Ruimtelijke plannen

In een ruimtelijk plan (bestemmingsplan) legt de gemeente, of in voorkomende gevallen het Rijk of de provincie (inpassingsplan), juridisch-planologisch vast wat er met de ruimte mag gebeuren. Er staat bijvoorbeeld in waar installaties voor elektriciteitsproductie (o.a. windturbines en zonneparken) en andere gebouwen en bouwwerken mogen komen, hoe groot gebouwen en bouwwerken mogen zijn en wat de gebruiksmogelijkheden van gronden en gebouwen zijn. Wanneer het voorgenomen project niet past binnen het geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag besluiten een nieuw bestemmingsplan of inpassingsplan vast te stellen voor dat project of wel een procedure afwijking bestemmingsplan omgevingsvergunning te volgen.

Voor projecten boven de 100 MW wordt een bestemmingsplan gemaakt door het Rijk, het zogenaamde rijksinpassingsplan. Bij windparken van 5 tot 100 MW kan de Provincie een provinciaal inpassingsplan opstellen. Voor overige projecten, of wanneer het Rijk en/of provincie afziet van het toepassen van haar bevoegdheid is de gemeente bevoegd gezag. Wanneer het voorgenomen project niet past binnen het geldende bestemmingsplan, kan de gemeente besluiten tot een procedure afwijking van het geldende bestemmingsplan in de benodigde omgevingsvergunning (art. 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)) of een bestemmingsplan vaststellen. 

Inhoud

Een afwijking van het bestemmingsplan wordt voorzien van een zogenaamde ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ (zoals de wet dat noemt), deze is inhoudelijk vergelijkbaar met alleen een toelichting van een bestemmingsplan of inpassingsplan. Een bestemmingsplan of inpassingsplan bestaat uit drie onderdelen:

  • De toelichting (én ook goede ruimtelijke onderbouwing) verantwoordt dat er met het ruimtelijk plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bestaat uit een projectbeschrijving en de beoogde doelen, een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie, de afwijking van het geldende bestemmingsplan en of het project past binnen de beleidskaders. Daarnaast beschrijft de toelichting de gevolgen voor de milieukwaliteit (geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, slagschaduw), waterhuishouding (watertoets), archeologie, landschap en flora- en fauna. Resultaten van overleg met relevante betrokken gemeenten, waterschappen, diensten van de Provincie, het Rijk en andere relevante organisaties wordt verwerkt. Ten slotte wordt de maatschappelijke en de financieel-economische uitvoerbaarheid onderbouwd (onder meer uitkomsten van inspraak en communicatie met burgers en maatschappelijke organisaties en wijze van onderbouwing en financieel-economische uitvoerbaarheid voor bevoegd gezag). Een toelichting is aanvullend ook voorzien van een toelichting op het juridische plangedeelte: de toelichting op de wijze van gebruik van (dubbel)bestemmingen en een aanduiding van de  bijbehorende juridische regeling;
  • De verbeelding (ook wel: plankaart) is een digitale weergave van het plangebied waarop onder meer de (dubbel)bestemmingen, functie- en gebiedsaanduidingen en maatbepalingen staan aangegeven, gekoppeld aan een specifieke plek (geografische plaatsbepaling). De bestemmingen worden voornamelijk ingegeven door de gewenste mogelijkheden in het plan met als randvoorwaarde een goede ruimtelijke ordening;
  • De regels bevat de juridische regeling voor de verschillende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. Er wordt onder meer aangegeven of, wat en hoe er gebouwd mag worden en wat de gebruiksmogelijkheden zijn. De maximale bouwhoogte van bouwwerken (windturbines) kan hier bijvoorbeeld in worden vastgelegd, maar ook bijvoorbeeld de bijbehorende mate van flexibiliteit.

Digitalisering

Een bestemmingsplan/inpassingsplan wordt standaard als dataset voor publicatie op www.ruimtelijkeplannen.nl opgeleverd volgens de daarvoor geldende ruimtelijke ordeningsstandaarden. Ook een dataset voor publicatie van het vaststellingsbesluit omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan kan desgewenst worden geleverd. 

Omgevingswet

Met de ingang van de Omgevingswet maakt het bestemmingsplan plaats voor het omgevingsplan. Dit is een van de belangrijkste instrumenten van de Omgevingswet. Nu gaat het om ruimtelijke ordening en straks om een evenwichtige toedeling van functies in het kader van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan krijgt een verbreedde reikwijdte ten opzichte van het bestemmingsplan bijvoorbeeld door het opnemen van regels voor welstand en kap, maar ook milieuregels in het omgevingsplan. Het inpassingsplan wordt vervangen door het projectbesluit voor de ontwikkeling van een project van rijks of provinciaal belang. Voor projecten boven de 100 MW wordt bijvoorbeeld een projectbesluit genomen door het Rijk en bij windparken van 5 tot 100 MW kan de Provincie een provinciaal projectbesluit nemen. Een projectbesluit omvat meteen de benodigde vergunningen en wijzigt direct een omgevingsplan.