Bestemmingsplan of inpassingsplan

In een bestemmingsplan legt de gemeente juridisch vast wat er met de ruimte in de gemeente mag gebeuren. Er staat bijvoorbeeld in waar installaties voor elektriciteitsproductie (o.a. windturbines) en bedrijven mogen komen, hoe groot gebouwen mogen zijn en wat de gebruiksmogelijkheden van gronden en gebouwen zijn. Wanneer het voorgenomen project niet past binnen het geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag besluiten een nieuw bestemmingsplan of inpassingsplan vast te stellen voor dat project.

Voor projecten boven de 100 MW wordt een bestemmingsplan gemaakt door het Rijk, het zogenaamde rijksinpassingsplan. Bij windparken van 5 tot 100 MW kan de Provincie een provinciaal inpassingsplan opstellen. Inhoudelijk is er feitelijk geen verschil tussen een bestemmingsplan en een provinciaal of rijksinspassingsplan. Een bestemmingsplan of inpassingsplan bestaat uit drie onderdelen:

  1. De toelichting verantwoordt waarom de verschillende bestemmingen in het plan zijn gekozen. Bijvoorbeeld vanwege de kenmerken van de wijk, de plannen voor de locatie en de uitkomsten van het milieuonderzoek. Maar het bevat ook een toelichting op het juridische plangedeelte: de toelichting op de wijze van gebruik van (dubbel)bestemmingen en een aanduiding van de  bijbehorende juridische regeling. De toelichting van een bestemmingsplan komt grotendeels overeen met de inhoud van een goede ruimtelijke onderbouwing;
  2. De verbeelding (eerder: plankaart) is een digitale weergave van het plangebied waarop onder meer de (dubbel)bestemmingen, functie- en gebiedsaanduidingen en maatbepalingen staan aangegeven, gekoppeld aan een specifieke plek (geografische plaatsbepaling). De bestemmingen worden voornamelijk ingegeven door de gewenste mogelijkheden in het plan met als randvoorwaarde een goede ruimtelijke ordening;
  3. De regels (eerder: voorschriften) bevat de juridische regeling voor de verschillende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. Er wordt onder meer aangegeven of, wat en hoe er gebouwd mag worden en wat de gebruiksmogelijkheden zijn. De maximale bouwhoogte van bouwwerken (windturbines) kan hier bijvoorbeeld in worden vastgelegd, maar ook bijvoorbeeld de bijbehorende mate van flexibiliteit.