SDE+ naar SDE++

De aankomende najaarsronde is de laatste openstellingsronde voor SDE+zoals we hem nu kennen. Vanaf 2020 wordt de SDE+ verbreed, onder de noemer Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++) en ligt de focus op CO2 reductie. Duurzame energietechnologieën zoals zon, wind, biomassa, geothermie en waterkracht zullen hier (waarschijnlijk) weer onderdeel van uitmaken. Een exacte invulling is nog onbekend, deze bevindt zich nog in de conceptfase.

€5 miljard budget beschikbaar

Ook voor de najaarsronde wordt een budget van €5 miljard beschikbaar gesteld. Echter, gezien het feit dat dit de laatste mogelijkheid is om SDE+ subsidie aan te vragen en er waarschijnlijk enkele grote energieprojecten (met groot budgetbeslag) een aanvraag zullen indienen, is er een reële kans dat dit budget uitgeput zal worden. Wij denken daarom graag met u mee hoe we de kans op beschikking van uw aanvraag zo groot mogelijk kunnen maken.

Correcte en volledige aanvraag

Om in aanmerking te komen voor een SDE+ beschikking, dient uw aanvraag correct en volledig te zijn. Dit is niet altijd even eenvoudig. Met name op het gebied van de onderbouwing van de financiering of het correct rapporteren van de verwachte energieproductie kunnen SDE+ aanvragen een kritische beoordeling verwachten. Ook zijn er voor de aankomende najaarsronde aanvullende eisen waar aanvragers rekening mee moeten houden, zoals een transportindicatie van de netbeheerder en een verklaring van de locatie-eigenaar. Pondera Consult heeft ervaring met alle onderdelen van de SDE+ aanvraag en kan u helpen deze zo volledig mogelijk en correct op te stellen.

Om de kans op beschikking zo groot mogelijk te maken adviseren we u om tijdig te starten met de voorbereidingen op de aanvraag. Wij adviseren u hier graag in.

Neem voor al uw vragen omtrent de SDE+ aanvraag contact op met een van de onderstaande contactpersonen:

Steven Geujen
T: 06-11493392
s.geujen@ponderaconsult.com

Wouter Pustjens
T: 06-25637969
w.pustjens@ponderaconsult.com

Pondera en Hanmi Global aan de slag in Korea

Het Nederlandse Pondera and het Zuid Koreaanse bedrijf Hanmi Global kondigden vandaag aan dat zij een contract gewonnen hebben van het projectontwikkelbedrijf Jeju Hanlim Offshore Wind Co. Pondera en Hanmi Global gaan aan de slag als “owner’s engineer”.

Het Jeju Hanlim Offshore project is het derde offshore wind project in Koreaanse wateren en het tweede project op commerciële basis. Het project ligt dicht bij het Tamra Offshore project, vlak bij de kust van het Koreaanse vakantie eiland Jeju. De omvang van het project is ongeveer 100 MW. Het Koreaans consortium bestaande uit KEPCO E&C dat het project leidt, aangevuld met KOMIPO, DAELIM en BARAM ontwikkelt dit project en werkt er al aan sinds 2011. De realisatie van het project is een belangrijke stap om het windpotentieel van Korea te benutten. De verwachting is dat heel veel andere projecten volgen, ook gezien het feit dat het doel van de Koreaanse overheid om 20% duurzame energie te halen in 2030 nog ver weg is. De verwachting is dat tegen die tijd 13 GW aan offshore wind opgesteld is.

Pondera en Hanmi Global zijn erg blij met dit contract. “Het is voor ons een doorbraak na een paar jaar aanwezig te zijn in Korea en we hopen onze Koreaanse collega’s en klanten een stap verder te helpen met onze Westerse ervaring en kennis”, aldus Pondera Directeur Hans Rijntalder. Hanmi Global’s CEO Jong Hoon Kim voegt toe: “Ook voor ons is het een belangrijke stap. We hebben veel ervaring met project realisatie en constructie management, maar onze kennis van offshore wind is nog beperkt. Daarom zijn we blij dat we samenwerken met Pondera en deze opdracht samen kunnen uitvoeren.”

Pondera’s GE Haliade-X 12 MW turbine in het nieuws

Vorige week kwam de gondel van de GE Haliade-X 12 MW turbine aan op de Maasvlakte in Rotterdam.
Zowel de NOS als RTL besteedde hier aandacht aan.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 260 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: circa 67 GWh
Bestreken oppervlak: 38,000 m2

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De offshore windturbine wordt op het land geplaatst om het uitvoeren van testen makkelijker te maken. Hiermee kan ook de data worden verzameld waarmee de turbine kan worden gecertificeerd – een noodzakelijke stap voor het commercieel beschikbaar stellen van de turbine.

De Haliade-X kan jaarlijks 67 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 16,000 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 42 megaton CO2. De Haliade-X zal najaar 2019 duurzame energie wekken op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Indonesische parlementariërs bezoeken Windpark NOP

Op 27 juni 2019 heeft een delegatie Indonesische parlementariërs, geleid door Dr. Agus Hermanto (Deputy Speaker van het Huis van Afgevaardigden), een bezoek gebracht aan Windpark Noordoostpolder. De delegatie was voor een tweedaags bezoek in Nederland om kennis op te doen over de Nederlandse beleidsaanpak en incentives voor windenergie. Vanwege de nauwe betrokkenheid van Pondera bij de ontwikkeling van Windpark Noordoostpolder, heeft de Indonesische Ambassade in Den Haag Pondera benaderd voor een ontmoeting met de delegatie. Dit eervolle verzoek heeft Pondera uiteraard van harte geaccepteerd.

Tijdens het bezoek hebben Eric Arends, Ester Bierens en Brent Elemans van Pondera de delegatie hartelijk verwelkomd in het infocentrum van het Windpark Noordoostpolder, 11BEAUFORT. Hier heeft Eric Arends de parlementariërs tijdens een interactieve presentatie meegenomen in de totstandkoming van het windpark. Het energiebeleid in Nederland, stimulering door subsidies, lokale participatie en natuurbehoud kwamen als belangrijke onderwerpen aan bod. Ook de potentie van Indonesië voor windprojecten en de betrokkenheid van Pondera bij huidige Indonesische projecten zijn de revue gepasseerd. Het bezoek werd afgesloten met een bezoek aan het windpark waar men de grootte van het park zelf kon aanschouwen.

NRD net op zee Hollandse Kust (west Beta) beschikbaar

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van net op zee Hollandse Kust (west Beta) ligt tussen 7 juni en 18 juli 2019 ter inzage. Met dit project wordt 700 MW windenergie aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet. Arcadis en Pondera hebben voor TenneT en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen de NRD opgesteld en tevens een digitale versie van dit document gemaakt.

 

 

 

 

Windpark N33 mag er komen

De Raad van State heeft op 29 mei een uitspraak gedaan over Windpark N33 en heeft daarin de bezwaren tegen het windpark ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de plannen voor het windpark voldoen aan de eisen die de wet daaraan stelt. Daarmee is het windpark van 35 windturbines en een opgesteld vermogen van ongeveer 120 MW nu onherroepelijk.

Pondera Consult heeft voor Windpark N33 de m.e.r.- en vergunningenprocedures verzorgd, inclusief benodigde onderzoeken. Windpark N33 was één van de eerste projecten van Pondera en we zijn tevreden met het na tien jaar behaalde resultaat.

Windpark N33 komt te liggen in de gemeenten Veendam, Midden-Groningen en Oldambt. De initiatiefnemers zijn YARD Energy, Blaaswind BV en Innogy Windpower Netherlands. Het windpark zal een belangrijke bijdrage leveren aan de lokale, provinciale en landelijke doelstelling voor het opwekken van duurzame energie.

Visualisatie windpark N33
Visualisatie windpark N33