Pondera onderzoekt uitbreiding windenergie in Deventer

De gemeente Deventer heeft het locatieonderzoek van Pondera Consult gepresenteerd dat de potentie van windenergie in Deventer verkent. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een verzoek van de gemeenteraad aan het college om uitbreidingsmogelijkheden voor windenergie in beeld te brengen.

Het onderzoekt identificeert zeven locaties die ruimtelijk-technische potentie hebben voor windenergie. Er zijn windturbines onderzocht met een ashoogte van 120 en 150 meter en dito rotordiameter die zo een bandbreedte van mogelijkheden aan te geven. Het rapport geeft harde en zachtere belemmeringen weer om een debat te kunnen voeren over of en hoe de mogelijkheden voor windenergie in Deventer worden ingevuld.

Het onderzoeksrapport is aangeboden aan de gemeenteraad. Het volledige onderzoek is hier te lezen.

Pondera gebruikt nieuwe rekenmodule geluid

Pondera gebruikt nieuwe rekenmodule geluidberekeningen windturbines voor een gedetailleerder beeld

In Nederland zijn de geluidsnormen voor windturbines vastgelegd in het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 bij de Regeling Algemene Regels voor inrichtingen Milieubeheer). Hieruit volgen de grenswaarden van Lnight=41 dB en Lden=47 dB. Deze geluidvoorschriften definiëren ‘slechts’ specifiek te volgen gemiddelde waarden waaraan het geluid van windturbines moet voldoen.

Er zijn veel factoren die het geluideffect van windturbines beïnvloeden. Belangrijk hierbij om te weten is dat deze parameters veelal variabel zijn in tijd en dat in specifieke gevallen de effecten gedurende korte tijd zullen voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan het hoogst mogelijke momentane geluidniveau op enig moment op een woning. Het geluidniveau van een windturbine varieert met de tijd als een functie van de windrichting, windsnelheid, turbulentie, thermische stabiliteit, vochtigheid en veranderingen in de landschapstextuur tussen bijvoorbeeld zomer en winter. Met behulp van een geavanceerde rekenmodule is bijvoorbeeld de werkelijk optredende geluidbelasting op omliggende woningen beter te simuleren.

Pondera krijgt vaak de vraag wat voor geluidseffecten een windpark heeft buiten de wettelijke kaders. Wat gebeurt er op een droge heldere nacht bij de ontvanger? In dergelijke gevallen kan een specifieke analyse antwoord op vragen geven. Ook kan de geavanceerde rekenmodule in een land of regio een bijdrage leveren aan flexibele geluidemissies van de turbines, zoals bijvoorbeeld richtingsafhankelijke geluidreductie waarbij verliezen worden beperkt en toch met de omgeving rekening wordt gehouden.

Een voorbeeld van de output van de nieuwe rekenmodule is in onderstaande figuur te zien. Uit de figuren is af te leiden dat de ontvangstniveaus op een woning zijn onderverdeeld naar windsnelheidsklasse en windrichting. Duidelijk is te zien dat er een (sterke) afname van het geluidniveau plaatsvindt bij een windrichting van 60 graden met een openingshoek van circa 120 graden. Het maximale geluidniveau op de woning op enig moment bedraagt 39 dB(A) en treedt op bij windsnelheden groter dan 11 m/s. In 90% van de (tijd)gevallen liggen de geluidniveaus op 38 dB(A) of lager. 50% van de tijd bedraagt het geluidniveau 33 dB(A).

Geluid

Nieuwe website voor HVC WINDKralingseveer

Vlak naast de Van Brienenoordbrug wordt deze week begonnen met de bouw van 1 windturbine in opdracht van HVC. Deze windturbine is reeds in 2012 vergund.
Pondera Consult heeft voor HVC het vergunningstraject verzorgd en tevens in opdracht van HVC een projectwebsite verzorgd. Voor meer informatie: www.HVCWINDKralingseveer.nl.
windkralingseveer

Bouw windturbines Westermeerwind van start

Op 19 augustus j.l. is de opbouw van de windturbines van near shore Windpark Westermeerwind van start gegaan. De eerste torens zijn al geplaatst op de funderingen die afgelopen mei waren geïnstalleerd.

De torens worden vanuit de haven van Amsterdam over het IJsselmeer naar de projectlocatie gebracht en daar door Van Oord/ Mammoet op de fundering geïnstalleerd. Eerst wordt het onderste deel met een kraan op de fundering gehesen. Daar boven op wordt het tweede torendeel geplaatst. De komende weken gebeurt dit in totaal 48 keer.

Vanaf september zullen tevens de gondels op de torens worden geïnstalleerd. Ook deze worden vanuit Amsterdam aangevoerd. Als laatste worden de rotoren geplaatst. Deze worden in Oude Zeug (bij Medemblik) voorgemonteerd tot een complete rotor en vervolgens met een speciaal transport van 100 meter breed over het IJsselmeer naar de projectlocatie getransporteerd. Op de projectlocatie worden de rotoren met een kraan van het schip gehesen en aan de gondels gemonteerd.

De eerste elektriciteit zal naar verwachting eind van het najaar aan land komen. Het gehele park is naar verwachting in februari 2016 gereed.

Pondera Consult heeft als adviseur van Windpark Noordoostpolder (waar Windpark Westermeerwind onderdeel van uitmaakt) het MER en de vergunningaanvragen van het windpark opgesteld en de bijbehorende procedures begeleid. Tevens ondersteunt Pondera Consult Siemens in permit management voor het windpark.

Bron: Westermeerwind.nl

bouw turbines
@Westermeerwind

Lastig die windturbines!

Geen enkel windproject in Nederland is bezwarenvrij. Er is altijd wel iemand die tegen de komst van een windpark is. Toch wordt het ene windpark gebouwd en de andere niet. Hoe komt dat?

4 hoofdredenen

Uit de dagelijkse praktijk, waarbij vele tientallen windprojecten mij van werk voorzien, destilleer ik vier hoofdredenen waarom windparken de test der kritiek doorstaan en sommige niet. Dit zijn de volgende:

  1. Het windproject moet volwassen zijn;
  2. Het windproject moet technisch, planologisch en financieel realiseerbaar zijn;
  3. Het windproject moet voldoende draagvlak hebben en
  4. Het windproject moet het ‘momentum’ hebben.

Volwassen

Ik krijg projectideeën onder ogen die slechts bestaan uit de beschikbaarheid van enkele percelen. Dit kan in potentie een prima windproject worden, echter alleen grond ter beschikking hebben maakt een project nog verre van volwassen.

VolwassenWil het project een kans van slagen hebben, dan is het vereist om volwassen te worden. Je weet dan wat de technische en planologische mogelijkheden zijn van de locatie, hoe er door omwonenden tegenaan gekeken wordt en hoe het project politiek/bestuurlijk ligt. Weet je dit niet, dan is je project nog niet volwassen en is de kans op succes laag. Er zijn vele windprojecten die (nog) niet gerealiseerd zijn, omdat het stadium waarin het project zich bevindt, nog te juveniel is.

Realiseerbaar

Een tweede hoofdreden is dat het project moet voldoen aan de geldende regels. Dus niet te dichtbij woningen, op gepaste afstand van leidingen, etc. Ook technisch gezien moet het project realiseerbaar zijn. Zo dient de locatie voldoende bereikbaar te zijn voor groot transport en is er ruimte nodig voor een bouwkraan. Naast deze (milieu)technische en planologische eisen, zal het project ook financieel uitvoerbaar dienen te zijn. Een windpark kan alleen gebouwd worden, indien er voldoende financiële middelen zijn. Deze worden vaak extern gevonden. Alleen sommige (grote) bedrijven financieren een windpark zelf (op de balans). De meeste windparken die in de publiciteit komen, zijn realiseerbaar en volwassen, omdat de initiatiefnemer van het windpark er over het algemeen voor kiest pas ook dan naar buiten te treden.

Draagvlak

In Nederland dienen veel meer windturbines geplaatst te worden dan dat er nu staan om klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Een vereiste daarvoor is dat de projecten voldoende volwassen en realiseerbaar zijn, maar ook draagvlak is van bijzonder belang. Het ontbreken van draagvlak is namelijk de belangrijkste reden waarom (volwassen en realiseerbare) windprojecten stranden. Onder draagvlak versta ik de bereidheid van omwonenden om het windpark te accepteren in hun omgeving en dat er een meerderheid in de (gemeentelijke of provinciale) politiek is voor het park. Overigens zijn deze twee aspecten van draagvlak erg met elkaar verweven. Niet zelden is de politiek pas tegen, indien omwonenden zich kritisch uiten over het windproject.

DraagvlakEen paar voorbeelden uit de praktijk. Het plan voor een windpark in het noorden van Nijmegen is bijna unaniem aangenomen door de gemeenteraad, met vaak het argument dat het een project betreft dat de burger zelf wil. Het windpark wordt ontwikkeld en later geëxploiteerd door burgers. Een ander voorbeeld is windpark Den Tol in de Achterhoek. Ook hier is het bestemmingsplan dat de turbines bestemt met meerderheid van de gemeenteraad aangenomen. Doordat de groep omwonenden zelf het windpark ontwikkelt, gesteund door jarenlang consistent beleid van de gemeente om windturbines in het gebied te plaatsen, is er voldoende draagvlak ontstaan voor het windproject. In beide windprojecten is het overigens niet zo dat iedereen er enthousiast over is. Bij beide projecten zijn er bewoners uit de nabijheid van het windpark die de turbines liever niet zien komen. Ik ken echter geen enkel windproject in Nederland waar iederéén staat te springen om de komst van windturbines. Maar het draagvlak van beide genoemde projecten was voldoende om het project door de politiek omarmd te krijgen.

Momentum

Momentum, wat is dat? Ik kan dat het best uitleggen aan de hand van het oude, maar nog steeds bruikbare stromenmodel (of vuilnisvatmodel) van Cohen, March en Olsen (A garbage can model of organizational choice, 1972). Dit model is gebaseerd op de waarneming dat de aandacht van betrokkenen steeds verspreid wordt over allerlei verschillende zaken. Er is niet één punt waar een probleem aan de orde wordt gesteld. Ook is er niet één punt waar men zich wijdt aan de selectie en waardering van alternatieven of één groep mensen die zich daarmee bezighoudt. De besluitvorming is het resultaat van de samenloop van drie relatief onafhankelijke stromen:

  • de stroom van problemen,
  • de stroom van oplossingen en
  • de stroom van keuzemomenten en beslissers.

Wanneer deze stromen bij elkaar komen, pas dan kan er een besluit genomen worden en dat moment noem ik het momentum (Kingdon noemt dit een: ‘policy window’ in Agenda’s, alternatives and public policies, 1984). Als voorbeeld, en zonder compleet te willen zijn, neem ik het windproject in Nijmegen. De stroom van problemen bestaat uit een in 2012 bij de Raad van State gestrand windproject, een klimaatprobleem en uitdagend gemeentelijk klimaatdoel en een afhankelijke positie van landen met fossiele energiebronnen zoals Rusland. De stroom van oplossingen bestaat uit een burgerinitiatief om het gestrande windproject opnieuw te ontwikkelen, een windpark dat de klimaatdoelstelling van de gemeente Nijmegen dichterbij brengt en Nijmegen of Nederland minder afhankelijk maakt van landen als Rusland. De stroom van keuzemomenten en beslissers bestaat uit het bestaan van klimaatambities van de gemeente Nijmegen, van een nieuwe raad en college die een jarenlang dossier kan sluiten en beloften uit hun verkiezingsprogramma’s kunnen inlossen. In de volgende figuur zijn de drie stromen gevisualiseerd.

Vonk

Bron: Vonk Noordegraaf e.a., Road Pricing Policy Adoption: a Case Study of Rush Hour Avoidance, 2011

In Nijmegen zijn de drie stromen bij elkaar gekomen, is er dus een momentum waarop is gekozen om de windturbines langs de A15 in Nijmegen mogelijk te maken.

Tot slot

Is het succes van gerealiseerde projecten nu te duiden door middel van de vier genoemde factoren? Ik denk het wel, maar daarmee kan een fatalistisch beeld ontstaan: je hebt als ontwikkelende partij niet alles zelf in de hand. Het momentum wordt namelijk bepaald door de samenkomst van stromen die zich min of meer onafhankelijk bewegen. Dat is volgens mij de reden waarom een windproject gemiddeld 7 jaar duurt vanaf idee tot realisatie. Wat heb je wel zelf in de hand? Juist, maak je project volwassen(er), realiseerbaar(der) en werk expliciet aan meer draagvlak. Daarna steekt die wind in de rug ongetwijfeld vanzelf wel een keer op.

Geplande windturbines in Nijmegen_Pondera Consult
De geplande windturbines in Nijmegen – Pondera Consult

 

Start bouw 4 windturbines op Zuiderzeehaven/Haatlandhaven

Zuiderzeehaven C.V. heeft samen met Windkr-acht B.V. jaren geleden het initiatief genomen om windturbines te gaan realiseren. Inmiddels is het zover: eind januari 2015 worden 4 windturbines op de Zuiderzeehaven en Haatlandhaven in Kampen gebouwd.

Zuiderzeehaven C.V. heeft, als houder van de rechten van twee turbineposities, Pondera Consult in 2011 gevraagd voor ondersteuning in de procedure van aanbesteding van twee van deze vergunde turbines. Inmiddels zijn de rechten van de twee turbineposities van Zuiderzeehaven C.V. overgedragen aan de houder van de rechten van de andere twee turbines, Windkr-acht BV. Als de bouw volgens verwachting verloopt, leveren de turbines vanaf augustus 2015 duurzame elektriciteit voor circa 8.000 huishoudens, zo’n 28 miljoen kWh.

luchtfoto 2013 - aangepaste foto kleurrijk - klein

Relatie geluid windturbines en hinder/gezondheid

Op 9 en 10 december jongstleden werd in het Zweedse Malmö de EWEA workshop over het onderwerp geluid door windturbines gehouden. Andrew Beltau en Dion Oude Lansink hebben deze namens Pondera bijgewoond. De workshop werd gehouden parallel met de EWEA workshop windparkontwerp, samen goed voor meer dan 300 deelnemers.

Tijdens de twee dagen werden 23 presentaties gegeven over de laatste ontwikkelingen, onderzoeken en de nieuwe inzichten welke daaruit voortvloeien. Hieronder een samenvattend overzicht van een aantal interessante onderwerpen welke in verschillende presentaties terugkwamen.

Amplitude modulatie

Eén van de meest voorkomende onderwerpen was dat van de amplitude modulatie. Het betreft het variëren van de geluiddruk in de tijd. Dit verschijnsel wordt vaak omschreven als een bonkend geluid en wordt typisch waargenomen op grotere afstanden van de turbine.
Algemeen wordt aangenomen dat wanneer men klaagt over laagfrequent geluid, dat dit eigenlijk amplitude modulatie betreft. Uit onderzoek blijkt dat amplitude modulatie de hinderbeleving sterk kan doen toenemen, en dan juist vaak op afstanden waar gezien het gemiddelde geluidniveau geen hinder meer zou worden verwacht. Wanneer het verschijnsel eenmaal is waargenomen blijft vaak de hinderbeleving hoger, ook indien de amplitude modulatie alweer is verdwenen.
Het betreft een ‘hot topic’. Verschillende onderzoeken of en hoe dit verschijnsel in de normering kan worden opgenomen, bijvoorbeeld als een toeslag op de bestaande norm wanneer het zich voordoet.
De exacte oorzaak van amplitude modulatie is nog niet bekend. Het betreft niet het normale variërende suizende geluid dat nabij een turbine wordt waargenomen. Dit is hoogfrequenter en is daardoor juist op grotere afstanden niet meer hoorbaar. Verschillende onderzoeken wijzen nu op ‘stall’ als de oorzaak. De luchtstroom volgt idealiter de gekromde bovenkant van een turbineblad. Echter wanneer de invalshoek van de aanstromende lucht te groot wordt, kan de stroom loslaten, waarbij grote turbulente wervels ontstaan. In de luchtvaart wordt in zo’n geval van overtrekken van een vliegtuig gesproken.
Het is interessant te volgen hoe de discussie omtrent dit verschijnsel zich in Nederland zal ontwikkelen.

Relatie tussen geluid en hinder/gezondheid

In Canada is een zeer groot onderzoek gehouden naar de relatie tussen turbinegeluid en hinder en gezondheid. De resultaten van dit onderzoek worden nu langzaamaan bekend gemaakt.
Het onderzoek is ten eerste van belang vanwege de enorme populatieomvang. In totaal meer dan 1200 huishoudens zijn bij het onderzoek betrokken. Dit aantal is van dezelfde ordegrootte als het geheel van alle tot nu toe uitgevoerde onderzoeken naar de relatie tussen turbinegeluid en hinder op basis waarvan alle bestaande normen zijn ontwikkeld. Ook is de hoeveelheid variabelen welke per huishouden zijn verzameld zeer uitgebreid.
Daarnaast is dit keer ook specifiek gekeken naar direct meetbare effecten van het geluid en gezondheid, bijvoorbeeld door stresshormonen in haren van proefpersonen te meten. Een eerste opzienbarende conclusie is dat er geen verband lijkt tussen de gezondheid en het geluidniveau. Kan dit onderzoek het `windturbinesyndroom` naar de prullenbak verwijzen?
Hoe dan ook, met de grote hoeveelheid verzamelde data kunnen we nog jaren vooruit.

Verschillen in normstelling tussen landen

Uit diverse presentaties kon men een goed beeld vormen van de verschillen en overeenkomsten tussen de wijze waarop internationaal het geluid van windturbines wettelijk wordt beoordeeld. Met name de Franse wetgeving blijkt bijzonder streng. In principe streeft men daar naar 0% gehinderden. Daarvoor is een norm ingesteld welke voorschrijft dat op elk willekeurig moment (dus niet gemiddeld!) het windturbinegeluid niet meer dan een bepaalde drempelwaarde hoger mag zijn dan het overige omgevingsgeluid. Omdat beide geluidbronnen constant met de tijd variëren is het gevolg dat er zeer uitgebreide meetcampagnes nodig zijn, eerst om het achtergrondgeluid te bepalen in verschillende jaargetijden en weersomstandigheden en vervolgens om het turbinegeluid te verifiëren. Indien er vervolgens toch klachten komen, wordt weer gemeten en in principe worden instellingen van de turbines gewijzigd tot de klachten ophouden. Kortom: zeer omslachtig en met gevolg dat er relatief weinig locaties geschikt zijn voor het plaatsen van windturbines. Daarnaast leiden de benodigde maatregelen tot een vermindering van de opbrengst welke niet altijd goed is in te schatten totdat het project is gerealiseerd.
De Franse methode is op dit moment vooral interessant omdat de provinciale staten van Noord-Holland op 15 december jongstleden een amendement hebben aangenomen waarin wordt voorgesteld een soortgelijke norm op te nemen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening voor stille gebieden.

Maatregel tegen geluid – zaagtanden

Het is al een tijd bekend dat de geluidemissie van een windturbine significant kan worden verminderd wanneer aan de achterzijde (dus stroomafwaarts) van de bladen een zaagtand wordt bevestigd. Tot nu is deze maatregel vooral door het eenvoudig uit te proberen ontwikkeld, zonder dat het exacte mechanisme bekend was. Er wordt nu onderzoek gedaan waarbij hoogwaardige stromingsmodellen worden gecombineerd met metingen in een windtunnel. De wijze waarop de geluidreductie plaatsvindt wordt daarmee langzaam duidelijk, waardoor het ontwerp van de zaagtanden kan worden geoptimaliseerd. De behaalde geluidreducties met deze methode zijn nu al significant dus deze ontwikkeling is erg veelbelovend. Een klein nadeel om te noemen is wel dat de tonaliteit van het geluid in meer gevallen waarneembaar zou kunnen worden omdat deze wordt veroorzaakt door mechanische componenten in de turbine terwijl maatregelen als een zaagtand het stromingsgeluid reduceren dat de tonale componenten juist maskeert.

Windturbine met zaagtanden