Certificaat voor Haliade-X 12 MW

In juni 2020 heeft GE bekend gemaakt dat de Haliade-X 12 MW een voorlopig typecertificaat ontvangen heeft van DNV-GL. Hiermee is de meest krachtige turbine ter wereld een stap dichtbij de volledige typecertificering. Het gaat om het “IECRE Provisional RNA Component Certificate”, waarmee is aangetoond kan worden dat GE’s Haliade-X-prototype voldoet aan de hoogste veiligheids- en kwaliteitsnormen.

In samenwerking met Sif en Pondera heeft GE een prototype van de Haliade-X gerealiseerd in de havens van Rotterdam. In januari heeft de turbine al een nieuw record gevestigd door 288 MWh aan elektriciteit te produceren in 24 uur. De turbine in Rotterdam is onderdeel van de type certificering voor de uiteindelijke uitrol van de nieuwe GE’s Haliade-X turbines.

De typecertificering is vereist om aan te tonen dat nieuwe turbine veilig, betrouwbaar en volgens de gestelde eisen werkt. John Lavelle, CEO van Offshore Wind bij GE Renewable Energy heeft aangegeven:

This is a very important milestone for us as it confirms the robustness of our Haliade-X 12 MW design, and gives certainty to our current and future customers who believe in the attributes of our platform. When we introduced the Haliade-X 12 MW we established a new paradigm in the industry, and we will continue to do so by innovating, improving, and introducing new features to our Haliade-X platform, making offshore wind a more affordable and competitive source of renewable energy.

Als onderdeel van de certificering heeft Dr. Kim Moerk, Executive Vice President for Renewables Certification bij DNV GL gezegd:

GE’s Haliade-X 12 MW is a significant breakthrough for the offshore wind industry. Developing new and innovative technology always brings an element of uncertainty and risk. Type certification is a vital measure to demonstrate that new turbines will operate safely, reliably and according to requirements and we are proud to provide our offshore wind expertise to this important new technology development and support our customers enter into new markets.

De certificering loopt gedurende de komende maanden verder om een volledig typecertificaat voor de turbine te verkrijgen.

Kengetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2. De Haliade-X wekt vanaf najaar 2019 duurzame energie op op het terrein van SIF op de Maasvlakte.

Windproject Eemshaven in handen van Pondera / Rebel

Vandaag hebben Pondera en Rebel bekend gemaakt het windproject bij de strekdammen in de Eemshaven over te nemen van YARD ENERGY. YARD heeft dit project de afgelopen jaren ontwikkeld en heeft in dat kader overeenstemming bereikt met Groningen Seaports over het gebruik van de locatie. De belangrijkste vergunningen voor het project van twee windturbines zijn inmiddels binnen.

“YARD heeft ervoor gekozen het project nu te verkopen om zich te kunnen concentreren op het voltooien van de bouw van wind-op-land projecten, en investeringen in projecten en bedrijven gerelateerd aan de energietransitie”, aldus Lex Roukens, directeur van YARD. “We zijn verheugd dat Pondera en Rebel het stokje van ons overnemen en zien de realisatie van het windpark met vertrouwen tegemoet.”

“Voor ons is het een leuk project om onze tanden in te zetten gezien de complexiteit van het bouwen van turbines in en nabij het water”, geeft Hans Rijntalder van Pondera aan. “Onze ervaring bij het realiseren van de grootste offshore windturbine ter wereld in Rotterdam – de GE Haliade-X 12MW – komt hier goed van pas. We zijn blij dat we in Rebel een solide partner gevonden hebben om het project mede te ontwikkelen en financieren. Wout Korving van Rebel deelt het enthousiasme: “Pondera en Rebel vullen elkaar erg goed aan. Ik heb er daarom ook het volste vertrouwen in dat de turbines medio 2022 elektriciteit aan het net leveren.”

Ook Groningen Seaports deelt het enthousiasme. CEO Cas König: “De realisatie van deze turbines komt nu weer een stap dichterbij. Ze markeren straks letterlijk de ingang van de Eemshaven en dragen vooral bij aan onze duurzame-energie-ambities.”

Het project bestaat uit twee moderne windturbines nabij de strekdammen. Naar verwachting komt de capaciteit van het project tussen 10 en 12 MW uit. Pondera en Rebel verfijnen de komende maanden het ontwerp en selecteren de aannemer en turbineleverancier, waarna ook snel de financiering wordt gerealiseerd.

Marktconsultatie Windpark Duiven en Windpark Zutphen

Deze week is op Negometrix/TenderNed een Marktconsultatie gepubliceerd voor Windpark Duiven en Windpark Zutphen. Pondera ondersteunt, in samenwerking met PRO6 managers, de initiatiefnemers van de twee windparken (Waterschap Rijn en IJssel en IJsselwind B.V.) bij de inkoop van in totaal vijf windturbines middels een Europese aanbesteding. Om kennis uit de markt te halen voordat de aanbesteding van start gaat, is er een Marktconsultatie ingericht.

Windturbinefabrikanten worden hierin gevraagd mee te denken over o.a. geschikte windturbinetypes, overlast beperkende maatregen en haalbaarheid van de bouwplaatsinrichting. Mede aan de hand van het gesprek met de markt en de opgehaalde informatie stelt Pondera vervolgens een programma van eisen, aanbestedingsleidraad en de contracten op. Deze documenten dienen als basis voor het aanbestedingsproces waarin de initiatiefnemers de meeste geschikte partij(en) selecteren.

Indienen van antwoorden op de Markconsultatie is mogelijk tot 29 mei via https://bit.ly/2AICNyr

Pondera werkt mee aan Net op zee IJmuiden Ver

Bron: TenneT

Elke dag werken onze Pondera collega’s hard om duurzame energieprojecten een stapje vooruit te brengen. Dat Pondera hard aan het net ‘sleutelt’ om het duurzaam en toekomstbestendig te maken, is niet bij iedereen bekend. Dat geldt ook voor onze Pondera senior-adviseur Mariëlle de Sain. Lees hier wat zij allemaal voor onze klant TenneT doet voor het project Net op zee IJmuiden Ver.

Publicatie regioadvies Net op Zee: HKwB

Op verzoek van de minister van EZK hebben de regionale overheden (de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de provincie Noord-Holland) advies uitgebracht over het te kiezen voorkeurstracé voor het Net op Zee Hollandse Kust (west Beta).

Het regioadvies is één van de zaken waarop de minister van Economische Zaken zich zal beroepen bij het maken van een keuze voor een voorkeursalternatief (VKA). Bij die keuze zijn daarnaast ook het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage en de integrale effectenanalyse van TenneT van belang bij het kiezen van het beste alternatief. De minister zal deze keuze naar verwachting eind mei maken. Wanneer het VKA eenmaal bekend is zal meer onderzoek naar het gekozen tracé plaatsvinden.

Net op zee: Hollandse Kust (west Beta) is een wisselstroomaansluiting die 700 MW uit het middendeel van windenergiegebied Hollandse Kust (west) verbindt via een transformatorstation aan de Zeestraat in Beverwijk met het landelijke hoogspanningsnet bij het bestaande 380kV-station Beverwijk. De verbinding bestaat uit een platform op zee, ondergrondse kabels op zee en op land en een transformatorstation op land. Het windenergiegebied Hollandse Kust (west Beta) is onderdeel van de Routekaart Windenergie 2030.

Pondera heeft samen met Arcadis onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van de verschillende tracéopties op land en op zee. De resultaten hiervan zijn te vinden in de Integrale Effectenanalyse en het Milieueffectrapport.

Geothermie, de toekomst voor duurzame warmte (BLOG)

Geothermie wordt door velen als dé ‘nieuwe’ bron voor duurzame energie beschouwd. Sinds de eerste putten in 2007 is de techniek als bron voor duurzame energie meer volwassen geworden. Ook wordt deze bron vanwege de beperkte omgevingseffecten als zeer goed inpasbaar gezien. Er wordt dan ook een grote rol voor deze bron weggelegd in de energietransitie, waardoor binnen korte tijd meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd zullen lopen.

Enige tijd geleden is er een eerste blog over geothermie geschreven waarin de techniek van de energiebron is geïntroduceerd. Deze blog is het tweede deel van een serie waarin relevante onderwerpen van geothermie worden behandeld. Hierin ga ik vervolgens dieper in op de warmtevraag en de bediening daarvan met behulp van geothermie.

De totale warmtevraag

Voor het goed in beeld krijgen van de warmtevraag, is het van belang om relevante trends te achterhalen en toekomstige trendbreuken te voorspellen. Om niet een statistisch wetenschappelijke exercitie uit te hoeven voeren, maar wel een onderbouwde inkijk te geven in de warmtevraag, kijken we voor het gemak even terug tot 2012.

In 2012 was sprake van een totale warmtevraag van circa 1200 PJ. Deze hoeveelheid betrof 55% van de totale energiebehoefte van Nederland. Dit betreft al het energieverbruik van Nederland, dus niet alleen de huishoudens. Wanneer de warmtevraag per sector wordt onderverdeeld, leverde het volgende beeld op voor 2012[1]:

  • Industrie: 44 %,
  • Huishoudens: 29 %,
  • Utiliteitssector: 20 % en
  • Landbouw: 7%.

In 2015 is deze warmtevraag maar weinig gewijzigd. Ook toen was sprake van 53% van het totaal aan verbruikte energie dat opgaat aan het produceren van warmte[2]. In 2017 was dit 54%. De algemene trend is echter dat sinds het jaar 2000 de totale warmtevraag met 0,8% per jaar daalt. Duidelijk is dat onze vraag naar warmte het grootste deel van onze energiebehoefte in beslag neemt.

Wanneer alleen naar huishoudens wordt gekeken, blijkt ook dat er sprake is van een neergaande trend. Zie hiervoor ook onderstaande grafiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook hier is en blijft warmte, geproduceerd door aardgas, het grootste aandeel innemen van de totale energiebehoefte.

Hoe kan in deze behoefte worden voorzien?

Zoals uit voorgaande grafiek blijkt, wordt in het voornaamste deel van de warmtevraag voorzien met behulp van aardgas. Dit is in Warmtevisie van 2015 nogmaals bevestigd. In deze visie is gas als nagenoeg enige energiebron voor de warmtevraag voorzien. Slechts enkele procenten van alle warmte in dat jaar werd duurzaam geproduceerd. Slechts circa 5% van de totale warmtevraag werd gedekt door restwarmtebenutting. Het is de verwachting dat dit aandeel in de komende jaren fors zal toenemen.

Onder restwarmte valt de restwarmte van industrie en waterzuiveringen, maar ook geothermische bronnen. Deze restwarmte wordt via een warmtenet van producent naar gebruiker gebracht. Dit grootschalige geïsoleerde leidingenstelsel en distributienet levert het hete water van de “bron” en retourneert het afgekoelde water nadat de gebruiker de warmte uit dit water heeft gehaald. Het moge duidelijk zijn dat de warmte uit (conventionele) geothermie ook op deze wijze wordt benut.

Deze vorm van warmtelevering vereist een andere kijk op de markt, omdat de warmte direct beschikbaar is, en niet is ‘opgeslagen’ in gas, elektriciteit of kolen. Het gevolg hiervan is dat de meeste warmtenetten tot nu toe een gesloten systeem betreffen en een lokale markt bedienen. Er is sprake van één warmteproducent en één warmtenet. Indien de warmte-afnemer afhankelijk is van de warmtelevering van het warmtenet, heeft deze veelal geen keuze in warmte-leverancier, wat marktwerking aan de leveringskant (de energieproducent) onmogelijk maakt.

De overheid doet er daarom goed aan bij (de vergunningverlening voor) de aanleg van nieuwe warmtenetten te overwegen er “open” of “communale netten”[3] van te maken. De afnemer kan dan kiezen uit verschillende leveranciers en meerdere producenten – met verschillende vormen van warmteproductie – kunnen warmte op het net brengen. Hiermee is sprake van gezonde concurrentie op het net wat positief werkt op de prijs voor de uiteindelijke klant.

Geothermie en warmtenetten

Geothermie levert warmte die geschikt is voor industrie (proceswarmte), huishoudens en kantoren (ruimteverwarming) en de landbouw (glastuinbouw). Geothermie heeft een belangrijk voordeel: de bron is continu beschikbaar, ongeacht omstandigheden. Dit is echter ook meteen een nadeel: er is ook een continue warmtebron beschikbaar in de zomer. De geothermische bron kan niet uitgeschakeld worden, omdat dit een ‘collapse’ tot gevolg kan hebben. Voor optimale benutting van de bron is grootschalige afname in de zomer (tuinbouw, industrie) of buffering in de ondergrond noodzakelijk.

Het gebruik van een warmtenet en de benutting van het geothermisch potentieel is, door de beperkte transporteerbaarheid van warmte, afhankelijk van de match tussen bovengrondse vraag en het aanbod in de ondergrond. De vraag doet zich vooral voor in concentratiegebieden van de glastuinbouw, warmte vragende industrieën en het stedelijk gebied vanwege de aanwezigheid van bedrijven en woningen. Voor laatstgenoemde geldt dat met name de locaties waar al stadsverwarming aanwezig is aantrekkelijk zijn voor eventuele geothermische bronnen, omdat hier al aan een belangrijke voorwaarde – de afname van de warmte – wordt voldaan. 

Toepassing in de woningbouw

Binnen de woningbouw is een scala aan mogelijkheden voor warmteleverantie mogelijk. De toepassing van geothermie wordt hierbij als zeer logisch, maar ook als nog verder te ontwikkelen beschouwd.

Figuur 1 laat zien dat de meest kansrijke opties voor duurzame verwarming van woningen gebaseerd zijn op aansluiting op een warmtenet (hoge temperatuurverwarming, HTV) of volledige elektrificatie van de warmtevoorziening. Dit plaatje is ook van toepassing op de utiliteitsbouw, waarbij geldt dat de warmtepomp met bodembron wat gunstiger is voor utiliteitsbouw dan voor woningen. Over het algemeen heeft een (collectieve) hoge temperatuur oplossing, met aansluiting op een warmtenet, de laagste investeringskosten en de laagste maatschappelijke kosten.[4]

Figuur 1: Marktrijpheid en bruikbaarheid van de diverse vormen van energie / technieken[5]

Het effect op woningen

De overgang van warmte uit aardgas naar warmte uit een warmtenet vraagt een verandering aan de woning. Zoals uit voorgaande paragraaf blijkt, bestaan er (gesimplificeerd) twee mogelijkheden om de woning te verwarmen (anders dan met aardgas); door middel van hoge-/of midden-temperatuurverming (HTV/MTV) of met lage-temperatuurverwarming (LTV). Figuur 2 laat zien wat het verschil is qua maatschappelijke impact tussen deze toepassingen. In beide toepassingen is ook rekening gehouden met o.a. geothermie (warmtenet). Voor woningen uit de periode voor 1945 wordt LTV (met een all-electric oplossing) “duur en technisch ingewikkeld” beschouwd, voor woningen uit de periode 1945 – 1992 is “inpassing mogelijk, maar duur”[6]. Dit maakt dat voor diverse stadsdelen toepassing van HTV/MTV de beste optie is simpelweg omdat vergaande aanpassing van bestaande panden financieel en maatschappelijk niet mogelijk of wenselijk is.

Figuur 2: Vereiste aanpassingen aan woningen bij toepassing van HTO/MTO versus LTO[7]

Omgang met pieken in de warmte vraag

Een geothermische bron levert een constante hoeveelheid aan warmte. Dit heeft niet alleen een relatie met seizoen-variaties zoals eerder aangegeven, maar ook met de dagelijkse pieken in de warmtevraag in de winter. Om de geothermische bron zo in te richten, dat het deze pieken kan opvangen, is niet realistisch vanuit kostenoogpunt. Wanneer geothermie volledig wordt benut door de warmtebehoefte van woningen, zal deze bron veelal in combinatie met andere warmtebronnen worden gerealiseerd. Dit kan door meerdere bronnen op het eerder benoemde communale net te laten aansluiten, aanvullende bronnen per woning te realiseren óf een aanvullende en constante afname van de warmte toevoegen, en daar de warmtebron en het net op aan te laten sluiten.

Productie van elektriciteit

Ultra Diepe geothermie (UDG, dieper dan 3500 meter) kan industriële processen voorzien van warmte met een hogere temperatuur. Verschillende sectoren zoals de papierindustrie, de voedings- en genotsmiddelenindustrie, de chemie en de glastuinbouw tonen al interesse voor de toepassing van diepe geothermie.

Voor elektriciteitsproductie is het noodzakelijk om op grotere dieptes dan 4 kilometer te opereren. De kennis van de bodem op deze dieptes is schaars en beperkt zich tot enkele specifieke locaties. De verwachting is dat in heel Nederland een mogelijkheid voor UDG is, mits voldoende diep wordt geboord. In de laatste blog komen we hier – onder meer – op terug.

Deze blogpost is geschreven door Rene Vreugdenhil.

[1] Bron: Kamerbrief Warmtevisie, Ministerie van Economische Zaken, kenmerk: DGETM-ED / 15042827, d.d. 2015

[2] Bron: Warmtemonitor 2015, Centraal bureau voor de statistiek

[3] Bij een communaal net beheert een onafhankelijke netbeheerder of exploitant de infrastructuur zoals dat ook op de gas- en elektriciteitsmarkt gebeurt.

[4] “Aansluiten op warmtenetten, handreiking”, AEDES / CE Delft, 19 december 2017; Hoogervorst, 2017

[5] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018 en De Bruin et al., 2018a

[6] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018

[7] “Rapport “Warm aanbevolen, CO2 arme warmte in de gebouwde omgeving”, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, ISBN 978­90­77166­76­5, december 2018

 

Intrapec opent zonnedak met zonnelied

Een zonnelied om een zonnedak te openen. Hoewel de zon zich nauwelijks liet zien, gebeurde dat vrijdag 28 februari in Spankeren bij het verpakkingsbedrijf Intrapec. De initiatiefnemers Intrapec, Ovento en Pondera hadden zo’n 60 relaties en vrienden uitgenodigd om gezamenlijk de opening van hun zonnedak met ruim 1.500 panelen met een vermogen van bijna 0,5 MW. Hiermee kan de Intrapec Groep met gemak in haar eigen stroomverbruik voorzien. Omgerekend naar huishoudens levert het dak genoeg stroom voor 130 huishoudens.

Directeur Paul de Lange van de Intrapec Groep toonde zich trots en verheugd over het resultaat en riep alle dak eigenaren op om hetzelfde te doen. “Het is goed voor het klimaat en het levert ook nog rendement op.” aldus De Lange. Albert Ploeg liet de aanwezigen zien dat het traject om tot dit resultaat te komen niet eenvoudig was en liet zien dat vele partijen bij een project als dit betrokken zijn. Na de officiële opening lieten de trotse eigenaren de aanwezigen het dak en de elektrische installatie zien. Ook wethouder Dorus Klomberg van de gemeente Rheden, die duurzame energie in zijn portefeuille heeft, toonde zich na afloop verheugd. “Ik ben blij dat er ondernemers zijn die dergelijke initiatieven nemen. Er liggen genoeg daken onbenut. Hier wordt aangetoond dat het mogelijk is om het nuttig in te zetten.”

Gemeenteraad akkoord bouw Windpark Agro Wind in Reusel

De gemeenteraad van Reusel-De Mierden heeft op 17 februari 2020 besloten om de verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van Windpark Agro Wind. Hiermee staat de weg vrij voor het college van Burgemeester en Wethouders om de definitieve vergunning te verlenen aan de Vereniging High Tech Agro Wind. Dit is een grote stap voor de Vereniging naar de realisatie van het windpark.
Pondera feliciteert de initiatiefnemers met het behalen van deze mijlpaal!

Wereldrecord voor Haliade-X 12 MW!

Pondera’s Haliade-X 12 MW-prototype in de Rotterdamse haven heeft zojuist een nieuw wereldrecord gevestigd! Het is de eerste windturbine die in de loop van 24 uur 288 MWh genereert. In de komende 5 jaar zal het Haliade-X-prototype een reeks tests ondergaan om de stroomcurve, belastingen, netprestaties en betrouwbaarheid van de turbine te valideren. Met deze tests kan GE bovendien de gegevens verzamelen die nodig zijn om het typecertificaat te verkrijgen, een belangrijke stap in de commercialisering van de Haliade-X.

Kerngetallen voor de Haliade-X 12 MW

Capaciteit: 12 MW
Rotordiameter: 220 meter
Hoogte: 245 meter
Lengte bladen: 107 meter
Jaarlijkse energieopbrengst: 46,3 GWh
Bestreken oppervlak: 38.000 m2
(Deze getallen zijn gebaseerd op het SDE-windrapport)

Algemeen

Pondera Development en SIF Holding ontwikkelen samen met GE Renewable Energy de Haliade-X op de Maasvlakte in Rotterdam. Pondera heeft, mede dankzij de extensieve kennis van en jarenlange ervaring met de Nederlandse wet- en regelgeving voor windenergie, de ontwikkeling van deze innovatieve turbine mogelijk gemaakt. Schaalvergroting van (offshore) windturbines is belangrijk om meer duurzame energie op te kunnen wekken, de energietransitie te versnellen en zo de effecten van klimaatverandering te beperken. De Haliade-X van 12 MW is een belangrijke schakel in deze ontwikkeling.

De offshore windturbine is op het land geplaatst om het uitvoeren van testen makkelijker te maken. Hiermee kan ook de data worden verzameld waarmee de turbine kan worden gecertificeerd – een noodzakelijke stap voor het commercieel beschikbaar stellen van de turbine.

De Haliade-X kan jaarlijks 46,3 GWh aan elektriciteit opwekken. Dat is genoeg stroom voor 15.900 Europese huishoudens en zorgt zo voor een besparing van 28,1 kiloton CO2.

Pondera feliciteert Eneco met gunning windpark Maasvlakte 2

Gisteren maakte Rijkswaterstaat de uitkomst van de aanbesteding voor windpark Maasvlakte 2 bekend. Pondera is blij en trots dat Eneco als winnaar uit de bus kwam. Het betekent dat Eneco haar plan om een windpark te bouwen van ruim 100 MW op de zeewering bij de Tweede Maasvlakte kan realiseren. Pondera is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de bieding. Pondera was penvoerder van het Plan van Aanpak en heeft de optimale windturbine lay-out voor deze locatie ontworpen.

Pim Rooijmans, projectmanager van Pondera: “In de afgelopen negen maanden hebben we met een heel gemotiveerd team er alles aan gedaan om deze tender te winnen. Het was mooi om te zien dat alle betrokken partijen heel ver wilden gaan om tot een prachtig project te komen. We kijken er naar uit om in het vervolgtraject met hetzelfde team aan de slag te gaan met het MER, de vergunningen en de aanbestedingen voor windpark Maasvlakte 2.”

Het nieuwe windpark gaat ongeveer 416 GWh per jaar aan groene stroom opwekken, vergelijkbaar met het verbruik van 138.000 huishoudens. Eneco verwacht in 2022 te beginnen met de voorbereidingen van de bouw, zodat het park uiterlijk 2023 voor 25 jaar duurzame energie kan gaan leveren. Rijkswaterstaat neemt vanaf 2023 alle groene stroom van het windpark af.